| Auteur | : | Raymond Hausoul |
| Geplaatst op | : | 18-11-2002 |
| Gelezen | : | 3137 keer |
[ 1 2 3 4 ]
[ Vorige | Volgende ]
Angellogie (Engelen)
Tegenwoordig geloven veel mensen weer in engelen. In bijna iedere tiende populair lied wordt tegenwoordig over engelen gezongen. En de theologie spreekt zelfs van een 'Angelmania' wegens de vele literatuur die de laatste jaren over engelen verschenen is. De engelen fascineren de mensen zeer, bij een rondvraag in Amerika bleef zelfs dat 3% ervaringen heeft opgedaan met engelen. De engelen zijn echter niet gecreeerd om bewonderd te worden, maar om de Schepper van deze stijders te eren, namelijk de Here God. Ik hoop dan ook dat deze studie geen aanleiding wordt om engelen te vereren, maar om God te vereren, want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen. (Kollosenzen 1:16).[ 1 2 3 4 ]
[ Vorige | Volgende ]
Engelen in het algemeen
Het bestaan van Engelen
Engelen worden genoemd in vierendertig boeken in de
bijbel. Het oude testament noemt engelen, oftewel "bodes" (Hebreeuws: 'malaak' = boodschapper,
vertegenwoordiger)
honderdzestien keer, terwijl het nieuwe
testament meer als hondervijfenzeventig keer over engelen spreekt. Alleen al
in het boek Openbaring lezen we vijfenzestig keer over engelen.
Eveneens sprak de Here ook over het bestaan van engelen tijdens zijn dienst
(Matteus 22:30; 13:39; 25:31).
Het wezen van de Engelen
Engelen zijn schepselen (Ps148:5), ze ontwikkelen zich niet uit andere levende schepsels, en zijn ook verschillend en hogere wezens als mensen (1 Kollosenzen 6:3; Hebreeen 1:14; 2:7-9), en kunnen zich ook niet voortplanten (Matteus 22:30; 1Kollosenzen 6:3; Hebreeen 1:14) of sterven (Lukas 20:36). Als schepselen bezitten ze intelligentie (Matteus 8:29; 1 Petrus 1:12), gevoelens (Lukas 2:13; Jakobus 2:19; Openbaring 12:17), maar zijn ze begrensd aan macht, weten en kunnen (Matteus 24:36; 1 Petrus 1:11-12; Openbaring 7:1) alhoewel ze sterker als mensen zijn (Mattheus 28:2; Handelingen 5:19; 2 Petrus 2:11) en de bijbel beter als mensen kennen (Jk2:19; Op12:12). Ze tonen zich soms in visioenen (Mt1:20; Js6:1-8), en ook in normale toestanden zijn ze soms zichtbaar (Gn19:1-8; Mk16:5; Lk2:13). Soms wordt hun een bovennatuurlijk handelen toegeschreven of een bovenmenselijk uitzien (Dn10:5-7; Op10:1-3; 15:6; 18:1). Sommige engelen hebben zelfs vleugelen (Js6:2,6; Ez1:5-8). Vanaf het begin waren ze volledige engelen. We weten dat Christus de engelen geschapen heeft (Jh1:1-3; Ko1:16), maar het tijdstip hiervan openbaart ons de bijbel niet. Wel weten we dat de engelen al geschappen waren voordat de aarde geschappen was (Jb38:7). Ze werden daarbij geschapen in een toestand van heiligheid (Mk8:13; 1Tm5:21) en zondeloosheid (Gn1:31), en zijn begrensd aan macht, weten en kunnen (Mt 24:36; 1Pt 1:11-12; 2Pt 2:11; Op 7:1). Ze hebben een eigen wil (Lk 8:28-31; 2Tm 2:26; Jd 1:6) en worden dus ook op het einde beoordeeld door hun Schepper en de gelovigen (1Ko6:3; Mt25:41; Lk8:31). De engelen worden daarom nu al ingedeeld in zowel goede dienstbare geesten (Hb1:14), als kwade engelen, geesten (Lk8:2; 11:24,26; Ef2:2). De engelen mogen tevens nooit aanbeden worden (Op19:10; 22:9).
De Hiearchie
Er bestaan zoveel engelen, zodat niemand ze tellen kan (Hb 12:22; Op 5:11). Zodoende worden ze in de bijbel in verschillende hierarchieen ingedeeld (Ps 89:6,8; Op 12:7; 9:11; Ef 3:10; 6:12). Bij nader onderzoek van deze passage's komen we tot het onderstaand overzicht. (Hierbij hoeft niet perse de rijvolgorde op deze manier zoals we ze in het overzicht vinden te verlopen)
| Rangen | Namen van engelen / andere info's | Tekstpassage's |
| Aartsengelen | Michal (beschermengel van Israel) | Jd 1:9; Dn 10:13; 1Th 4:16; Dn 10:21; 12:1; Op 12:7. |
| Cherubims | Lucifer (vroeger) (Beschermengelen van de heiligheid Gods) | Ez 28:14,16; Gn 3:24; Ex 26:1; 36:8; 1Kn 6:23-29; Ez 1:4-5; 10:15- 20; Op 4:6; Ez 41:18-20 |
| Seraphims | dienaars voor de troon Gods | Js 6:2,6 |
| Vorsten | Heersers over koninkrijk | Dn 10:13 |
| Engelmachten | Rm 8:38; Ef 1:21; 2:2; 3:10; 6:12; Ko 1:16; 2:10,15; 1Pt 2:11; 3:22; 2Pt 2:10; Jd 1:8. |
Naast Lucifer (satan) en Michael vinden we ook nog de engel Gabriel (Hebr: 'gabariejeel = krijger van God, man van God) (Dn 8:16; 9:21; Lk 1:19; 1:26), hij brengt in alle genoemde passage's Gods boodschap tot de mensen. Ook lezen we van de "engel des Here" hiervoor verwijs ik naar "Commentaar en Theologie/Christologie/".
De diensten van de Engelen
De belangrijkste dienst van de engelen aan God is Hem te loven en te aanbidden (Ps 103:20; 148:1-2; Js 6:3; Hb 1:6; Op 5:8-13; Jb 1:6; 2:1; 38:6-7; Op 22:9; 7:1; 8:2). Ook speelde de engelen steeds een grote rol bij het inleiden van een nieuwe bedeling (Jb38:6-7; Gl3:19; Hb2:2; Mt1:20; 4:11; Hd8:26; 10:3,7; 12:11; Mt25:31; 1Th3:13). Eveneens dienden de engelen onze Heer Jezus (Mt1:20; 2:13-15,19-21; 4:11; 13:39-40; 25:31; 26:53; 28:1-2,5-6; Lk1:26-28; 2:8-15; 22:43; 24:5-7; Hd1:10-11; 1Th4:16; 2Th1:7). En bewaken ze de heersers van de volkeren (Dn10:20-11:1; 12:1; 4:14; Op8- 9; 16). Ze dienen eveneens ook de gelovige (Ps91:11; Hb1:14), brengen antwoord op ons gebed (Hd12:5- 10), werken mee om mensen voor Christus te winnen (Hd8:26; 10:3), observeren de orde, het werk en het lijden van de Christenen (1Ko4:9; 11:10; Ef3:10; 1Pt1:12), en zijn tegenwoordig bij de dood van een rechtvaardige, om helpend in te grijpen (Lk16:22). Hierbij mogen we echter nooit vergeten dat de dienst van de engelen afhankelijk is van de wil van God (Hd12:7-11,17)! Ze verkondigen ook aan de ongelovige oordeel (Gn19:13; Op14:6-7; 19:17-18; Hd12:23; Op16:1; Mt13:39-41).
[ 1 2 3 4 ]
[ Vorige | Volgende ]
De satan
Het wezen van satan
Satan is de leugenaar en mensenmoordenaar vanaf het begin (Jh 8:44). Hij verleide Eva met zijn list (Gn 3:1,4,13; 2Ko 11:3; 1Tm 2:14), gaf Judas in het hart, Christus te overleveren (Jh 13:2) en probeerde ook, het geloof van Petrus te vernietigen (Lk 22:31). Paulus waarschuwt ons voor zijn listen (2Ko 2:10; 11:14; Ef 6:11; Jk 4:7; 1Pt 5:8). Zijn werktuigen proberen zelfs de uitverkorenen te verleiden (Mt 24:24; Op 13:13-17). Na het duizendjarig vrederijk zal satan nog eens uitgaan over de aarde, om de naties te verleiden (Op 20:8; 1Kr 21:1; Mt 4:1; 16:23; Hd 5:3; 13:10; 1Ko 7:5; Ef 4:27; 2Th 2:9; 1Tm 3:7; 2Tm 2:26).
De schepping en val van lucifer
Ook Lucifer werd door God geschapen, zoals alles door Christus geschapen werd
(Jh1:3; Ko1:16-17). Wanneer Lucifer echter geschappen werd is onbekend.
Lucifer was een volkommen dienstbare cherubim in Eden die met grote heerlijkheid
bekleedt was (Ez28:13- 15). Dit duurde echter zolang totdat er ongerechtigheid
in hem werd gevonden (Ez28:15). Deze zonde bestond uit hoogmoed (1Tm3:6). De
profeet Jesaja beschrijft dan ook de val van de satan in Jesaja 14:12- 17. De
satan wilde tot in de hemel opstijgen en zijn troon boven die van God verhogen
en over het universum regeren (Js14:13-15), en gelijk worden aan God (Js14:14).
Deze zonde had ernstige gevolgen, en nam vele andere engelen mee in het verderf
(Op12:7), ook trof deze zonde de mens (Ef2:2), en maakte ze daardoor Lucifer
tot de overste van deze wereld (Jh16:11; Op20:3).
De werken van satan
De vele aanduidingen in de bijbel tonen ons als zeer snel welke de werken de satan almaal uitvoert. Hierbij kunnen we denken aan zijn woede tegenover Israel (Op12:3), maar ook aan zijn schijnheiligheid tegenover de gelovigen (2Ko11:14). Ook biedt hij ons deze schijnheiligheid aan (Hd5; 1Ko7:5; 2Tm3:5), en verkleed daarbij zijn knechten als dienaren van de gerechtigheid (2Ko11:15). Hij verleidt de naties en tegelijkertijd probeert hij een leger ongelovigen op de been te zetten die de uitbreiding van het evangelie tegen gaan (Op2:10; 20:3; 1Th2:18). Hij verblindt deze ongelovigen dan ook zo dat ze het evangelie niet kunnen aannemen (Lk8:12; 2Ko4:4). Hij verleidt echter ook de gelovigen (1Pt5:8). God gebruikt dat dan echter ten goede (Hb5:8; Jk1:12; 1Pt1:6-7; 4:12-13). Ook probeert hij ons te verwarren doordat hij onkruid tussen de oogst zaait (Mt13:38-39). Tevens maakt hij ons altijd een slecht geweten door ons op onze vergeven zonden aan te klagen (Op12:10).
De wereld van satan
De bijbel zegt ons duidelijk dat de satan de heerser van deze tijd en wereld is (Jh12:31; 16:11; 2Ko4:4). Zodoende ligt de gehele wereld in de macht van de boze (1Jh5:19). Wij als gelovigen zijn echter niet meer van deze wereld, maar mogen wel deze wereld gebruiken, echter niet aanhangen (1Tm6:17; 1Jh2:15).
[ 1 2 3 4 ]
[ Vorige | Volgende ]
De demonen
Het bestaan van de demonen
Tegenwoordig is het weer normaal om aan geestelijk
machten te geloven. Ook in het Nieuwe Testament van de bijbel vinden we meer als
100 verwijzingen naar demonen (Alleen in de Hebreeenbrief worden
geen demonen genoemd, voor de rest komt het woord 'daimonion' in alle boeken
voor)
. Zo dreef de Heer Jezus zeer vele demonen uit, wat dan ook natuurlijk
in moet houden dat demonen bestaan (Mt12:22-29; 15:22-28; 17:14-20;
Mk5:1-16).
De oorsprong van demonen
In de gehele geschiedenis zijn er verschillende theorien opgezet om te verklaren waar demonen vandaan kwamen, we zullen enkele hiervan kort bespreken.
- Demonen zijn geesten van gestorvenen mensen
Deze theorie komt uit het oude Griekenland, waar de demonen als de ontzielde lichamen van de dode boze mensen werden aangezien. Deze gedachte is echter nergens in de bijbel terug te vinden, want dode boze mensen komen na hun dood in de Hades, vanwaaruit ze niet naar de aarde kunnen terugkeren (Ps9:16; Lk16.23; Op20:13).
- Demonen zijn geesten van gestorven mensen die leefden voor Adam
Deze theorie kan op dezelfde manier weerlegt worden als de vorige. Tevens moet ik hier even bij vermelden dat volgens de Heer Jezus die zondeloos was Adam de eerste mens was (Mt19:4).
- Demonen zijn gevallen engelen
Dit is de beste verklaring die we ook in de bijbel terugvinden, waar bijvoorbeeld de satan als de vorst van de demonen aangeduidt wordt (Mt12:24).
Het wezen van de demonen
Omdat demonen dezelfde oorsprong hebben als engelen, zijn er natuurlijk veel
overeenkomsten. Ze bestaan net als engelen niet uit vlees en bloed, maar zij
geesteswezen (Ef6:12). Daarbij moet echter gezegd worden dat ze in tegenstelling
tot engelen boze geesten (Lk7:21), onreine geesten (Mt10:1) of
geesten van de boosheid (Ef6:12) genoemd worden. Ook wijst de bijbel op bepaalde
eigenschappen van de demonen. We kunnen hierbij denken aan de volgende kenmerken:
| Verstand | De demonen hebben een verstand, want ze weten wie de Heer Jezus is (Mk1.24), en dat ze bestemd zijn voor het oordeel (Mt8:29), ze kennen zelfs de heilsplan van God, maar accepteren deze niet (Jk2:19). Ook ontwikkelen en verspreiden ze dwaalleer (1Tm4:1-3). |
| Gevoel | De demonen kunnen gevoelens uitdrukken (Lk8:28; Jk2:19). |
| Wil | De demonen hebben een eigen wil (Mk5:3; Lk8:32) |
| Persoonlijkheid | De demonen worden als personen in de bijbel behandeld (Lk8:27-30). |
Demonen zijn echter niet alwetend, alhoewel ze vaak de mensen duidelijk willen maken dat ze dat zijn (Hd16:16). Ook zijn ze niet alomtegenwoordig.
De werken van de demonen
De demonen hebben als doel om in hun gevecht tegen God, de mensen tot afgoderij te verleiden, omdat zij hierdoor geeerdt worden (Lv17:5; Dt32:17; Ps106:36-38; 1Ko10.20; Op9:20). Ook brengen de demonen veel dwaalleer tot de gelovigen zoals het loochenen van de menswoording van Jezus Christus (1Tm3:16; 4:3; 1Jh4.1-4). Ook kunnen demonen mensen ziek maken (Wel moeten we oppassen dat we dit niet generaliseren door te zeggen dat alle ziekten door demonen opgewekt worden, de Bijbel maakt namelijk een duidelijk onderscheid tussen natuurlijke ziekten en demonische ziekten (Mt 4:24; Mk 1:32-34; Lk 7:21; 9:1) (Mt19:33; 12:22; 17:15-18) of bezetten (Hiermee bedoelt de Bijbel dat een demon direkt de heerschappij van een mens overneemt en in hem woont. Dat kan vaak gebeuren doordat mensen bezig zijn met demonische invloeden, maar het kan ook niet aan de verantwoordelijkheid van de mens liggen, dat iemand bezeten wordt (Mk 9:21) (Mk5:4-5; 9:22; Lk8:27- 29; 9:37-42), ze kunnen zelfs mensen doden (Op9:14-19). Op het einde van de grote verdrukking zullen de demonen tevens alle koningen van de naties ertoe verleiden om met een groot leger Israel aan te vallen (Op16:13-16).
Gevangenschap van sommige demonen
De bijbel zegt ons dat sommige demonen tijdelijk of eeuwig gevangen genomen
zijn in de Tartarus (2Pt2:4; Jd1:6). Bij de Grieken was deze Tartarus een plaats
die nederiger was als de Hades. Ook worden sommige demonen in de abussos (afgrond)
gevangen gehouden waar ze wachten op het laatste oordeel, of op hun
vrijlating (Lk8:31; Op9:1-3,11; 16:14). Misschien dat nu sommige mensen vragen
waarom satan dan niet gevangen is. Een antwoord hierop zou kunnen zijn, dat
deze demonen deze straf ontvangen voor een bepaalde zonde, sommige denken hierbij
aan de zonde in Genesis 6, waar de zonen Gods gemeenschap hadden met de mensenkinderen
(zie Gn6:2- 4).

33 gasten