| Auteur | : | Onbekend |
| Geplaatst op | : | 31-12-2002 |
| Gelezen | : | 11554 keer |
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ]
[ Vorige | Volgende ]
Informatie voor Jehova's getuigen en familie
De informatie die hier wordt aangeboden is bedoeld voor Jehovah's Getuigen, hun familie, vrienden of kennissen, en allen die vragen hebben, of er over denken zich bij Jehovah's Getuigen aan te sluiten.
Als u een van Jehovah's Getuigen bent en volkomen tevreden, kunt u de informatie op deze web-site voor kennisgeving aannemen. Indien u echter vragen of twijfels heeft over de claims en beweringen van het Wachttoren Genootschap, dan zal deze informatie u mogelijk verder kunnen helpen
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ]
[ Vorige | Volgende ]
Er blijven geheimen
Wat is de ideale volgeling?
Is dat niet iemand die geen
vragen stelt, die blindelings gehoorzaamt, slechts naar datgene luistert waar
hij naar moet luisteren, en geen terreinen betreed die zijn gehoorzaamheid op
wat voor wijze dan ook in gevaar zouden kunnen brengen? Is het bovendien niet
iemand die eerder de schuld van een niet kunnen voldoen aan de verwachtingen bij
zichzelf zoekt, liever dan de redelijkheid van de verwachtingen in heroverweging
te nemen?
De Wachttoren organisatie werkt actief door middel van haar lectuur om de ideale volgeling te creeëren.
Een kort overzicht.
Hier onder volgen enkele voorbeelden geciteerd uit de Wachttoren, het publicatie-medium van de Jehova Getuigen. Lees en zie zelf hoe de ideale volgeling gecreeerd word. Toen ik dit voor het eerst las schrok ik me kapot.
Het ideaal voor een streng hierarchische organisatie is dat de achterban alles voor zoete koek slikt wat van hogerhand wordt doorgegeven : niet achterdochtig zijn en alles geloven wat je vertelt wordt, dat is het motto. Maar slechts zelden hebben organisaties het lef om het zo duidelijk te stellen als de Wachttoren :
"Wanneer wij Jehovah en de organisatie van zijn volk liefhebben, zullen wij niet achterdochtig zijn, maar zoals de bijbel zegt, 'alles geloven,' ook bijvoorbeeld alles wat er in het tijdschrift De Wachttoren staat..." (Bekwaam gemaakt tot de Predikingsdienst, blz. 156)
En, hoe minder men zelf onderzoekt, hoe groter de kans uiteraard is dat men zonder vragen aanvaardt wat men voorgeschoteld krijgt. Niet zelf nadenken dus, maar anderen achterna lopen, dat is beter :
"In Jehovah’s organisatie is het echter niet nodig een massa tijd en energie aan speurwerk te besteden, want er zijn broeders in de organisatie die er juist voor zijn aangewezen om dat te doen, ten einde u die niet zoveel tijd hebt, te helpen, en zij bereiden het goede materiaal voor De Wachttoren en andere publikaties van het Genootschap voor." (De Wachttoren, 1 september 1967, blz. 530)
Voor het gezag en idee van superioriteit van de leiders is het goed om de mensen ervan te overtuigen dat ze zelf niet intelligent genoeg zijn, en de bijbel niet kunnen begrijpen zonder leiding. De beste volgeling is een afhankelijke volgeling :
"De bijbel is daarom een boek van organisatie dat aan de christelijke gemeente als organisatie, niet aan individuele personen toebehoort, ongeacht hoe oprecht zulke personen ook mogen geloven dat zij de bijbel kunnen uitleggen. Om deze reden kan de bijbel niet op de juiste wijze worden begrepen zonder Jehovah's zichtbare organisatie in gedachten." (De Wachttoren, 15 januari 1968, blz. 43)
"Beschouw ook eens het feit dat op de gehele aarde alleen Jehovah's organisatie door Gods heilige geest of werkzame kracht wordt geleid (Zach. 4 : 6). Alleen deze organisatie functioneert voor Jehovah's voornemen en tot zijn eer. Alleen voor deze organisatie is Gods Heilige Woord, de bijbel, geen verzegeld boek. In de wereld zijn veel intelligente mensen. Zij kunnen de Heilige Schrift lezen, maar zij kunnen niet de diepe betekenis ervan begrijpen ... Hoe zeer waarderen ware christenen het met de enige organisatie op aarde verbonden te zijn die de "diepe dingen Gods"begrijpt!" (De Wachttoren, 1 oktober 1973, blz. 594)
"Het lijdt geen enkele twijfel: wij hebben allemaal hulp nodig om de bijbel te begrijpen, en wij kunnen de schriftuurlijke leiding die wij nodig hebben, niet buiten de „getrouwe en beleidvolle slaaf"-organisatie vinden." (De Wachttoren, 15 mei 1981, blz. 19)
"Tenzij wij met dit door God gebruikte communicatiekanaal in contact staan, zullen wij geen vorderingen maken op de weg ten leven, ongeacht hoeveel wij in de bijbel lezen." (De Wachttoren, 15 april 1982, blz. 27)
Uiteraard moeten de volgelingen er goed van doordrongen zijn dat ze gehoorzaam moeten zijn. Gehoorzame volgelingen doen alles wat hen gezegd wordt :
"Wees dus gehoorzaam en doe Jehovah’s werk zoals hij het verricht wil hebben, want het enige wat telt, is de door middel van zijn organisatie aangegeven manier!" (De Wachttoren, 1 juli 1956, blz. 295)
"De wil van de slaaf is daarom Jehovah’s wil. Opstand tegen de slaaf staat gelijk aan opstand tegen God" (De Wachttoren, 15 augustus 1956, blz. 374)
"... Het is van levensbelang dat wij dit erkennen en op de aanwijzingen van de "slaaf" acht geven zoals wij naar de stem Gods zouden luisteren..." (De Wachttoren, 1 september 1957, blz. 392)
"Bestaat er een "geheime" formule om met Jehovah's organisatie vooruit te gaan? Neen. Er is echter wel iets fundamenteels dat wij moeten bezittten. ... Wat, zo zouden wij kunnen zeggen, is het grondbeginsel waarop de beweging van Jehovah's levende organisatie berust? Het kan in één woord worden uitgedrukt: GEHOORZAAMHEID." (De Wachttoren, 1 september 1967, blz. 529)
Het allergrootste gevaar schuilt natuurlijk in zelfstandig nadenken. Zelfstandig nadenken kan de autoriteit van het Genootschap in twijfel trekken, en dat moet koste wat kost vermeden worden :
"Vermijd een onafhankelijke denkwijze ... Hoe treedt zo'n onafhankelijke denkwijze aan het licht? Een veel voorkomende manier is dat men raad in twijfel trekt die door Gods zichtbare organisatie wordt verschaft" (De Wachttoren, 15 april 1983, blz. 22)
"... Dit is een onafhankelijke denkwijze. Waarom is zo'n instelling gevaarlijk? Een dergelijke denkwijze vormt een bewijs van trots. ... Als wij gaan denken dat wij het beter weten dan de organisatie, zouden wij ons moeten afvragen: "Waar hebben wij om te beginnen de bijbelse waarheid geleerd? Zouden wij de weg der waarheid kennen indien wij geen leiding van de organisatie hadden ontvangen? Kunnen wij het eigenlijk wel zonder de leiding van Gods organisatie stellen?" Neen, dat kunnen wij niet!" (De Wachttoren, 15 april 1983, blz. 28)
"In de wereld bestaat er een neiging leiderschap te verwerpen. In een voordracht zei iemand erover: „Het steeds hogere niveau van onderwijs heeft de voorraad beschikbaar talent dermate doen toenemen dat volgelingen zo kritisch zijn geworden dat het bijna onmogelijk is hen te leiden." Maar in Gods organisatie heerst geen geest van onafhankelijk denken..." (De Wachttoren, 15 september 1989, blz. 23)
De beste manier om mensen enkel datgene te laten denken wat de leiders willen is te bepalen welke informatie ze krijgen. Dat houdt in, alle kritische informatie te vermijden. Tegenstanders zijn uiteraard leugenaars en in de macht van Satan :
"Ja, afvalligen publiceren lectuur waarin zij hun toevlucht nemen tot verdraaiingen, halve waarheden en regelrechte leugens. Zij posten zelfs bij congressen van Getuigen, in een poging de argelozen in de val te lokken. Het zou dan ook gevaarlijk zijn ons er uit nieuwsgierigheid toe te laten bewegen ons met zulke geschriften te voeden of naar hun schimpende gepraat te luisteren! ... En hoewel de afvalligen misschien ook bepaalde feiten presenteren, worden die gewoonlijk uit hun verband gerukt met het doel anderen van de tafel van Jehovah af te trekken. Al hun geschriften leveren eenvoudigweg kritiek en breken af! Niets erin is opbouwend." (De Wachttoren, 1 juli 1994, blz. 12)
"Sommigen zijn misschien nieuwsgierig naar beschuldigingen die de afvalligen uiten. Maar wij dienen het beginsel uit Deuteronomium 12:30, 31 ter harte te nemen. Hier waarschuwde Jehovah de Israëlieten bij monde van Mozes aangaande datgene wat zij moesten mijden wanneer zij de heidense bewoners van het Beloofde Land eenmaal hadden verdreven. ... Ja, Jehovah God weet hoe menselijke nieuwsgierigheid werkt. Denk aan Eva, en ook aan de vrouw van Lot! (Lukas 17:32; 1 Timotheüs 2:14) Laten wij nooit aandacht schenken aan wat de afvalligen zeggen of doen. Laten wij er daarentegen druk mee bezig zijn mensen op te bouwen en ons loyaal te voeden aan de tafel van Jehovah!" (De Wachttoren, 1 juli 1994, blz. 13)
"Welnu, wat zult u doen wanneer u wordt geconfronteerd met afvallige leringen — sluwe redenaties — die erop neerkomen dat wat u als een van Jehovah’s Getuigen gelooft, niet de waarheid is? Wat zult u bijvoorbeeld doen als u een brief of lectuur ontvangt, er een blik in werpt en onmiddellijk ziet dat het geschrevene van een afvallige afkomstig is? Zult u het uit nieuwsgierigheid lezen, alleen maar om te zien wat de persoon te zeggen heeft? U redeneert misschien zelfs wel: ’Het doet me toch niets; daarvoor sta ik te sterk in de waarheid. En bovendien, als wij de waarheid bezitten, hebben wij niets te vrezen. De waarheid zal de toets doorstaan.’ Sommigen hebben, door zo te denken, hun geest met afvallige redeneringen gevoed en zijn ten prooi gevallen aan ernstige onzekerheid en twijfel." (De Wachttoren, 15 maart 1986, blz. 12)
"Als wij uit nieuwsgierigheid de lectuur zouden lezen van iemand die wij als een afvallige kennen, zou dit er dan niet op neerkomen dat wij deze vijand van de ware aanbidding regelrecht bij ons thuis uitnodigen om rustig te gaan zitten en zijn afvallige denkbeelden aan ons kenbaar te maken?" (De Wachttoren, 15 maart 1986, blz. 13)
"Gods Woord waarschuwt christenen dat „Satan zelf . . . zich [blijft] veranderen in een engel des lichts. Het is daarom niets groots indien ook zijn dienaren zich blijven veranderen in dienaren van rechtvaardigheid. Maar hun einde zal zijn overeenkomstig hun werken" (2 Korinthiërs 11:14, 15). Satan heeft zich zo succesvol als „een engel des lichts" voorgedaan, dat hij zelfs een volmaakt mens, Eva, kon verleiden (1 Timótheüs 2:14). Het zou derhalve roekeloos zijn, alsook een verspilling van waardevolle tijd, wanneer Jehovah’s Getuigen vals-religieuze lectuur die bedoeld is om te misleiden, zouden aanvaarden en zich eraan zouden blootstellen. ... Bovendien zijn sommige van de religieuze geschriften die men Jehovah’s Getuigen misschien per se wil laten lezen, geschreven door personen die afvallig zijn geworden, of bevatten ze hun gedachten. Ware christenen hebben het gebod ontvangen zulke afvalligen te mijden" (De Wachttoren, 1 augustus 1984, blz. 31)
Maar, alsof het mijden van alle kritische informatie nog niet genoeg is, zélfs alleen het lezen van de bijbel kan gevaarlijk zijn :
"Natuurlijk dient bijbellezen niet in de plaats te komen van het gebruik dat u maakt van het voortreffelijke studiemateriaal dat via „de getrouwe en beleidvolle slaaf" beschikbaar is gesteld." (De Wachttoren, 1 mei 1995, blz. 19)
"Van tijd tot tijd zijn er in de gelederen van Jehovah’s volk personen geweest die, evenals de oorspronkelijke Satan, een onafhankelijke vittende houding hebben aangenomen. ... Zij zeggen dat het voldoende is enkel de bijbel te lezen, hetzij alleen of in kleine groepjes thuis. Maar vreemd genoeg zijn zij door zulk ’bijbellezen’ helemaal teruggekeerd tot de afvallige leerstellingen die honderd jaar geleden in de schriftverklaringen van de geestelijken van de christenheid werden uiteengezet, terwijl sommigen zelfs weer de feesten van de christenheid zijn gaan vieren, zoals de Romeinse Saturnalia van 25 december! Jezus en zijn apostelen hebben tegen zulke wettelozen gewaarschuwd." De Wachttoren, 15 december 1981, blz. 25-26)
Het moge duidelijk zijn, De Wachttoren organisatie heeft maar één boodschap voor haar volgelingen :
"Als er ook maar een zweem van twijfel omtrent Jehovah, zijn Woord of zijn organisatie in uw hart heeft post gevat, wees er dan snel bij die uit te bannen voordat de twijfel uitgroeit tot iets waardoor uw geloof verwoest zou kunnen worden." (De Wachttoren 1 februari 1996, blz. 23)
"Als wij gaan denken dat wij het beter weten dan de organisatie, zouden wij ons moeten afvragen: "Waar hebben wij om te beginnen de bijbelse waarheid geleerd? Zouden wij de weg der waarheid kennen indien wij geen leiding van de organisatie hadden ontvangen? Kunnen wij het eigenlijk wel zonder de leiding van Gods organisatie stellen?" Neen, dat kunnen wij niet!" (De Wachttoren, 15 april 1983, blz. 28)
Samenvatting
De boodschap van het Wachttoren Genootschap aan haar volgelingen is duidelijk en ondubbelzinnig : absolute gehoorzaamheid aan de leiders, de "slaaf"-klasse, niet kritisch wezen, onafhankelijk denken vermijden, kritische informatie mijden, en alles geloven wat De Wachttoren zegt. Zelfs alleen de bijbel lezen is gevaarlijk. Vraag u zelf af : worden Jehovah's Getuigen opzettelijk informatie onthouden?
Is dit de manier waarop God met de mens om wilt gaan, of is het God juist te doen om een persoonlijke relatie met de mens? Ik geloof zelf in het laatste, is het niet zo dat de Here Jezus naar de mensen in nood toe ging om hen te helpen. Sterker nog de mensen gingen uit eigen beweging naar Jezus toe om hulp te vragen en Hij hielp hen met alle liefde. Er stond geen organisatie tussen de mens en Jezus in.
Staat er niet in de bijbel: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij". Of stond er: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan eerst via de organisatie door mij te gaan".
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ]
[ Vorige | Volgende ]
Twijfel en weggaan
Het verlaten van een organisatie als de Wachttoren is voor velen een grote stap. Deze beslissing die zoveel grote gevolgen zal hebben voor iemands gehele leven is niet eenvoudig gemaakt. De twijfel die je misschien zelfs al langere tijd had betekent niet dat er iets mis is met jezelf. Twijfel is juist een gezonde reactie op tegenstrijdige informatie, en deze twijfel is voor velen de eerste stap geweest op de weg naar geestelijke vrijheid. Daarom is het goed om te beseffen dat je hierin niet alleen staat.
Waarom weggaan zo moeilijk is
Het zal voor buitenstaanders niet eenvoudig zijn te begrijpen waarom iemand met twijfels over een organisatie niet gewoon weg gaat. Deel uitmaken van Jehovah's Getuigen is niet iets waarvan je van de ene op de andere dag kan besluiten mee te stoppen. De drempels die opgeworpen zijn tegen het verlaten van de groep zijn voor velen zeer hoog. Om dit te kunnen begrijpen is het goed om te beseffen welke factoren er toe hebben bijgedragen dat men zich aan de groep heeft aangepast, maar bovenal dat deze factoren doelbewust gebruikt werden om het individu te beheersen, buiten de schuld van het slachtoffer.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ]
[ Vorige | Volgende ]
Gedachtenbeheersing
Hoe het Wachttoren Genootschap haar volgelingen beheerst
Voor personen die te maken gehad hebben met de overheersing en de daaruit volgende afhankelijkheid van een groep is het niet zelden een grote vraag hoe het ooit zover heeft kunnen komen. Om deze vraag afdoende te kunnen beantwoorden is het noodzakelijk om dieper in te gaan op de methodes die gebruikt worden om leden te werven en vast te houden.
Niet zelden ook valt in verband met de methodes die groeperingen als het Wachttoren Genootschap gebruiken de term "hersenspoeling", wat een gedwongen herprogrammering van de gedachten van een persoon inhoudt. Een term die echter beter bij de methodes van de Wachttoren organisatie zou passen is de Engelse term "mind control", wat omschreven zou kunnen worden als "gedachtenbeheersing".
- Wat is gedachtenbeheersing?
- Gedachtenbeheersing door de Wachttoren begrijpen
- Waaraan is gedachtenbeheersing te herkennen?
- Wat is er tegen gedachtenbeheersing te doen?
1. Wat is gedachtenbeheersing?
In het boek Combatting Cult Mind Control legt Steve Hassan uit wat gedachtenbeheersing is:
"Gedachtenbeheersing, ook wel `gedachtenhervorming' genoemd, is subtieler en meer gecompliceerd [dan hersenspoeling]. Degenen die het begaan worden als vrienden of gelijken beschouwd, zodat de persoon veel minder op z'n hoede is. Zonder dat hij er zich van bewust is neemt hij er aan deel, door met degenen die hem beheersen mee te werken en ze persoonlijke informatie te geven, waarvan hij niet weet dat het tegen hem gebruikt zal worden. Het nieuwe geloofs systeem wordt opgenomen in een nieuwe identiteitsstructuur"
"Gedachtenbeheersing houdt weinig of geen openlijke lichamelijk geweld in. In plaats daarvan worden hypnotische processen gecombineerd met groepsgedrag wat een krachtig indoctrinatie effect creeërt. Het individu wordt misleid en gemanipuleerd - niet direct gedwongen - om de voorgeschreven keuzes te maken. Over het geheel genomen reageert hij positief op wat er met hem gedaan wordt."
2.Gedachtenbeheersing door de Wachttoren begrijpen
Het is niet eenvoudig een Jehovah's Getuige te vinden die nog nooit informatie over de oneerlijkheid van de Wachttoren gezien of gehoord heeft, of een andere uitleg van de bijbel dan die de organisatie geeft. Waarom zien ze dan toch geen probleem? Duidelijk is, dat er iets anders is wat hen ervan weerhoudt de feiten objectief te onderzoeken. Hun gedachten zijn getraind om twijfel over de organisatie te vermijden. Een onzichtbare muur is opgericht, welke feitelijk zegt: "tot zover mag je gaan, en niet verder". Christenen of bezorgde familie leden, die tevergeefs de Getuige proberen te overtuigen, beseffen niet dat de persoon in kwestie het slachtoffer is van gedachtenbeheersing, en de vooroordelen die de Wachttoren in de gedachten van de Getuige heeft geplaatst zullen effectief een objectieve kijk op de aangereikte feiten in de weg staan.
Het kan vergeleken worden met een kind dat van haar moeder houdt, en ontdekt dat haar moeder wordt beschuldigd van het plegen van een misdrijf. Het kind zal zich, gedreven door gevoelens voor haar moeder, heftig verzetten tegen elke poging die men onderneemt om haar ervan te overtuigen dat de moeder werkelijk schuldig is.
Dit voorbeeld is niet ver van wat feitelijk gebeurt in de gedachten van Jehovah's Getuigen. Hen wordt geleerd dat de organisatie de "moeder" is, en dat Jehovah de vader is. Omdat Jehovah niet rechtstreeks tot de getuigen spreekt, moeten ze voor leiding en instructie naar de organisatie opzien. Steeds weer worden de getuigen er aan herinnerd hoe vertrouwens- waardig de "moeder" is, en hoe ze zonder haar niet verder kunnen. Iedereen die de getuige probeert te helpen wordt als gevaarlijk beschouwd, als "van de duivel". Omdat de getuige deel uitmaakt van een familie met de overeenkomstige hoeveelheid broederschap en samenzijn (de reguliere vergaderingen en het predikingswerk), versterkt het gevoel van veiligheid en geliefd-zijn dat wat de "moeder" zegt.
De "moeder" heeft de getuige geleerd niet te luisteren naar kritiek die betrekking heeft op haar door het "satanisch" te noemen, zodat hij niet objectief nadenkt, maar sterk emotioneel zal reageren als hij kritische geluiden bespeurt. De getuige zal eenvoudig niet twijfelen aan de motieven of de vertrouwenswaardigheid van de moeder. Pas als hijzelf het vertrouwen begint te verliezen in de beweringen of de zorg van de moeder (en dus breekt met de emotionele band), zal hij wat meer objectief kunnen denken.
3. Waaraan is gedachtenbeheersing te herkennen?
Gedachtenbeheersing heeft enkele duidelijke kenmerken, die alle verband
houden met het beheersen van de totale belevingswereld van het individu.
Deze kenmerken zijn:
- Beheersing van gedrag
- Beheersing van gedachten
- Beheersing van emoties
- Beheersing van informatie
Deze methodes tezamen vormen een krachtig instrument om bekeerlingen te verleiden en vervolgens vast te houden. Niet slechts minder intelligente mensen, of mensen die eenvoudig te beïnvloeden zijn worden hierdoor aangetrokken. De beste recruten zijn veelal vrij intelligent.
De bovengenoemde vier punten zijn in de methodes van het Wachttoren Genootschap duidelijk te herkennen.
1. Beheersing van gedrag
Allerlei soorten van bijzondere regels, kledig voorschriften en gedragscodes (niet in de bijbel gespecificeerd) worden de leden opgelegd. Bepaalde films, muziek, dansen etc. worden verboden. Nieuwe gedragscodes worden opgelegd, zoals het gaan van deur-tot-deur, meerdere vergaderingen per week bezoeken, nieuwe houding tegen afvalligen etc. Het lid krijgt het gevoel bijzonder te zijn, hoewel vervolgd om zijn overtuiging.
2. Beheersing van gedachten
Geladen taal wordt gebruikt (termen kenmerkend voor de groep), zoals bij Jehovah's Getuigen nieuw samenstel, theocratisch, Gods organisatie, gezalfde, de waarheid, afvalligen, etc. Methodes om verkeerde gedachten die tot gezonde twijfel over de organisatie kunnen leiden te voorkomen worden toegepast. Alles wordt zwart-wit gesteld; de organisatie is goed, al het andere is slecht. Er zijn antwoorden op alle vragen, het is niet nodig om zelf na te denken.
3. Beheersing van emoties
Angst en schuldgevoelens zijn de sleutel in emotionele controle, ook wel omschreven als fobische indoctrinatie. De getuige ontwikkelt de paranoia dat de Satan er op uit is hem te pakken te krijgen als hij de organisatie in twijfel trekt, of om enige reden verlaat, en dat hij zal omkomen in Armageddon, etc. Hij of zijn familie zou ook een verschrikkelijke dood kunnen sterven als hij weggaat.
4. Beheersing van informatie
Bijzonder kenmerkend voor Jehovah's Getuigen is de beheersing van de informatie waar de leden toegang tot hebben. Informatie die kritisch is ten opzichte van de organisatie wordt hen onthouden. Jehovah's Getuigen worden bezig gehouden met het lezen van hun eigen literatuur en het bijwonen van instructiebijeenkomsten. Inzicht in beleidmaking en financiële aangelegenheden wordt niet gegeven. Er bestaan verscheidene kennisniveaus in de pyramidestructuur van de organisatie. Informatie wordt ook aan buitenstaanders onthouden, om een positiever beeld van de groep te schetsen. Het individu wordt geleerd dat de duivel erop uit is hem te pakken als ze de groep en de voorschriften niet volgen. De leden wordt ook voorgehouden dat ze niet in staat zijn om hun eigen verstand te gebruiken om te ontdekken wat goed en kwaad is, maar moeten in plaats daarvan de organisatie volgen.
Wat is er tegen gedachtenbeheersing te doen?
Een eerste stap om effectief op te kunnen treden tegen dergelijke methodes is het onderkennen ervan. Wanneer een slachtoffer zich er eenmaal van bewust is geworden wat er feitelijk gaande is met hem, zal hij beter in staat zijn om zich er tegen te wapenen, en zich er uiteindelijk aan te onttrekken. De persoon in kwestie zal moeten leren zijn eigen beslissingen te nemen, in plaats van daarvoor op te zien naar de organisatie. Hij zal moeten onderkennen dat de angst om tegen de wil van de organisatie in te gaan, die geplant is door middel van gedachtenbeheersing, niet overeen komt met de werkelijkheid.
Het verbreken van de emotionele band is een pijnlijke en vaak langdurige zaak. Het is zwaar om te erkennen dat er op brute wijze misbruik is gemaakt van het vertrouwen dat gegeven werd aan de organisatie. Daarom is het goed om steun en raad te zoeken van personen die het zelfde hebben doorgemaakt. Het uitwisselen van ervaringen kan helpen bij het verwerken van deze traumatische ervaringen.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ]
[ Vorige | Volgende ]
Gebruik van angst
Mensen die geworsteld hebben met fobieën weten hoe immuun zulke fobieën kunnen zijn voor verstandelijke analyse. Net als bij steeds terugkomende nachtmerries over gruwelijke monsters, lijkt het niet door te dringen dat monsters niet bestaan. De irrationele angsten blijven het slachtoffer steeds achtervolgen.
Daar waar nachtmerries voorbijgaan en vaak de volgende ochtend vergeten zijn, zijn andere angsten, dikwijls even sterk, ook overdags in het bewustzijn van mensen aanwezig. Regelmatig zijn mensen getraumatiseerd door hoogtevrees, angst voor honden, angst om in een kleine ruimte opgesloten te zijn, etc, wat hun manier van leven beïnvloedt.
Naar verhouding weinig aandacht wordt echter besteed aan religieuze angsten. Het is duidelijk dat manipulatieve personen de schriften eenvoudig kunnen verdraaien om gevoelens van angst, schuld, gewetensnood en zelfs hysterie los te maken. De volgelingen van Jim Jones en Ayatollah Khomeini zijn daar het bewijs van. Wat verrassend is, is dat de slachtoffers zich vaak van bewust zijn van hun paranoia, en weten dat het destructief is, maar zich machteloos voelen om het te overwinnen.
Dit is in het bijzonder het geval onder Jehovah's Getuigen. Niet tevreden met de Schrift alleen heeft het Wachttoren Genootschap veel commentaar aan de bijbel toegevoegd, die een "Talmoed" van regels en verboden omvatten met betrekking tot roken, feestdagen, etc., wat onnodige angst voor ongehoorzaamheid, en uiteindelijk weer schuldgevoel veroorzaakt.
Waarom staat de Wachttoren er op om vrijwel elk gedragsaspect van hun volgelingen zorgvuldig te regelen? En verder, waarom onderwerpen Jehovah's Getuigen zich aan al deze regels, zelfs als ze twijfels hebben of deze regels wel van God afkomstig zijn?
Om de eerste vraag te kunnen beantwoorden moeten de motieven van de Wachttoren worden begrepen. Ze hebben geen kwaad in de zin voor hun volgelingen, maar geloven dat ze in hun belang het beste zoeken. Door het leven van zo'n vijf miljoen Getuigen langs duidelijk geformuleerde gedragsregels te sturen, geloven ze dat dit welgevallig is voor God en dat Hij ze eeuwig leven zal schenken. Wat de Wachttoren niet begrijpt is dat ze dezelfde houding en overtuigingen delen als de Farizeën in Jezus' dagen deden. Jezus zei van hen:
"Zij binden zware lasten bijeen en leggen die op de schouders van de mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren." (Matteus 23:4)
Dit houdt niet in dat ze hun eigen wetten niet hielden, maar betekent dat ze hun volgelingen een morele wet voorschreven terwijl ze zelf een verandering in hun harten naar barmhartigheid en recht vermeden. (Matt. 23:23). Jezus veroordeelde hen voor het niet tot inkeer komen (Joh. 5:39,40)
Evenals wetticisme, zijn angsten een vorm van manipulatie. Zoals de ouder die een kind dat in bed plast bang maakt met enge verhalen over wat er met kinderen die in bed plassen gebeurt, zo zijn er ook religieuze organisaties die vervallen tot indoctrinatie van angsten, in plaats van hun volgelingen door middel van liefde en barmhartigheid tot zich te trekken.
Terwijl de motieven voor het gebruik van indoctrinatie van angsten voornamelijk verklaard kunnen worden uit een poging om de daden en het gedrag van anderen te beheersen, is het begrijpen van de wanhopige situatie van het slachtoffer ingewikkelder.
Vaak zijn zij die zich tot wettisistische religieuze groepen aangetrokken voelen het slachtoffer van angsten die al lang geleden in hun geest geplant zijn. Een kind dat door zijn ouders angst is bijgebracht voor het leven, voor mensen, huwelijk of succes, zal een toevlucht vinden in een religie die de ondergang verkondigt, en een vervolgingscomplex in haar aanhangers aanwakkert. Zoals iemand die uit afhankelijkheid steeds terug komt bij een partner die alcoholist is, zoekt hij niet wat hij nodig heeft om het patroon van misbruik te doorbreken, maar wat al vertrouwd is voor hem. Hoewel moeilijk te geloven, kunnen angsten en gedachtenbeheersing "aangenaam" zijn voor diegenen die er van afhankelijk zijn, vanwege de lange bekendheid ermee.
Deze angsten kunnen succesvol behandeld worden, maar moeten herkend worden door het slachtoffer zelf, en in de meeste gevallen zal het slachtoffer hierbij hulp nodig hebben.
Welke angsten komen voor?
- Angst voor twijfel
Jehovah's Getuigen ondergaan vaak een echte worsteling met twijfel in het begin, en moeten informatie die gericht is tegen de Wachttoren organisatie onderdrukken. Ze leren al snel de twijfels weg te stoppen, maar kunnen zelden de tegenstrijdigheden in hun gedachten oplossen. Daarom, als er iets is wat de twijfel opnieuw doet oplaaien, zullen ze bang worden. Het is eerder gebaseerd op doctrine dan op een relatie met God. Twijfel veroorzaakt extreme onrust en alles zal in het werk gesteld worden om situaties te vermijden waarin twijfel zou kunnen toeslaan. - Angst voor het verlaten van de organisatie
Dit is waarschijnlijk de grootste angst van alle onder Jehovah's Getuigen vanwege de radicale verandering die het teweeg zal brengen in hun mentale en sociale welzijn. Niet alleen gaat de getuige er van uit dat hij onder extreme schuld, schaamte en zelfmoordneigingen zal lijden, maar hij weet ook dat hij al zijn vrienden onder de getuigen zal verliezen, en dat familie leden binnen de organisatie niet langer met hem zullen willen spreken. Zijn ergste wantrouwen tegenover zichzelf en zijn innerlijke slechtheid zullen bevestigd worden. Het is waarschijnlijk dat Armageddon zal komen terwijl hij uitgesloten is. De getuige is er van overtuigd dat hij nergens heen kan, en dat hij de rest van zijn leven eenzaam en ongelukkig zal doorbrengen. - Angst voor succes
Getuigen wordt voorgehouden dat een carrière in dit samenstel van dingen gevaarlijk is, omdat dit hen zal onderwerpen aan allerlei verleidingen, voornamelijk liefde voor geld. Vaak wordt hen een schuldgevoel aangepraat bij het volgen van een hogere opleiding, omdat ze hun tijd beter kunnen besteden aan het deur-tot-deur werk in "de korte tijd die nog rest" voor het einde van dit verdorven oude samenstel. Ten opzichte van hen die al geld of een goede opleiding hebben zijn twee reactie mogelijk, afhankelijk van de sfeer in de gemeente. Er wordt óf op ze neergekeken dat ze zo "materialistisch" zijn, óf ze worden gerespecteerd als een voorbeeld van iemand die aanzien heeft in de wereld en toch succesvol is in "de waarheid", en naar verondersteld wordt ook een goede getuige naar anderen buiten de organisatie. Er is sprake van vele dubbele maatstaven. - Angst voor "wereldse mensen"
Omdat alleen "jehovah's volk" zal worden gered, zullen alle anderen vernietigd worden bij Armageddon. Onafhankelijk van hoe religieus of Godvrezend buitenstaanders mogen lijken, ze zijn "werelds" voor je en "slechte omgang". Ze zullen de goede morele standaarden van de getuige bederven, en ze zullen door de duivel gebruikt worden om twijfel te zaaien in de gedachten van de getuige over de organisatie, en ze zullen ertoe aanzetten nalatig te worden in het getuigeniswerk. - Angst voor leren
Getuigen worden gewaarschuwd niet "verder te gaan dan het geschrevene", wat wordt uitgelegd als betekende het dat men niet moet denken wat het Besturend Lichaam van Jehovah's Getuigen nog niet gedacht heeft, of gedachten die tegengesteld zijn aan Wachttoren doctrine of beleid. Methodes om zulke gedachten tegen te gaan worden gebruikt om dingen te denken die meer twijfel zouden brengen, of de innerlijke onrust van de getuige zouden vergroten.
De getuigen wordt geleerd dat hogere opleiding zal leiden tot "meer kritiek op de waarheden van de Wachttoren en een verwerping van het gezag van de Organisatie". Het lezen van boeken die niet door de Wachttoren uitgegeven zijn brengt een persoon in gevaar beïnvloed te worden door de verkeerde overtuigingen van anderen, en zal leiden tot de vervuiling van de "zuivere taal" gesproken door Jehovah's volk. - Angst voor de duivel
De duivel is degene die onverwachts Gods bedoelingen in de Hof van Eden probeerde te dwarsbomen, en is er in geslaagd God een uitdaging te bezorgen. God kan de duivel niet vernietigen, omdat de engelen bezorgd zouden zijn over Zijn motieven. Hij is dus gebonden, en moet de duivel toestaan zijn plan uit te voeren. Omdat God door de duivel beperkt wordt, wordt de duivel een zekere macht over de Jehovah's Getuige toegeschreven, en wordt vaak gevreesd. - Angst voor nauwe vriendschappen
Een triest kenmerk van betrekkingen bij Jehovah's Getuigen is de aanmoediging door de leiding om elkaars broeders in de gaten te houden, en als iets is wat ongeoorloofd is in hun levens, moeten ze hiermee op aangesproken worden, of aangegeven worden bij de ouderlingen, of beide (meestal gebeurd dit tegelijkertijd) Er bestaat een "pikorde" binnen de organisatie, met het Besturend Lichaam van Jehovah's Getuigen aan de top, gevolgd door Bethelwerkers en Kring- en District opzieners, dan de plaatselijke ouderlingen, dan de pioniers en bedienaars, en de "verkondigers" als laagsten (vrouwen worden het minst gewaardeerd). Omdat vertrouwelijkheden officïeel niet vertrouwelijk gehouden kunnen worden, en persoonlijke twijfel slechts toegegeven kan worden tegen het grote risico bestraft of "geadviseerd" te worden, kunnen getuigen hun eigen mensen niet vertrouwen, maar wenden ze zich, ironisch genoeg, tot niet-getuigen voor vertrouwen. - Angst voor "afvalligen"
Zij die de organisatie verlaten hebben (om welke reden dan ook) worden beschreven in de meeste lage termen. Ze zijn "trots en zelfzuchtig, haten gezag, zijn leugenaars en misleiders en overspeligen" en worden over het algemeen gevreesd door Jehovah's Getuigen. Ze zullen er alles aan doen om zelfs oogcontact met ex-getuigen te vermijden. - Angst voor God
De Wachttoren mag dan wel een vriendelijk beeld van God schetsen in de publicaties, maar in de praktijk is God streng en veeleisend wanneer men eenmaal gedoopt is. Redding is nooit zeker, en Jehovah's Getuigen kunnen slechts op bepaalde momenten geloven dat ze gered zijn. Omdat een relatie met Christus niet wordt verkondigd, en het inwonen van de Heilige Geest niet wordt onderwezen, ontvangt de gelovige geen echte vreugde van een persoonlijke relatie met God. Trotsheid over persoonlijke en organisatorische verrichtingen en de geest van elitarisme vullen de leegte. - Angst voor Armageddon
Hoewel de dood door de Wachttoren gezien wordt als vernietiging, zijn er wanneer het eind komt bijzondere onaangenaamheden te verwachten voor hen die zich niet volledig bezighouden met door de organisatie voorgeschreven activiteiten. Hun ogen zullen uit hun kassen rotten en ze zullen afslachting door de hand van God ondergaan. Armageddon wordt levendig in gedachten gehouden, door middel van platen zoals die welke zijn ontworpen om kleine kinderen van getuigen bang te maken zoals in de Engelse Wachttoren uitgave "From Paradise Lost to Paradise Regained", 1958, pagina's 208-09). Veel angst is gebaseerd op de intense schaamte en wanhoop die zeker zal worden beleefd als de getuige zijn vrienden ziet overleven terwijl zijzelf zullen sterven. - Angst voor andere religies
Alle andere religies zijn onderdeel van Babylon de Grote, het Wereld Rijk van Valse Religie. God zal binnenkort heel Babylon en haar aanbidders, dat zijn alle kerkgangers en sympathisanten, vernietigen. Alle religieuze voorwerpen of ceremonieën worden als demonisch gezien, en gevaarlijk, zodat alle contact met iets religieus moet worden vermeden. Jehovah's Getuigen mogen geen bruiloften of begrafenis plechtigheden in kerken bijwonen, deelnemen aan traditionele feestdagen of zelfs kerstgeschenken geven. Andere vertalingen van de bijbel als de Nieuwe Wereld Vertaling worden beschouwd als aangetast door de geleerden van de Christenheid. De angst voor demonische aanvallen is altijd aanwezig wanneer een Jehovah's Getuige in contact komt met andere religies en/of andere religieuze personen.
Opmerking
De bovenbeschreven angsten worden zorgvuldig gecultiveerd en aangewakkerd in de publicaties en toespraken. Totale gehoorzaamheid aan de organisatie wordt vereist, en angst is het middel om dit ook daadwerkelijk af te dwingen.
Bij Jehovah's Getuigen vindt alles op "vrijwillige basis" plaats, van het geven van giften tot deelname aan het predikingswerk. De geestelijke strijd die het niet volgen in wat de organisatie verlangt met zich meebrengt, echter, leidt tot vele complexen, stress, en soms zelfs zelfmoord. Een echte keuze is er dan ook niet.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ]
[ Vorige | Volgende ]
Martelaars Complex
Een van de middelen die het Wachttoren Genootschap gebruikt om haar volgelingen tot een hechte groep te smeden is het aanwakkeren van de overtuiging dat Jehovah's Getuigen vervolgd worden om hun geloof. Hoewel veel mensen eenvoudig geen idee hebben wat het begrip werkelijk inhoudt, wordt alle tegenstand van hun activiteiten direct als "vervolging" gezien. Op deze manier krijgen Jehovah's Getuigen de indruk dat de tegenstand die ze ondervinden het bewijs is dat ze voor een goede zaak bezig zijn. Dit zou het "martelaarscomplex" genoemd kunnen worden.
Er worden in de publicaties van het Wachttoren Genootschap vele artikelen gewijd aan de moeilijkheden die Jehovah's Getuigen ondervinden. Het volgende citaat uit "Redeneren aan de hand van de Schrift" (blz. 223-224) geeft zeer kernachtig de overtuiging weer die het Wachttoren Genootschap haar volgelingen meegeeft:
Waarom worden Jehovah's Getuigen vervolgd en wordt er zoveel ongunstigs over hen verteld?
Jezus zei: "Indien de wereld u haat, gij weet dat ze mij eerder dan u heeft gehaat. Als gij een deel van de wereld zoudt zijn, zou de wereld ten zeerste gesteld zijn op wat haar toebehoort. Daar gij echter geen deel van de wereld zijt, maar ik u uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld u" (...) De bijbel toont aan dat de gehele wereld in Satans macht ligt; hij is de voornaamste aanstichter van de vervolging (...) Ook zei Jezus tot zijn discipelen: "Gij zult om mijn naam voorwerpen van haat zijn voor alle mensen" (...) De vervolging wordt veroorzaakt doordat Jehovah's Getuigen zijn geboden meer gehoorzamen dan die van enige aardse heerser."
Uit een nadere analyse van dit citaat komen de achterliggende gedachten aan het licht, welke inzicht geven in de opbouw, het doel, en de psychologische uitwerking van het aanwakkeren van deze overtuiging. De onderstaande punten geven de gedachten weer die in dit citaat naar voren worden gebracht, en de conclusie waar deze toe zouden moeten leiden.
1. Vervolging is het gevolg van trouw aan God
De gedachte: "De vervolging wordt veroorzaakt doordat Jehovah's Getuigen zijn geboden meer gehoorzamen dan die van enige aardse heerser."
De analyse: Door tegenstand als gevolg van het dienen van God te zien, wordt de zaak waarvoor de offers worden gebracht direct tot Gods zaak gemaakt. Met deze redenering wordt echter de eigen groep op de voorgrond geplaatst, en wordt totaal genegeerd dat godsdienstige vervolgingen zich niet tot Jehovah's Getuigen beperken, maar dat overal waar religieuze intolerantie heerst de meest verscheiden groeperingen hiervan het slachtoffer worden, waarvan vele even grote, of grotere, offers hebben moeten brengen als Jehovah's Getuigen.
2. Vervolging is het bewijs van trouw aan God
De gedachte: "Ook zei Jezus tot zijn discipelen: "Gij zult om mijn naam voorwerpen van haat zijn voor alle mensen"
De analyse: Tegenstand wordt gezien als het bewijs dat Jehovah's Getuigen ware volgelingen zijn van Jezus. Hij had het immers al voorzegd? Als de overtuiging eenmaal aanwezig is dat vervolging een gevolg is van trouw aan God boven mensen, dan wordt elke keer dat er tegenstand ondervonden wordt, de overtuiging gesterkt dat het echt om de naam van Jezus is, zoals hij voorzegd had. Het resulteert in een cirkelredenering die zichzelf versterkt.
3. Alleen ware aanbidders worden vervolgd
De gedachte: "Als gij een deel van de wereld zoudt zijn, zou de wereld ten zeerste gesteld zijn op wat haar toebehoort. Daar gij echter geen deel van de wereld zijt, maar ik u uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld u"
De analyse: Hier wordt duidelijk dat de tegenstand een rechtstreeks gevolg is van het feit dat er onderscheidt bestaat. "Geen deel van de wereld zijn" leidt tot vervolging. "De wereld" hoort niet bij God, dus is vervolging het onmiskenbare teken van het horen bij God. Deze redenering leidt tot een zwart-wit contrast, en alles wordt tot stereotypen gereduceerd. Het leidt tot de tegenstelling "Gods uitverkorenen" tegen "de wereld", waarbij het begrip "de wereld" wordt ingevuld met iedereen die niet tot de groep behoort, wat hen automatisch tot tegenstander maakt.
4. Tegenstanders zijn in de macht van Satan
De gedachte: "De bijbel toont aan dat de gehele wereld in Satans macht ligt; hij is de voornaamste aanstichter van de vervolging"
De analyse: Nadat eerst de tegenstelling met "de wereld" werd geintroduceerd, wordt dit onderscheid benadrukt door Satan zelf de tegenstander van de eigen groep te maken. Het creeëren van dit duidelijke vijandsbeeld heeft ook een duidelijk doel. Omdat Satan de tegenstander van God is, maar ook van de groep, versterkt dit de suggestie dat God alleen de eigen groep accepteert, en dat alle anderen die niet tot de groep behoren bij Satan horen. Omdat Satan zelf de vervolgingen aansticht en omdat de wereld in de macht van Satan is, moet vervolging van de eigen groep wel een bewijs zijn van de overtuiging dat men voor het volgen van God vervolgd wordt. Weer leidt dit tot een cirkelredenering.
Samenvatting
Het introduceren van het zogenaamde "martelaarscomplex" heeft in het algemeen, en in geval van Jehovah's Getuigen in het bijzonder, een duidelijk doel. De methodes om dit doel te bereiken zijn duidelijk te herkennen.
Het doel is het creeëren van een hechte groep met een groot saamhorigheidsgevoel. Gedeelde overtuiging en ervaringen, en het feit dat men alleen in de eigen groep begrepen wordt, leidt tot verbondenheid en afhankelijkheid van de groep. Niet alleen is een hechte groep met een gemeenschappelijke achtergrond die anders is dan die van "gewone mensen" eenvoudiger te controleren en te sturen, het werpt ook een hoge drempel op voor het verlaten van de groep. Er is immers een duidelijk vijandbeeld geschapen van alles wat buiten de groep is, waarbij de hoofdvijand Satan zelf is.
Door de uniekheid van eigen groep te benadrukken, en gelijk te stellen met Gods enige uitverkorenen, waarbij tegenstand alleen maar een bewijs is van het werk van Satan, leidt vervolging en tegenstand tot versterking van de overtuiging van de juistheid van de gekozen weg. Het snijdt tegelijkertijd banden door met alles van buiten de groep, dat niet uitverkoren is. Elke vermeende aanval op de overtuiging van de groep, hoezeer ook gebaseerd op feiten, wordt automatisch geclassificeerd als een aanval van Satan. Zo'n aanval moet dan ook ten koste van alles afgeslagen worden door zich nog meer aan de eigen groep vast te houden. Het veroorzaakt een vicieuze cirkel in het denken, die, net als bij andere doctrines van het Wachttoren Genootschap, slechts dan te doorbreken is als de twijfel aan de identiteit en het unieke van de groep de overhand krijgt.
Het Wachttoren Genootschap heeft goed begrepen dat het "martelaarscomplex" een meer dan bruikbare methode is om haar volgelingen volledig in haar macht te houden...
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ]
[ Vorige | Volgende ]
Uitsluiting
Nadat de 'Bijbelonderzoekers', zoals Jehovah's Getuigen zich oorspronkelijk noemden, ongeveer 30 jaar lang een gematigde houding hadden aangenomen tegenover ‘uitvallers’, verscheen in 1904 het boek The New Creation, waarin de gedachte werd geïntroduceerd dat het noodzakelijk was "passende stappen te ondernemen om niet toe te laten dat de gemeente in moreel opzicht verdorven" zou worden. Op basis van bijbelgedeelten als Matthéüs 18:15-17 "vonden er af en toe ‘kerkverhoren’ plaats waarin de bewijzen voor kwaaddoen in ernstige gevallen aan de gehele gemeente werden voorgelegd" (jv, 186).De formele procedure
Het meesterwerk van Kafka, Het proces begint met de zin: "Iemand moest Josef K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads gedaan had, werd hij op een ochtend gearresteerd." De onmacht van de beklaagde Josef K., het gevoel dat het proces iets is wat je overkomt in plaats van waarop je door bepaalde stappen te doen invloed kan uitoefenen, komt wonderwel overeen met de ervaring van de ‘beklaagden’ in een rechterlijke aangelegenheid bij Jehovah’s Getuigen.
Hieronder volgt een opsomming van de opeenvolgende stappen binnen de uitsluitingsprocedure:
- Allereerst dient een Jehovah’s Getuige getuige te zijn geweest van het feit dat een andere Jehovah’s Getuige een zonde heeft begaan die uiteindelijk tot uitsluiting kan leiden.
- Deze persoon dient eerst de overtreder persoonlijk te benaderen en hem of haar te overreden zijn of haar zonde bij de ouderlingen bekend te maken. Wanneer de overtreder te kennen geeft daar geen aanleiding toe te zien, dient de getuige een termijn te stellen (vaak ongeveer een week) waarin de overtreder alsnog zijn of haar zonde kenbaar kan maken. Heeft de persoon in kwestie dat na die periode nog niet gedaan, zal de getuige de ouderlingen benaderen en hen op de hoogte stellen van de daad waarvan hij of zij getuige is geweest.
- Wanneer de overtreder de aanklacht ontkent, is het noodzakelijk dat er minimaal twee getuigen zijn van de overtreding. Is er slechts één getuige en ontkent de beklaagde de aanklacht, wordt de zaak geseponeerd.
- Wanneer er sprake is van een kwestie waarop uiteindelijk uitsluiting kan staan en de aanklacht gegrond is bevonden (ofwel doordat de beklaagde zijn schuld heeft bekend ofwel doordat er twee of meer getuigen zijn gevonden van het ten laste gelegde), wordt er een rechterlijk comité gevormd inclusief het toewijzen van een voorzitter. In een enkel geval geeft de beklaagde al op dit moment aan veel berouw te hebben en kan men van verdere ‘strafvervolging’ afzien, vooral bijvoorbeeld wanneer de beklaagde nog maar kort Getuige is. De procedure blijft dan beperkt tot een berisping met eventuele restricties.
Na het vormen van het rechterlijk comité krijgt de beklaagde een uitnodiging om te verschijnen voor dit comité; meestal heeft dit verhoor plaats in de Koninkrijkszaal. De zitting verloopt als volgt:
- de voorzitter opent met een schriftuurlijke gedachte
- de beklaagde krijgt de gelegenheid een persoonlijk standpunt tot uitdrukking te brengen
- wanneer de beklaagde geen bekentenis heeft afgelegd, wordt hij op de hoogte gesteld van de aard van de aanklacht
- getuigen worden gehoord, de beklaagde mag ook getuigen à charge naar voren brengen; nadat zij gehoord zijn, dienen de getuigen te vertrekken
- de ouderlingen stellen vast wat de precieze aanklacht is, welke bewijzen ervoor zijn en wat de houding van de beklaagde is
- wanneer de schuld in de ogen van de ouderlingen vaststaat, gaan zij ertoe over de beklaagde te "vermanen" (dit kan plaatsvinden in aanwezigheid van de getuigen)
- hierna vergadert het rechterlijk comité over de vraag of tot uitsluiting dient te worden overgegaan of niet
- Indien tot uitsluiting wordt overgegaan, wordt deze beslissing mondeling aan de beklaagde meegedeeld. Tevens wordt de beklaagde verteld dat hij of zij de mogelijkheid in beroep te gaan. Hij of zij dient dit binnen 7 dagen schriftelijk te melden aan het rechterlijk comité.
- Wanneer beroep wordt aangetekend, dient de voorzitter van het rechterlijk comité contact op te nemen met de kringopziener. Deze stelt dan een beroepscomité samen, meestal ouderlingen uit omringende gemeenten. Voor een herbeschouwing van de zaak ontvangt de beklaagde weer een uitnodiging.
- In aanwezigheid van het oorspronkelijke rechterlijke comité en het beroepscomité vindt er wederom een verhoor plaats, meestal in de Koninkrijkszaal. De procedure is gelijk aan de bovenstaande (punt 4).
- Na het verhoor vergadert het beroepscomité over de vraag of tot uitsluiting dient te worden overgegaan of niet.
- Indien tot uitsluiting wordt overgegaan heeft de beklaagde de mogelijkheid in beroep te gaan. Hij of zij dient dit binnen 7 dagen schriftelijk te melden aan te tekenen bij het bijkantoor van het Wachttoren Genootschap. Het Wachttoren Genootschap reageert schriftelijk op het beroep.
Wat zegt de Bijbel?
Het is duidelijk dat ‘kerkdiscipline’ of ‘kerktucht’ vanaf de eerste jaren van het Christendom tot de gebruiken ervan behoorde. Aangezien de meeste democratische landen een strikte scheiding van kerk en staat hanteren, staat ook het recht van Jehovah’s Getuigen op het hanteren van de uitsluitingclausule niet ter discussie. De vragen waar het nu op aankomt, zijn: Wat zegt de bijbel precies wanneer het gaat om gemeentelijke sancties? Is de uitleg zoals die wordt gepresenteerd in De Wachttoren gebaseerd op deugdelijke argumenten?
Wetticisme
Het eerste bezwaar heeft betrekking op het
zware beroep op de Mozaïsche Wet bij bijvoorbeeld de ‘meldplicht’ (als een
Jehovah’s Getuige een andere Getuige iets ziet doen waarop uitsluiting staat, is
hij op straffe zelf uitgesloten te worden verplicht dit aan de ouderlingen te
melden) en andere ‘wettische’ elementen. Zoals bij veel andere leerstellingen
van het Wachttoren Genootschap ontbreekt ook hierbij inzicht in de dynamiek van
de bijbel: daar waar de nieuwtestamentische bijbelschrijvers zelf nadruk leggen
op de overgang van de Wet naar het hart, van de letter naar de geest (zoals
bijvoorbeeld in 2 Korinthiërs 3:6), publiceert het Wachttoren Genootschap
hoofdstukken vol instructies aan ouderlingen hoe zij bij welk soort overtreding
dienen te handelen, waarbij de aard van de bewoordingen van de instructies sterk
doen denken aan juridische handboeken (beklaagde, getuigen, beroep, bekentenis,
bewijsmateriaal, enz.).
Matthéüs 18:15-17
In dit schriftgedeelte gaf Jezus
instructies hoe problemen tussen personen opgelost konden worden. Het Wachttoren
Genootschap legt veel nadruk op de laatste zinsnede: "dan zij hij u net als een
mens uit de natiën en als een belastinginner". Maar bekijkt u alstublieft eens
de volgende illustratie uit De Wachttoren en stel uzelf de vraag wie op het
plaatje Jezus zou zijn en wie een Farizeeër:
Het waren vooral de Farizeeën die minachtend met personen van een andere nationaliteit of belastinginners omgingen! Het was juist een verwijt van hun kant aan Jezus’ adres dat hij hun gebruik daarin niet volgde, blijkens bijvoorbeeld Markus 2:15-16:
"Later gebeurde het dat hij in zijn huis aan tafel aanlag, en vele belastinginners en zondaars lagen met Jezus en zijn discipelen aan, want zij waren met velen en zij gingen hem volgen. Toen de schriftgeleerden der Farizeeën echter zagen dat hij met de zondaars en belastinginners at, zeiden zij voorts tot zijn discipelen: ‘Eet hij met de belastinginners en zondaars?’"
Het is ondenkbaar dat Jezus een houding die hij veroordeelde, tegelijkertijd
zou gebruiken als model voor zijn volgelingen.
Daarnaast was dit geen
instructie van formalistische aard, want Jezus gebruikt in zijn zin de tweede
persoon enkelvoud: "dan zij hij u {enkelvoud, dwz voor degene die het
persoonlijke geschil heeft met de beklaagde, niet voor de hele gemeente} net
als…". Ook uit de context blijkt dat de instructie persoonlijke geschillen
betrof. De kern van het betoog behelst overigens vergeving, geen procedurele
instructies (zie vanaf vers 10-14 en 18-35).
2 Johannes 9-11
Deze schriftplaatsen worden als basis
gebruikt voor de regel dat zelfs "een eenvoudig ‘Hallo’" tegen een uitgeslotene
verboden is (zie De Wachttoren 1 december 1981, p. 19 en 15 juli 1985, p. 31).
De onderbouwing gaat voorbij aan de werkelijke betekenis van zowel de groet als
de strekking van het schriftgedeelte.
In ‘t kort gezegd, betekent de groet
zoals die door Johannes wordt vermeld meer dan "een eenvoudig ‘Hallo’"; het
duidt op instemming met de gekozen levenswandel en zelfs een wens van succes
daarin. Vanzelfsprekend kan een Christen een dergelijke instemming niet uiten
tegenover iemand die een ‘antichrist’ wordt genoemd (iemand die ‘de komst van
Jezus Christus in het vlees niet [meer] belijdt’).
De zinsnede "een ieder die
vooruitdringt en niet blijft in de leer van de Christus" wordt door het
Wachttoren Genootschap vaak aangehaald als precedent voor het uitsluiten van
‘afvalligen’, dwz degenen die de leer van het Genootschap niet volledig
accepteren als volledige waarheid. Wanneer dit echter in de context wordt
geplaatst, zien we dat dit niet deugdelijk is. Allereerst gaat het om ‘de leer
van de Christus’, niet de leer van een of andere religieuze
organisatie.
Daarnaast gaat de passage over het mijden van de antichrist:
degene die ‘de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijdt’. Wanneer het
gaat om andere, zelfs fundamentele leringen, van de vroege gemeente, zien we dat
er veel ruimte voor persoonlijke interpretatie was en geen gecentraliseerde
‘toetssteen’ van waarheid (zie bijvoorbeeld Romeinen 14).
1 Korinthiërs 5:9-11
Hoewel hier een duidelijke
aanwijzing voor ‘mijden’ wordt gegeven, leidt de toepassing van het Wachttoren
Genootschap tot een gecompliceerde, formalistische uitoefening van wettelijke
autoriteit. Paulus duidt op een overheersende eigenschap van "iemand, een
broeder genoemd", die een hoereerder is, een dronkaard is, een afperser is,
enzovoort. Iemand die een keer dronken is, is nog geen dronkaard. De woorden van
Paulus leggen een verband met een levenswijze, geen eenmalige daad. Wanneer deze
eigenschappen kenmerkend zijn voor "iemand, een broeder genoemd", zou het zelfs
vanzelfsprekend zijn dat we geen intieme omgang zouden willen hebben met een
dergelijk persoon. Er worden echter geen instructies verschaft voor verhoren,
restricties, comités, enz
De rechterlijke procedure
Naast de leerstellige haken en ogen zijn er tevens nog bezwaren van andere aard aan de uitsluitingpraktijk van het Wachttoren Genootschap.
Inconsequenties
Het verloop van de volledige
uitsluitingsprocedure is niet transparant. De gang van zaken speelt zich af
achter gesloten deuren. In een bespreking in Ontwaakt! over ‘de bronnen van ons
recht’ staat (22 mei 1981, p. 17):
Aangezien de plaatselijke rechtbank bij de stadspoort zetelde, viel er niet
aan te twijfelen dat de behandeling van de zaak openbaar was! (Deut. 16:18-20)
Ongetwijfeld vormde de openbare behandeling voor de rechters een hulp om hen te
manen tot voorzichtigheid en rechtvaardigheid, eigenschappen die soms verdwijnen
wanneer een oppermachtig gerechtshof hoorzittingen in het geheim en achter
gesloten deuren mag houden. Wat valt er over de getuigen te zeggen?
In
bijbelse tijden werd er van getuigen verlangd dat zij hun verklaring in het
openbaar aflegden. Om deze reden werden zij gewaarschuwd zich in hun
getuigenverklaring niet door de druk van de publieke opinie te laten beïnvloeden
en ’af te wijken met de grote massa om het recht te
buigen’.
Terwijl het Wachttoren Genootschap voor veel wetten en
juridische procedures een beroep doet op de Mozaïsche Wet, handelt het in dit
opzicht volledig tegengesteld aan de hier gepresenteerde principes (zie Spreuken
20:10 over ‘meten met twee maten’). Ouderlingen krijgen de specifieke
instructie: "observers are not permitted" [Vert.: waarnemers zijn niet
toegestaan] ("Pay attention", p. 109). Ook het feit dat de ‘rechters’ hun
mededelingen mondeling mogen doen, maar de beschuldigde verplicht wordt
schriftelijk beroep aan te tekenen, is een uiting van de minachting voor de
positie van de beschuldigde. Let ook eens op de instructie die in het handboek
voor ouderlingen wordt gegeven voor het geval waarin een beroepscomité het
oneens is met het oorspronkelijke comité:
When this occurs, the individual should not be given any indication of the conclusions of the appeal committee. Simply tell the person that the decision is pending. [Vertaling: Wanneer dit het geval is, dient aan de persoon geen enkele aanwijzing gegeven te worden inzake de conclusies van het beroepscomité. Vertel de persoon eenvoudig dat de beslissing hangende is.] ("Pay attention", p. 127).
In de inleiding werd reeds opgemerkt dat voor de jaren ’40 er kerkverhoren plaatsvonden in plaats van verhoren achter gesloten deuren. Welke reden wordt gegeven door het Wachttoren Genootschap voor de nieuwe procedure?:
"Jaren later werd in The Watchtower van 15 mei 1944 (Nederlands: 15 april 1949) de kwestie opnieuw besproken in het licht van de gehele bijbel en werd aangetoond dat dergelijke gemeenteaangelegenheden behandeld dienden te worden door verantwoordelijke broeders aan wie het opzicht in de gemeente was toevertrouwd (1 Kor. 5:1-13; vergelijk Deuteronomium 21:18-21)." (jv 187)
Wat zegt "het licht van de gehele bijbel"? Voor het gemak kunnen we ons beperken tot de schriftplaatsen die het Wachttoren Genootschap zelf aanvoert.
1 Korinthiërs 5:1-13: Er wordt hier met geen woord gerept over
‘verantwoordelijke broeders’, integendeel, deze brief was gericht aan de
gemeente in zijn geheel (zie 1:2) en de vermaning ‘niet langer in het gezelschap
te verkeren van’ personen die afkeurenswaardig gedrag beoefenen gold een ieder.
Er komen geen ‘procedurele kwesties’ ter sprake.
Deuteronomium 21:18-12: De
rechtspraak in het oude Israël werd in Ontwaakt! juist aangehaald om voor
openbaarheid te pleiten (zie boven)!
De informatie over de procedures bij een comitézaak zijn niet bij alle Jehovah’s Getuigen bekend; alleen ouderlingen krijgen hierin inzage. Dit plaatst de beklaagde in een nadelige positie, want hij weet niet wat zijn rechten zijn noch wat hij of zij nog allemaal kan verwachten. En ouderlingen zijn niet verplicht de beklaagde op zijn rechten te wijzen, blijkens bijvoorbeeld de volgende instructie inzake de laatste beroepsmogelijkheid :
When the disfellowshipping is upheld by the appeal committee, there is no
further right to appeal. However, if an individual persists in believing a
serious error in judgment has occurred, the appeal committee should inform him
that he may submit his allegations in writing to the appeal committee within
seven days for transmittal to the branch office. (Pay Attention to Yourselves
and All the Flock, blz. 127)
[Vertaling: Wanneer de uitsluiting gehandhaafd
blijft door het beroepscomité, is er geen verdere beroepsmogelijkheid. Wanneer
de persoon echter blijft volhouden dat er een ernstige beoordelingsfout is
gemaakt, dient het beroepscomité hem erover in te lichten dat hij zijn
aantijgingen binnen zeven dagen in geschreven vorm bij het beroepscomité mag
indienen zodat deze kunnen worden overgedragen aan het bijkantoor.]
{accentuering toegevoegd}.
Alleen wanneer de beschuldigde "blijft volhouden dat er een ernstige beoordelingsfout is gemaakt," hoeft hij over een verdere beroepsmogelijkheid te worden ingelicht. Merk tevens op dat er dan wordt gesproken over "aantijgingen". Het Wachttoren Genootschap maakt daarmee direct duidelijk hoe men de bezwaren beschouwt die een beklaagde naar voren brengt.
Consequenties
De uiteindelijke maatstaf of er tot uitsluiting wordt overgegaan of niet is
volgens Jehovah’s Getuigen of de ‘overtreder’ berouw heeft van zijn dwaling of
niet. Ongeacht de aanleiding van de uitsluiting wordt van Getuigen geëist dat
zij zich onderwerpen aan de uitspraak van het rechterlijk comité en na
bekendmaking van de uitsluiting dienen zij de uitgeslotene volledig te mijden
(zelfs geen ‘eenvoudig "Hallo"’ meer tot hem of haar te richten). Om te bekijken
tot welke kromme situaties dit kan leiden, volgt hier een voorbeeld van twee
comitézaken: eentje waarbij de overtreder, meneer A, geen berouw heeft en dus
wordt uitgesloten en eentje waarbij de overtreder, meneer B, wel berouw
heeft en dus als broeder beschouwd en behandeld dient te
worden.
Meneer A
A is 56 jaar oud, werd gedoopt
toen hij 19 was en werd 3 jaar geleden aangesteld als dienaar in de bediening.
Hij leerde ‘de waarheid’ kennen via een collega, X. Deze vriend hielp A in de
moeilijke periode waarin hij werd verstoten door zijn familie, die zijn lectuur
en vergaderingkleren verbrandde en zijn velddiensttas in stukken scheurde. De
vader van A dreigde zelfs met geweld; dit was het moment waarop de ouders van X
(die geen Getuigen waren) aan A aanboden dat hij (tijdelijk) bij hen in huis
mocht komen wonen. De troost die X en zijn familie boden aan A maakte het
verlies van zijn vleselijke familie bijna goed. De familieband van gezin X was
dan ook zeer groot. De vleselijke zuster van X was ook een Getuige, maar deze
woonde niet meer thuis.
Na enige tijd, A woonde toen al lange tijd elders,
werd de zus van X uitgesloten, want ze woonde ongehuwd samen. X bleef echter
contact met haar houden, ook na de artikelen in De Wachttoren van december 1981
(waarin werd uiteengezet dat hierop uitsluiting staat). Hierop werd ook X
uitgesloten en hierop A verbrak zijn contact met X.
Jaren later vernam A
toevallig dat X aan een ernstige, pijnlijke ziekte leed en waarschijnlijk nog
maar enkele maanden te leven had. A deed moeite het adres van X te achterhalen
en ging hem opzoeken. In het ziekenhuis waar X was opgenomen, vond een
hartelijke hereniging plaats van twee oude vrienden. Er werden herinneringen
opgehaald, foto’s van kinderen en kleinkinderen uitgewisseld en wat men zoal
doet bij dergelijke gelegenheden; ‘de waarheid’ of de uitsluiting van X kwamen
niet ter sprake. Enkele weken na dit bezoek overleed X, waarop A zijn begrafenis
bijwoonde.
Weer enkele weken later kreeg A bezoek van twee ouderlingen en
werd hem gevraagd of hij nog contacten onderhield met X. A reageerde verbaasd,
maar vertelde hen van zijn bezoek in het ziekenhuis en de begrafenis. De
ouderlingen waren van het bezoek in het ziekenhuis op de hoogte, want een
verpleegster, toevalligerwijs een vleselijke zus van een van de bezoekende
ouderlingen, had A daar gezien en herkend als een van de gemeenteleden van haar
broer. Zij wist ook dat X een uitgeslotene was, want hij had zo nu en dan de
Gedachtenisviering bijgewoond. De ouderlingen vroegen A of hij ervan op de
hoogte was dat X was uitgesloten. A bevestigde dit, waarop de ouderlingen
vroegen waarom hij dan vriendschappelijke omgang met ‘zo iemand’ had gezocht. A
wees de ouderlingen erop dat zij toch wisten van de achtergrond van de relatie
van A en X. De ouderlingen vestigden herhaaldelijk de aandacht op de reden
waarom Jehovah’s Getuigen uitgeslotenen moeten mijden en het gezelschap ging
uiteen.
Wéér later kreeg A de uitnodiging te verschijnen voor een rechterlijk
comité. De aanklacht was uiteraard: vriendschappelijke omgang met uitgeslotenen.
A hield vol dat in dit geval toch geen sprake kon zijn van ‘rein houden van de
organisatie’. De ouderlingen hielden vol dat de richtlijnen van het Genootschap
leidend waren. De partijen bleven recht tegenover elkaar staan, totdat A werd
uitgesloten. Hij ging in beroep, maar ook door het beroepscomité werd hij
uitgesloten. Eén van de leden van het beroepscomité merkte nog op dat loyaliteit
"makkelijk [is] totdat we denken dat we een uitzondering hebben gevonden en die
uitzondering zijn we dan zelf".
Meneer B
B is 47 jaar, werd gedoopt toen hij 22 was en
werd 15 jaar geleden aangesteld als ouderling. B is getrouwd en heeft 3
kinderen: 2 dochters van 20 en 18 en 1 zoon van 14. Zijn openbare lezingen en
lezingen op kringen en congressen werden zeer gewaardeerd en gaven altijd
gespreksstof vanwege de diepgaande behandeling van ‘interessante punten’. Hij
diende regelmatig in rechterlijke comités, beroepscomités en was
assistent-vergaderingopziener bij de voorgaande zes districtscongressen. Van
zijn ervaring in het hogere management van het bedrijfsleven werd dankbaar
gebruikt gemaakt door het Wachttoren Genootschap.
Plotseling werd B echter
ontheven als ouderling en het viel iedereen op dat hij geen antwoorden meer gaf
op de vergaderingen. B bleef echter dezelfde hartelijke persoon als hij altijd
was in de persoonlijke sfeer, dus veel Getuigen bleven hem benaderen voor raad
op het geestelijke vlak en advies op het meer materiële (B deed vaak
belastingaangiften voor ouderen in de gemeente). Maar wat was nu
gebeurd?
Maanden hiervoor was zuster Y naar de ouderlingen was gegaan met de
beschuldiging dat B haar tijdens het samenwerken in de velddienst (nota bene!)
tegen haar wil had betast. B ontkende dit echter en aangezien er geen verdere
getuigen waren, werd met de aanklacht niets gedaan. Op de een of andere manier
lekte dit uit en plotseling waren er meerdere zusters die naar de ouderlingen
kwamen met soortgelijke beschuldigingen die soms wel 8 jaar of langer post
factum werden ingediend! De ouderlingen waren vooral geschokt doordat een
zuster, de moeder van twee jonge broertjes, B zelfs beschuldigde van
homoseksuele handelingen met haar 4 en 6-jarige zoontjes.
De ‘bom barstte’
toen de jongste dochter van B aangifte deed bij de politie van seksuele
mishandeling door haar vader. Dit brak ook B en hij nam contact op met zijn
collega-ouderlingen. Hij legde onder tranen een volledige bekentenis af en
vertelde dat hij zijn vergrijpen eerder had ontkend vanwege een diepe schaamte
omtrent de dingen die hij had gedaan. Tijdens de erop volgende comitézaak
constateerden de ouderlingen een diep en oprecht berouw bij B. Hoewel hij op
restricties werd gesteld, werd het niet noodzakelijk geacht B uit de gemeenschap
te sluiten.
Stel dat u bij A en B in de gemeente zou zitten en u zou weten van de aanleiding en achtergrond van beide gevallen? Zou u dan net zo reageren als wanneer u alleen maar die ene mededeling op de dienstvergadering zou hebben meegekregen, namelijk dat "A uit de christelijke gemeente is gesloten"?
Wat doet het met je?
De uitvoering van de procedures in kwestie hebben grote gevolgen voor degenen die erdoor worden getroffen. In het midden van de jaren ’80 bijvoorbeeld woonde er een uitgesloten vrouw in Massachusetts, terwijl haar moeder, die in Maine woonde (ongeveer 300 kilometer noordoostelijk) ernstig ziek werd en stierf. Ondanks dat de Getuigenfamilie van de dochter en de ouderlingen het adres van deze dochter wisten, stelden zij haar niet op de hoogte van haar moeders ziekte, haar overlijden en de begrafenis. Zij vernam er pas van op het moment dat haar moeder reeds begraven was. Ze vertelt dat de diepe zielspijn om op deze manier de kans te worden ontnomen haar stervende moeder te zien of om een kans te hebben haar liefde tot uitdrukking te brengen, of te trachten tot uitdrukking te brengen, gewoonweg niet wilde overgaan (SCF, 351).
De macht van de uitsluitingregeling is groot, want het negeren van een bekendgemaakte uitsluiting door een Jehovah’s Getuige, kan leiden tot zelf uitgesloten worden. Dit geldt sinds 1981 ook voor omgang met familieleden die ‘uitstijgt boven familieverplichtingen’. Neem het geval van Annette Stuart, een (in 1987) 77 jaar oude grootmoeder in West Brookfield, Massachusetts, die reeds vele jaren Getuige was. De kleindochter van deze vrouw was 14 toe zij zich, op aanmoediging van haar moeder, liet dopen. Drie jaar later liet het meisje weten dat de druk die op haar geplaatst werd als Getuige, haar teveel was geworden. De ouderlingen werden bijeengeroepen, maar ze bleef volhouden dat ze niet van plan was de vergaderingen nog verder te bezoeken. De ouderlingen beslisten dat ‘aangezien zij zichzelf had uitgesloten, zij geen andere keuze hadden dan haar uit te sluiten’. Deze gebeurtenissen vonden plaats vóór 1981, dus "de familie was tenminste intact". Maar in 1981 veranderde het beleid. Annette schreef:
Mijn kleindochter was nu afgesneden van haar familie en verwanten. Ik kon haar niet uit huis zetten. Ze had ons nu meer dan ooit nodig! Haar moeder eerbiedigde de nieuwe regel. Ze had niets meer te maken met haar dochter of met mij. Dat was uiteraard haar eigen keuze. Twee ouderlingen kwamen bij mij thuis en gaven me de keuze. Ze waren van mening dat aangezien mijn man geen JG was zij geen recht hadden mijn kleindochter te verbieden bij mij thuis te komen. Mijn man had dat al eerder doen uitkomen tegenover de ouderlingen. De ouderlingen vertelden me dat ik uit de kamer moest lopen als mijn kleindochter op bezoek kwam. Ik zou niet aan dezelfde tafel mogen eten als zij bleef eten met mijn man. In mijn ogen was wat zij vroegen liefdeloos, onmenselijk en onchristelijk. Ik vertelde ze dat ik niet kon doen wat zij vroegen. Ik herinner me dat ik op dat moment bitter moest huilen. Zij stonden daar als versteend, zonder enig medegevoel.
Op 73-jarige leeftijd, na dertig jaar verbonden te zijn geweest, werd de grootmoeder van het meisje nu ook uitgesloten. Haar echtgenoot, die nooit Getuige was geweest, zag dat zijn familie plotseling van hem werd afgenomen. Hij schreef naar het hoofdbureau van het Wachttoren Genootschap voor hulp, maar de beslissing van de ouderlingen bleef gehandhaafd. Mevrouw Stuart schrijft:
Mijn dochter, zoon, kleinkinderen, achterkleinkinderen – ik heb deze geliefde personen al vier jaar niet gezien! Mijn zoon en dochter leven in dezelfde stad als wij… Mijn zonde was dat ik mijn uitgesloten kleindochter in huis ontving.
Hoe kan zo’n actie worden gerechtvaardigd op basis van de bewering dat het bijdraagt aan het ‘rein houden van de organisatie’? (In Search of Christian Freedom, 347, 348).
Conclusies
De uitsluitingregel is een machtig wapen om gehoorzaamheid af te dwingen. Het
Wachttoren Genootschap aarzelt niet het in te zetten wanneer ideeën worden geuit
die afwijken van de leer van De Wachttoren.
De toepassing ervan is echter
niet gebaseerd op een zuivere interpretatie van schriftuurlijke argumenten :
de essentie van de overgang van de Mozaïsche Wet naar de onverdiende goedheid van God wordt gemist door een wettische interpretatie als die van de uitsluitingregel in Matthéüs 18 sprak Jezus niet over gemeentelijke procedures, maar over oplossingen van persoonlijke conflicten
2 Johannes gaat over de ‘antichrist’ en de erin genoemde groet omvat niet een ‘eenvoudig "Hallo"’ maar betekent een instemmen met iemands afvallige handelwijze "die de komst van Christus in het vlees niet belijdt" en zelfs de wens dat de persoon daarin succes zal hebben
1 Korinthiërs 5 geeft te kennen dat er sprake kan zijn van kenmerkende eigenschappen van een persoon die ertoe leiden dat iemand ertoe beslist iemand niet meer in huis te ontvangen, maar er is geen sprake van wettelijke stappen op basis van één daad waarbij bewijzen, getuigen, beroepszaken en dergelijke aan de orde komen
Terwijl het Wachttoren Genootschap erkent dat rechtspraak openbaar moet zijn als ze voorzichtig en rechtvaardig wil blijven en men daar zelfs schriftuurlijke precedenten voor aanvoert, heeft men in "het licht van de hele bijbel" voor de eigen rechtspraak de procedure beperkt tot een proces achter gesloten deuren.
De persoonlijke pijn die deze onschriftuurlijke en onredelijke organisatorische regeling teweegbrengt, is niet te beschrijven. Ondanks dat dienen alle Jehovah’s Getuigen zich er aan te houden, anders wacht henzelf een wisse uitsluiting.
Slotopmerkingen
Zal de uitsluitingregel ooit worden
gewijzigd? Waarschijnlijk wel. In het streven naar erkenning door de ‘gevestigde
orde’ zal het Wachttoren Genootschap hier en daar door de knieën moeten. Over
deze regeling zijn al parlementaire vragen gesteld, bijvoorbeeld in Canada.
Uiteindelijk zal het Wachttoren Genootschap eieren voor zijn geld kiezen en tot
publicatie van ‘nieuw licht’ in deze kwestie overgaan. De vraag is hoe lang dit
nog op zich zal laten wachten...
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ]
[ Vorige | Volgende ]
Waarom wordt iemand een getuige?
Waarom kiezen mensen ervoor om Jehovah's Getuige te worden? Een groot gedeelte van deze beslissing kan begrepen worden door enkele sociaal-psychologische en sociologische factoren in beschouwing te nemen. Er kunnen incidentele beweegredenen hierbuiten zijn die voor een individu van doorslaggevend karakter kunnen zijn, maar dit zal niet in deze beschouwing worden opgenomen. Hier zullen de meer algemene factoren die een rol spelen, en hoe mensen hierop reageren, globaal worden behandeld. In verband hiermee moet worden opgemerkt dat dit artikel niet direct gericht is op mensen die van jongsafaan in de Wachttoren Genootschap organisatie zijn opgegroeid. Verder moet worden opgemerkt dat dit artikel slechts een aanzet is om iets van de onbewuste processen die een rol spelen aan het licht te brengen, en daarom niet bedoeld is als diepgravende en uitputtende analyse.
De eerste kennismaking en daarna
De overgrote meerderheid van de beoogde bekeerlingen, die na de eerste kennismaking aan de deur ingaat op het aanbod van een nabezoek, begint met hun indoctrinatie door middel van een wekelijkse boekstudie. In deze wekelijkse studie, die door Getuigen soms Bijbelstudie wordt genoemd, gaan de goed getrainde Getuige en de nieuwkomer samen door een Wachttoren publikatie. (De huidige publikatie die de nieuweling de "basiskennis" moet bijbrengen is getiteld "Kennis die tot eeuwig leven leidt"). De Getuige-leraar stelt de beoogde bekeerling vragen aan de hand van het gelezene. Deze vragen staan onder aan de bladzijde van zijn studieboek, en de antwoorden zijn eenvoudig terug te vinden in de tekst. Bij het geven van de juiste antwoorden wordt de nieuweling voortdurend geprezen. Hoe belangrijk is deze vorm van goedkeuring?
In de sociale psychologie worden complimenten als een bijzonder krachtige sociale beloning beschouwd, waardoor handelingen voorspelbaar kunnen worden, maar welke ook in staat zijn om de diepere houding en overtuigingen van een individu te veranderen. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen diegenen aardig gaan vinden die hen positief beschouwen. Gedurende de eerste bezoeken is het gebruikelijk geruststellende verzekering te horen van de Getuige-leraar dat de beoogde bekeerling intelligent en wijs is interesse te tonen in de kennis waar zijn leven van af hangt. Echter, terwijl de nieuweling de aandacht en goedkeuring van zijn wekelijkse bezoeker prettig zal vinden, kan hij wat door sociaal psychologen attitude-discrepant gedrag gaan vertonen.
Attitude-discrepant gedrag
Een beroemde theorie in de sociale psychologie is Festinger's cognitieve
dissonantie theorie. Het is gebaseerd op de veronderstelling dat mensen niet met
tegenstrijdigheden kunnen leven. Het gaat als volgt in z'n werk: aan de ene kant
heeft de beoogde bekeerling gewoonlijk serieuze vragen en twijfels in z'n
achterhoofd over Jehovah's Getuigen en hun leer. Het kan de agressieve houding
ten opzicht van andere religies zijn, of de gedachte langs de deur te moeten om
lectuur aan te bieden. Aan de andere kant laat hij de Getuige-leraar in zijn
huis toe, en neemt hij deel aan een sociaal belonende boek studie. Omdat zijn
gedrag niet in overeenstemming is met zijn negatieve houding ten opzichte van de
Jehovah's Getuigen, vertoont hij attitude-dicrepant gedrag.
Hij kan verder
te maken krijgen met ernstige waarschuwingen van familieleden en vrienden om
niet met Jehovah's Getuigen te studeren omdat ze een sekte zijn. Toch heeft hij
een oprechte nieuwsgierigheid naar wat Jehovah's Getuigen leren en geloven. Hij
kan zover gaan als verbaal de antwoorden te geven op de typische Jehovah's
Getuigen boek studie vragen, maar niet werkelijk te geloven wat hij zegt. Deze
tegenstrijdigheden in zijn houding resulteren in een zeer onaangenaam gevoel.
Als de beoogde bekeerling in het begin geen tegenstrijdige houding heeft met
betrekking tot het studeren met de Jehovah's Getuigen, dan is het zeer
waarschijnlijk dat dit na korte tijd zal verschijnen. Mogelijk komt hij met
kritische literatuur over de leer van de Jehovah's Getuigen in aanraking, of
komt hij in contact met een ex-getuige of een ander persoon met kennis van
zaken. Maar zelfs als niemand hem met een kritisch kijk in aanraking brengt, zal
zullen er vaak vragen rijzen die hem in een in een dissonantie creërende
situatie dwingen.
Als je het niet zou geloven zou je het niet doen!
Niemand vindt het prettig om lang in zo'n toestand te verkeren. Als het op het nemen van een beslissing aankomt, moet er een keuze worden gemaakt. Niemand kan er uiteindelijk twee tegenstrijdige religieuze meningen op na houden. Het is interessant dat de cognitieve dissonantie theorie voorspelt, dat de keuze die gemaakt wordt verstevigd wordt. De ene kant accepteren (ik vind het prettig om met de Getuigen te studeren, en wat als ze gelijk hebben?), zonder de andere kant uit te sluiten, zou de onprettige staat van innerlijke onrust slechts langer laten voortduren. Een keuze moet gemaakt worden.
Als voorbeeld kan hierbij genoemd worden de vergelijking met het kopen van een nieuwe auto, waarbij de voor- en nadelen van de ene over de andere moeten worden afgewogen. Is de beslissing eenmaal genomen, dan worden de voordelen van de keuze die gemaakt is hoger geschat, en het afgewezen alternatief wordt niet langer hoog ingeschat. Feitelijk doet de beoogde bekeerling het zelfde. Zijn vragen over de Jehovah's Getuigen schijnen niet langer werkelijk belangrijk of ernstig.
Als je er voor geleden hebt, moet het juist zijn!
Als laatste beschrijft de dissonantie theorie dat we die keuze waar we voor hebben geleden hoger inschatten. Wanneer de bekeerling te maken krijgt met de negatieve consequenties (schaamte, vervolging, veranderde verhouding met vrienden, verbreking van wereldse banden etc.) van zijn beslissing om een Jehovah’s Getuige te worden, zal hij zichzelf rechtvaardigen door de redenering "Ik heb er voor geleden, dus het moet het waard zijn".
Van de andere kant ontvangt de bekeerling veel complimenten en aanmoedigingen van zijn veel aandacht schenkende Getuige-leraar. Hij is onder de indruk van de bijbelkennis van zijn leraar en van de oprechtheid van de Getuigen in het algemeen. Maar tegelijkertijd moet hij omgaan met het schuldgevoel dat voortkomt uit de wetenschap dat hij de Wachttoren organisatie zou moeten onderzoeken vanwege zijn eigen negatieve gevoelens en de mogelijke waarschuwing van anderen. Zoals eerder opgemerkt, moet hij de spanning die hier bestaat wegnemen door een definitieve keus te maken, en zich naar die keus richten. Vervolgens blijkt, zoals gezegd dat hij een relatief snelle beslissing zal nemen (in verhouding tot het gewicht van de beslissing), en bij zijn keuze zal blijven, omdat de cognitieve dissonantie theorie voorspelt dat de beslissing, als die eenmaal genomen is versterkt zal worden. Nu zal bekeken worden waarom de bekeerling er niet voor kiest om meer informatie te vergaren om een afweging te maken voor hij besluit de Getuigen te geloven.
Het afwegen van de keuze
Wanneer dissonantie optreedt, is de weg die gekozen wordt meestal die van de minste weerstand. De mogelijke bekeerling kan maar al te eenvoudig de roep van vrienden en familie negeren en zichzelf isoleren van Wachttoren tegenstanders door naar zijn nieuwe Getuige-vrienden te vluchten. Velen hebben gekozen te blijven studeren met de Getuigen, omdat die de weg was die ze al ingeslagen waren, waarin ze herhaaldelijk worden versterkt die te nemen, en waarvan de voordelen dat te nemen hen elke week wordt voorgehouden in hun intensieve boekstudies. Dit is waarom tijdens de inwendige strijd bij het maken van een keuze velen de kans om kennis te nemen van tegeninformatie aan zich voorbij laten gaan. Er zijn tal van tactieken waarvan de Getuigen zich bedienen om te verzekeren dat de nieuwkomer niet zal luisteren of zoeken naar het anti-Jehovah's Getuige alternatief. Hierdoor blijft dit alternatief over als het meest eenvoudige af te wijzen, in tegenstelling tot de meer dan overvloedige pro-Jehovah's Getuigen informatie en de beschikbare begeleiding van de Getuigen zelf.
Waar zijn mijn vrienden in een tijd als deze?
Een methode die Getuigen gebruiken om de beoogde bekeerling te weerhouden de Wachttoren Organisatie te onderzoeken, is de aanbeveling alleen met andere Getuigen om te gaan. Gedurende de boek studie worden de houding van de nieuweling ten opzichte van banden met buiten, met "de wereld", afkeurend beschouwd. Zodoende, als iemand geen contact heeft met anderen dan de Getuigen zelf, is het zeer onwaarschijnlijk dat negatieve informatie de bekeerling zal bereiken, of dat waarschuwingen van vrienden een probleem zullen vormen. Is het overigens niet aannemelijk dat iemand die bereid is om vrienden en bekenden op te geven waarschijnlijk sowieso al een solide en voldoening gevende betrekking met anderen mist?
Een studie naar dit gegeven, verricht in Groot Britannië door de socioloog James A. Beckford, wees uit dat van de bestemmende factoren die doorslaggevend zijn voor een positieve kijk op Jehovah's Getuigen het ontbreken of slechts in geringe mate aanwezig zijnde van contacten met anderen, zowel op de werkvloer als in de privésfeer. De hier uit voortkomende afzondering van andere meningen en argumenten vereenvoudigt de acceptatie van argumenten die door de Getuigen worden aangedragen tijdens de beslissingsfase, omdat de eigen mening niet of nauwelijks gesteund wordt door sociale betrekkingen, en zodoende niet zijn opgewassen tegen de argumenten en subtiele aanpak van de Getuigen. Sociale isolatie kan ook direct het gevolg hebben dat het genoegen nog vergroot wordt van de mogelijkheid van een geregeld bezoek te hebben, door personen die werkelijk begaan lijken te zijn met iemands persoonlijke lot.
Het moet wel Satan zijn.
Een tweede methode die de Getuigen toepassen in het beslissende stadium van innerlijke conflict om dieper onderzoek te voorkomen is de waarschuwing tegen literatuur die geschreven is door "afvalligen", waarmee alles wat kritisch is ten opzichte van de Wachttoren Organisatie en haar leer wordt aangeduid. Als gevolg van het subtiel introduceren van deze mentaliteit bij de nieuweling zal deze andere dan Wachttoren lectuur argwanend bekijken. Hierdoor raakt hij geïsoleerde en beperkt zijn informatie zich uitsluitend tot wat hij vindt in Wachttoren lectuur.
De meest effectieve leer is wel, dat Satan de nieuwkomer zal vervolgen door middel van vrienden en bekenden die hem er van willen weerhouden de waarheid te vinden. Deze waarschuwing tegen waarschuwingen schept een tweedeling tussen de goede kant (de Getuigen) en de slechte kant "de wereld") De suggestie wordt gewekt dat de tegenstand een bewijs is dat de nieuwkomer de ware religie heeft gevonden. Dit is een van de meest effectieve middelen om de bekeerling te laten geloven dat hij de Wachttoren organisatie niet hoeft te onderzoeken of in twijfel te trekken.
Wanneer eenmaal alles wat de organisatie zegt maatgevend is, zullen onafhankelijke bronnen, die allen uit Satan zijn, niet meer onderzocht worden.
Zonder zoeken niet vinden
Een derde omstandigheid die een onderzoek naar de Wachttoren organisatie beperkt tijdens de beslissende fase is eenvoudig het gebrek aan informatie die onderzocht kan worden. Er is een grote hoeveelheid literatuur, boeken, brochures etc. die de leer en geschiedenis van het Wachttoren Wachttoren Genootschap ontmaskeren, maar het is niet eenvoudig deze op het moment te vinden wanneer ze nodig zijn. In bibliotheken is er niet altijd wat te vinden, en ook in het tamelijk zeldzame geval dat iemand hulp van een dominee of priester zal inroepen, zal deze niet in alle gevallen direct een antwoord hebben op elke leerstelling, zoals de Getuigen deze wel schijnen te hebben. Het ontbreken van voldoende kritische informatie op het juiste moment, gecombineerd met de waarschuwing tegen dit soort informatie tijdens de intensieve boek studie, zal de balans in het voordeel van de Getuigen doen uitslaan.
De beslissing is definitief
Om in staat te zijn op de meest effectieve wijze te kunnen voorkomen dat iemand tot de Wachttoren organisatie toetreedt, kan veel worden opgestoken van gedragswetenschappen. Het belang van snel te handelen met betrekking tot het verschaffen van gefundeerde tegeninformatie tijdens de fase van afweging en innerlijk conflict kan niet genoeg worden benadrukt. Persoonlijk contact en materiële tussenkomst is hoogst belangrijk. Als al eerder werd aangegeven: de nieuwkomer moet een beslissing nemen ten einde dissonantie te vermijden. Wanneer deze eenmaal is gevormd, zal deze maatgevend worden, en in hoge mate bestand tegen verandering.
Wat zal er gebeuren als hij later (nadat de nieuwkomer volledig een Getuige is geworden) met kritische informatie en argumenten wordt geconfronteerd? Het meest waarschijnlijke is dat hij ze blindelings terzijde schuift, omdat een eerlijk onderzoek het zeer onaangename gevoel van dissonantie - het schuldgevoel over een genomen beslissing zonder van alle feiten kennis van te hebben genomen. Na alle persoonlijke investeringen en lijden en uren van zich gedragen als een Getuige, zal het steeds moeilijker worden om redeneren dat men al die tijd fout was. Hij zal bang zijn om te onderzoeken, uit angst voor wat hij zal vinden, uit angst om te ontdekken dat hij verkeerd heeft gekozen. Een werkelijke tegenstrijdigheid in zijn geloof zal een Getuige eerder onderdrukken, of zal hoogstens leiden tot een herinterpretatie op een bepaald gebied. Hoewel hij de keuze heeft om zijn geloof te verlaten, zal dit een te grote spanning opleveren om dit zelfs maar te overwegen. Herinterpretatie heeft niet de consequentie dat men fouten of teleurstellingen ontkend. Het heeft eerder het effect dat men met vernieuwde ijver aan de slag gaat. Niet zelden gebeurt het dat een Getuige tijdens discussies met serieuze twijfels over het Wachttoren Genootschap wordt geconfronteerd, maar dit uiteindelijk zal aangrijpen om, uiteraard aan de hand van Wachttoren lectuur, zijn eigen overtuiging nog meer te sterken.
In omgekeerde volgorde spelen deze factoren ook een rol in het verlaten van de Wachttoren Organisatie. Gebrek aan en angst voor andere informatie, het onvermogen om de Wachttoren zelf in twijfel te trekken, angst voor Satan en doorgesneden "wereldse" banden vormen een ernstige belemmering zich van de greep van de organisatie los te maken.
Is de keuze vrij?
Gaat een mogelijke Jehovah's Getuige bekeerling door een proces van hersenspoeling? Er moet niet uit het oog verloren worden de subtiliteit die aan de dag wordt gelegd tijdens het hele proces van bekering. Het stapsgewijs herdefiniëren van iemands overtuiging en kijk op de wereld, en de methodes die hiervoor worden toegepast zijn vele malen subtieler dan het toepassen van dwang, drugs of hypnose om het doel te bereiken. Maar is een positieve keuze voor de Getuigen uiteindelijk werkelijk een vrije keuze?
"Kennis die tot eeuwig leven leidt"
De huidige Wachttoren publicatie die wordt gebruikt voor het omvormen van nieuwkomers tot Jehovah's Getuigen is getiteld "Kennis die tot eeuwig leven leidt". Dit boekje behandeld de "basiskennis" die nodig is om de bijbel en de wereld volgens de visie van de Wachttoren te accepteren. Voorgedrukte vragen met voorgedrukte antwoorden sluiten zelfstandig onderzoek of een afwijkend standpunt bij voorbaat uit. De ervaren Getuige-leraar zal er op toezien dat de conclusie die in het boekje wordt aangereikt wordt aanvaard. In dit boekje worden van de processen zoals die hierboven besproken zijn doelbewust gebruik gemaakt. De procedure is gewoonlijk om tenminste zes maanden met een nieuwkomer te studeren, om de voorgevormde conclusies de tijd te geven goed ingeprent te kunnen worden.
De opzet is standaard en tamelijk eenvoudig: de nieuwkomer wordt het vooruitzicht van een paradijsaarde zonder zorgen en moeiten voorgehouden, en het middel om daar toegang tot te krijgen is de "kennis" zoals Jehovah's Getuigen die aan de hand van de bijbel willen verschaffen. Vervolgens wordt de bijbel geïntroduceerd, waarin direct enkele van de voornaamste leerstelling van de Wachttoren Organisatie uit de bijbel "bewezen" worden. Eenvoudige gegevens worden afgewisseld met tamelijk gecompliceerde tijdsberekeningen en profetieën, zodat de nieuwkomer uiteindelijk geneigd zal zijn om te aanvaarden wat er wordt aangedragen, omdat alles zeer overtuigend overkomt.
Op zeer subtiele wijze wordt nu kennis die mogelijk van te voren aanwezig was omgevormd naar de leer van de Wachttoren Organisatie en aangevuld, met als eindresultaat dat de overtuiging groeit dat Jehovah's Getuigen als enige Gods uitverkoren volk vormen, en dat het Wachttoren Genootschap de "trouwe en beleidvolle slaaf" is, die Jezus heeft aangesteld om dit volk van geestelijk voedsel te voorzien. Is dit eenmaal geaccepteerd, dan is men in een cirkel redenering beland, waarbij men alles wat de Wachttoren zegt en schrijft accepteert omdat ze "Gods organisatie" is, en wordt aanvaard dat het Gods organisatie is omdat de Wachttoren dat zegt. Eenmaal op dit punt aanbeland, is het individu niet langer in staat om objectief over de organisatie en de leer na te denken, en zullen de processen waarvan de Wachttoren organisatie zich verder bedient om individuen vast te houden een steeds sterkere rol gaan spelen.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ]
[ Vorige | Volgende ]
Ter afsluiting
Even nog één shockerende publicatie uit de Wachttoren van 1 september 1959, bladzijde 392. Oordeel zelf of het Bijbels is of niet:
"Het is van levensbelang dat wij dit erkennen en op de aanwijzingen van de "slaaf" acht geven zoals wij naar de stem Gods zouden luisteren, omdat het een voorziening van Hem is"
Met andere woorden: "Je moet naar ons luisteren alsof wij God zijn"
Need I say more ...

30 gasten