| Auteur | : | André |
| Geplaatst op | : | 21-04-2004 |
| Gelezen | : | 2561 keer |
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 ]
[ Vorige | Volgende ]
Angst en vertrouwen
Een mens lijdt het meest, door het lijden dat hij vreest. Dit is een waar woord. Angst kan veel (vaak onnodige) schade aanrichten Zodat waar wordt, dat de mens meer stress krijgt door de angst van tevoren dan door de gebeurtenis zelf. Als die gebeurtenis er al komt. Want heel vaak is die angst ook ongegrond.[ 1 2 3 4 5 6 7 8 ]
[ Vorige | Volgende ]
Verstoppertje spelen
Een mens lijdt het meest, door het lijden dat hij vreest.Dit is een waar woord. Angst kan veel (vaak onnodige) schade aanrichten Zodat waar wordt, dat de mens meer stress krijgt door de angst van tevoren dan door de gebeurtenis zelf. Als die gebeurtenis er al komt. Want heel vaak is die angst ook ongegrond.
In ieder geval kan angst veel schade aanrichten.
- Angst is vaak genoeg een gevolg van (geestelijke) mishandeling. Geestelijke mishandeling is nog kwalijker dan lichamelijke mishandeling. Omdat bij geestelijke mishandeling de angst zo sterk kan worden dat men geen controle meer over zichzelf heeft. Dit kan zover gaan dat mensen niet beter weten of het normaal is om angst te hebben.
- Door angst zoeken mensen vaak ‘troost’ en ‘bescherming’ bij verkeerde zaken. Zoals alcohol, drugs, teveel eten, teveel kopen. Maar ook zoeken wij bescherming bij mensen en instanties.
Angst hebben kan ook z’n voordelen hebben:
- Door angst hebben we besef van gevaar. Bijvoorbeeld in het verkeer.
- Door angst blijven we vaak bij verkeerde mensen en/ of ‘invloeden’ uit de buurt.
- Door angst zijn we oplettend en alert op bedreigingen.
- Door angst zijn we Godvrezend. We zijn bang om het in Zijn ogen niet goed te doen en niet Zijn wil te doen.
- Angst maakt dat we ons afhankelijker opstellen. Zolang dat naar God is, is dat goed.
Moeten we ons schamen voor angst?
Nee. Want angst hebben we allemaal. Als je angst hebt is dat altijd voor het kwaad, of de invloed van het kwaad. We moeten dan ook leren om die angst om te zetten in vertrouwen in God.
Is angst dan van de duivel?
Nee. Angst is een emotie. Maar het is wel een emotionele reactie op iets negatiefs, iets van het kwaad. Het kwaad is de oorzaak van angst.
Interessant is wel dat toen ik in de Bijbel passages over angst zocht, ik er achter kwam, dat die passages wel allemaal met de duisternis te maken hebben. Dit is ook logisch, omdat de aarde, door toedoen van de mens, onder de vloek staat. Hier ga ik in een latere preek over dit onderwerp dieper op in.
Is angst dan van God?
Nee. Van God hoeven we niet bang te zijn. Hij wil dat wij Hem vertrouwen, want Hij wil ons immers beschermen. En als Hij dat zegt, dat doet Hij dat ook. Want alles wat God zegt is waar.
Angst is een emotie, een reactie. Maar angst is niet zuiver. Want in het begin in de Hof van Eden, waren Adam (= mens, man) en Eva (mannin) niet bang. Waarom zouden ze ook. God Zelf was immers bij hen. En Hij had hen heerschappij gegeven over de aarde, alles in de natuur en over alle dieren!
Zij hielden van elkaar en zij hielden van God. Er was niets waarvoor zij angst zouden moeten hebben… Op één ding na; het kwaad. God had hen nog zo gewaarschuwd. God had tegen hen gezegd. Eet niet van die boom der kennis goed en kwaad, want gij zult voorzeker sterven.
Maar Eva werd verleidt door de slang en at toch de vrucht van de boom der kennis van goed en kwaad. En zij ging naar Adam en ook hij at van de vrucht.
Genesis 3 vers 7-11 “Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar, dat zij naakt waren. En zij hechtten vijgeboombladeren samen, en maakten zich schorten. En zij hoorden de stem van de Heere God, wandelende in den hof, aan den wind des daags. Toen verborg Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den Heere God, in het midden van het geboomte des hofs. En de Heere God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij? En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde, want ik ben naakt, Daarom verborg ik mij. En Hij zeide: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van dien boom gegeten, van welken Ik u gebood, dat gij daarvan niet eten zoudt?”
Genesis 3 vers 21 t/m 24: “En de Heere God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog ze hun aan. Toen zeide de Heere God: Ziet, de mens is geworden als Onzer een, kennende het goed en het kwaad! Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van den boom des levens, en ete, en leve in eeuwigheid. Zo verzond hem de Heere God uit den hof van Eden, om den aardbodem te bouwen, waaruit hij gekomen was. En Hij dreef den mens uit; en stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden, en een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om te bewaren den weg van den boom des levens”.
Vanaf dat moment schaamden mensen zich voor God en voor elkaar. Vanaf het moment van het eten van de vrucht, hadden de mensen kennis van het kwaad, en hierdoor kenden zij angst. Want angst is daar, waar het kwaad is. En daar waar angst is, is het kwaad aanwezig.
Als die angst nou Godvrezend was geweest, dan was het nog goed gekomen. Het zou er toe hebben kunnen leiden dat de mens tot inkeer was gekomen en zijn leven had gebeterd, gevoed door de angst voor de dood. Om zo, op z’n minst proberen te pleiten bij God of hij hem vergeven wou.
Maar door de vloek, leidde de angst tot iets anders. Angst is immers maar een emotie, een reactie.
En als reactie op de vloek keerden mensen zich niet naar God toe, maar keerden ze zich juist van Hem af.
Om vervolgens troost en bescherming te zoeken, daar waar zij het niet vinden zouden. En angst laat mensen juist vaak datgene doen, wat niet goed voor ze is. Denk maar aan panieksituaties.
Wij zijn niets beter dan Adam en Eva.
Waar zijn mensen eigenlijk het meeste bang voor? Mensen zijn bang voor elkaar en bang voor God. Mensen hebben de angst dat ze door anderen niet gewaardeerd worden of worden uitgelachen. Wij schamen ons voor elkaar net als Adam en Eva. Wij hebben angst om elkaar en om God ons zelf te tonen. Om ons ware ik te tonen, en om onze emoties te uiten. Want wij hebben angst, dat wij om onze emoties, uitgelachen zullen worden. Wij hebben angst voor het oordeel van de mensen. Daarom zetten wij maskers op. En doen ons anders voor dan wij werkelijk zijn. Daarom verschuilen wij ons achter allerlei statussymbolen zoals auto’s en dure huizen. Want wat zal de buurt anders wel niet denken. Wij besteden veel aandacht aan ons uiterlijk, uit angst om door anderen niet mooi gevonden te worden. Maar ware schoonheid zit van binnen!
Angst is ons leven zo gaan beheersen, dat wij angst hebben om onszelf teveel naakt, oftewel bloot te geven aan anderen. Hierdoor zouden anderen ons kunnen kwetsen. Daarom nemen mensen vooral maar niet teveel tijd voor elkaar, dat is wel zo veilig. En mensen hebben het met elkaar liever over nietszeggende onbelangrijke onderwerpen. Maar wanneer wij werkelijk naar onze mening gevraagd worden, schamen wij ons.
Allerlei zaken waar we werkelijk bang voor zouden moeten zijn zien we niet. Zoals eenzaamheid. Iedereen heeft het vaak te druk. Men gunt zichzelf geen tijd meer vrij te maken voor anderen. (vooral oudere mensen ervaren dit) Bovendien heeft men ineens haast, wanneer er emoties om de hoek komen. Dan vindt men het eigenlijk wel lekker om het te druk te hebben, want dan is er een mooi excuus om maar vooral niet te intiem met anderen te worden, waarbij je je persoonlijk bloot zou gaan geven.
En God dan?
Wij verstoppen ons voor God, net als Adam en Eva.
Door angst om onszelf bloot te geven, hebben wij een vluchtgedrag. Ook naar God toe. Dit vluchtgedrag maakt dat wij dingen, waar we het liever niet over hebben, uit angst voor fouten en uit angst voor een oordeel, verzwijgen. Uit vluchtgedrag gaan wij zaken ontlopen. Wij stellen dingen uit. Om er maar vooral niet mee geconfronteerd te hoeven worden. Eigenlijk stellen mensen zo ook uit om zich om te keren naar God. Zij vluchten voor Hem weg. Mensen vinden immers alles eng, wat ze niet kennen. En uit angst om zich bloot te moeten geven, zorgen ze gewoon dat ze God nog niet hoeven te kennen.
Ook wij christenen zijn niet beter, wij zijn nog veel erger!
Ook wij, als christenen notabene, spelen verstoppertje voor God! God komt naar ons toe en wij geven niet thuis. God wil ons naar Zich toe trekken, en wij rennen weg. Wij zijn als Adam. Adam betekent dan ook mens. Daarom klinkt er sinds Adam een roepstem over de wereld; Mens, waar zijt ge? Keer je om. Dat is de boodschap, ook voor ons!
Iemand zegt misschien dat daar moed voor nodig is. En dat is waar, want wij zijn allemaal bang voor God. Bang voor wat Hij van ons vindt. Maar God is niet zo als wij Hem ons voorstellen. Wanneer ons eigen vermoeden waar was… ja, dan was het terecht dat we bang waren. Maar Hij wil ons niet vernietigen! Hij drukt ons niet als een vlieg kapot tegen de muur. Hij vertrapt ons niet zoals men een kever kapot trapt! Maar Hij pakt de kever op, Hij verwijdert hem van het bospad en legt hem veilig ergens neer.
Als God ons toch eens in Zijn handen kreeg... Als Hij ons toch eens weg kon pakken uit al de ellende, waarin wij terecht zijn gekomen! Maar Hij krijgt vaak de kans niet. Wij onttrekken ons aan Hem, wij verstoppen ons liever. Hoe lang zal dat nog duren?
Maar het is nog erger. Soms wachten we af tot een goed moment om met iemand over God te praten, om vervolgens als dat moment komt niet te durven, bang om het verkeerde te zeggen. Er is geen verkeerd moment om over Gods’ liefde en genade te praten. Door te getuigen van Gods liefde en door te getuigen van Gods’ aanwezigheid in jouw leven zeg je niets verkeerds!
Maar het is nog erger. Wij durven het misschien niet uit te spreken, maar ik ben ervan overtuigd dat er genoeg christenen zijn die het maar slap vonden van Petrus (net als Petrus zelf) om God te verloochenen. Hij deed het toch, en de haan kraaide drie keer. Wij zijn niet beter dan Petrus. Geregeld schamen wij ons ook om bij Hem te horen, uit angst voor reacties van mensen! Petrus deed het tenminste nog uit angst voor de dood. Hij was bang om ook gekruisigd te worden. Wij doen het uit angst om te worden uitgelachen. Petrus had toen de Heilige Geest nog niet. Die kwam pas met Pinksteren, na de wederopstanding van Jezus. Wij mensen doen vaak maar wat concessies om onze eigenlijk mening niet bloot te geven. Wij doen dan wat water bij Gods’ wijn. En dat terwijl iedereen op het bruiloftsfeest in Kana de wijn van Jezus zo lekker vindt. Nee, wij menen er weer water bij te moeten doen!
Maar het is nog erger. Want ook als er geen anderen bij betrokken zijn of aanwezig zijn, verstoppen we ons vaak genoeg voor God. Uit angst voor Zijn wil. Uit angst dat datgene wat Hij ons vraagt, eigenlijk niet in ons straatje past, wij hier eigenlijk geen zin in hebben. We vervallen in vluchtgedrag.
Angst leidt ook tot hoogmoed.
Door onze angst willen we voorbereid zijn op al datgene wat ons te wachten staat. Een mens lijdt het meest, door het lijden dat hij vreest. Die angst maakt dat wij hoogmoedig worden om zo de angst van ons af te praten. Enkele ’grote’ landen in de wereld doen dit heel sterk.
Wij willen veel, teveel. Wij willen alles weten, alles kunnen. Wij willen eigenlijk het liefst net zo zijn als God. Alles weten, alles kunnen. Een soort supermensen zijn. En de duivel, de slang, maakt ons net als Eva nog wijs dat dit nog kan ook!
Van God hoeft het niet.
Voor God hoeft dit ‘weten’ allemaal niet. Van God mag het zelfs niet. We mogen eten, en genieten van de goede dingen die Hij geeft. Als we maar niet proberen om zelf als God te zijn. Daar word je alleen maar bang van.
De engel bij Betlehem zei daarom:
Weest niet bevreesd. Er is er Eén Die alles weet. En dat te weten is meer dan voldoende. Het is ons een troost dat zelfs Jezus angst had.
Jezus heeft Zijn Vader drie keer gebeden om de beker voorbij te laten gaan, in de tuin voordat Hij gevangen genomen werd. Jezus heeft ook aan het kruis angst gekend.
Psalm 22: Een psalm van David, een vooruitblik op Jezus’ lijden aan het kruis.
“Mijn God, mijn God! Waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns brullens. Mijn God! Ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet, en des nachts, en ik heb geen stilte. Doch gij zijt heilig, wondende onder de lofzangen Israëls. Op U hebben onze vaders vertrouwd. Zij hebben vertrouwd, en Gij hebt hen uitgeholpen. Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered. Op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden. Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk. Allen, die mij zien, bespotten mij. Zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende: Hij heeft het op den Heere gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft. Gij zijt het immers, Die mij uit den buik hebt uitgetogen. Die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijn moeders borsten. Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af. Van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God. Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is mij nabij; want er is geen helper. Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd. Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw. Ik ben uitgestort als water, en al mijn beenderen hebben zich vaneen gescheiden. Mijn hart is als was, het is gesmolten in het midden mijns ingewands. Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en Gij legt mij in het stof des doods. Want honden hebben mij omsingeld, een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven. Zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven. Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen, zij schouwen het aan, zij zien op mij. Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad. Maar Gij Heere! Wees niet verre. Mijn Sterkte! Haast U tot mijn hulp. Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds. Verlos mij uit des leeuwen muil, en verhoor mij van de hoornen der eenhoornen”.
Maar de ware liefde overwint alle angst. En door te denken aan de ware liefde die God en Hij hebben krijgt Hij weer vertrouwen.
“Zo zal ik Uw Naam mijn broederen vertellen. In het midden der gemeente zal ik U prijzen. Gij, die den Heere vreest! Prijst Hem, al gij zaad van Jakob! Vereert Hem en ontziet u voor Hem, al gij zaad van Israël! Want Hij heeft het niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen, maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep. Van U zal lof zijn in een grote gemeente. Ik zal mijn geloften betalen in tegenwoordigheid van degenen, die Hem vrezen. De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden. Zij zullen de Heere prijzen, die Hem zoeken. Ulieder hart zal in eeuwigheid leven.
Alle einden der aarde zullen het gedenken, en zich tot den Heere bekeren; en alle geslachten der heidenen zullen voor Uw aangezicht aanbidden. Want het koninkrijk is des Heeren (Vader en Jezus), en Hij heerst onder de heidenen. Alle vetten op aarde zullen eten, en aanbidden; allen, die in het stof nederdalen, zullen voor Zijn aangezicht nederbukken; en die zijn ziel bij het leven niet kan houden. Het zaad zal Hem dienen; het zal den Heere aangeschreven worden tot in geslachten. Zij zullen aankomen, en Zijn gerechtigheid verkondigen den volke, dat geboren wordt, omdat Hij het gedaan heeft”.
Wij worden wedergeboren, omdat Hij het gedaan heeft. Jezus heeft voor ons de verdrukking en de angst doorstaan in geloof en vertrouwen dat Zijn Vader het beste zou besluiten en ervoor zou zorgen dat Hij uiteindelijk weer thuis bij de Vader zou zijn, van Wie Hij hield.
Jezus heeft onze straf gedragen en onze pijn en ons verdriet gevoeld. Maar de vreugde om het uit liefde te doen voor Zijn Vader en voor ons, overwon de pijn en het verdriet. En het vertrouwen in Zijn Vader overwon de angst.
Jezus is mens geworden om ons ervan te overtuigen dat Hij onze angst begrijpt.
God wil dan ook niets anders dan dat wij met onze angst naar Hem toekomen.
En Hij wil ons helpen om onze angst plaats te laten maken voor vertrouwen. Eigenlijk zo Hij boos kunnen zijn, omdat wij zo kleingelovig zijn. Omdat wij Hem niet vertrouwen. Hij zou boos kunnen zijn…Maar zelfs dan, is Hij nog zo begripvol, zo vol van liefde en goedertierenheid, dat Hij niet boos is. Hij wil ons juist helpen. Want Hij begrijpt het.
Jesaja 41 vers 10: “Wees niet bang, want Ik ben met u. Kijk niet angstig om u heen, want Ik ben uw God. Ik zal u kracht geven en u helpen. Ik zal u overeind houden met Mijn Heilrijke rechterhand”. (Jezus is die rechterhand)
Psalm 112 vers 4 en 7,8: “God laat Zijn Licht schijnen voor de gelovigen, ondanks de duisternis waarin zij soms leven. Hij geeft hen genade en recht en ook Zijn liefdevolle medeleven. Over de gelovige wordt hier gezegd: In zijn hart is rust en vrede. Hij vertrouwt volledig op de Heere. Zijn hele houding is onwankelbaar en angst kent hij niet”.
1 Johannes 4 vers 15-19: “Zo wie beleden zal hebben, dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God. En wij hebben gekend en geloofd de liefde, die God tot ons heeft. God is liefde. En die in liefde blijft, blijft in God en God in hem. Hierin is de liefde bij ons volmaakt, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben in de dag des oordeels, namelijk dat gelijk Hij is, wij ook zijn in deze wereld. Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees buiten. Want de vrees heeft pijn, en die vreest, is niet volmaakt in de liefde”.
In de liefde is er geen plaats voor angst. Integendeel de volmaakte liefde (dit is de liefde zoals we die hebben als wij één in en met God zijn) verdrijft die angst. Angst houdt altijd verband met straf. Wie nog angst kent, kent de volmaakte liefde nog niet.
Wie durft?
God heeft ons uitgekozen en geroepen. En aangenomen als Zijn kinderen. Wie durft dit tegen te spreken? Wie durft God te herroepen op Zijn woord? Wie durft er tegen God te zeggen dat Hij niet van ons houdt als Vader van Zijn kinderen?
Romeinen 8 vers 33-39: “Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood. Wij zijn geacht als schapen ter slachting. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft. Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, nog enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere”.
Gaan wij ons nog langer verstoppen voor God?
Zijn wij nog steeds bang om Hem onze ware emoties en angsten te vertellen. Aan Hem, Die ons tòch wel kent. Aan Hem, Die Zelf ons Zijn emoties en angsten aan het kruis WEL vertelt. Om hier ons van te doen leren. En om ons te bemoedigen. Dat het niet erg is om angst te hebben. Omdat we God mogen kennen, Die ons die angst weg kan nemen!
Jezus is ook voor onze angst gestorven. Laten wij dan beginnen met in vertrouwen te gaan leven. Laten wij daartoe open naar God zijn, zodat Hij ons kan helpen.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 ]
[ Vorige | Volgende ]
De rol van het kwaad
Deze preek gaat over het verband tussen angst en het kwaad.
Een deel van deze preek zal een stuk van mijn levensverhaal zijn, een getuigenis hoe ik angst heb ervaren en hoe God me daarbij heeft geholpen. Maar vooral hoe God mij, in mijn angst, liet beseffen dat ik Hem nodig heb.
In de vorige preek over dit onderwerp hebben we het er over gehad wat angst kan doen.
En dat iedereen angst heeft. Dat zelfs Jezus als mens angst heeft gekend. (Psalm 22).
Dat we ons niet hoeven te schamen voor angst. Dat God het begrijpt. Omdat hij het heeft gevoeld aan het kruis.
Dat angst er is sinds de zondeval.
Dat we bang zijn voor elkaar en voor God.
Dat we verstoppertje spelen.
Dat angst ons afhoudt van het goede en dat angst ook ons precies de verkeerde dingen laat doen.
Dat angst verband houdt met straf. Wie nog angst heeft, kent de ware liefde nog niet. Voelt op dat moment de ware liefde niet.
Dat angst niet van God is, maar ook niet van de duivel. Omdat angst een emotie is, een reactie op iets.
Maar het allerbelangrijkste is dat we moeten beseffen dat de enige, echt de enige manier om van die angst af te komen is door te gaan in vertrouwen op God. Hij alleen kan bij ons de angst wegnemen. Angst houdt verband met straf. En als God dan straft, dan is dat terecht, want Hij is rechtvaardig. Dan hebben we het verdiend, is het onze eigen schuld. Dus eigenlijk moeten we banger voor onszelf zijn, dan voor God.
God wil ons eigenlijk niet straffen. Hij wil ons in Zijn liefde brengen en ons juist bevrijden van de angst. We moeten dus leren al onze angst en problemen aan Hem te geven.
Als we werkelijk Gods’ liefde voor ons beseffen, dan is er geen plaats meer voor angst. Liefde verdrijft angst.
Nu voelen we ons misschien juist wel schuldig naar God toe, omdat we angst hebben.
Eigenlijk zouden we stiekem wel willen dat die angst niet van ons zelf was, maar dat hij toch een beetje van de duivel kwam. Dan hoeven we ons niet zo te schamen.
Voor die mensen is er goed nieuws.
Angst zèlf is een emotie. Is niet van de duivel. Angst is er sinds de zondeval. Dus zou je denken dat angst iets is van de mensen zelf. Van hun zonde naar God toe. Want angst komt door gebrek aan vertrouwen toch?
Maar angst zelf is geen zonde. Een emotie is nog geen zonde. Want Jezus had ook angst. En Jezus was zonder zonde. Tot zijn dood althans. In Zijn dood is Hij zonde gemaakt, om onze zonden te dragen.
Angst komt o.a. voort uit gebrek aan vertrouwen. En dàt is wel een zonde. Gebrek aan vertrouwen is een soort ongeloof. Gebrek aan vertrouwen is ook geen emotie. Met gebrek aan vertrouwen verloochenen we God, telkens weer. Gebrek aan vertrouwen dat Hij iets kan doen, gebrek aan vertrouwen dat Hij helpt waar wij tekort schieten. Gebrek aan vertrouwen dat Hij Zijn beloftes nakomt. Gebrek aan vertrouwen dat Hij ons zal beschermen tegen het kwaad. Gebrek aan vertrouwen dat Hij ons lief heeft. Gebrek aan vertrouwen dat Hij ons helpt te veranderen.
Maar Jezus begrijpt onze angst als geen ander. Hij heeft angst gehad aan het kruis. Hij heeft bewezen echt mens te zijn gemaakt. Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing? (Psalm 22) Maar God had er lust aan. Lust omdat Hij wist, wat Zijn offer zou brengen. God heeft Zijn Zoon geofferd om zo te bewijzen dat Hij ons liefheeft. God geeft ons in Jezus de mogelijkheid om ons met God te verzoenen.
Natuurlijk komt angst voor een groot deel door onze zonde. Is een gevolg van de zonde.
We moeten Jezus onze zonde belijden.
We moeten ook bij Jezus zijn voor de gevolgen van onze zonden.
Er is nog meer goed nieuws.
Angst zelf is nog steeds niet van de duivel. Dus je hoeft niet bang te zijn om bang te zijn.
Maar angst is er wel voor de duivel. En door de duivel. Want sinds de zondeval kent de men de duivel. Sinds het eten van de vrucht van de boom der kennis van goed en kwaad kent de mens angst.
En de duivel misbruikt die angst in zijn oorlog tegen God. Want door angst gaan mensen verstoppertje spelen. Verstoppertje voor elkaar. Maar vooral verstoppertje voor God.
En dat is precies wat de duivel wil. Dat wij ons verstoppen voor God.
Hij zal dan ook alles doen om onze angst te vergroten. Hij zal alles doen om ons bang te maken. Alles wat in zijn mogelijkheden ligt (alles voorzover God het toelaat). Hij doet dat op vele manieren. Hij doet dat heel listig. Maar hij doet dat ook als een briesende leeuw. Als wij dan uiteindelijk zo bang en dus zo wanhopig zijn, dan drijft de duivel, zonder dat hij dit wil, door ons besef van afhankelijkheid, juist precies naar God toe. Die ons met open armen ontvangt en ons troost in Zijn ontfermende liefde.
Zo blijkt er net als de tegenstellingen licht – duisternis, beschuldiging – vergeving, leugen – waarheid, haat – liefde, goed – kwaad, oorlog – vrede, wanhoop – hoop, ook angst – vertrouwen te bestaan.
Oké, angst hebben we dus, maar hoe komen we er vanaf?
Met andere woorden hoe buigen we angst om naar vertrouwen in God?
Door te zoeken naar datgene wat angst overwint, en dat is liefde. Door blind te vertrouwen op God, want God is liefde, en ware liefde kan alleen van God komen. Als wij in liefde blijven, blijven wij in God, en God in ons. We leren dan God te vertrouwen, maar ook zelfvertrouwen op te bouwen. Want wie zichzelf niet liefheeft, kan ook een ander niet liefhebben.
Angst is gevolg van zonde. Angst is reactie op kwaad.
Angst komt alleen maar voor, waar de duisternis is.
In alle passages over angst die in de Bijbel te vinden zijn, wordt angst in verband gebracht met duisternis.
Waarom hebben wij dan toch nog angst? Dit heeft twee oorzaken:
- Omdat er nog duisternis is in ons hart.“Want wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van zonde?” (Spreuken 20 vers 9)
- En omdat de wereld, sinds de zondeval, vervloekt is. Als God iets heeft uitgesproken, dan komt Hij hier niet meer op terug. In de wereld staan de dingen onder de vloek, totdat de gehele vernieuwing daar is. (Geestelijk gezien zijn er vier fases: schepping, vervloeking, wedergeboorte en vernieuwing)
Om ons heen is angst. Om ons heen is er reden om voor van alles bang te zijn. Logisch ook. Want waar angst heerst, is er geen hoop. Want angst lijdt tot wanhoop.
Hoe kan het dan dat gelovigen geen angst zouden hoeven te hebben? Zij leven toch ook in die vervloekte wereld? Alles om ons heen staat nog in de vervloeking, maar wij worden door God beschermd.
Ons geloof in Jezus is onze bescherming. In Jezus, hebben wij hoop gekregen. Met Gods belofte dat Hij ons zal bevrijden van de vloek en ons zal beschermen. Die hoop op bescherming verandert in besef van bescherming, als we Gods liefde voelen. Jezus heeft voor ons de vloek gedragen aan het kruis. (Galaten 3 vers 13: Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt)
Eén van de redenen waarom wij mensen niet van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad mochten eten, was dat we hierdoor het kwaad leerden kennen. En daar worden we alleen maar bang van. En in angst doen mensen verkeerde dingen. Angst kan mensen ook bij God vandaan houden. Angst kan een negatieve spiraal worden.
Men kan in angst gaan geloven. Door angst kan men zichzelf allerlei dingen aan gaan praten.
Angst kan er voor zorgen dat mensen een negatief zelfbeeld krijgen, zichzelf minderwaardig vinden. Denken dat zij altijd pech hebben. Denken dat uitgerekend zij altijd alles verkeerd doen. Angst dat we niet geliefd worden. Angst dat ze er niet bij horen. Angst dat ze het niet redden. Angst dat God ze in de steek laat. Angst dat God boos is en niet van hen houdt.
Mensen kunnen zo sterk in die negatieve woorden gaan geloven, dat ze er naar gaan leven. Dat ze zich gaan berusten in het negatieve. Nota bene troost vinden in het negatieve! Omdat dat herkenbaar is. Het komt iedere keer terug.
Het is onze ‘stabiele’ factor, onze zekerheid geworden. Daarom is het ook zo moeilijk om Gods liefde te begrijpen, als we al zoveel jaar onze troost hebben gezocht in het negatieve.
Angst is nog steeds niet van de duivel, maar waar de duivel is, is wèl angst.
Dit wil ik toelichten aan de hand van enkele bijbelteksten. Als je in een concordantie opzoekt waar angst voorkomt in de Bijbel, dan is het interessant om te ontdekken, dat echt overal waar angst is, ook duisternis is.
Angst is een gevolg van zonde. Kwaad is het gevolg van zonde. Angst is een reactie op het kwaad.
Enkele Bijbel passages die bewijzen dat angst en duisternis met elkaar te maken hebben:
Nadat Mozes met de tien geboden de berg afgekomen was en het volk zich een gouden kalf tot god had gemaakt. Niet enkel een versiersel, maar zich tot god had gemaakt. Kun je jezelf voorstellen dat God woedend is geweest.
Deuteronomium 4, vers 10:
“Ten dage, als gij voor het aangezicht des Heeren, uws Gods, aan Horeb stondt, als de Heere tot mij (Mozes) zeide: Vergader Mij dit volk, en Ik zal hun Mijn woorden doen horen, die zij zullen leren, om Mij te vrezen al de dagen, die zij op den aardbodem zullen leven, en zij zullen ze hun kinderen leren.
En gijlieden nadertet en stondt beneden dien berg. Die berg nu brandde van vuur, tot aan het midden des hemels. Er was duisternis, wolken en donkerheid”.
Deuteronomium 4, vers 30:
“Wanneer gij in angst zult zijn, en u al deze dingen zullen treffen in het laatste der dagen, dan zult gij wederkeren tot den Heere, uw God, en Zijn stem gehoorzaam zijn”. (laatste der dagen slaat niet alleen op de dagen ten tijde van het eind van de wereld, maar slaat ook op het eind van het leven van een mens, die in doodsangsten is).
Het volk krijgt vermaning om God te loven en dankbaar te zijn (Psalm 107 vers 1-14)
“Looft den Heere, want Hij is goed. Want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Dat zulks de bevrijden des Heeren zeggen, die Hij van de hand der wederpartijder bevrijd heeft. En die Hij uit de landen verzameld heeft, van het oosten en van het westen, van het noorden en van de zee.
Die in de woestijn dwaalden, in een weg der wildernis, die geen stad ter woning vonden. Zij waren hongerig, ook dorstig, hun ziel was in hen overstelpt”. (overstelpt = overgestroomd, ze liepen als het ware met hun ziel onder de arm, kregen emotioneel teveel te verwerken)
“Doch roepende tot den Heere in de benauwdheid die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten. En Hij leidde hen op een rechten weg, om te gaan tot een stad ter woning”. (dit is een verwijzing naar het hemelse Jeruzalem)
“Laat hen voor den Heere Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen. Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld”. (Met goed vervuld moet je ook geestelijk zien: Het kwaad is verdreven en het goede komt er voor in de plaats).
“Die in duisternis en de schaduw des doods zaten, gebonden met verdrukking en ijzer, omdat zij wederspannig waren geweest tegen Gods geboden, en den raad des Allerhoogste onwaardiglijk verworpen hadden. Waarom Hij hen het hart door zwarigheid vernederd heeft. Zij zijn gestruikeld, en er was geen helper. Doch roepende tot den Heere in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten”.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 ]
[ Vorige | Volgende ]
Een mens lijdt het meest, door het lijden dat hij vreest.
Deze wijsheid staat ook in de Bijbel. Beter gezegd; staat natuurlijk in de Bijbel.
Job 15 vers 20-25: “Te allen dagen doet de goddeloze zichzelven weedom aan, en weinige jaren in getal zijn voor de tiran weggelegd. Het geluid der verschrikkingen is in zijn oren. In den vrede zelven komt de verwoester hem over. (=angst dat God hem zal straffen in plaats van helpen) Hij gelooft niet uit de duisternis weder te keren, maar dat hij beloerd wordt ten zwaarde. Hij zwerft heen en weder om brood, waar het zijn mag. Hij weet dat bij zijn hand gereed is de dag der duisternis. Angst en benauwdheid verschrikken hem. Zij overweldigt hem, gelijk een koning, bereid ten strijde. Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan”.
(In den vrede zelven komt de verwoester hem over: veel mensen geven God de schuld van de ellende in de wereld)
De goddeloze wil Gods liefde niet kennen, en staat heel wat te wachten:
Jesaja 8 vers 22: “Als hij de aarde aanschouwen zal, ziet, er zal benauwdheid en duisternis zijn. Hij zal verduisterd zijn door angst en voortgedreven door donkerheid”.
Spreuken 1 vers 22 t/m 27: ‘Vermaning der opperste wijsheid’.
“Gij slechten! Hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotterij begeren, en de zotten de wetenschap haten? (De wetenschap die hier bedoelt wordt = niet de wetenschap van de wereld, maar de opperste wijsheid = het kennen en belijden van Jezus Christus als Zoon van God, gestorven voor onze zonden)
Keert u tot Mijn bestraffing. (Heeft dubbele betekenis. Enerzijds; Neemt mijn juk op u. Anderzijds: Bekeert u tot geloof in Mijn straf aan het kruis!). Keert u tot Mijn bestraffing. Ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten. Ik zal Mijn woorden u bekend maken. Dewijl Ik geroepen heb, en gijlieden geweigerd hebt. Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte. En gij, die al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild heb. (Met Gods bestraffing wordt hier het juk bedoeld dat God Zijn volk oplegt. En dat juk is zacht. (Mattheus 11 vers 29-30: “Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, want Mijn juk is zacht”.)
Zo zal Ik ook in ulieden verderf lachen. Ik zal spotten, wanneer u vreze komt. Wanneer uw vreze komt, gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind, wanneer u benauwdheid en angst overkomt.
Israël wordt (vaak) gewaarschuwd tegen het vertrouwen op Egypte.
Egypte staat symbool voor de zonde, maar vooral de vijand, en het kwaad.
o.a. toen Israël werd aangevallen door Babel en door Syrië, maar ook na de uittocht uit Egypte in het boek Exodus (Jesaja 30 vers 6)
“De last der beesten, van het zuiden, naar het land des angstes en der benauwdheid, van waar de sterke leeuw en de oude leeuw is, de basilisk en de vurige vliegende draak. Hun goederen zullen zij voeren op den rug der veulens, en hun schatten op de bulten der kemelen (kamelen), tot een volk, dat hun geen nut zal doen”
Een leeuw is sterk en krachtig, boezemt angst in, jaagt prooi na, verscheurt hem gewelddadig. Basilisk staat voor slang. Is verraderlijk, listig, leugenachtig, verslindt prooi. Is symbool voor satan. De draak staat voor chaos, en voor satan. Het geheel samen slaat op de karakters van de satan; beest, draak en leugenprofeet.
Het volk Israël is opstandig. En bang. Bang om door de farao te worden ingehaald en gedood. Bang voor het kwaad. Zo bang voor hetgeen het kwaad kan doen, dat men vergeet wat God kan doen. Uit angst voor de straf van het kwaad, willen velen terug naar Egypte (het kwaad) om te proberen het kwaad met zich te verzoenen en zij zijn daartoe zelfs bereid zichzelf opnieuw als slaven aan te dienen. Daarbij vergeten zij al de wonderen die God heeft gedaan om hen uit die slavernij te bevrijden. Vergeten dat God hen heeft vrijgekocht met het bloed van het Lam op de deuren.
Exodus = uitdrijving. En niet alleen uitdrijving uit het kwaad, maar ook bevrijding van zonden.
Komt dat ons niet bekend voor?
Keren wij ons, uit angst, ook niet om naar het kwaad en vervallen wij weer niet in zonde? Hebben wij ook geen vluchtgedrag naar ons oude leven, ook als was dat slecht en negatief. Zoeken wij ook niet harder naar het vertrouwde, het bekende van het kwaad? In plaats van het onbekende te zoeken. Het onbekende is immers de onvoorstelbare vrede en liefde van God. Al wat de boer niet kent, dat eet hij niet. Mensen zijn soms echt kuddedieren. Zijn bang voor vernieuwing. Zijn bang voor verandering. Beseffen niet dat God ons wil veranderen en vernieuwen. Dat God ons automatisch vernieuwt, omdat Hij ons vult met Zijn Heilige Geest. Wij gaan steeds meer op Hem lijken.
Maar verandering is ons vreemd. We weten niet meer waar we aan toe zijn. We weten niet meer wat ons te wachten staat. Bij het kwaad weten we dat tenminste nog wel. Oké, je wordt dan wel in elkaar geslagen, maar je weet tenminste wel wanneer dat gaat gebeuren. Oké, je wordt bedrogen, maar ach, je was er aan gewend. En iedereen om je heen wordt ook bedrogen door het kwaad. Dus het zal wel zo horen.
Misschien komt dit terugvallen naar het bekende wel voort uit het feit dat mensen een bepaalde tucht nodig hebben. Mensen een bepaalde regelmaat in hun leven zoeken.
Van de slechte ervaringen in ons leven, kunnen we er in ieder geval van op aan, dat ze trouw elke keer weer terugkomen!
Maar is dat nou echt waar we naar verlangen? Verlangen we niet liever naar de liefde en bescherming van God?
Beseffen we dan niet dat God ons roept? Dat Hij het al die tijd al is, die ons heeft behouden? Dat God ons vraagt om Hem al onze angst te vertellen, omdat Hij ons wil helpen. Omdat Hij alleen ons KAN helpen. Omdat Hij van ons houdt. Omdat Hij Zich over ons verheugt. Omdat wij Zijn kinderen zijn. Omdat Hij ons zal steunen en onze pijn en ons verdriet zal verzachten. Want Hij zal het dragen. En straks als de vernieuwing kompleet zal zijn, zal Hij onze tranen uitwissen en onze pijn wegdoen. En we zullen ons dit leed niet meer gedenken. We zullen voor altijd in Zijn beschermende liefde zijn, voor eeuwig! Maar dat is straks toch pas? Nee!
God wil ons nu al helpen. Hij waarschuwt ons nu ook, om niet meer op Egypte te vertrouwen. Niet meer onze troost bij het kwaad te zoeken, maar bij Hem.
Hierin zie ik heel duidelijk mijn levensverhaal (of althans een stuk daarvan) Het verhaal van mijn angst en hoe God hier mee omgaat.
Ik moet aan de teleurstelling bij mijn beste vriend en mijn zus denken. Toen het met mij echt heel slecht ging. Maar ik vond dat ik zelf mijn problemen moest oplossen. Ik wilde niet zeggen wat mijn problemen waren, uit schaamte. Ik wilde niet zeggen wat mij dwars zat. Had angst om mijzelf bloot te geven.
Zij raakten gefrustreerd. Want zij zagen, dat het met mij heel slecht ging. En dat deed ze heel veel pijn. Maar ze voelden zich machteloos. Want ik liet me niet helpen!
Mijn beste vriend zei het op een heel confronterende manier, toen ik weer eens zei wat voor goede vriendschap we wel niet hadden. Hij zei: Is dat wel zo? Ik schrok. Hè, wat bedoel je? Is dat wel zo, want jij noemt mij je beste vriend. Maar je durft me kennelijk niet te vertrouwen! Toen gingen mijn ogen open. Ik had dat zo nooit bedoeld. Maar ik besefte ineens hoe ik anderen hierdoor had gekwetst. Ik had hen, die mij zo goed kennen ook nog eens onderschat. Ik had me geen seconde beseft, dat ze misschien wèl in staat zouden zijn om mij te helpen. Want zij kenden mij als geen ander! Met mijn beste vriend kon ik echt over alles praten, behalve over datgene waar hij mij aan ten onder zag gaan. Het deed hem pijn, dat hij mij niet mocht helpen. En het deed mijn zus en mijn zwager pijn dat zij mij niet mochten helpen.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 ]
[ Vorige | Volgende ]
Ik zocht liever naar Egypte.
Wou zelf mijn problemen oplossen. In onze angst doen we meestal het verkeerde. Zo ging dat met mij ook. En in plaats uit mijn problemen te komen, raakte ik er steeds dieper in vast.
Ik zocht mijn troost in datgene, wat mij geen goed bracht, namelijk zelfmedelijden. Het woord zegt het al; zelf mede lijden. Feitelijk zocht ik er bewust naar om zelf te willen lijden. Misschien wel om mezelf te straffen. Om mezelf te tuchtigen. Hoe dan ook, ik ging me steeds beroerder voelen. Ging me steeds machtelozer voelen. Het werd een vicieuze cirkel met steeds minder lichtpuntjes. Ook hierin is God de redding. Want Jezus hakt het woord zelf mede lijden in stukjes. En het stuk lijden neemt Hij op Zich. Hij wil niet dat wij nog lijden. Dat heeft Zijn Zoon al volbracht aan het kruis! In de praktijk lijden wij wel. Nog het meest door wat wij vrezen!
Wij lijden vooral omdat wij onszelf niet aan Hem willen overgeven. We laten Hem ons niet helpen.
In mijn verdriet en ellende zag ik de lichtpuntjes niet. En had ik zelfmedelijden Te allen dage doet de goddeloze zichzelven weedom aan. Ik dacht zelfs na over zelfmoord. Maar ik was te laf. Laf is eigenlijk ook bang. Ik voelde me ellendig. Mijn goedheid en naïviteit werden misbruikt door de meeste mensen. Maar ook hier ga je aan wennen. Maar toch voelde ik in mijzelf wel veel liefde voor anderen, voor de mensen waar ik echt van hield. Ik wist ook dat die van mij hielden. En ik voelde dat dat echt was. En die liefde heeft mij op de been gehouden. Dat heeft mij doen volhouden. Achteraf besef ik dat God me al die tijd heeft beschermd. Dat het Zijn liefde is geweest die mij heeft tegengehouden. Want God is Zelf liefde, en de ware liefde komt van Hem.
Ja, voor dat moment slechts tegengehouden. Ik had nog een lange weg te gaan. Ik was toen 19-20 jaar. Hoe kan zo’n jonge vent nou toch overspannen zijn? Het zou nog heel lang gaan duren voordat ik tot het besef zou komen dat het God was, die Mij toen redde. Ik ben uiteindelijk bekeerd op mijn 31e jaar.
Hoe zou God zich over mij hebben gevoeld?
Hij heeft ook pijn als ik mij door Hem niet laat helpen. Telkens weer. Want God wil behalve je Vader en broer ook je beste vriend zijn! Hij zal ook gefrustreerd zijn geworden, dat ik naar Hem niet wilde luisteren. Dat ik zelfs fanatiek beweerde dat Hij niet bestond!
Maar Zijn liefde overwint alles. Nu, 15 jaar later, herinner ik me, dat ik toch in mijn wanhoop zelfs toen me heb afgevraagd of God toch niet zou bestaan. Diep in mijn hart, kwam dat door de zaadjes die christenen in mij hadden gezaaid. En de echte liefde die je voelt. En mijn wetenschap dat mijn ouders sterk geloofden. Vooral van mijn moeder merkte ik als snotaap (ik was 12 toen ze stierf) toch dat ze hier veel kracht en rust door kreeg. En eigenlijk wou ik dat ook wel.
Het hele verhaal van God kon ik NIET BEGRIJPEN met mijn verstand, maar IN MIJN WANHOOP wist ik wel dat ik eigenlijk WEL WILDE dat Hij zou bestaan.
En in die wanhoop, zonder dat ik het toen besefte, was mijn grootste ANGST geworden dat God niet zo bestaan.
Maar de nuchterheid (het zogenaamde ‘verstand’) snapte het niet. En André ging weer naar Egypte.
Gelukkig liet God me niet in de steek. Uiteindelijk, zo’n 12 jaar later, heeft Hij mijn hart zo aangeraakt, dat ik van tevoren al wist dat ik me zou gaan bekeren. Ik heb mezelf toen open gesteld voor Hem.
Ik snapte het nog steeds niet. Maar wat ik toen wèl wist, is dat ik wèl wilde dat Hij zou bestaan.
Ik had met Hem de afspraak gemaakt dat Hij mij dan maar moest overtuigen. Sindsdien verbaas ik me telkens over de wonderlijke wegen van God en hoe alles, werkelijk alles uiteindelijk tot Zijn glorie leidt. Omdat ik lang ongelovig ben geweest en toch bekeerd, is het nu wel mijn eigen geloof in Hem geworden. Omdat Hij mij bleef roepen.
Ik ben me nu (15 jaar later) nog meer gaan realiseren, waarom mijn leven zo gelopen is, als het gelopen is. God gebruikt alles om ons te roepen. Want het gaat om levensbelang! De dood van mijn ouders heeft tot gevolg gehad, dat ik op mijn eigen benen kwam te staan. En ik niet klakkeloos hun geloof zou overnemen. God wil geen robots. van ons Hij wil met ieder een persoonlijke band. Om dit te realiseren liet Hij me eerst beseffen, dat ik Hem nodig had. Liet hij het mijn eigen wil zijn om voor Hem te kiezen, zodat het mijn geloof zou worden en mijn God. In mijn wanhoop was Hij me nabij. Hij liet Zich door mij vinden. Nu is het mijn eigen persoonlijke band met God. En dat is oersterk. Want, alleen in een persoonlijke relatie met de Vader, kun je Zijn liefde ervaren.
Tijdens het voorbereiden van deze preek, liet God me lezen in het boek Job. Dit is voor mij persoonlijk erg van toepassing. Job 14: Dit is een klaaglied van Job. Vol van zelfmedelijden. En als reactie hierop beschuldigt zijn vriend Elifaz hem hier voor van goddeloosheid (Job 15). Immers, gebrek aan vertrouwen is toch een zonde?
Job 15 vers 11-13:
“Zijn de vertroostingen van God u te klein, en schuilt er enige zaak bij u? Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen? Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan”.
Maar ik zie het voorafgaande hiervan (Job 14) niet alleen als een gebrek aan vertrouwen in God, maar vooral ook de angstkreet van Job. En van mij. Zo voelde ik het ook. Ik moest eerst het gevoel hebben verloren te zijn, voordat ik wilde dat Hij me vond. Want zelf durfde ik Hem niet te zoeken. Na alles wat ik Hem had aangedaan. Ik had me in mijn angst, juist tegen God afgezet.
Job 14 vers 7:
“Want voor een boom, als hij afgehouwen wordt, is er verwachting, dat hij zich nog zal veranderen, en zijn scheut niet zal ophouden”.
Ook al snapte ik het niet, mij hield toen wel de vraag bezig of er niets na de dood was. En of God misschien niet toch zou bestaan. Ergens in mijn twijfel, hoopte ik dat Hij wel bestond.
Job 14 vers 14-15:
“Als een mens gestorven is, zal hij weder leven? Ik zou al de dagen mijns strijds hopen, totdat mijn verandering komen zou. Dat Gij zoudt roepen, en ik U zou antwoorden. Dat Gij tot het werk Uwer handen zoudt begerig zijn”.
Het is toen Zijn liefde geweest, die mij levend heeft gehouden. Meer en meer overtuigt Hij me nu van Zijn onvoorstelbare liefde.
Sinds mijn bekering worden er steeds meer dingen duidelijk. Alles wat ik toen niet snapte, vind ik nu vanzelfsprekend en logisch. En dat is enkel omdat Hij ons leert om het vanuit Zijn kant te bekijken. Hij heeft ons zo lief, dat hij ons wil duidelijk maken, dat Hij onze angst aankan.
Hij heeft ons zo lief, dat Hij vooruitlopend op onze angst, al voor die angst gestorven is aan het kruis. Hij heeft het kwaad verslagen. Dat is een feit. Maar nog veel overtuigender is Zijn liefde die ons tegenhoudt om terug naar Egypte te gaan. Steeds weer. Steeds vaker. Op die manier gaat God ons vernieuwen.
Op die manier groeien wij in geloof. Door Zijn liefde. Die liefde verdrijft de angst.
“Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken, wat verloren is”. (Matth 18 vrs 11)
Hoe?
Door voor onze zonde te sterven aan het kruis. Jesaja 53 vers 6 t/m 8:
“Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de Heere heeft onzer aller ongerechtigheden op Hem doen aanlopen. Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open. Als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.”
Hij deed Zijn mond niet open. Omdat Hij niet Zichzelf wou redden, maar omdat Hij ons wou redden.
“Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden. Om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest”.
Jezus is God de Vader dankbaar hiervoor!
Psalm 116: Psalm van David. Het danklied van een verloste (slaat op Jezus)
“Ik heb lief, want de Heere hoort mijn stem, mijn smekingen. Want Hij neigt Zijn oor tot mij. Dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen. De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis. Maar ik riep den Naam des Heeren aan, zeggende: Och, Heere! Bevrijd mijn ziel. De Heere is genadig en rechtvaardig, en onze God is ontfermende. De Heere bewaart de eenvoudigen. Ik was uitgeteerd, doch Hij heeft mij verlost. Mijn ziel, keer weder tot uw rust, want de Heere heeft aan u welgedaan. Want Gij, Heere! Hebt mijn ziel gered van den dood, mijn ogen van tranen, mijn voet van aanstoot. Ik zal wandelen voor het aangezicht des Heeren, in de landen der levenden. Ik heb geloofd, daarom sprak ik. Ik ben zeer bedrukt geweest. Ik zeide in mijn haasten: Alle mensen zijn leugenaars. Wat zal ik den Heere vergelden voor al Zijn weldaden, aan mij bewezen? Ik zal den beker der verlossingen opnemen, en den Naam des Heeren aanroepen. Mijn geloften zal ik den Heere betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk. Kostelijk is in de ogen des Heeren de dood Zijner gunstgenoten. Och, Heere! Zekerlijk, ik ben Uw knecht, Ik ben Uw knecht, een zoon Uwer dienstmaagd. Gij hebt mijn banden losgemaakt. Ik zal U offeren een offerande van dankzegging, en den Naam des Heeren aanroepen. Ik zal mijn gelofte den Heere betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk. In de voorhoven van het huis des Heeren, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!”
Waarom?
“Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt”. (Joh 17 vers 24)
Amen!
André de Wit
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 ]
[ Vorige | Volgende ]
De rol van de zonde
In deel 1 over dit onderwerp hebben we het gehad over angst en vertrouwen in het algemeen, dat we angst voor elkaar en voor God hebben. Dat we verstoppertje spelen. Dat we angst hebben om iemand in vertrouwen te nemen, omdat ons vertrouwen zo vaak is beschaamd. Maar dat dat met God totaal anders is. Dat God wil dat we Hem onze angsten vertellen, Hij wil dat we Hem vertrouwen. Hij is te vertrouwen. Want God is rechtvaardig. God kent al onze angsten. Begrijpt ze ook. En Hij kan er wat aan doen.
In deel 2 over dit onderwerp hebben we het gehad over de rol van het kwaad hierin. Angst is een emotie en dus niet van de duivel, maar wel een reactie daarop. Overal waar het kwaad is, is angst. Alle bijbelpassages over angst getuigen hiervan.
Mensen doen in hun angst precies het verkeerde. We hebben ook geleerd dat de mens het meest lijdt door het lijden dat hij vreest. De mens lijdt door zelfmedelijden. Van God hoeft dit niet. Zijn Zoon heeft al genoeg geleden.
Deze preek behandelt de rol van de zonde ten aanzien van angst of vertrouwen. Overal waar zonde is, is angst. God maakt ons vrij van zonden, dus hebben we eigenlijk geen reden meer tot angst. Als ons geloof en vertrouwen daarop groot genoeg zou zijn, dan zouden we werkelijk de vreugde des Heeren voelen. Niet alleen onze eigen blijdschap, maar ook de vreugde van God, dat we zo op Hem en Zijn Zoon vertrouwen.
Vandaag, aan het einde van de preek, zullen we getuige zijn van een wonder!
God bemoedigt ons door de hele Bijbel heen met zijn liefde. Door de hele Bijbel heen vraagt Hij ons op Hem te vertrouwen. Want Hij zal dat vertrouwen niet beschamen.
Jesaja 35:
“Strekt de slappe handen en sterk de knikkende knieën en zegt tegen de moedelozen van hart: Weest sterk, vreest niet. Zie, uw God zàl komen en Hij zàl u verlossen”.
Mattheus 5, de bemoediging van de bergrede:
“Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk beërven”.
Hierbij is het woord ‘zijn’ in de bijbel schuin gedrukt. Zachtmoedigen hoeven niet zachtmoedig te worden, ze zijn het immers nu al. Zachtmoedigheid is zaligheid voor jezelf. Want je ervaart de vreugde van zachtmoedig zijn. En zachtmoedigen zijn een zaligheid voor andere mensen. Fijn om zo iemand in je buurt te hebben.
Wat is betekent dan zachtmoedig?
Zachtmoedig is ook in twee stukken te delen; zacht en moedig.
Veel mensen zijn of het één of het ander.
Zacht staat voor nederig, ontvankelijk naar God toe.
Moedig staat voor sterk in geloof, durven te vertrouwen op God, zelfbeheersing, durven opstaan tegen het kwaad, als een rots ergens voor staan, bereid je fouten toe te geven.
Angst gaat hier in beide gevallen tegenin. Want bang is niet moedig. En angst maakt mensen zich hard in plaats van zacht.
Toen Paulus genade ontving voor het vermoorden van christenen met zijn bekering, werd hij zachtmoedig en ging fanatiek over de liefde en vergeving van God prediken. Hier lezen we overigens dat God vergeving meteen toepast, zodra we spijt betonen. Paulus ontving genade met zijn bekering.
Hoe verandert God Paulus van een fanatiek strebertje tot een zachtmoedig mens?
Paulus immers bezat veel kennis en had de gave van vermanen, maar deed dit wèl op een zachtmoedige manier, namelijk in de liefde. Als er iets moeilijk is, dan is het wel om een ander in liefde te kunnen vermanen.
Van Mozes wordt gezegd dat hij zeer zachtmoedig was. Hij sloeg een Egyptenaar dood. Had hier spijt van. God vergaf hem zijn zonde, en hij werd in de handen van God zeer zachtmoedig.
Er is ook moed voor nodig om te leren blindelings op God te gaan vertrouwen.
Sommige mensen durven niet te vertrouwen. Want leren te vertrouwen is risico nemen. Mensen hebben angst voor risico’s. Want mensen willen juist zekerheid.
Maar God is rechtvaardig. En wat God zegt, dat doet Hij ook. Als we leren Hem te vertrouwen dan ervaren we dat niet meer als risico. Want Hij komt altijd Zijn belofte na. In God is alleen waarheid. Risico maakt zo plaats voor vertrouwen.
Het wordt juist een steeds groter risico om NIET op God te gaan vertrouwen. Risico houdt verband met gevaar. Als er iets gevaarlijk en risicovol is, dan is dat het niet geloven in en het niet vertrouwen op God.
Voorwaarde om God te kunnen vertrouwen, is dat we zelf een persoonlijke band met God moeten opbouwen. Want als we het afkijken bij iemand anders, dan is het altijd een ander z’n vertrouwen in God. Dan blijft het nog steeds een ver van je bed show. Alleen als we zelf een band met God hebben, laten we God toe in ons hart. Alleen dan kunnen we voelen dat God ook dingen voor ons doet. En dan gaan we Hem vertrouwen. Want we hebben Zijn hulp echt ervaren.
Hoe krijg je een persoonlijke band met God?
- Door te verblijven in Zijn aanwezigheid.
- Door te bidden. Kun je dit niet, vraag Hem dan Zijn hulp hierbij.
- Door Zijn hulp te vragen in alles wat je doet.
- Door Hem vergeving voor je zonden te vragen. Let wel hierbij kun je niet volstaan met enkel dat zinnetje. Je moet wel noemen welke zonde je dan spijt van hebt.
- Door Hem toe te laten in ons leven, zodat Hij onze levensweg kan bepalen.
We hoeven geen angst te hebben om het alleen te moeten doen. Ik kan me voorstellen dat veel mensen dit nog wel eng vinden in het begin om met God Zelf te praten. Dat had het volk Israël immers ook. Daarom sprak God eerst vooral via Mozes tot het volk. Dat was geen kwestie van niet kunnen van de mensen. God had niets liever gewild dan dat iedereen persoonlijk met Hem sprak. Dat was dus geen kwestie van niet kunnen, maar een kwestie van niet durven.
Maar het is goed om daarbij hulp te zoeken. In de christenfamilie zijn genoeg mensen aanwezig die je kunnen en willen helpen. Vaak genoeg gebeurt het dat ze door God Zelf gestuurd worden.
1 Samuel 23 vers 16 (Toen Koning Saul David wou doden):
“Toen begaf Jonathan, de zoon van Saul, zich op weg en ging naar David in de woestijn Choresa. Hij versterkte zijn vertrouwen op God”.
Ook David had bemoediging nodig. De wederzijdse broederlijke zorg voor elkaar is belangrijk. Zijn vriend Jonathan zoekt David om hem zijn vertrouwen in God te versterken, toen David had moeten vluchten en zich verbergen.
Er zijn nogal wat mensen, die zich moeten verstoppen en verbergen. Maar ze zitten niet altijd in een woestijn. Ook wel eens in de wachtkamer, of op het perron, of bij de bushalte. Eenzame mensen, diep teleurgesteld, zonder geborgenheid en zonder uitzicht om het harde lot, dat hen trof, te boven te komen.
Kennen wij zulke mensen? Herkennen wij zulk vluchtgedrag? Zoeken we ze op? Het is onze broederlijke taak om ze te bemoedigen en te sterken in hun geloof. Wat gaan we tegen ze zeggen?
Het eerste dat Jonathan (namens God) tegen David zei is ”Vreest niet!”
Voor een gelovige, die Godvrezend is, is er niets te bedenken wat meer een bemoediging is dan vreest niet. Met andere woorden: Weest niet bang, want God is met je en Hij heeft je lief! Voor iemand die denkt dat zijn zonde zo groot is, dat hij bang is dat God hem niet wil vergeven. Zegt hij vreest niet. Als is de zonde nog zo groot.
Denk maar eens aan Mozes. Hij sloeg een man dood.
Denk eens aan Paulus. Die vervolgde christenen.
Toch hebben wij om veel dingen angst. Angst om mensen te verliezen. Angst om er niet bij te horen. Angst dat we het verkeerd doen. Angst dat we niet Gods wil doen. En wij kijken daarbij sterk naar de wet. De wet kwam door Mozes, maar de genade door Christus. Hoe groter, de zonde, hoe groter de genade van God, die in Jezus zonde vergeeft.
Laat dan niemand u veroordelen, want werkelijk niemand is in staat om u van de liefde van God weg te houden.
Collossensen 2 vers 18:
“Laat niemand u de prijs doen missen”.
Er lopen onder christenen veel mensen rond, die op grond van zogenaamde bijzondere openbaringen (bijvoorbeeld: je hebt een probleem!) aan anderen bepaalde kenmerken van een ‘echt geloofsleven’ willen opdringen. Zo ongeveer op de manier van; zolang er bij jullie geen wonderen plaatsvinden, zolang er geen gebedsgenezing is te constateren, e.d,. is het met de echtheid van jullie geloof maar een twijfelachtige zaak.
Dit is natuurlijk onzin. Daar gaat het helemaal niet om.
Het gaat hier om, dat wij leven in een gemeenschap, waarvan Jezus Christus het hoofd is, en waar wij met vele anderen in de unieke verbondenheid van de gemeente als lichaam van Christus, het waarachtige leven mogen vinden.
Als we met hart en ziel tot de gemeente behoren, dan zijn we opgenomen in de gemeenschap van de kinderen van God. Leven we uit het Woord, dat onder hen zijn werking doet, dan leven we in Christus, in Hemzelf. We moeten ons dus door niemand de prijs doen laten missen.
Jeremia 29 vers 11-13:
“Want Ik weet welke plannen Ik voor u heb, zegt de Heere. Met deze plannen heb Ik voor u het goede op het oog en niet het kwade. Ik wil u weer een toekomst en nieuwe hoop geven. Als u tot Mij bidt, zal Ik luisteren. U zult Mij vinden, als u Mij zoekt en het oprecht van Mij verwacht”.
En ieder die gelooft dat Jezus voor zijn zonden gestorven is, is bevrijd van de vloek der wet. Bevrijd van het oordeel der wet. Behouden door de genade.
Met Mozes kwam de wet, met Jezus de genade. Wat is dan het doel der wet?
Galaten 3 vers 19 t/m 27: Het doel der wet:
“Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld, totdat het zaad (Jezus) zou gekomen zijn, dien het beloofd was. En zij is door de engelen besteld in de hand des Middelaars. En de Middelaar is niet Middelaar van één, maar God is één.
Is dan de wet tegen de beloftenissen Gods? Dat zij verre, want indien een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.
Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus aan de gelovigen zou gegeven worden.
Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden.
Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden.
Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.
Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.
Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan”
Verwijzing naar Kollossensen 3 vers 10:
“En aangedaan heeft den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft”.
Romeinen 8 vers 2:
“Want de Geest des Levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods”.
Waar zonde is, is angst. Wij moeten onze zonden belijden. Niet alleen om vergeving te krijgen. Maar ook om los te komen van onze angsten.
Als we maar blijven doortobben, dan blijven we ons zelf de zegen van bevrijding van de zonde tegenhouden. We blijven dan ons zelf veroordelen voor die zonde We blijven last houden van ons geweten. We geven de duivel zo de kans om ons aan te klagen. En een hele simpele zonde kan zo verstrekkende gevolgen krijgen.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 ]
[ Vorige | Volgende ]
Maar het allerbelangrijkste gevolg is dan
- Dat we ons niet bevrijd voelen van die zonde.
- En dat terwijl Jezus niet nog een keer kan sterven.
- Oei, wat moeten we nu?
- Feitelijk voelen we ons niet gelukkiger dan een ongelovige.
- Sterker nog. Waarschijnlijk voelen we ons zelfs ongelukkiger dan een ongelovige.
Want een ongelovige heeft absoluut geen besef van zonde. Heeft dus ook geen last van zijn geweten.
Maar wij christenen zijn niet altijd even blij. We zijn onrustig en geprikkeld. Want waar blijft die rust van en bevrijding door Jezus nou toch? We merken er niets van?!…
Natuurlijk geloven we wel in God. Natuurlijk geloven we dat Jezus voor ons gestorven is. Maar diep in ons hart merken we niets van bevrijding van zorgen en problemen. Gelukkig blijven wij volharden in de wil om God op Zijn woord te geloven. Aan Hem ligt het niet. Het ligt natuurlijk aan ons. En zo is er een nieuwe angst geboren. Zoals zonde zonde voortbrengt, zo brengt angst angst voort.
We blijven met een gevoel rondlopen van; ik ben niet goed genoeg, ik zal nog wel teveel verkeerd doen, waardoor ik geen bevrijd gevoel krijg. We hebben een gevoel, van als ik nu maar vol blijf houden, dan zal dat bevrijde gevoel nog wel eens gaan komen…Maar dat gevoel blijft weg, en we zijn dan teleurgesteld en ontmoedigd. Voelen niet die blijdschap die vele andere christenen wèl lijken te hebben…toch? Dus het zal wel aan ons liggen.
Zo zij er veel mensen die hierdoor zwaar teleurgesteld raken. Die niet de vrede en de bevrijding van Jezus voelen. En daardoor God niet kunnen gaan vertrouwen, of zelfs hun vertrouwen wat ze in God hadden, gaan verliezen. Die mensen voelen zich nog steeds aangeklaagd door dat stemmetje, die roept dat ze het verkeerd doen. Telkens weer. Die wanhopig blijven zoeken naar de vrede en genade van Jezus. Ook al hebben ze Jezus aangenomen als redder en verlosser. Ze hebben zich werkelijk bekeerd! Maar toch hebben ze nog steeds niet de beloofde bevrijding gevoeld.
Hoe komt dat toch?
Ze hebben het Hem niet gevraagd!
Maar… ze hebben toch Jezus aanvaard als redder en verlosser?
Ja, dat wel. Maar beseffen ze ook waarvan?
Beseffen wij mensen ook dat datgene wat ons aanklaagt, het kwaad is? Beseffen wij dat onze zonden ons aanklagen? Want zonde is het kwaad. Zonde is immers tegen Gods wil in.
Zondebesef is goed omdat dat ons nederig maakt, en omdat we daardoor weten dat we God nodig hebben. Zondebesef is goed als tuchtmeester, omdat God ons wil laten leren van onze fouten.
We weten wel dàt Jezus gestorven is voor onze zonden, maar beseffen we ook waarom?
- De zonde zorgt ervoor dat we ons veel teveel bezig houden met zelfverwijt, met aanklagingen, en met angst. Dat negatieve beeld zorgt ervoor dat we moeite hebben om God te vertrouwen. De zonde zorgt ervoor dat we te weinig nadenken over de liefde van God. Natuurlijk hebben we het elke keer weer over Zijn genade. Maar eigenlijk moeten we leren om te leren te leven vanuit Zijn liefde. Niet vanuit een beeld dat we zondig zijn en geen fouten mogen maken. Want dan gaan we op onze tenen lopen. En ons heel onnatuurlijk gedragen. Nee, we moeten leren te vertrouwen op Zijn onvoorwaardelijke liefde voor ons! Dan krijgen we werkelijk een gevoel van bevrijding.
- Want als wij telkens, wanneer wij ons aangeklaagd voelen door wie of wat dan ook, stilstaan bij Zijn onvoorwaardelijke liefde voor ons, dan voelen we ons zo geborgen. Dan denken we niet meer aan straf. Dan voelen we enkel Zijn warme, vergevende Vaderliefde.
- Wij mensen lopen echter rond met een beeld van wij doen het niet goed. En de zonde veroordeelt ons. De wet der zonde en des doods veroordeelt ons allemaal.
Dus moeten we gaan leren leren beseffen, waar Jezus ons van vrij moet maken.
En dat is de zonde. Maar wij vragen het Hem niet. Terwijl we dat wel moeten doen. Want wij moeten onze zonden gaan belijden. En niet enkel het zinnetje vergeef me mij zonden, maar elke zonde benoemen, waar je van vrijgemaakt wilt worden.
God Zelf is naar de aarde nedergedaald om ons te redden van de zonde , en te redden van het oordeel tot een eeuwige dood. Te redden van het oordeel achtervolgd te worden door onvrede, onrust, slecht geweten en stemmetjes dat we het niet goed doen.
Passie van Christus.
God Zelf is voor ons gaan hangen aan dat kruis, om ons te bevrijden van de vloek van de zonde. Omdat Hij wist dat het enige wat ons kon redden, Hij Zelf was. En wij, sukkels, denken dan nog steeds dat we onze zonden niet hoeven te belijden? God is ons genadig om hiervoor Zelf te sterven. Zouden wij Hem dan niet om vergeving moeten vragen voor alles wat wij doen en waarvoor Hij aan het kruis gehangen heeft?
En als het nodig was dat Hij Zichzelf op zo’n gruwelijke manier offerde voor onze zonden, hoe komen wij er dan bij om te denken dat belijden van onze zonden niet nodig zou zijn?
Kennelijk is er dus toch nog wat nodig om ons te bevrijden!
We krijgen niet een bevrijd gevoel door enkel te geloven dat Hij bestaan heeft en gestorven is en weer opgestaan. Dat weet de duivel immers ook.
Nee, wij krijgen pas een bevrijd gevoel, doordat Hij ons onze zonden vergeeft!
Hoe groter de zonde, hoe groter de genade van God.
Daarom is het Oude Testament ook nog zo belangrijk. Want God stelt Israël als voorbeeld. Om ons hiervan te doen leren. Het Oude Testament is de tuchtmeester.
Als we niet onze zonden belijden, zullen we nooit leren om op God te gaan vertrouwen.
We voelen de bevrijding van de zonde niet en onze angst zal dan blijven.
Maar we leren om onze angst in vertrouwen om te zetten door Jezus onze zonden te gaan belijden. Hem hierbij vragen ons te helpen. Want dat doet Hij. Hij wil dat. Hij heeft de eerste stap al gezet. Aan het kruis. Voor ons heeft Hij de vloek op Zich genomen en heeft de dood overwonnen.
Als we Hem dan laten helpen, dan merken we de verlichting van ons lijden. Want Hij draagt het. Hij neemt het uit onze handen en stopt het diep weg in de zee om er nooit meer aan te denken.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 ]
[ Vorige | Volgende ]
Een mens lijdt het meest, door het lijden dat hij vreest.
De goddeloze (lees degene zonder vertrouwen) doet zichzelven weedom aan.
Mensen zijn bang om fouten te maken. Bang om te falen en bang voor de straf en de gevolgen.
En omdat mensen bang zijn om fouten te maken, willen ze ook liever maar niet horen wat ze fout doen. Daarom belijden ze ook hun zonden niet. Want dan wordt hun fout bekend. Ze worden er zelf mee geconfronteerd. En dat is de grootste fout die je als gelovige kan maken. Want als je je zonden niet belijdt, dan ben je er niet genoeg van bewust, waarom Jezus aan het kruis gehangen heeft. Kun je dus ook niet van je angst bevrijd worden. Want zonde geeft angst. Zul je dus ook niet bevrijding voelen van angst die is weggenomen. Want je laat het niet toe. En je gaat steeds meer angst voelen. Je gaat steeds meer bagage meedragen. Dat wordt loodzwaar. En de aanklager zorgt er wel voor, dat je angst versterkt wordt. Ha, nog zo’n ziel die zegt dat hij gelooft, maar ondertussen niets van God begrijpt. En de last wordt maar zwaarder en zwaarder. En zelf helpen we het kwaad een handje mee. We klagen ons zelf aan. Vol van zelfmedelijden. Zelf-mede-lijden. We weten heel goed wat we fout doen, maar snappen niet waarom God niet helpt. De wet der zonde heeft vat op ze en dat leidt tot de dood. Maar God Zelf kwam en zei: Het is volbracht! En zo een einde te maken aan de veroordeling tot dood. In Jezus hebben wij eeuwig leven.
En zo is ieder die gelooft dat Jezus voor zijn zonden gestorven is, bevrijd van de vloek der wet. Bevrijd van het oordeel der wet. Behouden door de genade.
Want Jezus kwam niet naar de wereld om ze te veroordelen, maar om ze te behouden.
God weet toch dat wij het zelf niet kunnen. Daarom zond Hij ons Zijn Zoon. Daarom zond Hij ons de Heilige Geest. Daarom kwamen Ze bij ons wonen en zelfs in ons wonen! In ons hart.
De zonde staat alleen maar tussen God en ons. In het oude testament was er de scheiding in de tabernakel met het heilige der heiligen. Met de dood van Jezus, scheurde het voorhangsel van boven naar beneden open. Met Jezus maakt God de weg voor ons tot Hem vrij. Hij verbrak Zelf de vloek der wet die ons bij Hem vandaan houdt! Dat is reeds gebeurd en geldt tot in de eeuwigheid. Daar kan niets aan veranderen.
God wil niet op Zijn woord terugkomen. Maakt voor ons daarin echt geen uitzondering. Hij wil ons ook niet veroordelen. Hij wil ons dicht bij Zich hebben, omdat Hij van ons houdt!
Johannes 17: “Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt”.
En als wij dan leren te vertrouwen op Jezus en Hem al onze angsten geven en Hem al onze zonden belijden, dan kan Hij ons bevrijden van de vloek die tussen God en ons in staat. Hoe meer en hoe vaker we onze zonden belijden, hoe klein dan ook, des te te meer voelen we Zijn bevrijding. Des te meer voelen we Zijn genade en Zijn liefde. Des te meer voelen we Zijn aanwezigheid. En dat alles draagt er weer toe bij dat geloven vertrouwen wordt, een zekerheid dat Hij ons liefheeft en ons helpt.
Dan groeit het besef van Zijn onvoorwaardelijke liefde. Door zonde te belijden leren we ook wat ware blijdschap is. Want het is toch een groot wonder hoeveel God van ons houdt? En ons wil vergeven. We worden door Hem getroost en gesterkt en voelen de vreugde in ons hart, omdat Hij ons bevrijdt en dicht bij ons is. Die blijdschap is de vreugde des Heeren. Is zuiver. Is ook een vrucht van de Heilige Geest. Als wij onze zonden belijden is God daar zelf ook blij om.
Want als wij onze zonden belijden, dan erkennen wij de kracht van Zijn liefde.
Maar bovenal aanvaarden we dan Zijn liefde.
Veel mensen die moeite hebben om liefde te aanvaarden, zullen ook moeite hebben om hun zonden te belijden en hun fouten toe te geven. Andersom nog sterker; Als mensen angst hebben hun zonde te belijden, kennen ze de ware liefde van God nog niet.
.Ik sluit me helemaal aan bij Paulus.
“Ik bid u de liefde toe, zodat u een diep begrip en inzicht zult hebben van God”.
Vraag en antwoord:
Want als we weten, waarom God alle dingen doet, die Hij doet, dan zullen we vervuld worden met Zijn vreugde. Want het antwoord is liefde. Hij doet alles, wat Hij doet, uit liefde.
Zo laat niemand en niets u meer aanklagen. Want als God ons vergeven wil, wie zal ons dan nog kunnen aanklagen? Helemaal niemand!
De wereld zal ons dan misschien ‘softy’s vinden of veel te zacht. Maar weet wel dat er moed voor nodig is om je schuld en je zwakheid toe te geven.
En weet dan God van ons zachtmoedige mensen maakt.
Als de droefheid van de zonde plaats maakt voor vrijheid, blijheid van de liefde van God, dan zullen wij bruikbaar zijn voor de Heilige Geest en de wereld van Hem getuigen. En de ervaring van onze verlossingen delen met andere mensen, en andere christenen, die nog niet bevrijd zijn.
We zullen het niet enkel vertellen aan andere mensen. Andere mensen zullen het werkelijk aan ons kunnen zien! We kunnen getuigen van Gods aanwezigheid in ons leven, omdat we dat zelf ook zo voelen! Want we hebben de bevrijding der zonde ook echt gevoeld. En we weten wanneer een nieuwe ons aanklaagt, wat we moeten doen.
Maar dat kan alleen als we het Hem vragen! Als we Hem de kans geven om ons te vernieuwen!
In naam van Jezus mogen wij mensen hun zonden vergeven.
Bedenk wel dat er angst kan zijn door toedoen van onze eigen zonden. Maar dat er ook angst is door toedoen van de zonde van iemand anders. Bijvoorbeeld angst door drifbuien van je partner. Of angst door kwaadsprekerij van een ander. Maar ook angst die je zou kunnen voelen om iemand die overgevoelig en depressief is, de waarheid te zeggen. Angst wat dat die persoon de waarheid verkeerd zou oppakken. We zouden dan angst kunnen voelen om iemand te vermanen.
Daarom moeten we weten dat we behalve God vergeving vragen voor onze eigen zonde, we ook vergeving kunnen vragen voor de zonden van een ander.
Ik heb zelf ervaren dat dat werkt. Ik had aan iemand waar ik (door zijn gedrag) een hekel, omdat hij mensen die ik liefheb veel pijn had gedaan. En bijna geestelijk kapot gemaakt. Mijn geweten knaagde. Ik wist dat ik als christen hem moest vergeven, ook al kon ik dit nog niet. Ik heb toen toch vergeving voor hem uitgesproken in naam van Jezus, met daarbij het gebed dat ik het geloof had dat God mijn woorden toch kracht mee zou geven. Een tijdje later, ontdekte ik dat ik geen haatgevoelens voor die persoon meer heb. Wie weet wat het in zijn leven allemaal uitwerkt…
Jezus weet wat zonden teweegbrengen. Voor onze zonden is Hij gestorven. Jezus kende ook angst. Zodat Hij ons kan begrijpen. In navolging van Hem moeten wij besef van onze zonden hebben en we moeten weten wat het is om bang te zijn. God wil ons zo gebruiken om anderen over Zijn vergevende liefde te vertellen. God wil ons immers gebruiken als licht voor de wereld. Wil ons gebruiken om via ons anderen te bemoedigen. Hen weer te laten vertrouwen op God. Net als Jonathan bij David. Hen te vertellen dat ze met die angst naar God kunnen gaan.
Als wij zelf nooit angst hebben, komen wij niet geloofwaardig over naar anderen. Zouden wij slechts een ‘verhaaltje’ vertellen, als uit een boek. Toevallig heet dat boek dan Bijbel. We kunnen vast wel een stukje opzoeken waar angst is. Dat werkt niet.
We kunnen mensen pas bereiken, wanneer we GETUIGEN van onze eigen angst, en hoe God daarmee is omgegaan. Want dan proeven de mensen de echtheid, en dan geloven ze ons! Dan slaat die bemoediging aan.
Bekeert u!
De liefde en het bloed van Jezus maakt ons vrij van elke zonde. En dat is het juk van Jezus. Keert u tot Mijn juk. Bekeert u! Bereid de weg des Heeren! Belijd uw zonde om zo de weg voor God te openen tot uw hart. En aan uw zonde zal niet meer gedacht worden.
Maar de zonden moeten dus wel met God besproken worden!
Want wanneer een zoon schulden heeft gemaakt, zal hij van zijn vader niet kunnen verlangen dat die hem zal helpen, zolang hij zijn vader de grootte van die schuld niet heeft verteld.
Bemoedigend is dat Jezus niet is gekomen om ‘rechtvaardigen’ te roepen, maar zondaars!
Zondaars die zich niet bekeren, blijven nog altijd zondaars. Voor een niet beleden zonde, kan geen vergeving worden uitgesproken.
Wat is de grootste zonde van de mens?
Het niet geloven in Jezus Christus als Zoon van God en gestorven voor de zonde van mensen.
Ook voor deze zonde geldt, dat de zonde pas vergeven wordt, wanneer deze beleden is!
We leren wat Gods wet is; het juk van Jezus.
Bekeer je en beleid je zonden!
Jakobus 1 vers 22-25:
“Naar dat nieuws moet u niet alleen luisteren, u moet er ook naar handelen. Misleid uzelf niet. Want als u alleen maar luistert, en niets doet, lijkt u op iemand die in de spiegel heeft gekeken, en meteen daarna weer vergeten is, hoe hij eruit ziet. Maar als u blijft kijken naar Gods wet voor vrije mensen, zult u die niet alleen goed onthouden, maar er ook naar leven en God zal u zegenen in alles was u doet”.
Wij zijn getuige van een wonder!
Mensen zeggen vaak: Er moet een wonder gebeuren voordat ik ga geloven. Het probleem dat we allemaal hebben, is dat we bang zijn voor dat wonder.
Bang voor de verandering. Angst voor het onbekende. Onzekerheid over wat God met ons gaat doen.
Daarom kijken we liever naar een ander. Wat die ervan terecht brengt.
En we vluchten weg voor datgene wat we eigenlijk willen hebben, namelijk het wonder.
Maar je kunt niet vluchten voor God. Je kunt niet vluchten voor een wonder.
Dat wonder is Gods liefde voor ieder van ons. Dat wonder is Zijn genade. Het wonder is dat het God Zelf is geweest die ervoor zorgt dat we bij Hem kunnen zijn. Dat wonder is Zijn liefde en vergeving van onze zonden.
Hoe krijgen we dan dat wonder?
Simpelweg, door er om te vragen, telkens weer!
Amen!
Groetjes en Gods zegen,
André de Wit

24 gasten