Welkom gast Zoeken | Registreer als gebruiker | Inloggen  
http://www.inchristus.nl
Home  |  Verslagen  |  Artikelen  |  Gastenboek  |  ACI Gids  |  Bijbel  |  FAQ  |  Overige
Leden online
 22 gasten
Laatste artikelen
Klein maar fijn
Wij kunnen alle pitten in een appel tellen maar God kan alle appels in een pit tellen
-- Dr. Robert H. Schuller --
Kerstmis
Auteur:Peter en Rolanda Noordzij
Geplaatst op:10-09-2002
Gelezen:15833 keer

Een aantal zaken rondom kerst zijn niet (geheel) terug te vinden zijn in de bijbel. Neem bijvoorbeeld de kerstboom wat afstamt van een heidens gebruikt. Veel Christenen vandaag de dag weten nog niet precies hoe kerst nu eigenlijk precies in elkaar zit. In dit verslag wordt de oorsprong van dit feest uitgelegd.

[ 1   2   3   4   5    ]
[ Vorige | Volgende ]

Pagina 1 / 5

Kerstmis

Hoewel het misschien raar klinkt, moeten we eerst stellen dat kerst in de eerste periode van het christendom helemaal niet bestond. Er werd door de christenen die de eerste 200 jaar na Christus leefden geen kerst gevierd. Er was in die tijd niemand die zich bezig hield met ‘het kindje Jezus’ of de ‘geboortedag’ van Jezus. Het was niet eens de gewoonte om een verjaardag te vieren, alleen de Romeinen vierden verjaardagen. Voor christenen en Joden was het daardoor helemaal ondenkbaar om een dergelijk feest te vieren.

In Matteüs 14: 6 t/m 12 staat beschreven dat Herodes zijn geboortefeest vierde waar gedronken, gedanst en later zelfs een gevangenen werd gedood. Deze gevangene was in dit geval Johannes de Doper, maar er zijn uit de Romeinse geschiedenis verhalen bekend die wijzen op meer van dergelijke praktijken.

Hoewel de geschiedenis over dit punt eenduidig is, zal ik toch een stukje uit een geschrift van ongeveer 245 na Christus citeren, om aan te geven hoe negatief de kerk van die tijd over het vieren van een geboortedag dacht.

'En wat betreft verjaardagen, als dit goddeloze woord regeert over hen, dansen ze zodanig dat hun bewegingen het woord (in die tijd dus negatief) eer aan doet. Iemand die ons is voorgegaan heeft het woord dat geschreven is in Genesis aangaande de verjaardag van de Farao nader bekeken (verhaal van Jozef). Hij heeft gezegd dat een waardeloze man die geïnteresseerd is in zaken die met geboorte te maken hebben (het is hier sarcastisch bedoelt. Men zag de geboorte als een zeer onfris gebeuren), dan ook maar zijn geboortedag moet vieren.

En ik (Origen) neem deze suggestie graag over. Ik vind namelijk nergens in de schriften een rechtvaardig man die zijn verjaardag vierde. Want Herodes was net zo onrechtvaardig als de bekende Farao, want de laatste dodde een bakker op zijn verjaardag en de eerstgenoemde Johannes.'

(Vertaald uit: A Dictionary of early christian beliefs, Citaat geschreven door: Origen (185-255))

In de geschriften van Tertullian* en die van Origen** wordt kerst niet vermeld in de lijst van feestdagen van de kerk.

* Tertullian (160-230, belangrijk christelijk schrijver uit Carthago, noord Afrika. Hij was daar presbyter (kerkoudste))

** Origen (185-255, Opgeleid door Clement van Alexandria, was een bekend en geliefd schrijver uit die tijd hij schreef meer dan duizend werken.)

Naarmate de christenheid zich meer en meer uitbreidde onder heidense volkeren, kwamen ook steeds meer heidense gebruiken binnen de leefwereld van de christenen. Romeinen die gewend waren hun verjaardag te vieren stopten daar niet altijd mee nadat ze bekeerd waren tot het christendom.

In 221 na Christus opperde Julius Africanus (160 – 240) als eerste dat het goed zou zijn 25 dec. als gedenkdag in te stellen voor de geboorte van Jezus Christus. Julius Africanus was een belangrijk Romeins legerofficier en (zoals we in hoofdstuk 3 uitgebreid zullen lezen,) een aanhanger geweest van de religie van Mitras*. Julius was een vriend van koningen en keizers en bekeerd tot het christelijk geloof.

*(Mitras, een 'God ' die van oorsprong uit Perzië kwam en door keizer Aurelianus tot God van het Romeinse rijk was verheven. De geboortedag van Mitras was 25 december. Men vierde dan het feest van de 'onoverwinnelijke zon'. Meer hier over in hoofdstuk 3)

Omdat de Romeinen op 25 december al een feest vierden ter ere van hun god Mitras vond Julius het een goede 'tegenhanger'. Mogelijk heeft Julius niets verkeerds in de zin gehad omdat we moeten beseffen dat het vieren van een verjaardag voor een Romein een eerbetoon was aan de jarige.

Niet zo zeer het idee om de geboorte van Jezus Christus te gedenken, maar vooral de dubieuze datum 25 december viel niet in goede aarde bij veel bisschoppen. Toch begon het idee om de geboorte van Jezus te vieren steeds meer zijn ingang te vinden in de toenmalige christelijke wereld. De eerste keer dat er melding word gemaakt van een ‘kerstachtig’ feest is in Egypte. Clement van Alexandria* beschrijft:

“Daar waren enkele ‘nieuwsgierige’ theologen, die niet alleen het jaar, maar ook de dag van Jezus geboorte hebben toegewezen. Zij plaatsten deze dag op 20 Mei in het achtentwintigste jaar van keizer Augustus”.

(Strom. , I, hoofdstuk 21)

* Clement van Alexandria (150-215, een geleerd Christelijk onderwijzer uit Alexandria, i n Egypte. Hij was het hoofd van de Catechetical school daar. Origen was een van zijn leerlingen.

Een van de fouten die hier gemaakt is, is het verschil in het berekenen van de maanden. De Joodse maanden zijn lunar* maanden en de Europese maanden zijn solar** maanden.

* (Lunar maanden= de maanden berekend volgens de loopbaan van de maan. Een lunarmaand heeft 29 of 30 dagen.)

** (Solar maand= de maanden berekend volgens de omlooptijd van de zon. Een solarmaand duurt 30 of 31 dagen)

Ook werden er fouten gemaakt door aan te nemen dat de Joodse maanden gelijk liepen met de Europese maanden. De eerste Joodse maand is 'Nisan' en begint in onze derde maand 'Maart'.

Ze dachten, dat de 4e maand waarin zij meenden dat Christus geboren was, hetzelfde was als de 4e maand van hun eigen kalender. Anderen kwamen door een combinatie van dit soort rekenfouten uit op bijvoorbeeld 20 april.

Ook het 'bewijs' van Clement van Alexandria is hier op zijn plaats in de ‘PaschÆ computus’, schrijft hij: ‘De datum van Christus geboorte moet geplaatst worden op 28 maart, omdat op die dag de materiële zon geschapen is’.

(Hoofdstuk 4. Geschreven in 243 en heel lang ten onrechte aan Chyprian* toegeschreven.)
*Chyprian (hij was van 200 tot 258 Bisschop van Carthago, Noord Afrika)

Dit is een stelling die hij later nooit goed heeft kunnen verdedigen. Mogelijk bedoelde hij dat het begin van het Joodse jaar* ook het begin van de schepping moet zijn geweest.
*(door het verschil in lunar en solar maanden verschuift deze dag in vergelijk met onze kalender)

Bladerend in bijvoorbeeld de ‘Catholic Encyclopedia’ blijkt wel dat er bijna geen maand is geweest waarin niet, door een bepaald volk of gebied van het toenmalige rijk, kerst werd gedateerd. In eerste instantie begon iedereen het ‘feest’ van de geboorte van Christus te vieren op de dagen die hen zelf goed uitkwamen. Rond het jaar 300 na Chr. begon er steeds meer strijd te komen over de te vieren datum van de geboorte van Jezus Christus. De bisschoppen bestookten elkaar over en weer met argumenten om de door hen gestelde datum algemeen te maken.

  • 25 december. Viel samen met de al geldende feestdagen* binnen het Romeinse rijk.
  • 6 januari. Vooral in het oosten van de toen geldende wereld. Ook daar ging het om een reeds geldende feestdag**.
  • De naar onze tijdrekening steeds verschuivende Joodse Chanukka*** viering. Dit feest wordt ook in onze decembermaand gevierd.

*( Sol Invictus, het feest van de onoverwinnelijke zon. Geboorte van Mitras)

**(Epifanie was, voor het 'verchristelijkt' werd, onderandere het feest van de geboorte van de abstracte godheid van de eeuwigheid (Aion) en de openbaring van de maagdelijke godin Kore in de vorm van haar standbeeld. Ook bij dit feest met dezelfde naam betekende het woord 'verschijning'.)

***(Chanukka= Joods lichtfeest. Men viert dat de grote kandelaar (menorah) op het plein bij de tempel bleef branden op slechts heel weinig olie. Dit gebeurde tijdens een oorlog met de Makkabeen)

Doordat de christenen zich steeds verder afscheidden van hun joodse achtergrond verviel het Chanukka feest al snel.

Onder druk van keizer Constantijn de Grote* werd 25 december steeds populairder. In 312 na Chr. zag hij een visioen van een kruis en de woorden: ‘in hoc signo vinces’, wat betekent: ‘door dit teken zult gij overwinnen’. De bekering van Constantijn betekende dat de christenen voor het eerst in meer dan 300 jaar niet meer vervolgd werden of als 2e rangs burger beschouwd. Hoewel Constantijn een christen was geworden en zelfs de christelijke godsdienst als staatsgodsdienst uitriep, bleef hij ook trouw aan het gedachtegoed van de god Mitras. Dit bleek onder andere uit zijn bijnaam 'de oude Pagan** wolf'.

Ook uit een boel andere gebeurtenissen bleek dat hij ondanks dat hij zich christen noemde, toch ook een zonaanbidder (Mitras) bleef.

* (Constantijn de Grote was keizer van het Romeinse rijk van 306 tot 337. Hij was de eerste christelijke keizer en schafte de christenvervolging af.)

** (Pagan= de verzamel naam van verschillende natuur georiënteerde godsdiensten)

'Na een ingewikkelde maar briljante loopbaan, hield hij zijn triomftocht in Rome, nadat hij vlak buiten deze stad een andere keizer had overwonnen en gedood. Voordat hij aan deze slag begon, had Constantijn zijn leger verteld dat hem in een droom de overwinning was beloofd, als zij die dag zouden vechten onder het teken van het kruis. Constantijn, die even bijgelovig was als ieder ander in die tijd, had zijn troepen bevolen om de christelijke symbolen op hun schilden te schilderen. De munten die werden geslagen om deze grote overwinning bij de Milvische brug te gedenken, waren echter niet opgedragen aan de God van Jezus Christus, maar aan de aloude favoriete godheid van zijn legioen, Sol Invictus.'

(Geschiedenis en Archeologie van de bijbel, door: John Romer)


Een afbeelding van de munt die enige tijd na de overwinning geslagen werd. Afbeelding van kopzijde: afbeelding van Constantijn met de woorden: IMP CONSTANTIN VS PF AVG. Afbeelding muntzijde: afbeelding van Sol de zonnegod (Mitras) met een globe in de hand met de woorden:

SOLI INVICTO COMITI*
*(= Toegewijd aan de onoverwinnelijke zon)

Omdat men eenheid wilde en onderwerping aan het pauselijk gezag, besloot Paus Liberius* in 354 door middel van een decreet, dat 25 december de geboorte van Jezus Christus gevierd zou worden met een speciale kerst mis**. De oosterse roomse kerken (oost Orthodox) gaven hier geen gehoor aan en vieren tot op heden kerst op 6 december. De Roomse kerk kent deze datum tot op heden als Epiphany***.

* Paus Liberius (paus, van 352-366)
** mis= rooms voor dienst of viering
*** Epiphany is het feest van de verschijning van Jezus Christus. Er is verschil binnen de kerken over welk moment nu precies gevierd dient te worden. Sommigen zeggen dat het het moment van de doop van Jezus Christus is, omdat daar God hem openbaart door te zeggen dat het Zijn Zoon was (Matteüs 3:17). Anderen gaan uit van het moment dat Jezus Christus uit de woestijn komt om zijn bediening te beginnen (Lucas 3:23). Er zijn er ook die de bruiloft te Kana, het eerste openbare wonder (Johannes 2:11), als moment van openbaring van Zijn bediening zien.

Deze beslissing van Paus Liberius had alles te maken met de overtuigingen van keizer Constantijn de Grote. Constantijn had een belangrijk en overheersend stempel gedrukt op de totstandkoming van de hiërarchische structuur van de kerk en ondanks zijn vriendschap met het Pagan-geloof achtte men hem zeer hoog. 'Nauwelijks had Constantijn in 313 aan de christenen geloofsvrijheid toegekend, of zij betrokken hem als scheidsrechter in hun conflicten'.
(Geschiedenis der kerk door: dr. Otto J. de Jong)

Zo was het mogelijk dat Constantijn, zonder enige kerkelijke bevoegdheid, als gastheer en als voorzitter, het Concilie van Nicea bestuurde. Het Concilie was een plan van Constantijn om de inmiddels verdeelde kerk weer op één lijn te krijgen door het opstellen en ondertekenen van een geloofsbelijdenis. 'Het Concilie van Nicea en de daaruit voortkomende geloofsbelijdenis, waar­in zo duidelijk het verschil werd aangegeven tussen hemel en aarde, waren dus van fundamenteel belang zowel voor Constantijn als christen als voor Constantijn in zijn functie van stichter van het aardse rijk. Daarom kan men dan ook stellen dat het feitelijke thema van het Concilie van Nicea de herbe­zinning op de keizerlijke macht was.

Keizer Constantijn herinnerde zijn onderdanen er later in brieven en decre­ten voortdurend aan dat deze heilige definities waren opgesteld door 'drie­honderd bisschoppen die bekend stonden om hun scherpzinnigheid'. De bisschoppen en hun geloof werden door de keizer erkend en als tegen­prestatie gaf het concilie stilzwijgend zijn goedkeuring aan de aardse heer­schappij van de keizer. Constantijn, die aan het hof van Diocletianus was opgevoed, had geen ogenblik aan de heiligheid van zijn ambt getwijfeld.'

(Geschiedenis en Archeologie van de bijbel, door: John Romer)

De toenmalige kerk was meer dan bereid om naar ‘hun bevrijder’ te luisteren en zo mogelijk gehoor te geven aan zijn verzoeken. Hoe ver men in die tijd ging met het vereren van zijn keizer blijkt wel uit het feit dat men hem als 13e apostel zag.

'Constantijn de Grote was begraven als de dertiende apostel met de beelden van de andere twaalf om zijn sarcofaag heen. Zijn opvolgers konden derge­lijke architecturale pretenties echter niet zo goed verdragen en daarom was de sarcofaag van de grote keizer naar een mausoleum naast zijn grote kerk in Constantinopel overgebracht.'

(Geschiedenis en Archeologie van de bijbel, door: John Romer)

Het was dan ook voornamelijk de wens van Constantijn dat de vrije dagen en feesten die op 25 december bestonden ‘verchristelijkt’ zouden worden. Dat ging niet zo maar, veel landen of gebieden gaven niet zo maar toe aan de datum 25 dec.

John Cassian beschrijft in zijn “Collations”* dat de Egyptische kloosters nog steeds de ‘oude gewoonte’ (20 mei) hanteren als het om de viering van de geboorte van Christus gaat. Later in 433 preekt Paul van Emesta in Alexandria. Uit zijn preek blijkt dat 25 dec. als geboortedag, inmiddels ook in Egypte was ingeburgerd.

*(Hoofdstuk 10 pagina 2, geschreven tussen 418-427)

In een boek over de pelgrimsreis van Silvia van Bordeaux (of Etheria, zoals ze later genoemd wordt) staat beschreven hoe zij in 385 in Jeruzalem kwam en daar bijzonder onder de indruk was van een feest dat daar gevierd werd. Het feest had volgens haar duidelijk een ‘geboorte’ achtergrond: ‘De Bisschop begaf zich in de nacht op bedevaart naar Bethlehem en kwam terug in Jeruzalem, voor de dag van het feest begon’.
(Vertaald uit: Silvia van Bordeaux, geschreven door Geyer).

Deze bedevaart ging onder het zingen en reciteren (opzeggen) van psalmen. Het presentatiefeest werd 40 dagen daarna gevierd. Het presentatiefeest vierde men op 6 januari en de bedevaart (mogelijk kerst) dus op 28 november. Op een eerdere reis beschrijft ze alleen Pasen en Epiphany als belangrijke feestdagen. We kunnen daar dus uit opmaken dat kerst, in 385, nog niet op 25 december werd gevierd in Jeruzalem.

Dat komt ook overeen met de correspondentie* tussen Bisschop Cyril van Jeruzalem** en Paus Julius I***. Paus Julius dringt er op aan om 25 december als datum te kiezen. Daarop verklaart Cyril van Jeruzalem, dat het voor hem niet mogelijk is om de geboorte en de doop van Jezus op een dag te vieren, omdat men op beide dagen een processie maakt. Ze kunnen niet op een dag naar Betlehem en naar de Jordaan.

Men ging hier uit van Lukas 3: 23 :

‘En Jezus was toen Hij optrad, ongeveer 30 jaar,.’. Men meende daar aan te kunnen ontlenen dat, Jezus aan zijn werk begon toen Hij 30 jaar geworden was op de dag dat Hij gedoopt werd (dit feest heet Epiphany). Het 'ongeveer 30' heeft te maken met de 40 dagen dat hij in de woestijn verbleef na Zijn doop en dus voor Zijn optreden. Dus was zijn geboorte/doop dag bij hen al een feest en was het erg moeilijk om op dezelfde dag nogmaals zijn geboorte te vieren.

Ook een brief van Jerome**** uit 411 bevestigt dat. Cyril van Jeruzalem veranderde niets, maar in de 6e eeuw is bekend dat men doop en geboorte vierde op 25 december.

* (Deze correspondentie wordt geciteerd door John of Nikiu (ongeveer 900 n. Ch.) om ook Armenia tot de datum 25 december te bekeren. Zijn brief is bekend bij de roomse kerk als: P.L., VIII, 964 sqq. Hiervan wordt ook melding gemaakt in de Catholic Encyclopedia)

**Cyril van Jeruzalem (315-386, bisschop van Jeruzalem en titel van doctor in de kerk)

***Paus Julius I (Paus van 337-352)

****Jerome (345-420, heilige en kerkleider)

Deze voorbeelden geven aan dat het allemaal niet zo eenvoudig was om een vaste dag overeen te komen. Het duurde tot het einde van de 5e eeuw voor men uiteindelijk op een zelfde spoor kwamen. Men kwam overeen, behalve de oost orthodoxe kerken, dat 25 december kerstdag zou zijn en 6 januari Epiphany. Dat deze datum dus niet op een bijbelse of historische basis gekozen is, is door de jaren heen op de achtergrond geraakt.

Pagina 1 / 5

[ 1   2   3   4   5    ]
[ Vorige | Volgende ]

(c) 1997 - 2017 Algemeen Christelijke Informatie
Niets van deze website mag worden gekopieerd zonder voorafgaande toestemming van ACI.