De gemeente en het Joodse volk
We leven in een cruciale tijd en daarom is het noodzakelijk te horen wat God tot de Gemeente zegt. Dit verslag wil de bedekking die ligt over Gods plan voor de Gemeente en het joodse volk wegnemen. Toen ik recent in Nederland was gaf de Heer mij een oproep, de roeping van Nederland is om een Ruth te zijn! [ 1 2 3 ] [ Vorige | Volgende ] Pagina 1 / 3 De gemeente en het Joodse volkHet boek Ruth laat ons de rol zien van de waarachtige Kerk in verband met het herstel van Israël, het joodse volk en de terugkomst van de Heer. Het was door deze heidense vrouw Ruth, die weigerde om haar joodse schoonmoeder Naomi te verlaten, dat Jezus de Messias werd geboren die verlossing bracht voor de wereld.
Tijdens de tweede wereldoorlog waren er vele Ruth's in de Kerk die ontelbare joodse mensen geholpen hebben om onder te duiken, ook in Nederland. Als joodse gelovige en dochter van een gezin uit Duitsland die aan de Holocaust wisten te ontsnappen ben ik dankbaar voor al degenen die mijn joodse broeders en zusters hebben geholpen, ik omarm jullie. Maar ik wil jullie vandaag ook uitdagen nu dat het joodse volk opnieuw in de verdrukking dreigt te komen: gaat u ook nu achter hen staan en hen helpen?
Velen van u weten hoe de verdrukking in Europa en Rusland weer aan het opkomen is. Als het joodse volk hulp nodig zal hebben, tot wie zullen zij zich dan wenden? Een paar jaar terug tijdens een samenkomst van voorgangers in Nederland gaf de Heilige Geest mij een woord, het was: "Maak vrijsteden klaar". Dit woord staat in het boek Jozua en het betekent 'een plaats om te schuilen'. Nederland is een van die schuilplaatsen van God voor Zijn volk. Maar we kunnen mensen pas een schuilplaats geven als we het hart van God hiervoor hebben. Het Lichaam van de Messias heeft verschillende stand-punten ingenomen ten aanzien van Israël. Een daarvan is de vervangingstheologie, waarin de gemeente de plaats heeft ingenomen van Israël. Een tweede is wat ik het fanatieke zionisme noem. Daarbij is alleen Israël belangrijk en is er geen plaats voor de Kerk. Een derde standpunt is apathie, onverschilligheid, niet betrokken zijn of het te druk hebben met de eigen agenda. En dan is daar Ruth, de ware vriend van Israël en het joodse volk.
Het boek Ruth
De gebeurtenissen in het boek Ruth spelen zich af in de tijd van de Richteren, een tijd waarin er veel beroering en verwarring heerste in Israël met slechts sporadisch perioden van vrede. Klinkt dat bekend in deze tijd? Een plaag van hongersnood was in het land en een Israëlitisch echtpaar, Elimelech en Naomi, verlaten samen met hun beide zonen het land om in het heidense land Moab te gaan leven. De beide zonen huwen daar met Moabitische vrouwen; Ruth en Orpa. Na verloop van tijd overlijden zowel de echtgenoot van Naomi als haar beide zonen. Naomi hoort dat de hongersnood in het land Israël over is en besluit terug te keren naar haar vaderland.
In 1948 werd Israël opnieuw een natie en begon het joodse volk terug te keren (aliyah) naar hun land en dat doen zij tot op de dag van vandaag. Naomi begeeft zich, samen met haar beide schoondochters, op weg naar Juda. Omdat Naomi de indruk heeft dat Ruth en Orpa bij haar geen toekomst hebben, begint zij bij hen ervoor te pleiten dat zij terug keren naar hun eigen land.
Als we profetisch kijken dan vertegenwoordigt Naomi Israël en het joodse volk. De beide schoondochters, Orpa en Ruth, zijn een beeld van de twee soorten kerken en gelovigen in deze tijd. Beiden waren door hun huwelijk toegetreden tot het verbondsvolk, maar slechts een daarvan houdt zich aan haar beloften. In hoofdstuk 1 van het boek Ruth zien we hoe Orpa huilt, zij kust Naomi maar keert terug naar haar volk, haar land en haar goden. De naam Orpa betekent 'hardnekkig' en 'de rug toekerend', zij is een type van de gemeente en van de gelovige die wel zegt dat ze van Israël en het joodse volk houden, maar het op den duur toch de rug toekeren. Zij hebben niet Gods hart in deze.
We zien hier een onecht type van kunstmatige affectie, waarbij het lijkt alsof Orpa van Naomi houdt. Veel gemeenten en gelovigen hebben het in deze tijd te druk met hun eigen visie en programma's; zij onderscheiden niet de geestelijke betekenis van het kleven aan, het aanhangen en vast blijven houden aan Israël en het joodse volk. De eeuwen door zijn er christenen geweest die hun toewijding en verbond met de God van Israël tot uiting hebben gebracht, maar Zijn volk van oudsher hebben verworpen en veronachtzaamd.
Naomi gaat door om nu ook Ruth over te halen terug te keren naar haar land, maar Ruth weigert dat: "Dring er bij mij niet op aan dat ik u in de steek zou laten door van u terug te keren; want waar gij zult heengaan zal ik heengaan en waar gij zult vernachten zal ik vernachten; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God; waar gij zult sterven zal ik sterven en daar zal ik begraven worden. Zo moge de Heer mij doen, ja, nog erger: voorwaar, de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en u." Ruth koos er niet alleen voor om Naomi te volgen, maar ook de God van Abraham, Isaak en Jacob en de wegen van Zijn volk. De naam Ruth betekent vriend. Dit is een afschaduwing van de gemeente en de gelovige die ware liefde en vriendschap betoont ten aanzien van Israël en het joodse volk. "Soms is een vriend aanhankelijker dan een broeder." Ook nu zijn er in het Lichaam van de Messias gelovigen die belijden vrienden te zijn maar in wezen Orpa's zijn, vooral als het aankomt op Israël en het joodse volk. Dit nu is de ware markatielijn. De Geest van God doet gemeenten opstaan die als Ruth zijn om de Messias te openbaren en Zijn grote liefde voor het ongelovige Israël, zodat zij opnieuw een licht voor de naties kan zijn.
Eenmaal teruggekeerd in het land komt er grote gunst over Naomi en Ruth. Dankzij een oude wet is het Ruth toegestaan om de oogst van de velden van Boaz, een nauwe verwant van Naomi, op te lezen. De wet zei dat de hoeken van een veld dat geoogst werd moesten blijven liggen voor de arme en de vreemdeling (niet-jood). Ruth brengt meer dan genoeg mee naar huis, naar Naomi. Hier zien we hoe er zegeningen komen als een niet-jood zich hecht aan een Jood: "Ik zal zegenen wie u zegenen" (Gen. 12:3). Wat later huwt Boaz met Ruth en onder de Levitische wet van losser kon de dichtsbijstaande verwant de erfenis van een weduwe lossen door haar te huwen en zo werd Naomi's land en erfenis hersteld. Ruth baart een zoon en in Ruth 4:15-16 kunnen we zien hoe dit Naomi raakt: "En hij zal uw ziel verkwikken en u in uw ouderdom verzorgen; want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard, zij, die u meer waard is dan zeven zonen. En Naomi nam het kind en legde het op haar schoot en zij werd zijn verzorgster."
Dit is een bovennatuurlijk wonder, een oudere joodse vrouw die dit kind voedt met melk uit haar eigen borsten. Dat is een bijzonder profetisch teken want we hebben gezien hoe Naomi Israël en het joodse volk vertegenwoordigt en Ruth de niet-joodse Gemeente. We zien hier een herstel van "leven uit de dood" voor het joodse volk en het kwam voort uit een niet-joodse. Dit is het hart van God voor deze tijd. Uit dit kind dat de naam Obed droeg kwam Isaï en uit Isaï kwam David, de voorvader van Jezus de Messias. Net zoals het joodse volk betrokken was bij de eerste komst van Jezus, zo zal het dat ook zijn bij de tweede komst.
De terugkeer
In Romeinen 11 zegt Paulus duidelijk dat God Zijn volk niet verstoten heeft en in vers 15 zegt hij dat hun aanneming, hun herstel, "leven uit de doden" zal zijn, dat is pas opwekking! Ook staat er: "Want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk" (Romeinen 11:29). De Ruth Gemeente zal het joodse volk helpen om tot herstel te komen van het geloof in de God van Abraham, Isaak en Jacob. Gods roeping voor Israël zal eerst door de Gemeente erkend moeten worden, voor Israël het zelf zal erkennen. Er staan 700 verzen in de Schrift die spreken over de terugkeer van het joodse volk naar het land Israël. Gods integriteit staat op het spel. Israël is Gods land en de kinderen van Israël zijn met God gehuwd en dus houden ze elkaar vast. In Ezechiël 43 staat duidelijk dat God de kinderen van Israël terug zal brengen in het land omwille van de heiligheid van Zijn Naam. Wij moeten niet vergeten dat de oorlog tegen Israël en het joodse volk niet zomaar een natuurlijke is, maar een geestelijke. In heel de geschiedenis van de kerk en zelfs daarvoor zien we een voortdurend samenspannen van satan om het joodse volk volledig te vernietigen. Dat noemen we anti-semitisme; maar het had en heeft ook nu veel verschillende namen en het is aanwezig in verschillende religies en denken.
De ware vijand is satan en hij haat het joodse volk omdat hij God haat. Als satan het joodse volk kan tegenhouden om terug te keren naar of te leven in het land Israël, dan zal dat het bewijs zijn dat God een leugenaar is omdat God in Zijn Woord gezworen heeft dat zij nooit vernietigd zullen worden. Maar een nog grotere reden waarom satan het joodse volk haat is dat het heil van Israël de terugkomst van Jezus betekent, de opstanding van de rechtvaardigen, de opwekking van de Gemeente, het herstel van de aarde en de ondergang van het rijk van satan.
Herstel door liefde
Terwijl de Heer Zich aan het voorbereiden is op Zijn tweede komst heeft de Gemeente een groot aandeel te vervullen in deze profetische eindtijd. Jesaja 49:22 zegt: "Zie, Ik zal mijn hand opheffen tot de volken en mijn banier omhoog heffen voor de natiën; in hun armen zullen zij uw zonen brengen en uw dochters zullen op de schouder gedragen worden".
De Ruth Gemeente zal zich verbinden met Naomi, Israël en het joodse volk en hen helpen terug te keren naar hun land door middel van gebed, liefdevolle ondersteuning en indien nodig door hen een schuilplaats te bieden. Als de Ruth's van nu vasthouden aan en hulp bieden aan het herstel van Naomi, zal dit de komst van de Heer bespoedigen. " ..en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher" (Handelingen 3:20-21). Herstel komt niet eerder dan wanneer er liefde is voor wat er hersteld moet worden. Gods liefde voor de mensen door het offer van Jezus bracht herstel voor het mensdom. De liefde van de Gemeente voor het herstel van Israël en het joodse volk zal de tweede komst van Jezus inluiden.
Wil u dicht bij het hart van God zijn? Dan moet u dicht bij de dingen zijn die in het hart van God zijn. God spreekt over het volk Israël en het joodse volk in Zijn Woord, Hij noemt hen: "Zijn oogappel". De appel betekent de pupil van het oog, het centrum en het gezichtspunt. Dat laat duidelijk zien dat het joodse volk zich in het centrum van Gods hart bevindt, het is Zijn passievrucht. De Gemeente dient Gods hart te hebben aangaande Israël en het joodse volk.
Sinds de Holocaust is er de roep geweest van 'Nooit meer'. Wat gaat u doen nu er weer van alle kanten vervolging oprijst tegen Israël en het joodse volk? Legt u het naast u neer of zult u het de rug toekeren? Of gaat u een ware vriend en hersteller van Gods volk zijn? Gaat u een Orpa of een Ruth zijn?
Pagina 1 / 3 [ 1 2 3 ] [ Vorige | Volgende ] [ 1 2 3 ] [ Vorige | Volgende ] Pagina 2 / 3
Één nieuwe mens
Het profetische "één nieuwe mens" plan, het samenbrengen van Jood en heiden, is een noodzakelijke openbaring voor de tijd waarin we leven, en voor de komende laatste eeuw. In het stuk over Ruth zagen we hoe een heiden zich bij een Jood voegde, wat het geslacht en de geboorte van Jezus de Messias voortbracht. Het boek Ruth liet ons de geweldige liefde van de heidense vrouw Ruth zien toen ze een medeburger van Israël en het joodse volk werd, zich aanpaste aan hun manier van leven en hun geloof in de God van Abraham, Isaak en Jakob. In dit artikel hoop ik het geheimenis te onthullen, dat is geopenbaard in de brief aan de Efeziërs met het oog op het verenigen van Jood en heiden als één in de Messias.
Hoewel het lichaam van de Messias, de Gemeente, zich heeft verenigd in hun geloof in de God van Abraham, lsaak en Jakob, dezelfde God als het joodse volk, blijft er een scheiding tussen de Gemeente en het joodse volk. Evenzo kunnen joodse mensen de Gemeente niet in hun hart sluiten, of het nu gaat om een heidense gelovige in Jezus of een joodse gelovige in Jezus. Dit laatste maakt deze vereniging zelfs twee keer zo moeilijk. Terwijl de Heer zijn tweede komst voorbereidt, erkennen grote delen van Zijn Gemeente nog steeds niet de specifieke rol van Israël en het joodse volk. Als deze visie niet wordt aangenomen kan de vereniging van jood en heiden in één nieuwe mens niet plaatsvinden. Er woedt een ontzettende geestelijke strijd over de eenwording van deze twee groepen van mensen, omdat het uiteindelijke resultaat hiervan zal zijn dat de heerlijkheid van God op aarde zal komen en het herstel van Gods schepping zal bewerken.
Vandaag de dag is er wereldwijd verdeeldheid in het hele lichaam van de Messias, tussen denominaties, kerken, bewegingen en gelovigen. Waarom? De wortel van alle verdeeldheid is nooit verwijderd, het is deze oudste wortel van alle verdeeldheid, die de apostel Paulus in de toekomst kijkend, beschrijft in de brief aan de Efeziërs: de scheiding en verdeeldheid tussen de Jood en de heiden. Paulus richt zich tot de gelovigen uit de heidenen in Efeze en openbaart een geheimenis aan hen aangaande deze ‘ene nieuwe mens’. Als we kijken naar delen van deze brief dienen we het centrale thema, de eenwording van deze twee groepen mensen, voor ogen te houden. In hoofdstuk 1:17-18 zegt Paulus dat hij altijd bidt voor de gelovigen dat zij wijsheid en openbaring zullen hebben over het plan van God, dat hun ogen hiervoor geopend zullen worden. Natuurlijk kunnen we dit vers gebruiken en toepassen met betrekking tot Gods plan voor onze eigen individuele levens, maar we moeten het grotere plan zien, het verenigen van Jood en heiden.
Het oude testament
In Efeziërs 2:11-13 wordt duidelijk gesteld dat er een tijd was dat de heidenen uitgesloten waren van het burgerrecht van Israël en “vreemd aan de verbonden der belofte”, maar dat ze door het vergoten bloed van de Messias dichtbij zijn gekomen. Een van de grootste problemen voor gelovigen bij het interpreteren van het Nieuwe Testament is dat er meestal geen kennis is van het Oude Testament. In de volgende twee verzen: “Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen”, moeten we een aantal woorden beter bekijken om te begrijpen wat de apostel Paulus zegt. De meeste interpretaties van deze twee verzen stellen, dat het woord vijandschap refereert aan de oudtestamentische wet van de geboden en dat deze nu, door het geloof in Jezus, hebben afgedaan.
Allereerst moeten we verduidelijken dat de eigenlijke betekenis van het woord wet ‘onderwijzing’ is. Als we het onderricht van het Oude Testament niet hadden dan zouden we geen enkel fundament, noch de Messias Jezus hebben. Jezus zelf zei: “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden: Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen” (Matteus 5:17). De grondvertaling van het woord ‘vervullen’ is: te verduidelijken, een fundament vervolmaken waarop je verder kunt bouwen.
Jezus heeft nooit de bedoeling gehad om de onderwijzing van het Oude Testament weg te doen of af te schaffen.
Zonder enige kennis van de hebreeuwse wortels kunnen we niet begrijpen waaraan Paulus refereert m.b.t. “de vijandschap van inzettingen”. Vergeet niet dat Paulus een joodse geleerde was, die onderricht was in het Oude Testament en ook de mondelinge overlevering van de rabbijnse wetten kende (talmoed). De vijandschap tussen Jood en heiden kwam niet door de geboden, maar was het gevolg van de wederzijdse afkeer van elkaars gebruiken. Hoewel dit niet ongebruikelijk is tussen culturen, was het in dit geval iets anders. De meeste joodse gebruiken waren niet geleidelijk aan ontstaan, zij waren het gehoorzame antwoord van het joodse volk op het aan hen gegeven onderricht in het Oude Testament.
In Efeziërs 2:19 gaat Paulus door met het spreken tot de gelovigen uit de heidenen: “Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods”. Het woord medeburger betekent één zijn met, samen zijn met, gelijkstellen aan, gelijkwaardig zijn aan, kameraadschap en verbonden zijn met. Wanneer iemand staatsburger van het land wordt vraagt men in de V.S. van hem of haar dat men de wetten, de gebruiken, de geschiedenis en de taal van het land leert. Een persoon die staatsburger wordt moet ook loyaliteit, trouw en toewijding aan dat land beloven. Laten we niet vergeten dat er in Romeinen 11:17 staat, dat de heidenen zijn geënt op de natie van Israël, en het joodse volk. Wanneer je iets ent, dan verenig je of maak je iets op een dusdanige manier vast dat er een dichte eenheid totstandkomt. Dit is wat Ruth deed toen ze zich verbond aan Naomi, een type en afschaduwing van de heiden die medeburger wordt van Israël en het joodse volk. De christenen uit de heidenen zouden betrokken moeten zijn bij het joodse volk, zowel met het Messiasbelijdende deel daarvan als het andere; aldus het woord vervullend. Jammer genoeg heeft deze eenwording zich nooit ontwikkeld tot de ‘één nieuwe mens’ relatie waarover Paulus spreekt. In Efeziërs 2:20 zegt Paulus, dat deze gelovigen uit de heidenen gebouwd zijn op het fundament van de apostelen en de profeten, terwijl Jezus de Messias zelf de hoeksteen is. Het is niet verkeerd om dit vers toe te passen op vandaag, in deze zin dat de apostelen en de profeten de ruggengraat van de Gemeente zijn, maar we moeten niet vergeten dat de apostelen en profeten waarnaar Paulus verwees allen joods waren. De rijke bijbelse erfenis die gelovigen in de Messias wereldwijd hebben, is aan hen doorgegeven door joodse geestelijke ouders. Vers 21: “In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here”. De Jood en de niet-jood moeten goed ineensluitend verenigd worden.
Van joods naar niet-joods
In hoofdstuk 3 gaat Paulus verder over het geheimenis dat aan hem is geopenbaard, hoe de heidenen mede-erfgenamen zijn met het joodse volk en deelgenoten aan de verbondsbeloften. Vervolgens vermaant Paulus ons in hoofdstuk 4 in liefde te wandelen met elkaar, de eenheid van de Geest te bewaren, één lichaam te zijn want er is één Here, één geloof, één God en Vader van allen. Paulus verwijst eigenlijk naar het beroemde hebreeuwse gebed wat tweemaal per dag klinkt, zelfs vandaag (het Sjema). Deuteronomium 6:4: “Hoor, Israël: de Here is onze God, de Here is één”. Het is goed om deze schriftgedeelten te betrekken op elkaar in het lichaam, maar we moeten het centrale thema van deze brief zien, waarin Jood en heiden “één nieuwe mens” zijn. Paulus waarschuwt de gelovigen uit de heidenen om de Joden niet te vergeten, om in liefde met hen te wandelen.
Dan, in vers 7, wordt er een belangrijke uitspraak gedaan. “Maar aan een ieder afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate van de gave van de Messias.” (noot van de vertaler: dit is de letterlijke vertaling. De NBG vertaling is: naar de mate, waarin Christus haar schenkt). Het woord genade betekent Gods gunst en bekwaamheid, de kracht en toerusting die nodig is voor bediening, de zalving; en het woord gave betekent een geestelijke of bovennatuurlijke gave of roeping. Niet eenieder in het lichaam van de Messias heeft dezelfde roeping of gave; en voortgaande op het thema van deze brief, is het nodig dat we inzien dat de Jood een bepaalde roeping heeft in het lichaam, evenals de heiden.
Het is belangrijk te weten dat de eerste gelovigen allemaal joods waren en dat ze hun identiteit en joodse bijbelse levensstijl voortzetten. Na de dood van de apostelen, werd het leiderschap overgedragen aan niet-joodse leiders. Velen van hen keurden het joodse volk en hun joodse bijbelse erfenis af. Een voortdurende ontwikkeling in officiële kerkleringen aangaande de Joden in de eeuwen die volgden, bracht een grotere scheiding tussen de kerk en de synagoge. Het is geworden tot wat wij nu kennen als de ‘vervangingsleer’, waarin de Gemeente in de plaats is gekomen van Israël.
Toen het aantal niet-joden dat gelovig werd groeide had dat een negatief effect, omdat het Griekse en Babylonische invloeden in de kerk bracht. De Romeins heidense kalender verving de joodse kalender, wat er uiteindelijk toe leidde dat de Joden geen van hun bijbelse feesten mochten onderhouden of ze werden gedood. Joodse mensen moesten een keuze maken, God wilde dat ze over de Messias hoorden en gered werden. God wilde dat ze Joden zouden zijn die Jezus volgden, maar de kerk zei: het is of Jezus of joods. Een van degenen die de meeste invloed had tegen de Joden was een bisschop in Antiochië, Johannes hrysostomus (344-407 A.D.). Hij voelde zich bedreigd, omdat christenen in Antiochië synagogen bezochten om meer begrip te krijgen over de joodse wortels van hun geloof. Om iedere interesse in het jodendom teniet te doen, schreef Chrysostomus acht preken tegen de Joden. Deze preken werden 1600 jaar lang het officiële onderricht van de kerk. Eén ervan was dat de Joden Christus hadden gedood. Wanneer we dit herleiden naar de tijd van de Holocaust, zien we dat nazi-leiders hun activiteiten rechtvaardigden door te claimen, dat ze de geschiedenis van de kerk volgden; wellicht is dit de reden dat zovele christenen in Europa ‘toekeken’ en niets deden.
In Spanje werden tijdens de inquisitie in de 16de eeuw joodse gelovigen in Jezus die het Pesach vierden op de brandstapel verbrand. Maarten Luther, de vader van de reformatie, deed in zijn latere brieven een aanbeveling om alle joodse synagogen te verbranden, hun huizen kapot en met de grond gelijk te maken en hun geld, zilver en goud van hen af te nemen. Hitler was ervan overtuigd dat hij Gods wil deed in een poging om het joodse volk uit te roeien, waarbij hij Luther aanhaalde.
Joods tegen joods
Aan de andere kant verwierp de synagoge de eerste joodse gelovigen in de Messias, die van oorsprong Nazarenen werden genoemd. Nadat de tempel werd verwoest, kwam het leiderschap in handen van de Farizeeën, die tot aan de dag van vandaag de leiders zijn van het orthodoxe rabbijnse jodendom. De rabbijnen probeerden, onder hun leer, de joodse gemeenschap te bewaren en te verenigen en alle andere vormen van judaïsme buiten te sluiten. Tenslotte werden de Nazarenen uit de rabbijnse synagogen gegooid. Door verschillende historische gebeurtenissen en het uiteindelijke verlies van een gemeenschap van Messiasbelijdende Joden, ging de brug van begrip tussen het jodendom en de kerk verloren. De Messiasbelijdende Joden hadden het ware beeld van de joodse Messias Jezus levend kunnen houden en het toekomstige antisemitisme in de kerk kunnen helpen voorkomen.
Zowel de synagoge als de kerk vochten om bekeerlingen onder de heidenen, waarmee ze de vijandschap tussen deze twee groepen mensen vergrootten. Om met elkaar te wedijveren, formeerden ze ieder een tegenovergestelde eigen theologie. De christelijke theologie kwam tegenover de joodse onderwijzing te staan, zoals ook de synagoge uiteindelijk Jezus ging zien als een valse god van de heidenen, vooral toen de drie-eenheid werd geïntroduceerd.
We moeten niet vergeten dat het judaïsme haar geloof baseert op één God, de God van Abraham, Isaak en Jakob. Toen ze werden geconfronteerd met een drie-enige God, werd het moeilijk te geloven dat de christenen dezelfde God aanbaden, helemaal toen ze op een andere dag aanbaden. Het plan van de duivel om door angst, onwetendheid, trots, hebzucht en racisme deze twee groepen mensen, Joden en niet-joden te scheiden, werkte. Een uitstekende studie van ware historische gebeurtenissen, die hebben geleid tot de scheiding van de kerk en het joodse volk, kan worden gevonden in het boek ‘Bloed aan onze handen’ van dr. Michael Brown.
Jood en griek
Ook nu nog is er veel weerstand tegen de vereniging van Jood en heiden tot één nieuwe mens. De christelijke kerk is bang om ‘ver-joodst’ te worden, en de Joden zijn bang om gekerstend te worden. In Efeziërs 4:11-15 staat dat we door de vijfvoudige bediening zullen worden onderwezen en toegerust, om het werk van de bediening in het lichaam van de Messias te doen. We moeten begrijpen dat God een bestuur heeft ingesteld en dat alle gelovigen zich hieraan moeten onderwerpen. Deel zijn van het Lichaam van de Messias zonder enige geestelijke autoriteit te aanvaarden, stemt niet overeen met het woord van God.
We moeten ons tevens realiseren dat er joodse vijfvoudige bedienaars zijn die het lichaam van de Messias veel hebben te bieden, om te helpen de eenheid van het geloof te bewerken. Vers 16: “En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde”. ‘Welsluitend bijeengehouden’ verwijst niet alleen naar individuele gemeenten en bedieningen, maar naar het grotere plaatje, de Jood en de heiden.
God houdt van beiden evenveel, toch moeten we de individuele posities en roepingen van elk erkennen. Wanneer we niet openstaan om te leren om de joodse en heidense expressies te vermengen, en als we niet zoeken naar wegen om deze verdeeldheid te genezen, dan zal het hart van Gods doel, één nieuwe mens, geen werkelijkheid worden. Deze scheiding is een van de grootste doelen van demonische aanvallen geworden. Nu we ons bewust zijn van het centrale thema van de hele brief aan de Efeziërs, begrijpen we dat als Paulus in Ef. 6:12 stelt dat we worstelen tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, dit te maken heeft met de Jood en heiden die beiden ‘één nieuwe mens’ worden.
De vraag is: hoe ziet deze ‘één nieuwe mens’ gemeente eruit? We hebben geen blauwdruk, maar we hebben de Heilige Geest en Hij kan ons helpen om die te ontwikkelen. Aangezien deze vereniging tot één nieuwe mens door Jood en heiden tot stand komt, moeten we niet bang zijn om beide toe te laten en ze samen te brengen om zo het plan van God compleet te maken. Alleen wanneer we deze vereniging accepteren zullen we Gods doel vervullen. Zoals Paulus zegt in Ef. 1:10: “om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd; dat is Christus, samen te vatten”. Wilt u zich voegen in Gods visie en arbeiden om ‘één nieuwe mens’ voort te brengen?
Pagina 2 / 3 [ 1 2 3 ] [ Vorige | Volgende ] [ 1 2 3 ] [ Vorige | Volgende ] Pagina 3 / 3
In de volheid der tijden
Het hart van Vader God is verzoening met de mensheid. Bij het schrijven van dit artikel dacht ik terug aan mijn eigen verzoening in de tijd dat ik God zocht en Hem uiteindelijk in Zijn Zoon, de Messias, vond. Hoewel ik joods werd opgevoed kwam ik tot bekering in een evangelische gemeente. In de jaren die daarop volgden werd ik in iedere gemeente waar ik bij betrokken was, zelfs op de bijbelschool, niet alleen weggetrokken van mijn joodse wortels maar er ook niet in onderwezen. Ik ben dankbaar voor de Gemeente uit de heidenen en hun onderwijs. Mijn liefde voor mijn christelijke broeders en zusters is groot. De laatste jaren werd ik door de Heilige Geest gedrongen om de joodse wortels van mijn geloof in de Messias te bestuderen en ik kwam tot de ontdekking, dat veel mensen wereldwijd zich hiertoe geleid weten.
In het vorige hoofdstuk ‘Één nieuwe mens’ zagen we hoe belangrijk het is dat Jood en niet-jood zich, in het licht van Gods plan, verenigen en hoe de vijand allerlei tactieken gebruikt om deze twee groepen verdeeld te houden. Niemand van ons heeft de volledige openbaring over het plan van God, ik zal met dit hoofdstuk de lijn verder zetten om een klein gedeelte van wat de Geest van God vandaag tot de Gemeente zegt over het samenkomen van de Gemeente en het joodse volk door te geven: “om ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten” (Efez. 1:10).
We zijn gehersenspoeld
In de erfenis van de joodse wortels ligt een rijkdom waar christenen aan voorbijgaan en de Heilige Geest wil in deze tijd die volheid in de Gemeente brengen. Dat wil niet zeggen dat we terugkeren naar een tijd waarin we onder de wet zijn, maar wel dat we gaan ontdekken en begrijpen wat Jezus in Matteüs 5 vers 17 zegt: “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: ‘Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied’.”
Eerst zullen we tot de ware betekenis van sommige woorden, die we honderden jaren hebben gehoord en die ons volledig beïnvloed hebben, moeten komen. We zijn eigenlijk gehersenspoeld. Zoals ik in mijn vorig artikel aangaf is het woord wet geen negatief woord. Het refereert naar het hebreeuwse woord Tora, de eerste vijf boeken van de bijbel, en het betekent onderwijs of instructies van God. Het woord ‘vervullen’ betekent verduidelijken, de juiste en ware betekenis van de schrift geven, een fundament vervolmaken waarop men verder kan bouwen.
Jezus zegt dat Hij gekomen is om de kennis van de Tora volledig te maken en ons te leren, hoe wij moeten handelen overeenkomstig deze instructies. Die ene jota of tittel is in feite de kleinste hebreeuwse letter genaamd de jod; dus wat Hij hier zegt is dat alle hebreeuwse woorden verduidelijkt zullen worden.
Jezus verduidelijkt het Oude Testament
In de tijd van Jezus had het woord van God andere betekenissen gekregen. Er waren zoveel leraars en schriftgeleerden, die naast de oorspronkelijke instructies van God bijkomende verklaringen en regels hadden opgeschreven, dat er verschillende stromingen in het Judaïsme waren ontstaan en de mensen niet meer wisten wat ze moesten geloven. Jezus kwam om het woord van God terug in goddelijke orde te plaatsen, omdat mensen God niet meer kenden of herkenden. In veel aspecten van hun leven waren zij de beloften van God vergeten.
We moeten ook niet vergeten dat toen Jezus zei dat Hij gekomen is om te vervullen, om het Woord te verduidelijken, er nog geen Nieuw Testament voorhanden was; Hij kwam om duidelijkheid en inzicht te brengen over het Oude Testament. Als de Gemeente het Oude Testament niet kent, hoe kunnen ze dan weten wat Jezus kwam te vervullen? Voor het overgrote deel is het Nieuwe Testament een uitleg van het Oude Testament. Veel mensen kunnen vandaag niet begrijpen wat er onderwezen wordt omdat ze geen kennis hebben van het Nieuwe Testament, laat staan van het Oude.
De volheid der heidenen
Net zoals het Woord in de dagen van Jezus nog niet vervuld was, zo is het dat nu ook nog niet; het is nog niet tot zijn volheid gekomen. In Romeinen 11:25 lezen we: “Want broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat”. Toen Israël in 1948 een natie werd en toen het joodse volk in 1967 Jeruzalem heroverde, zagen we het begin van de vervulling van dit schriftgedeelte. Joodse mensen keerden terug naar hun thuisland en de Messiaanse beweging kwam weer op. De apostel Paulus heeft het over een geheimenis waarover hij de heidenen niet onkundig wilde laten, omdat ook zij een rol te vervullen hebben in het herstel van Israël en het joodse volk en de terugkomst van de Messias.
De meeste verklaringen die ik gehoord heb aangaande de volheid van de heidenen hebben te maken met verlossing, maar dit schriftgedeelte heeft het over meer dan dit alleen. De niet-joden zullen de volheid binnengaan wanneer zij het Woord van God in zijn totaliteit zullen begrijpen, en dat zal gebeuren wanneer zij hun joodse wortels zullen gaan erkennen en herkennen.
Door de eeuwen heen heeft de Kerk allerlei vreemde gebruiken aan het oorspronkelijke geloof toegevoegd, waardoor het christendom iets totaal anders is geworden dan wat het oorspronkelijk was. Dat heeft het joodse volk afgetrokken van de kennis van hun joodse Messias, immers zij zien niet langer meer een joodse Jezus in de Kerk van vandaag. Als de Kerk zijn joodse wortels terug gaat omarmen, zal dit ertoe bijdragen dat de verharding, die gedeeltelijk over Israël en het joodse volk gekomen is, zal verdwijnen en dat zal op zijn beurt weer plaatsmaken voor de terugkomst van de Heer.
Geen nieuwe religie
Onze Messias, Jezus, is niet gekomen om een nieuwe religie te stichten. Hij kwam om een juist begrip te brengen van het Woord van God en ons te leren hoe we dienovereenkomstig moeten handelen. Hij kwam niet om de Tora (instructies) af te schaffen. Oorspronkelijk was er geen sprake van een Oud Testament, het stond bekend en is ook vandaag in de joodse synagogen bekend onder de naam Tenach (de Schriften). De Tenach bestaat uit de Tora (de eerste vijf boeken van Mozes), de Newi’iem (Profeten) en de Ketoewiem (de Geschriften).
Voor joodse mensen is de Tenach niet alleen een wetboek of geschiedenisboek, maar een boek des levens. Zoals er staat in Psalm 119 vers 165: “zij die uw wet (instructies) liefhebben hebben grote vrede”. Als je het woord ‘oud’ voor testament zet dan lijkt het alsof het iets is wat we niet meer nodig hebben en jammer genoeg denkt het overgrote deel van de Kerk dat we het niet meer nodig hebben, of interpreteert het verkeerd. Het zou goed zijn moesten we er eens bij stilstaan hoe het geweest zou zijn als al onze bijbelvertalingen de oorspronkelijke betekenis van de woorden hadden genomen. Woorden als Tora in plaats van wet, Yeshua in plaats van Jezus, Miriam in plaats van Maria, Ya’akov in plaats van Jakobus, Yochanan in plaats van Johannes, Sha’ul in plaats van Paulus. Hoe zou het geweest zijn als het gehele Nieuwe Testament met de oorspronkelijke taalbetekenissen geschreven zou zijn? Zouden we een ander boek hebben gehad, een joods boek? Zouden we een joodse Jezus zien of een christelijke Jezus?
Romeinen 3:1-2 zegt: “Wat is dan het voorrecht van de Jood, of wat is het nut van de besnijdenis? Velerlei in elk opzicht. In de eerste plaats toch dit, dat hun de woorden Gods zijn toevertrouwd.” De Amplified Bible gebruikt het woord oracles in plaats van woorden. Het woordenboek Vine definieert oracles (woorden) als alle uitingen van God die door de schrijvers van het Oude Testament zijn opgeschreven. Ook lezen we in Romeinen 3 dat we enkel en alleen door geloof in het vergoten bloed van de Messias gerechtvaardigd zijn; niet door de wet (de instructies van de Tora). Door deze schriftgedeelten denken veel mensen dat ze de wet (Tora) naast zich neer kunnen leggen; maar Romeinen 3:31 zegt nadrukkelijk: “Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet.”
De joodse identiteit
In Maleachi 4:5-6 lezen, we dat voor de terugkeer van de Heer de profeet Elia gezonden wordt en dat hij het hart van de vaderen zal terugvoeren tot de kinderen en het hart van de kinderen naar de vaderen. Hiervan ben ik persoonlijk een tijd geleden getuige geweest. Dit is een profetisch teken van iets veel groters dat gaande is in de Gemeente. In Matteus 17:11 zegt Jezus: “Elia zal wel komen en alles herstellen”. De geest van Elia beweegt zich in het Lichaam van de Messias om ons te leren over onze joodse wortels.
De meeste van de helden die we Vaders van het christelijke geloof noemen zijn joodse mensen: Abraham, Isaak, Jakob, David, Elia en Mozes. En dan is daar onze Messias Yeshua. Hij werd in een joods gezin geboren, vierde alle joodse feesten, aanbad in de synagoge, droeg een talliet (gebedsmantel), las publiekelijk voor uit de Tora, de Profeten en de Geschriften en predikte over de God van Abraham, Isaak en Jakob. Als we Jezus echt willen begrijpen, dan zullen we Zijn joodse wortels moeten begrijpen.
Heel vaak in het leven moeten we terugkijken om te weten waar we naartoe gaan, dat betekent niet dat we achteruit gaan. Je kan het vergelijken met in een roeiboot zitten, je roeit met de spanen en gaat vooruit maar je kijkt naar wat achter je ligt. De waarheid is dat het christendom diep geworteld is in het joodse leven, geloof en erfenis; en het is voorbestemd om een gezamenlijke toekomst te delen.
De samenzwering van satan om de Kerk af te houden van een relatie met het joodse volk, heeft de Kerk eeuwenlang ervan weerhouden deel te hebben aan “de saprijke wortel van de olijf” (Romeinen 11:17). De Kerk begon er totaal anders uit te zien en zich anders te gedragen dan de eerste gelovigen, die allen joods waren, en dat had tot gevolg dat de relatie met het joodse volk verslechterde. De Kerk maakte het voor Joden onmogelijk om tegelijkertijd in de Messias Yeshua te geloven en hun joodse identiteit te behouden. Daarom is het ook zo moeilijk om joodse mensen te bereiken, immers zij kunnen het ‘joodse’ evangelie van hun eigen Messias niet meer zien of horen.
De Kerk zal Romeinen 11:11, waar staat dat zij de joden tot naijver zullen opwekken, in vervulling doen gaan als de christenen opnieuw het joodse van hun geloof gaan erkennen. Dat zal de Jood ertoe brengen de Schriften voor zichzelf te gaan onderzoeken om te zien of Yeshua werkelijk de Messias is. Volgens Handelingen 3:21 moesten de hemelen de Messias Yeshua opnemen en bij zich houden tot de tijden van wederoprichting van alle dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten van oudsher. Er zijn veel dingen die hersteld moeten worden en één daarvan is de noodzaak voor de Kerk om opnieuw zijn joodse wortels te omarmen.
Het joodse vastgrijpen
“Zo zegt de Here der heerscharen: In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van een Judeese man en zeggen: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat God met u is.” (Zacharias 8:3) Het woord ‘vastgrijpen’ betekent in het hebreeuws ‘verbonden zijn aan, ondersteunen, vastgebonden zijn, bewaren’, en het woord slip betekent ‘hoek of uiteinde van een kledingstuk, een kant of loshangend stuk’.
In het judaïsme is het bekend en het was een opdracht door God gegeven in Numeri 15:15-37, dat de Israëlieten aan de vier hoeken van hun klederen gedenkkwasten moesten maken (tsietsiet). Dit was en is een teken van de trouw van het joodse volk aan God. De gedenkkwasten vertegenwoordigen de 613 geboden van de Tora (instructies) van God en zijn een voortdurende herinnering om gehoorzaam te zijn aan al Zijn geboden. In het schriftgedeelte van Zacharias zien we dat tien heidenen één joodse man zullen vastgrijpen en zich zullen vastbinden aan de joodse wortels en wegen. Net zoals Ruth tot Naomi zei: “waar gij zult heengaan zal ik heengaan, en waar gij zult vernachten zal ik vernachten: uw volk is mijn volk en uw God is mijn God”. De Geest van God verlangt ernaar dat de Kerk zich in verbinding gaat stellen met haar joodse wortels.
Bronnen
- Jewish Roots’ van Dan Juster
- ‘One New Man’ van Reuven Doron,
- de werken van Josephus,
- ‘Jewish New Testament Commentary’ van David H. Stern
Pagina 3 / 3 [ 1 2 3 ] [ Vorige | Volgende ] |