Welkom gast Zoeken | Registreer als gebruiker | Inloggen  
http://www.inchristus.nl
Home  |  Verslagen  |  Artikelen  |  Gastenboek  |  ACI Gids  |  Bijbel  |  FAQ  |  Overige
Leden online
 23 gasten
Laatste artikelen
Klein maar fijn
Een betrouwbaar woord houdt altijd stand, een leugen slechts voor korte tijd.
-- de Bijbel --
Gods Hand in mijn leven
Auteur:Yvon
Geplaatst op:28-09-2006
Gelezen:8168 keer

Ik wil hier getuigen van Gods werk die Hij in mij zichtbaar maakt. Thuis heb ik een boekenlegger met de tekst: God geve mij gemoedsrust om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen, moed om te veranderen wat ik kan veranderen en wijsheid om het verschil te weten. Deze woorden zijn geen 'loze woorden' meer, ze leven nu!

[ 1    ]
[ Vorige | Volgende ]

Pagina 1 / 1

Gods Hand in mijn leven

Voorgaande jaren
Als kind was ik altijd al een drukte maker. Ik groeide op in een Christelijk gezin en ik heb een fijne jeugd gehad. Ik leerde God kennen door mijn ouders, door school en door de kerk. Op school hoorde ik nooit echt bij de groep. Ik trok veel op met mensen die ‘er niet bij hoorden’. Ik probeerde er te zijn voor hen, en liefde te geven aan hen die het zo nodig hadden voor mijn gevoel. Toch voelde ik mij daarin eenzaam.

Ik wilde zelf ook geliefd zijn, gewoon een arm om me heen of iemand die van me hield zoals ik was. Mensen om me heen kregen vriendjes maar ik had daar nog geen belang bij. De liefde die ik verlangde, kreeg ik uiteindelijk. Ik vertelde een goede vriendin dat ik misbruikt was (zonder, gelukkig, ooit namen te hebben genoemd) en ik kreeg aandacht en een arm om me heen waar ik zo naar verlangde,. Maar ik voelde me zo schuldig, en toch kon ik er niet mee stoppen. In de jaren die daarop volgden breidde het verhaal zich uit. Steeds meer vrienden ‘hielden van mij’. Later begreep ik dat het niet uit liefde was maar uit medelijden.

Mijn MBO opleiding volgde ik op een niet-christelijke school. Het verbaasde mij hoe open ik daar over mijn geloof kon praten, zonder als heilig boontje uitgemaakt te worden. Mensen waren geïnteresseerd, dat was ik totaal niet gewend.

Mijn worsteling in mijn ‘anders zijn’
Rond mijn 16e jaar besefte ik dat mijn voorkeur uit ging naar vrouwen. Ik schaamde mij daarvoor, en had het voorzichtig thuis wel eens laten vallen. Maar dat was volgens mijn ouders ´normaal´ op die leeftijd en zou zeker wel weer overgaan. Daar legde ik mij bij neer.
Tijdens mijn derde schooljaar van het MBO ging ik stage lopen. Ik werd daar smoorverliefd op een vrouw. Ondanks dat fijne gevoel, was er aan de andere kant het misselijk makende gevoel dat ik niet zo kon zijn. De Bijbel sprak dit immers tegen. Ik zocht God wel, maar had enorme strijd met mezelf tegenover God.

Er gebeurden die tijd ook veel dingen tegelijk. Mijn geloofsleven nam een belangrijke plaats in, maar ik kon veel dingen niet meer rijmen. Ik bad God dat Hij het zou veranderen, maar er gebeurde niets. Ik zocht naar de antwoorden die ik zo graag wilde horen, maar ik las ze niet in de Bijbel. Hoe kon ik nu als kind van God leven als ik zulke gevoelens had? Was ik zo gemaakt? Wat moest ik nu?

Langzaam werd ik meegenomen met het levensmotto van anderen: “Wees lekker jezelf, je kan het toch niet veranderen, geniet van het leven”. Op zich beviel me dat wel, maar het was enorm dubbel. Ik begon te roken, want ik was liever lichamelijk misselijk dan geestelijk. Na ongeveer twee jaar begon ik langzaam mijn rust terug te vinden. Ik vond niet de antwoorden die ik zocht, maar wel de rust dat ik het bij God mocht leggen. Ik en mijn omgeving begonnen te accepteren dat ik ´zo was’. Ik schaamde me er ook niet meer voor, dit ben ik, Yvon.
Die tijd leerde ik twee christelijke vrouwen kennen die zeiden een relatie te hebben zonder praxis. Dat leek mij ook dé ideale tussenweg.. Maar toch het wereldje van gesjans onder andere ‘ lesbische meiden’.. nee.. ik zou niet weten hoe ik hiermee moest leven en tóch vrede hebben met mezelf en met God

ACI als medeverantwoordelijke in mijn geloofsgroei
Ongeveer een jaar later kwam ik (na een tip van Eduard zijn moeder) terecht op ACI waar ik al snel een verslag over homoseksualiteit vondt. Inmiddels had ik me net redelijk neergelegd bij het feit dat ik zo was. Zo had God mij geschapen, en waarom zou ik niet mogen zijn zoals ik ben, gewoon monogaam, daarin deed ik toch niemand pijn? Dit verslag liet mij iets anders lezen. Er werd in beschreven dat dit niet in overeenstemming was met Gods woord, en werd aan de hand van de Bijbel toegelicht. Ik begon er bijna een hekel aan te krijgen, de woorden uit de bijbel. Ze sneden me door mn hart, het deed soms letterlijk enorm veel pijn, omdat ik het niet wilde maar toch was.

Ik had daarom een reactie achter gelaten omdat het pijnlijk was te lezen en het balletje begon te rollen. Ik las meer en raakte met andere mensen in contact. Ik kon er een stuk van mijn geloof delen. Als snel raakte ik bevriend met Eduard, de beheerder van de site. Ik zag hem in de tijd sterker worden in het geloof, en ik zie nog steeds de vruchten groeien waaraan dit geloof te herkennen is. Daaruit weet ik dat het een man naar Gods hart is, en dank ik God dat ik hem mag kennen, waardoor ik meer leer van de Bijbel en van God. Niet zozeer in kennis, maar in een levende relatie met God zelf door Jezus Christus

Ook het onderwerp doop kwam aan bod. Ik was als kind gedoopt en dit legde ik mede uit aan de hand van de formulieren van de gereformeerde leer. In discussie met haar raakte ik in verwarring omdat ik verschillende dingen niet terug kon vinden in de Bijbel, die wel in het doopformulier stonden. Maar ik liet het er bij, de theologen die deze formulieren hadden geschreven zouden het wel weten toch? Tot een tijd later de vraag opnieuw bij mij op kwam, dit keer door iemand anders. Ik zocht verder, las verder, en praatte verder met andere mensen, want ik wilde de waarheid weten. Op momenten dat ik langzaam maar zeker overtuigd raakte van wat er niet klopte, draaide ik er weer in vast. Ik legde het aan de kant, bang voor wat komen zou, en daar had ik geen zin in.

De wil om God te volgen
Nadat ik op mn 23e een eigen huisje had kunnen kopen en eenmaal een beetje geïnstalleerd, was begon het me allemaal te veel te worden. Ik was erg moe, liep met veel dingen vast, en stond te wankelen op het punt van overspannenheid. Ook in die tijd was Eduard er voor me. Hij had veel geduld met mij, heel veel geduld. Mede door hem leerde ik God weer te zoeken. Ik leerde een levende relatie met Hem aan te gaan, door niet alleen bepaalde dingen met Hem te delen, maar mijn hele leven. De wil groeide in mij dat ik Hem wilde volgen en mijn leven aan Hem wou geven. Ik bad met heel mijn hart tot God, dat alles verbroken zou worden wat tussen God en mij in stond.

Een zeer korte tijd later, raakte in contact met een jonge vrouw. Zij had een soort gelijke leugen met zich mee gedragen als ik, maar had het verbroken door de waarheid te vertellen. Het leek alsof zij ‘zomaar uit het niets’ op mijn weg was geplaatst, maar het was God, die haar op die plek had gezet. Ik wist namelijk diep van binnen heel goed dat deze leugen (waar ik in het begin over vertelde) van mij nog in de weg stond in mijn relatie met God. Want ondanks dat God mij vergeven had, bezette Gods tegenstander nog dat stukje grond van mijn leven. Immers, nog niet iedereen wist de waarheid, waardoor ik telkens nog met die leugen geconfronteerd kon worden. Het was dus nog niet weg. Enkele mensen had ik de waarheid verteld, maar veel nog niet. Als het aan mij lag zouden ze het ook nooit te weten komen. Het was mijn trots, mijn schaamte en mijn angst, die als leugen over mijn leven heerste. Zo lang ik in deze leugen (trots, angst en schaamte) zou blijven geloven zou ik het niet kunnen. Ik zag het al helemaal voor me, hoe mijn leven door de waarheid vernietigd zou worden!
Als God toen niet de waarheid tegenover die gedachte had gezet, was ik nu nog geen stap verder geweest.

De leugen door de waarheid verbroken
In die periode had ik een verslag, genaamd: ‘Bezit het land’ nog weer eens gelezen. Hier las ik een stuk over ons ‘grondgebied’ terugwinnen. Dat we met bepaalde dingen niet een passieve houding moeten hebben (“Als het moet gebeuren, zal het wel gebeuren”). Iets wat ik vaak dacht. “Als ik de waarheid moet vertellen zal het wel gebeuren”. Diep van binnen wist ik het wel. In de Bijbel las ik dat de waarheid vrij maakte. Maar dit was zo tegenstrijdig met mijn gevoel. Toch vroeg God mij, de stap te nemen.

Als snel leerde ik ook vrienden van haar kennen, en niet veel later kwamen we allemaal samen. Het weekend dat ik daar beleefd heb had ik nog nooit eerder mee gemaakt. (Later wel, naarmate je meer mensen leert kennen met een levend geloof, dat zijn kostbare tijden samen in eenheid) Het was er heel gemoedelijk, er werd af en toe wat gezongen met uit de opwekkingsbundel, en er werden hele fijne opbouwende gesprekken gevoerd. Ik praatte met hen over de dingen waar ik mee zat en niet verder kon doordat de leugen over misbruik nog in de weg stond. De wil was er om het te veranderen, ik kón het alleen niet.

Er werd met een aantal mensen voor mij gebeden. Ondanks dat ik dit niet gewend was voelde het heel vertrouwd. Na het gebed, waarin ze God vroegen mij kracht te geven, nu ik de wil had voor Hem te leven en de leugen van misbruik te doorbreken, vertelde 1 van de mensen mij dat ik in drie dagen tijd wat zou gaan missen. Na 2 dagen dacht ik niet meer echt aan deze woorden, hoe zou zij dat immers moeten weten? Toen ik na de derde dag het ‘ineens’ op mijn hart kreeg om de desbetreffende personen de waarheid te vertellen, herinnerde ik haar woorden weer. Ik miste iets, namelijk ‘mijn angst’. God had het weggenomen en mij kracht gegeven om naar Zijn wil te handelen. God voorziet altijd, ook als we onszelf in de nesten hebben gewerkt. Daardoor leer ik steeds meer van Zijn liefde (voor mij) kennen, zonder dat werkelijk uit te kunnen leggen..

Ik was vrij, iets wat ik door mijn eigen schuld 10 jaar lang mee had gedragen was van mij afgenomen, en ik kan niet goed beschrijven hoe vrij ik mij geestelijk voelde. Er viel een enorme blokkade weg. Ik kon anderen weer eerlijk in de ogen aan kijken.

Het huis door God gereinigd
Het eerste jaar dat ik in mn huisje woonde, voelde ik mij soms niet op mijn gemak. Alsof ik niet alleen was.. Ja het huis had een jaar leeg gestaan, maar goed..Tot ik op een avond in de kamer zat en ik een soort van koude wind langs voelde gaan, terwijl ik geen raam open had of niets.. Ik werd angstig want ik kreeg weer dat sterke gevoel dat er gekeken werd. Ik begon hardop te bidden tot God dat alles wat niet in dit huis hoorde en niet van God kwam zou verdwijnen in Jezus' Naam. Toen ik “Jezus' naam” sprak hoorde ik zomaar wat vallen! Toch schrok ik niet. Ik voelde me rustig worden op dat moment. Maar toen ik ging zoeken wat er was gevallen vond ik het niet.

Ik vertelde het verhaal aan Eduard, die dat weekend langs zou komen. We hebben samen naar dat weekend toe gebeden dat God bekend zou maken als er dingen niet in orde waren. En het was niet toevallig dat ik de dag, voordat hij zou komen, te horen kreeg ik dat weekend over moest werken (wat zelden tot nooit voorkomt). Ik belde Eduard dat hij niet kon komen omdat ik moest werken, hoe erg ik er ook van baalde. Hij vertelde mij dat hij zou komen, hoe dan ook, en ging bidden om een wonder dat ik wel vrij zou zijn. Ik lachte erom, en legde hem uit dat dat niet kon, maar hij vertrouwde erop en hing op. Ik vond geen andere oplossing dan overwerken. Tot ik ineens een helder moment kreeg en een collega belde of ze zondags voor mij wou werken. Zodat ik alleen zaterdag morgen weg zou zijn. Dat wou ze wel. Ik belde Eduard direct om het goede nieuws te vertellen, en hij antwoordde: “net lachte je nog om het idee”. Ik besefte me dat ik enorm had getwijfeld aan Gods mogelijkheden en waardeerde des te meer het vertrouwen dat Eduard in God had.

Dat weekend verhoorde God ons gebed en opende de ogen van Eduard voor datgene wat hij moest zien in mijn huis. Nadat we zaterdag avond samen hebben gebeden (meerdere mensen met ons), hebben we het huis aan God opgedragen. We hebben verschillende dingen met onze zintuigen gemerkt, maar toch was er geen angst, want het was God die werkte, niet wij. Toen Eduard bad dat God het heilig Vuur wou laten neerdalen om de kamer te reinigen, rook ik een branderige lucht, Eduard keek me ongelovige aan maar rook het toen zelf ook. God liet ons merken dat Hij er was met Zijn vuur! Ondanks dat mijn keel op een gegeven moment dicht geknepen werd, wij een vreemde ammoniaklucht roken en een poging gedaan werd om Eduard aan te vallen, stonden we sterk in Hem.
Toen God het huis gereinigd had en er een rust hing, gingen we ‘s morgens slapen. In mijn slaapkamer rook ik een frisse bloemengeur, alsof mijn dekbed pas uit de wasmachine kwam (wat niet het geval was). God was er, en vulde het huis met Zijn Geest. Hem behoort alles toe wat ik heb. Het ging niet zonder tegenwerking, maar Gods kracht was overweldigend. De nacht was een soort getuigenis van God dat Hij er voor de volle 100% was.

Toch vind ik het vreemd om te vertellen, maar waarom zou ik zwijgen.. God is goed en groot! Almachtig! Dank U Heer!

God droeg mij in mijn besluit
Ik lag nog steeds in de knoop met de doop, en op de momenten dat ik langzaam overtuigd werd van wat de Bijbel hier over leert en alles daarom heen, legde ik het aan de kant, bang voor eventuele veranderingen met verstrekkende gevolgen. Het zou wel kloppen met al die verbonden, welke wel en niet meer golden, wat de betekenis ervan was en wat de formulieren erover schreven. Hoe ik uiteindelijk tot de beslissing ben gekomen om mij te laten dopen, als zichtbaar teken dat ik mijn leven aan God heb gegeven, kun je hier onder lezen.

Mijn doop
Ik ben het grondiger gaan onderzoeken, ik wilde leren wat God met de doop bedoelt
Hoe meer ik er over nadacht en las, hoe meer ik twijfelde. Ik las de doopformulieren van begin tot eind, en weer terug, legde de verwezen Bijbelpassages ernaast, en liep zo alles door. Hoe meer ik in de Bijbel las, hoe meer mijn, inmiddels vertrouwde, overtuiging begon te wankelen. Conclusies uit de kerkleer kwamen niet overeen met wat de Bijbel schreef. Ik kon ze gewoonweg niet vinden, of het waren stukjes uit een regel, waarbij het onderwerp heel iets anders was. Ik zocht naar de achtergrond van deze overtuiging om deze te bevestigen aan de hand van de Bijbel. Ik praatte er veel met medechristenen over, bad veel, en leerde alles te toetsen aan de Bijbel.

Al snel raakte ik overtuigd van het feit dat de doop niet door besprenkeling plaats vind maar door dopen / onderdompelen. Daarnaast is dit ook een daadwerkelijk teken van datgene waar het omgaat: ‘Wij zijn dan met Hem ‘begraven’ door de doop in de dood (Romeinen 6:4).

Begraven = ‘Onder in de aarde bergen’.
Als een stoffelijk overschot wordt begraven gooien we niet een handjevol zand/modder op de dode, maar ‘begraven’ we hem ‘in’ de aarde. Zo is het ook met de doop, dit is een geestelijk begraven. Wij gaan ‘onder’ = begraven, en staan vervolgens op in een nieuw leven met, door en voor Christus, omdat ons leven/wil is gestorven in Hem.

Toch bleef ik twijfelen omdat dit alleen te maken had met de uiterlijke kant. Het teken van iets op het geestelijk vlak, als dit het enige zou zijn, en de doop die ik als baby ontvangen had de doop zou zijn die de bijbel beschrijft, had ik mij misschien wel bij deze on-Bijbelse ‘toepassing’ neergelegd.

Ondanks dat mij altijd geleerd was dat de doop in plaats van de besnijdenis was gekomen, kon ik het nooit helemaal rijmen omdat ik het gewoonweg niet kon vinden, alleen de jongetjes zouden dan gedoopt moeten worden. Het verbond dat met Abraham werd gesloten is door Christus’ offer vervuld opdat er geen bloed meer zou vloeien. Hij zegt immers bij het avondmaal: ‘Deze beker is ‘het nieuwe verbond’ in Mijn bloed. Ik begon te zien dat de doop helemaal niks met de besnijdenis te maken had, want hoe kon een kind een oud leven achter zich laten. Nee het was de manier om te delen met Gods kinderen, door met Christus te sterven, om zo door Hem te leven, naar de wil van de Vader.

Ondanks al deze overtuigingen bleef ik mij - toch nog- afvragen of ik me moest laten dopen op de enige manier die de Bijbel ons leert. (God had geduld met mij).
Ik had immers een christelijke opvoeding gehad, en was met Hem groot geworden. Tot het moment dat mijn oog viel op de geschiedenis van het leven van de Here Jezus hier op aarde. Ook Hij was opgevoed binnen een christelijk gezin en in de tempel. Dat maakte dat ik al mijn twijfel hierin aan God heb gegeven.
Ik wilde wel maar ik was er niet van overtuigd of God het werkelijk van mij vroeg, want ik was gebonden aan menselijke inzettingen. Ik heb God gebeden en gesmeekt of Hij mijn hart zou vervullen met datgene wat Hij van mij vroeg, al zou het me alles kosten. Aan Hem wilde ik mijn leven geven, aan Hem alleen.

Toen begon ik iets merkwaardigs te zien. Elke keer werd/wordt tijdens de doop van een baby in de kerk een formulier voorgelezen. Hierin wordt verteld dat ook de kinderen gedoopt moeten worden. En dan volgde er een stukje uit de bijbel nl:
Voor u is de belofte en voor uw kinderen, en voor allen die verre zijn, zoveel als de Here onze God ertoe roepen zal. (Handelingen 2:39)
Een belofte die zou gelden voor ons en onze kinderen. Dat was de reden waarom baby’s werden gedoopt..

Maar de werkelijke belofte waar het hier over gaat staat 1 vers eerder (Handelingen 2:38): Bekeert u!
En een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Dit is geen passieve houding (laat staan van een baby), integendeel: Bekeer u, keer u af van uw eigen denken en uw eigen goeddoen, ja van jezelf door je over te geven. En laat dat ook zien door u te laten dopen, dat u met Christus gestorven bent (Romeinen 6), zodat uw zonden worden gegeven. Dit vers laat zien dat dit onze opdracht is. En daarin belooft God ons iets wonderlijks, namelijk de gave van de Heilige Geest. Zijn Geest die in ons komen wil, die ons de wegwijst naar de wil van God, ja de diepten van Godzelf zegt de Bijbel, waardoor wij Zijn wil kunnen doen. Dat is de belofte waar vers 39 over spreekt. Zo werd het voor mij steeds duidelijk dat ik altijd iets had gemist. Namelijk een sterven aan mijzelf. (dat probeert Jezus Nicodemus ook uit te leggen in Johannes 3), maar ik had dat nooit begrepen.

Een aantal dagen was mijn hart vol met de zekerheid: ik wil gedoopt worden. Mijn hart stroomde letterlijk over. Mijn angst was weg. God vroeg het van mij. Een aantal dagen later heb ik mij laten dopen. Gewoon buiten, in het samenzijn van 4 man, en bovenal God. Het was de mooiste dag in mijn leven, hoe simpel het misschien ook leek..

Mijn leven in Christus verborgen
Nu (eind van 2006) heb ik nog geen seconde spijt gehad. Het is de juiste weg die de Bijbel beschrijft en God aan mij heel persoonlijk duidelijk heeft gemaakt. Mijn doop was mijn begrafenis (mijn oude leven is dood, zie Efeziers 21:10). Ook betekende de doop een geestelijke ontbintenis met de leer van de kerk, die de ‘dwaling van deze geloofsdoop’ verwerpt (Art 34 NGB). Hieruit zal de schriftelijk ontbintenis volgen, want ik kies voor Hem, en Zijn wil en waarheid, en alleen daarin en daardoor wil ik leven

Kollossenzen 2:20 en Galaten 5:1 laten mij zien welke vrijheid wij door het geloof in Christus mogen hebben. Wij zijn immers niet meer van de wereld! Maar we leven samen met Hem in een nieuw leven Zijn wil wordt in ons hart geschreven, nu wij opgestaan zijn met Hem. Daardoor leven we zoals de Bijbel het omschrijft: ‘vanuit de Geest’.

Want alléén daardoor zijn we werkelijk vrij en zijn wij een nieuwe schepping geworden(!).
2 Corinthiërs 5:17 schrijft: “Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen”.

De vier jaren die volgden
De afgelopen jaren heb ik heel veel mogen leren. Heel erg veel dingen vielen op hun plaats. Dingen die ik voorheen niet kon begrijpen, werden allemaal kraakhelder. De Bijbel werd een verslindend boek, en ik leerde God beter kennen. Er groeide een relatie met Hem. Toen pas begreep ik ook voor het eerst dat ik van een religie over was gegaan naar een relatie. Ik leerde Zijn liefde kennen. Die liefde die de wereld niet kent. Een volmaakte liefde. Waarin vertrouwen en geloof ligt. Ik mocht/mag leren met Hem te leven, alles te delen wat er in mn hart was.

En of ik moeilijke tijden heb gehad.. ja soms wel. Maar tegelijkertijd was er die vrede en de rust dat ik Hem kon vertrouwen. De woorden van de psalm: voor hen die het heil des Heren wachten, zijn bergen vlak en zeeen droog! werden een getuigenis van mn leven! Zo was het inderdaad! We moeten geen grenzen stellen aan Zijn kunnen, en naarmate we Hem meer leren vertrouwen (Hij doet nooit beschaamd staan!) zullen we steeds meer in die vrede delen. Hij heeft alles in de hand, en in Hem is mijn leven geborgen.

Ik had nog wel dingen waar ik verandering ik verlangde oa mn gevoelens, maar toch vond ik het helemaal niet meer zo belangrijk, mijn focus was heel anders komen te liggen. Ik had iets gevonden wat alle andere dingen in de schaduw zette. Ja zelfs de gevoelens die ik had voor vrouwen. Ik kon er wel mee leven, want ik werd door God zelf voorzien in de liefde die ik nodig had. Sterker nog ik zag het echt als een zegen dat ik niet van mannen kon houden, want zo had God al mijn aandacht. Daarnaast werd ik zeer goed bevriend met Eduard, maar eerst nog niet meer dan dat.

Toch kwam het moment dat God mij vroeg het kwetsbaarste en kostbaarste stukje van mijn leven aan Hem te geven. Simpelweg om los te laten. Oh wat was dat moeilijk, want eigenlijk wilde ik het niet kwijt. Ookal zat het me in de weg, het hoorde bij mij. Ik was bang mijzelf kwijt te raken als ik dat los zou laten. En stel je voor dat God mijn gevoel zou veranderen, daar zat ik helemaal niet op te wachten. Hoe ik daartoe uiteindelijk ben gekomen is te lezen in een verslag welke ik toendertijd heb geschreven: Mijn leven ligt in Hem, ook mijn geaardheid.

Sinds die tijd dat ik ook dát stuk van mijn leven aan God mocht geven, is er heel erg veel veranderd. Ik groeide in geloof, wij (Eduard en ik) leerden mensen kennen die ook het levend geloof in Christus hadden gevonden, en hadden/hebben dagen erbij waarin we wel voor eeuwig willen blijven, dan is God zo dichtbij. En klopt alles, zonder dat 1 van de mensen iets doet zoals het christelijk gezien ‘hoort’. Gods Geest doet wonderlijke dingen.

Ik heb mensen tot het geloof zien komen, ik heb mensen zien genezen waarvan God zei dat ze zouden genezen, ik heb waarschuwingen van God gezien, ik heb Zijn verdriet gevoeld voor anderen maar ook Zijn liefde. Het is wonderlijk wat Gods geest teweeg brengt. Daarnaast zag ik Eduard groeien in een zeer vast vertrouwen in God, en mocht ik daarin met hem mee groeien.
Wij vonden elkaar bij God.
En wat ik nooit had verwacht gebeurde. God veranderde langzaamaan iets in mij. Ik voelde mij geborgen en geliefd, en wonderbaarlijk begon ik heel veel van de man te houden die God naast mij had gezet. (al vond ik het in het begin heel eng, en werd ik overspoeld door twijfel en angst). Maar ik mocht erdoorheen wandelen met God, en Hij gaf de tijd.. Hij leidde alles op het juiste tempo. Voorzichtig aan noemden we het een relatie, omdat we allebei ervan overtuigd waren dat God dat zo had geleidt, en uiteindelijk heeft God ons vorig jaar gezegend met een huwelijk. Met als thema: wat bij de mens onmogelijk is, is mogelijk bij God. En wij waren het levend bewijs!!

Nu 2010 zijn we saampjes met God in een klein dorpje in het noorden van Nederland. En we weten dat God bezig is om Zijn waarheid hier te laten zien. En misschien gaat het niet zo snel als dat we graag zouden willen en gaat het heel anders als wij in gedachten, het gaat op juiste tempo en precies goed, want het is God die dit alles bewerkt, niet wij mensen.

Het is en blijft wonderlijk, maar soms ook moeilijk.
Wonderlijk om te zien hoe muren doorbroken worden (ook bij anderen) en ik telkens weer nieuwe dingen mag leren uit zijn Woord. Maar bovenal te zijn in Zijn aanwezigheid, waarin woorden te kort schieten en geen pen kan beschrijven hoe dat is. Maar als ik dan psalm 84 weer herinner die ik vaak zong, dan begrijp ik toch beter wat de schrijver moet hebben bedoeld met: Eén dag is in uw huis mij meer, dan duizend zonder U Heer. Ik wil nog liever bij uw woning, alleen maar aan de drempel staan, dan bij de bozen binnen gaan (vers 5) of vers 2: laat mij bij U zo thuis zijn Heer, want daar is vrede, ik begeer bij U te zijn, mijn God en Koning (berijmde vertaling).

Maar soms is het ook moeilijk omdat je het soms echt niet uit kan leggen, hoe graag je ook wil. Toch zeggen de gelijkenissen van het koninkrijk der hemelen genoeg. Als je het eenmaal hebt gevonden is er een grote vreugde, en wil je alles wel achter je laten, om wat je hebt mogen vinden.

Oh ik heb nog zeker veel te leren, maar ik weet dat ik enkel en alleen op Hem gefocust moet zijn, en de rest vanzelf gaat. Zoals een slaaf gefocust is op haar heer. Wanneer hij haar roept zij gereed staat tot zijn dienst, zo wil ik leven gefocust op God. Hij is te vertrouwen, in Hem is meer dan een mens kan bedenken. Mijn leven is samen met die van Eduard, verborgen in Zijn hand.

Een betere plek is er niet!

Pagina 1 / 1

[ 1    ]
[ Vorige | Volgende ]

(c) 1997 - 2017 Algemeen Christelijke Informatie
Niets van deze website mag worden gekopieerd zonder voorafgaande toestemming van ACI.