![]() |
Deze informatie is afkomstig van http://www.aciweb.nl/ Voor meer informatie kijk op de website, of stuur een email naar info@aciweb.nl |
| Auteur | : | Rolanda en Peter Noordzij |
| Geplaatst op | : | 27-08-2002 |
| Gelezen | : | 3904 keer |
Heel lang hebben wij gedacht dat de kinderdoop het enige juiste was, we vertrouwden op onze achtergrond en op datgene wat mensen (voorgangers) ons geleerd hadden. We hielden dat in goed vertrouwen vast, tot we in gesprek kwamen met 'grootdopers'. Natuurlijk begonnen we onze kinderdoop te verdedigen en legden de ons bekende argumenten op tafel. Al snel merkten we dat onze basis nogal smal was en onze kennis bestond uit 'horen zeggen'. We beseften dat we de standaard antwoorden over de doop wel erg vanzelfsprekend hadden aangenomen.
Beste lezer,
Heel lang hebben wij gedacht dat de kinderdoop het enige juiste was, we
vertrouwden op onze achtergrond en op datgene wat mensen (voorgangers) ons
geleerd hadden. We hielden dat in goed vertrouwen vast, tot we in gesprek kwamen
met 'grootdopers'. Natuurlijk begonnen we onze kinderdoop te verdedigen en
legden de ons bekende argumenten op tafel. Al snel merkten we dat onze basis
nogal smal was en onze kennis bestond uit 'horen zeggen'. We beseften dat we de
standaard antwoorden over de doop wel erg vanzelfsprekend hadden aangenomen.
Daarin hadden we eenvoudig vertrouwd op mensen die op hun beurt ook weer
uitgingen van hun kerkelijke leer.
Psalm 118:7,8 vertelt ons dat het niet goed is om op mensen, zelfs niet op prinsen, te vertrouwen. Ook mochten we niet op eigen ideeën afgaan, we konden niet anders meer dan op zoek gaan naar de oorsprong van de doop. Toen we ons er wat meer in gingen verdiepen om zo onze kinderdoop beter te kunnen verdedigen, kwamen we er al snel achter dat de verschillende kerken allemaal verschillende dingen vertellen.
We zijn toen de argumenten voor 'grootdoop' beter gaan bekijken en hebben gelezen wat de charismatische bewegingen erover schreven. Beide partijen konden hun standpunten bijbels 'aannemelijk' maken, maar echt doorslaggevende bewijzen konden we ook bij hen niet vinden.We besloten toen te gaan zoeken in geschiedenisboeken. Dat was in het begin erg moeilijk, want het waren veelal ingewikkelde boeken, maar na verloop van tijd went dat ook weer.
In de meeste boeken staan uitgebreide literatuurlijsten en zo kwamen we van het ene boek bij het andere. Na enige tijd bleek dat er toch nog erg veel feiten bekend zijn over het begin van de christenheid en ook over de manier waarop zij met de doop omgingen. Ook ontdekte we dat door allerlei omstandigheden de visie omtrent de doop veranderde.
Het had veel opgehelderd, maar we waren nog niet tevreden. We wilden te weten komen wat Johannes en Jezus zelf deden toen zij mensen doopten. Omdat Jezus en Johannes Joods opgroeiden, verdiepten we ons in de Joodse achtergronden en geschiedenis.
Onder het motto zoekt en gij zult vinden, zijn we biddend op zoek gegaan naar de wortels van onze doop. Omdat we alles wat we ontdekt hebben graag ook met anderen willen delen, hebben we, in het kort, een aantal zaken op een rijtje gezet om zo een globale indruk te kunnen geven.
Eerst zijn we gaan zoeken naar de oorspronkelijke betekenis van het woord "dopen" te beginnen bij het werkwoord "dopen" dat van het zelfstandig naamwoord "doop" is afgeleid. Hoewel je bij het woord dopen denkt aan indopen of onderdopen, zijn we vooral gaan zoeken naar de oorspronkelijke Griekse tekst.
Als we naar het Engelse woord 'baptise' kijken, zien we dat het, net als het
Nederlandse woord 'baptist' gevormd is van de Griekse werkwoordsvorm 'baptizo'.
Eigenlijk is dit woord dus nooit echt vertaald, maar min of meer letterlijk uit
het Grieks overgeschreven. De belangrijkste Engelse vertaling is de 'King James
Version' (te vergelijken met de Nederlandse Statenvertaling)
Omdat Koning
Jacobus wel de macht in het land bezat, maar over religieuze zaken,
verantwoording moest af leggen aan de bisschoppen van de Anglicaanse kerk, wilde
hij voorzichtig zijn in de vertaling die op zijn naam zou komen te staan. Hij
besloot om een aanvaring met de bisschoppen te voorkomen het woord 'baptizo'
gewoonweg niet te vertalen.
De stam van het woord baptizo is bapto. De tussenvoeging 'iz' betekent zoals
bij alle Griekse werkwoorden dat het om een woord gaat dat iets veroorzaakt. Wat
er gebeurd wordt bepaald door het basiswerkwoord waaruit deze vorm is
opgebouwd.
Om dus te weten wat het woord baptizo veroorzaakt, moeten we de
betekenis uitzoeken van het enkelvoudige stamwoord bapto.
Er zijn 6 bijbelteksten in het nieuwe testament waarin het woord bapto voorkomt, zonder dat hier de doop (als in: 'mensen dopen') mee bedoeld wordt.
Ook komt in het nieuwe testament drie keer het woord embapto voor. 'em' betekent in het Grieks 'in'
In alle zes de gevallen geeft het duidelijk aan dat het hier gaat om, iets
onderdompelen in een vloeistof en het er daarna weer uit halen.
Ook
het Grieks Nederlands woordenboek geeft als verklaring voor bapto:
indompelen
In de oud Griekse taal die al eeuwen voor het schrijven van de bijbel veel
gebruikt werd, is aan dit woord baptizo altijd de grondbetekenis toegekend als:
onderdompelen, bedelven of indopen.
In de Griekse vertaling van het oude
testament, daterend uit meer dan een eeuw voor Christus, wordt de onderdompeling
van Naäman bijvoorbeeld vertaald met het woord baptizo.
Dit dus in grote tegenstelling met het Griekse woord nipto dat wassen betekent. In de zin van handen of lichaam wassen. Naäman ging zich niet wassen in de rivier maar onderdompelen. Dat is heel iets anders in het Grieks.
Ook als Jezus zelf gedoopt wordt in Matteus 3:16 staat daar in het Grieks
baptizo. Daarna staat er: '' Hij steeg op uit het water..'
In het Engels 'He
went up from the water..'
of 'He rased up from the water'
Het Griekse woord hier is anabaino en dat betekent omhoog of 'er uit' komen.
Je kunt pas omhoog komen uit het water als je eerst onder water bent
gegaan.
Als Johannes zegt in Matteus 3:11 ‘Ik doop u
wel met water tot bekering, maar die na mij komt...'
gebruikt de bijbel het
Griekse woord baptizo! Hij dompelde ze dus onder.
Als Jezus in Matteus 28:19 zegt: 'gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn
discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des heiligen
Geestes.'
gebruikt Jezus hier heel duidelijk het woord baptizo. Het woord
onderdompelen dus!
Er staat dus eigenlijk: gaat heen en dompel ze onder in de naam des
Vaders......enz.
Iedereen begrijpt nu, denk ik wel, waarom koning Jacobus van
Engeland erg voorzichtig was en het woord eigenlijk niet durfde te laten
vertalen. In een anglicaanse kerk, waar men doop door besprenkeling van water
praktiseerde, zou dit zeker tot problemen hebben geleid. Hij was bang dat zijn
'King James' vertaling dan niet in gebruik zou zijn genomen.
Maarten Luther schreef het volgende over het woord voor DOOP:
"In het Latijn kan het met onderdompeling vertaald worden, bijv. iets in water onderdompelen, zodat het geheel door water wordt bedekt. En hoewel die gewoonte buiten gebruik geraakt is... toch behoort men geheel ondergedompeld en onmiddellijk weer uit het water getrokken te worden. Want dit schijnt de etymologie van het woord te vereisen" (Maarten Luther, Opera, Tom. 1, blz.72).
Calvijn schreef het volgende in zijn Institutie van de Christelijke religie:
"Zelfs het woord DOOP duidt het onderdompelen aan; en het is zeker dat onderdompeling in praktijk was bij de primitieve gemeente" (Joh. Calvijn, Institutie, Boek IV, Hoofdst. XV, Art. 19).
Omdat er behalve over de letterlijke betekenis van het Griekse woord baptizo,
veel discussie is over de uitleg van bepaalde bijbel teksten, zijn we eens
verder terug gegaan in de tijd en op zoek gegaan naar de Joodse rituelen die in
de tijd van Jezus gebruikelijk waren. We zijn toen gestart met bij het Joods
Historisch museum informatie op te vragen en zij waren gelukkig erg
behulpzaam.
In de Joodse cultuur kent men het verschijnsel 'mikveh'
uitgesproken en ook vaak geschreven mikva.
Dit is een reinigingsritueel
waarin een persoon geheel ondergedompeld werd of zichzelf onderdompelde, om
daarna weer rein uit het water omhoog te komen.
Hij heeft dan zijn onreinheid
afgelegd. Een andere uitleg is dat hij dan gestorven is aan zijn vorige
leven.
Een paar situaties waarin een mikva gebruikelijk was:
- Bij het inwijden
en reinigen van een priester.
- Het reinigingsritueel van een vrouw bij wie
de maandelijkse periode is gestopt.
- Een heiden (niet jood) die Jood wil
worden, zo iemand heet een proseliet (In onze bijbel word de naam
Jodengenoot gebruikt voor proseliet)
Als een priester ingewijd wordt legt hij zijn vorige (onreine) leven af en
kan na de mikva zijn dienst voor God afgezonderd uitvoeren. De hogepriester deed
deze mikva bijvoorbeeld vijf keer tijdens zijn dienst op de grote
verzoendag.
Deze staat van reinheid te behouden was een van de belangrijkste
dingen waarmee de Farizeeën zich bezig hielden. Vandaar hun Hebreeuws naam
Perushim wat betekent 'seperated ones' (= zij die afgezonderd zijn)
(Te
lezen in: L. Finkelesein, The Pharisees)
De mikva als reiniging voor een vrouw is een handeling die ze zelf uit mag
voeren. Dit in tegenstelling tot de andere mikvas, daarbij moeten minstens drie
rabbijnen aanwezig zijn.
(Encyclopaedia Judaica)
De derde waar we even bij stil willen staan is het veranderen van geloof. De
overgang om een Jood te worden.
Als iemand te kennen geeft dat hij Jood wil
worden, wordt hij eerst ondervraagd door minstens twee rabbijnen die dan bepalen
of zijn motivaties goed zijn (Hierover heeft Rabbi Haim Elazar Schapira, Hungary
1872-1937 en H. E. Schapira, responsa Minhat Elazar, part lll [Bratislava 1922]
#8 veel geschreven)
Zij gaan verder in op de motivatie van mensen die, omdat
zij gaan trouwen, Jood willen worden.
Als zij geaccepteerd zijn, worden ze proseliet. Het is een periode van ongeveer drie jaar waarin ze de Joodse tradities en gewoonten moeten leren kennen. Er wordt zeker in het laatste jaar van het proseliet zijn nauwkeurig op toegezien of men ook daadwerkelijk de Joodse tradities volgt.
Zowel de Talmud als de Midrashim en ook de aanverwante literatuur zijn ongelofelijk positief als het gaat om proselieten. Als een proseliet (man) eenmaal besneden was en de mikva had gedaan, werd hij werkelijk geaccepteerd als Jood en mocht zelfs met een dochter van een priester trouwen.
Men zag hem dan werkelijk als een nieuwgeboren kind. De mikva wordt ook wel 'the washing of new birth' of wel 'Het bad der wedergeboorte' genoemd.
Het navolgende citaat is van: Peggy Pryor, zelf joods en aangesloten bij
'Hebraic Roots Resource'
Zij heeft in het bijzonder veel studie gedaan naar
de joodse achtergronden van de eerste christentijd. Ze woont in Amerika,
Tennessee.
'How does immersion relate to us now..believers in Messiah? Emerging from the
Mikvah is very much like a process of rebirth. The Mikvah represents the womb.
When a person enters the Mikvah, he is reentering the womb, and when he emerges,
he is as if "born again". Thus he attains a completely new status.'
(Mikvah:
a study of immersion, Part IV, By Peggy Pryor)
Vertaling voorgaande stuk: Hoe is de relatie tot onderdompeling bij ons ..zij die in de Messias geloven? Tevoorschijn komen uit het Mikvahbad, lijkt veel op het proces van 'opnieuw geboren worden'. De Mikvah vertegenwoordigt de baarmoeder. Wanneer een persoon de Mikvah betreedt, betreedt hij de baarmoeder, wanneer hij uit het water komt, is hij opnieuw geboren. Zodoende bezit hij dan een nieuwe status.
Paulus gebruikt deze Joodse term in Titus 3:5 ' doch naar Zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest.'
Ook Jezus zelf gebruikt de term 'geboren worden uit water', in Johannes 3
[3]' Jezus antwoordde en zeide tot hem: voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het koninkrijk van God niet zien. [4] Nicodemus zeidde tot Hem: hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? ........[5] Jezus antwoordde: voorwaar, voorwaar, ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk Gods niet binnengaan.'
Hoe gaat de Mikva in z'n werk:
De proseliet of priester gaat bij voorkeur naar de zee of een rivier met
'levend' stromend water.
Als dat niet mogelijk is dan moet hij in een bad met
tenminste 40 se'ahs (ongeveer 120 galons = 456 liter) water. De persoon moet dan
schoon en zonder extra ballast (De ene groep zegt dat kleding wel toegestaan is
de andere groep dat dat niet mag).
Hij moet dan het water in gaan, zodanig
dat hij geheel onder water komt. Letterlijk: ‘water moet alle delen van zijn
lichaam aanraken'. Naar de joodse wetten is één afdaling in het water
voldoende.
(Encyclopaedia Judaica)
Opm.: Er zij documenten waarin men zich afvraagt wat te doen als er te weinig
water is, in bijvoorbeeld tijden van droogte. Een gezaghebbend Rabbijn schreef:'
Dan moet u wachten met de mikva tot het gaat regenen'
Als twee
ouders zich tot het Jodendom hadden bekeerd, door de man te besnijden en mikva
en de vrouw alleen de mikva, en zij daarna nog kinderen kregen waren deze nieuwe
kinderen automatisch Jood. De kinderen die er al waren, (bij zwangerschap word
er dan gerekend vanaf de 3e maand, tellend op het moment van mikva), Moeten zelf
kiezen of zij ook Jood willen worden en dan ook de gehele procedure ondergaan.
Een kind kan zich vanaf zijn 13e jaar aanmelden voor het zogenaamde 'bar
Mitswa'. Na deze ceremonie, kan hij zich als proseliet aanmelden.
Bij de
'bar Mitswa' (voor meisjes 'bat Mitswa') krijgt het kind de zegen om de
volwassenheid in te gaan en wordt van af dat moment serieus genomen in de joodse
gemeenschap.
Als extra informatie:
Er was ooit een groep binnen de Joodse gemeenschap
waar men het voldoende vond om mensen te overgieten met water. Het ging hier dan
om 9 kav (= 4,5 gallon =iets meer dan 17 liter) Daarvan zijn nog wel eens
afbeeldingen te vinden. Later is dat officieel afgeschaft, omdat dat niet
correct was. Dit is te vinden in Joodse geschriften (ber. 21b-22a; Maim. Yad,
Keri'at Shema 4:8) (In het Engels terug te vinden in de Encyclopaedia Judaica.
)
Het voorbeeld waar de Joden bekend mee waren in de tijd dat Jezus op aarde leefde, was de Mikva Niets wijst erop dat Jezus iets anders deed dan gebruik maken van een bekend gegeven in die tijd. Ook als we in het volgende hoofdstuk de geschiedenis van de doop gaan behandelen, zal blijken dat de 'eerste' christenen een doop hanteerden, die letterlijk lijkt overgenomen van de mikva.
Ook in de bijbel vinden we iedere keer aanwijzingen dat er veel water nodig is om te dopen, volledig in overeenstemming met het gebruik van de mikva.
Matteus 3:6 'en zij lieten zich in de rivier de Jordaan, door hem dopen,.....'
Matteus 3:16 'Terstond nadat Jezus gedoopt was steeg hij op uit het water....'
Johannes 3:23 'Doch ook Johannes doopte, te Enon bij Salim, omdat daar veel water was...'
Hij ging niet zo maar ergens dopen, maar hij moest een plek zoeken waar veel water was, omdat hij dat nodig had om mensen te dopen! Ook zien we hier dat de voorkeur, net als bij de proselieten doop, uitging naar levend (stromend) water.
Het is overigens ook aardig om te weten dat de Engelse vertaling van het Joodse nieuwe testament, de vertaling die door 'Messias belijdende Joden' word gebruikt, Efeze 5:25b-27 bijvoorbeeld als volgt wordt vertaald:
'Messiah loved the Messianic Community/church, indeed, gave himself up on its
behalf [26] in order to set it apart for G-d, making it clean through immersion
in the mikvah, so to speak [27] in order to present the Messianic
community/church to himself as a bride to be prout of, witout a spot, wrinkle,
or any such thing, but holy and without defect'
(Jewish New Testament, The
letter of Paul to the Ephesians)
Vertaling vers 26: ...Door de heiligen te reinigen door onderdompeling in de
mikva.....
Hoewel de eerste christenen na een duidelijke keuze voor de Heer Jezus
Christus gedoopt konden worden, gaf men er al snel de voorkeur aan om een
procedure te volgen. Het duurde dus niet lang voor 'de eerste christenen'
vrijwel dezelfde procedure gebruikten als de Joden dat deden bij de proselieten.
Op zich is dat helemaal niet zo raar, omdat in eerste instantie Jeruzalem de
plaats was, waar de apostelen zetelden. Ook toen de apostelen stierven, hebben
de Joodse (ook in de diaspora) christenen heel lang gemeend dat zij degenen
waren die het best wisten hoe het allemaal moest.
Heel langzaam is
daarna de macht van Rome ontstaan. Natuurlijk had dit ook alles te maken
met het feit dat de Joodse 'Messiasbelijdende gemeenschap', inmiddels in
de minderheid was. Na een aantal ruzies met bisschoppen onderling, over
bijvoorbeeld de datum van kerst, wist Rome de macht over te nemen. Dit was
voornamelijk te danken aan het feit dat Rome, vanwege de Romeinse overheersing,
toch al belangrijk was. Het centrum van de wereld lag in die tijd, figuurlijk,
in Rome.
Het navolgende citaat is gebaseerd op de documenten van Hippolytus van Rome (170-235) Hij behoorde in zijn tijd tot de selecte groep intellectuele leiders van de kerk. Hij was een van de weinigen die veel geschreven heeft over de liturgische gang van zaken binnen de kerk. Hij wordt beschouwd als zijnde de belangrijkste theoloog uit de 3e eeuw.
'Doopsel en vormsel (waterbad en zalving)
In het Nieuwe
Testament wordt de christelijke initiatie inhoudelijk uitvoerig vermeld. De
eerste beschrijving van een doopritus is, na de Didachê (waarin de doopformule
wordt gegeven: 7, 1, en het doopsel in stromend water wordt aanbevolen: 7, 2),
van de hand van Hippolytus in zijn Trad. Ap. nrs. 15-21. De beschrijving
is compleet. De doop omvat volgens de Trad. Ap. een hele periode. Allereerst
wordt aangegeven, wie wel en wie niet mag worden gedoopt, dat wil zeggen welke
beroepen uitgesloten zijn van opname in de christelijke gemeente: het gehalte
van de christenen wordt nog streng bewaakt. Dan volgt een beschrijving van de
opname in het zogeheten katechumenaat, dat is een tijd van instructie door
catecheten gedurende enige jaren: men wordt ingeleid in de inhoud van de
christelijke leer en ethiek. Tijdens dit katechumenaat zijn er gebedsdiensten
voor de catechumenen, waarin zij ook de handoplegging kregen. Na de tijd van
instructie, waarbij werd 'gecontroleerd' of de kandidaat vorderingen maakte in
kennis en beleving van het christendom, ging men over naar een volgend stadium,
dat later werd aangeduid met de term: tijd van de 'electi' (of
'competentes'), dus van degenen, die waardig waren bevonden om te worden
gedoopt. Dit stadium ligt voor de doopviering in de paasnacht (en zal later
samenvallen met de vasten van zes weken). Het is een tijd van gezamenlijk gebed,
van onderzoek naar de waardigheid van de kandidaten, van handoplegging en
exorcisme, dat wil zeggen een door de gemeente begeleide strijd tegen het kwaad
en een onderzoek naar de graad van bekering van de kandidaat. Deze periode wordt
besloten door de viering van het doopsel. Het doopsel omvat: het afzweren van de
satan (concreet: het afzweren van het heidense verleden), de geloofsbelijdenis
tijdens de onderdompeling in het waterbekken, de handoplegging en zalving
van het hoofd en het lichaam, de vredeskus en de gezamenlijke viering van de
eucharistie met de gemeente. Dit alles gebeurde bij voorkeur tijdens de
paasvigilie. Over het water werd een lofgebed uitgesproken.
Het is duidelijk:
de doop is geen momentopname, maar een weg van bekering, die ritueel wordt
onderlijnd. De persoonlijke beslissing van de kandidaat is belangrijk en bepaalt
de inhoud van het ritueel; rite en geloof gaan hand in hand.'
(Uit:
Geschiedenis van de Christelijke eredienst in het westen en het oosten. door
H.A.J. Wegman)
Uit deze stukken blijkt nog eens te meer hoe men de manier van de Joodse proselieten 'doop' mikva heeft overgenomen.
Hoewel het erg moeilijk is om over de begintijd van de Christenen duidelijke
informatie te vinden is het ons toch gelukt om meer oude geschriften te
achterhalen.
De voornaamste bronnen zijn geen complete orden van dienst, maar
series 'mystagogische katechesen' of preken, die bisschoppen in de week na de
plechtigheid hebben gehouden, om de pasgedoopten in te wijden in de 'mysteria',
de heilstekenen van de Heer.
Uit deze indirecte bronnen komt een doopliturgie naar voren. Deze bestaat
hierin, dat het kerkelijk ritueel handelen een steeds voornamere plaats krijgt.
Het valt op, hoe sterk de rituele strijd tegen de satan zich ontwikkeld
heeft:
Naast de afzwering van de satan treedt de bezwering (exorcisme) door
de kerk meer naar voren. Hangt dit samen met overblijfselen van het heidendom in
de toenmalige maatschappij? Of met de angst voor de boze (afweer)?
De grootste verandering is de ontwikkeling van de 'apotaxis-syntaxis' -rite in het Oosten. (feitelijk een verdubbeling van het doopformulier en de vervanging van de drievoudige geloofsbelijdenis door een doopformule, uit te spreken door de bisschop.)
Augustinus (354-430, Bisschop van Carthago
(Afrika)):
verzaking-geloofsbelijdenis-onderdompeling; zalving en
handoplegging: overdracht van het witte doopkleed.
( F.van der
Meer,Augusinus, de zielzorger, blz. 306 vv.)
Amibrosius (340?-397, Bisschop van Milaan):
exorcistische zalving -
verzaking (gekeerd naar het Westen, toekeer naar het
Oosten):
Doopwaterwijding; geloofsbelijdenis-onderdompeling (3-voudig);
zalving met muron van het hoofd; voetwassing; overdracht van het doopkleed;
handoplegging met gebed
(De Sacramentis; de Mysterus)
Cyrillus van Jeruzalem (315-386, Bisschop van Jeruzalem en titel van doctor
binnen de kerk):
(Buiten het baptisterium): apotaxis-syntaxis'. zalving met
exorcisnie-olie; (in het baptisterium): doopwaterwijding; geloofsbelijdenis en
onderdompeling (3-voudig): zalving met muron van voorhoofd, oren, neus en borst;
deze zalving is sfragis: verzegeling met Heilige Geest; overdracht van het
doopkleed.
(katechesen van Cyrillus, myst. kat. 1,9)
Johannes Chrysostomus (374-407, 'de man met de gouden mond' volgens de
Catholic Encyclopedia. Een van de belangrijkste sprekers uit die tijd en doctors
titel van de kerk):
apotaxis en syntaxis (beide niet andere
handelingen: Spuwen tegen de duivel; belijden van het geloof tijdens de
syntaxis); zalving door kruisteken op het voorhoofd met muron, sfragis genoemd,
gevolgd door een zalving van het hele lichaam vlak voor de onderdompeling;
drievoudige onderdompeling met doopformule en handoplegging; doopkleed; Onze
Vader en kus.
Joannes Chrysostomos (S. Chrêt. 50)
Theodorus van Mopsueste (350-428, spreker en
schriftsteller):
apotaxis-syntaxis: zalving van voorhoofd door kruisteken
(sfragis); voor de doop zalving van het gehele lichaam; doopwaterwijding;
onderdompeling met handoplegging en doopformule; overdracht van het witte kleed;
sfragis op het voorhoofd
Theodorus van Mopsueste (Homélies
catéchêtiques)
Narsai van Nisibis (Hij was een dichter en hoofd van de Nestorian
school in Nisibis.)
(Brief dateert uit 498 n.C.):
Apotaxis-syntaxis;
zalving van het voorhoofd met charisma, daarna van het gehele lichaam;
doopwaterwijding; drievoudige onderdompeling met doopformule ('N. wordt gedoopt
. . .'); feestkleding; ontvangst in de gemeente.
De brief van de Romeinse
diaken Johannes aan Senarius; Narsai (hom. 22) (zie lit.: Riley').
De dopelingen gingen in de 'begin' tijd (bijna)naakt te water en kregen dan na hun doop een doopkleed. Een wit kleed dat aangaf dat de persoon nu bekleed was met Christus in een nieuw leven. Daar hebben de roomse en protestantse kerken de zogenaamde doopjurk aan overgehouden.
De meeste dooprituelen werden in die tijd voltrokken in de paasnacht. Vooraf gingen de Catechemen of wel dopelingen 40 dagen vasten om zich op deze manier nog eens goed te onderzoeken en in harmonie met God te komen. Ter ondersteuning van de dopelingen vaste de meeste volwassenen in een gemeente met hen mee. Deze vastendagen zijn nog steeds bekend in de Roomse kerk. Ook de paaswake, het moment waarop vroeger de dopelingen werden gedoopt, is nog steeds in gebruik.
De meeste dooprituelen werden in die tijd niet in de kerk zelf gehouden maar in een zogenaamde baptistery.
BAPTISTERY
The room or building in which Baptism is
performed. The word baptisterium was used for the pool (also frigidarium) in the
Roman thermae or baths. Among the early Christians It was referred to as the
fons or piscina since It enclosed the fount or pool; and also as the lavacrum or
photisterion, the place of spintual washing or divine enlightenment.
While
the early Christians baptized by immersion in rivers, fountains, and the sea
(Justin, 1 Apol. 61.3; Tertullian, De Bapt. 4), by the 3d century they used a
pool or bath in a special room in the house of worship as is indicated by the
square basin buttressed with two columns discovered at the foot of the chapel
room in the Christian house at Dura-Europos (c. 232). The basilica (possibly 3d
century) at Emmaus also had a baptistery next to the church.
(New Catholic
Encyclopedia Vol II, prepared by editorial staff at the Chatholic University of
America,Washington.)
Vertaling voorgaande stukje: De ruimte of het gebouw waar gedoopt werd, heette 'Baptisterium'. Het woord werd gebruikt voor het grote bad (ook frigidarium genoemd), in het Romeinse thermae of badhuis. Bij de eerste christenen werd er aan gerefereerd als font of piscina, omdat het om een bad was gebouwd. Terwijl de eerste christenen doopten door onderdompeling in rivieren, en fonteinen, en de zee, gebruikte men in de 3e eeuw een poel of bad in een speciale ruimte in het huis van aanbidding. Dit werd aangegeven door een vierkant bassin gesteund door twee pilaren, zoals gevonden aan de voet van een kapelruimte in Dura-Europos (232 na Chr.). De basilica van Emmaus (waarschijnlijk 3e eeuw) had ook een baptisery naast de kerk
Ook van Augustinus was bekend, dat hij een groot baptisterium naast de kerk had.
'De voornaamste kerk was de Basilica major of Basilica Pacis, de grote of
Vredesbasiliek. In deze kerk stond Augustinus bisschoppelijke zetel, in haar
heeft hij verreweg zijn meeste preken gehouden. Ter zijde van de kerk was het
Baptisterium, het doopgebouw, waar de doop door indompeling kon plaats
vinden.'
(Augustinus Leven en werken, door Dr A. Sizoo)
Men gaat ervan uit dat de baptistry is ontstaan doordat de 'eerste christenen' een grote voorkeur hadden voor levend water en men naast de kerk een kleiner gebouw neerzette dat het liefst over een beekje of stroompje was geplaatst zodat men zich in de beschutting van een gebouw toch in 'levend' water kon laten dopen. Later zag men vooral het voordeel dat, wanneer bijvoorbeeld op de paasnacht, veel mensen zich lieten dopen, er meerderen tegelijk in het vaak enorme bad konden afdalen. Een van de zijkanten van het bad was voorzien van een stenen trap die tot in het bad voerde. Deze trap liep vaak over de gehele lengte van het bad. Vaak hingen er rijen met gordijnen zodat voor de (naakte) dopelingen enige privacy gewaarborgd was. Om het bad heen was vaak een grote tribune gebouwd en zo kon een groot gedeelte van de gemeente toch getuige zijn.
Een van de laatst gebouwde baptistry's is waarschijnlijk de baptistry
van Pisa, gebouwd door Dioti Salvi in 1153 na Chr., hij is rond en ongeveer 40
meter in doorsnee. Hij is twee etages hoog en de binnenkant is geheel gemaakt
van marmer. Pas in 1278 is hij in gebruik genomen. De late bouwdatum van een
dergelijk groot bad, kwam voornamelijk, omdat Italië een van de laatste landen
was waar de 'kinderdoop' als normaal werd beschouwd.
Door de in de 12e eeuw
steeds vaker voorkomende 'kinderdoop' door overgieten was er slechts een veel
kleiner font/bad nodig en ontstond steeds vaker een klein 'doopvont' voor in de
kerk.
Inmiddels kennen wij dit nog als een flinke bak water met de naam
'doopvont' dat dus eigenlijk 'doopbad' (naar de Romeinse baden) betekent.
In de loop van de 4e eeuw na Christus wordt het katechumenaat tot een soort status. Omdat de doop steeds meer als een eenmalige manier werd gezien om zonden te vergeven. (Zou je na je doop nog zondigen dan ging je verloren.) Doordat men, door katechumeen te worden, lid van de kerk werd, werden veel mensen katechumeen maar lieten zich nog niet dopen. Zo was men wel lid maar, bleef tegelijkertijd bevrijd van de lasten, die een gedoopte op zijn schouders kreeg.
De kerken waren hier niet gelukkig mee en probeerden wegen te vinden, waardoor het makkelijker zou worden om ook na de doop nog vergeving van zonden te krijgen. Langzaam komt het biechten en het vereffenen van zonden door gebeden en boetedoening op gang.
Ook speelde begin 5e eeuw de doctrine van de erfzonde een steeds belangrijker rol. Op 1 mei 418 na Chr. waren er 200 bisschoppen in Afrika bijeen in de basiliek van Faustus te Cartago. Op deze synode werd het gegeven erfzonden besproken en vastgelegd. Ook deze synode zou later een belangrijke basis zijn voor de instelling van de kinderdoop.
Tegelijkertijd wordt de op dat moment geldende doopliturgie op allerlei fronten aangevallen:
De priesters (in Zuid-Frankrijk) kwamen ertoe de zalving na de doop weg te laten en deze - onder invloed van de Romeinse praktijk - over te laten aan de bisschop. Deze praktijk wordt door de bisschoppen afgekeurd, met name in het Concilie van Orange in 441 (canon 2). Zij stellen vast, dat de zalving met charisma door de priesters of diaken moet gebeuren in het kader van de doop; de band met de bisschop wordt gewaarborgd door het feit, dat het 'charisma' door de bisschop wordt gezegend.
De handoplegging wordt wel aangeduid met 'confirmatio', een bevestiging van
het doopsel door de persoonlijke tussenkomst van de bisschop. Dit blijft zo,
maar toch wordt deze bevestiging losgemaakt van het doopsel, want de bisschop
kon niet overal tegelijk aanwezig zijn. Met andere woorden: vanaf het midden van
de 5e eeuw groeit de gewoonte om de handoplegging door de bisschop los te maken
van de doopviering. Bovendien zet de oude Romeinse praktijk van de zalving door
de bisschop toch door, zodat het vormsel ontstaat als zelfstandig sacrament.
door handoplegging-zalving-kruisteken door de bisschop, los van het doopsel dat
door de priester wordt toegediend door onderdompeling en zalving.
Nog niet
opgehelderd is waar en wanneer de riten worden ontkoppeld. In Zuid-Frankrijk
(Van Ruchern) of in het Noorden (A. Angenendi, Bonifaiius und das Sacranienlum
Iniliafionis, Rôm. Quarialsdir. 72 (1977), blz.133-183)
De ingewikkelde
geschiedenis van het vormsel bewijst de groeiende desintegratie van de
christelijke initiatie, waardoor doopsel, vormsel en eucharistie van elkaar
worden losgemaakt. Een van de gevolgen is, dat de doop minder wordt gezien als
gave van de heilige Geest, maar bijna uitsluitend als vergeving van de erfelijke
zonde. Een tweede gevolg, nog verstrekkender, is dat de plaats van de heilige
Geest in de liturgie van de westerse kerk kleiner wordt: in de periferie van het
gelovig bewustzijn en verbonden aan het spaarzame bezoek van de
bisschop.
(Uit: Geschiedenis van de Christelijke eredienst in het westen en
het oosten. door H.A.J. Wegman)
Nu was voor veel bisschoppen de weg vrij om ook kinderen te dopen, omdat in de 6e eeuw n. Ch. de nadruk vooral kwam te liggen op het wegnemen van de erfzonden. In alle liturgieën staat dan nog steeds dat de dopeling antwoord moest geven op 'de doop vragen' daarom werd tegen het einde van de 6e eeuw het 'peetouderschap' ingevoerd. Het ging dan, eerst om één persoon van hetzelfde geslacht als de dopeling en later om een 'Peter' en een 'Meter' en nog een persoon van hetzelfde geslacht als dat van de dopeling. Deze laatste (van hetzelfde geslacht) was van korte duur. Uiteindelijk bleven alleen de twee doopouders over de 'peter' en 'meter'. Dit waren twee mensen die in plaats van de dopeling antwoord konden geven op 'de doopvragen'. Zo kon de pasgeboren baby getuigen van 'zijn geloof' en daarmee dus gedoopt worden.
In die tijd (laat 6e eeuw) was nog steeds de doopritus van Gelasianum in
gebruik, deze liturgie gaf geen ruimte aan het dopen van pasgeboren
kinderen, dus werd ook dat veranderd en ontstond de ritus/liturgie van 'de
Ordo Romanus XI'
Een boek over liturgieën schrijft over deze nieuwe
liturgie:
De beschrijving van dit Romeins Frankisch initiatieritueel is zeer uitvoerig,
bevat nog altijd de oude kernstukken, maar is onaangepast. Waarom? Men heeft het
ritueel van de volwassenendoop, waarin de keuze en de participatie van de
doopkandidaten werden verondersteld, niet aangepast aan de kinderen Nu hebben we
te maken met een uitermate preciese orde van dienst voor de initiatie, een
pronkstuk, waaraan zorg is besteed en waarin niets aan het toeval wordt
overgelaten, maar dat toch zijn doel mist: het is onbruikbaar voor de
kinderdoop. Deze onbruikbaarheid verhinderde overigens het langdurige gebruik
niet: in de rooms-katholieke traditie tot in de zeventiger jaren van de 20e
eeuw!
(Uit: Geschiedenis van de Christelijke eredienst in het westen en het
oosten. door H.A.J. Wegman)
In principe is 'de Ordo Romanus XI' bijna identiek aan de Gelasianum. De belangrijkste verandering zijn als volgt:
De zondagse diensten voor de electi, zoals zojuist beschreven, zijn naar de
weekdagen verplaatst en uitgebreid tot zeven. Omdat er bijna alleen kinderen
werden gedoopt, was het niet meer nodig daarvoor een zondagse dienst te
bestemmen. Het getal drie brengt men op grond van de getallensymboliek op zeven.
Zeven maal in de vasten moesten de ouders, de peter en meter met de dopelingen
naar de kerk komen voor een herhaald exorcisme. Het woord scrutinium' heeft zijn
oorspronkelijke betekenis volledig verloren: er wordt niets meer 'onderzocht'
met betrekking tot de levenswandel van de dopeling; wat overblijft is een
plechtig handelen van de kerk ten opzichte van het kind, om het te bevrijden uit
de handen van de kwade, uit de zonde, die erfelijk op iedere mens drukt. Van
deze zeven 'scrutinia' zijn de 2e, 4e, 5e en 6e identiek en vrij sober: een
handoplegging met exorcistisch gebed over de kinderen. De le, 3e en 7e hebben
een plechtiger cachet: deze 'scrutinia' bevatten de oude riten: de inschrijving
met de overdracht van het zout en de 'apertio aurium',. Het doopsel zelf vond
plaats in de tot paaszaterdag vervroegde paasnacht, met aansluitend de
handoplegging en de zalving met charisma. Men kan zich terecht afvragen, of het
doopsel in een doorsnee gemeente zo is gevierd als door OR. Xl beschreven.
Zullen de voorgangers het ritueel niet spoedig hebben ingekort en aangepast?
Voor de sociaal-historische invloed, met name van de familieband, zij verwezen
naar A. Angenendt. Taufe und Politik im frühen MA., Frühmitte1alterliche Sudd. 7
(1973),blz. 143-168.
(Uit: Geschiedenis van de Christelijke eredienst in het
westen en het oosten. door H.A.J. Wegman)
Het is inmiddels de 12e eeuw en sindsdien is er niet zo veel meer gewijzigd.
De oliezalving vinden we nog steeds terug in het Vormsel dat Roomse kinderen op
hun 12e jaar kunnen ontvangen.
De inmiddels aardig ingeburgerde 'kinderdoop'
is later nog verder vereenvoudigd. Voornamelijk door dat het dan makkelijker
was. De ouders konden op elk willekeurig moment (ook door de weeks) naar de kerk
komen, met de peetouders, om het kind te laten dopen. De hele ceremonie duurde
doorgaans 15 minuten.
De Grote winkler Prins zegt over de doop o.a.:
De Rooms-katholieke Kerk kent de genadewerking van de doop, die bestaat uit
vergiffenis van de schuld der erfzonde en van die van alle zonden die voor het
doopsel bedreven zijn, kwijtschelding van alle straffen van de zonde en de
schenking van de heiligmakende genade, bovennatuurlijke verbinding en
levensgemeenschap met de verrezen Christus. Het doopsel is het eerste en
noodzakelijkste sacrament, voorwaarde voor alle andere sacramenten,
onherhaalbaar. Door het doopsel wordt de dopeling lid van de
kerk.
Het reformatorisch protestantisme spreekt
over de doop doorgaans als over een teken en zegel, een 'goddelijk pand en
waarteken' <Heidelbergse Catechismus) van de geestelijke afwassing der
zonden. Luther legt de nadruk op de verbinding van teken en betekende zaak. d.i.
van de handeling met de afwassing der zonden. Het water van de doop is op
zichzelf gewoon water, door de woorden van Christus is het echter een
vruchtbaar, een genaderijk water. Het uiterlijke teken wordt door de belofte
Gods (in de woorden van Christus) begeleid met een geestelijke werking. Het
teken en het zegel zijn derhalve meer dan een symbool in de moderne zin van dit
woord, zij zijn goddelijk onderpand en waarborg, een handeling waaraan God de
belofte van een ondergang en opstanding met Christus, een afwassing der zonden,
een wedergeboorte, heeft willen verbinden.
De eigenlijke doophandeling had
oorspronkelijk - in het Oosten nu nog -meestal door onderdompeling plaats. Of
het hier echter een volledige of gedeeltelijke onderdompeling gold, is niet
volkomen duidelijk. Op mozaïeken uit de 4de en 5de eeuw ziet men een overgieting
met water. Vooral tengevolge van het algemeen worden van de kinderdoop is sinds
de 12de eeuw de doop door overgieting de gewone praktijk geworden, in de
protestantse kerken de besprenkeling of zelfs een simpele bevochtiging. In
sommige kerkgemeenschappen. bijv. bij de baptisten, acht men de onderdompeling
de enig geoorloofde vorm.
In de protestantse kerken wordt de doop in de regel
bediend tijdens een kerkdienst door de bevoegde ambtsdrager.
(Grote Winkler
Prins)
Ook hier uit blijkt dat het van oudsher ging om een doop voor volwassenen door onderdompeling en pas tijdens en vooral na 12e eeuw is het besprenkelen van kinderen, veelal uit praktische overweging, ingevoerd.
Zo wordt er bijvoorbeeld in verschillende kerkgeschiedenisboeken melding van gemaakt, dat het dopen van mensen in 'veroverde overzeese gebieden' onmogelijk zou zijn als zij eerst de taal zouden moeten spreken en daarna een categumene tijd zouden moeten doormaken. De Roomse kerk van die tijd stelde dat het belangrijker was de heidenen te dopen dan te nauwkeurig de verschillende dooprite's in acht te nemen. Zo kon het dan ook gebeuren dat bijvoorbeeld Columbus duizenden indianen, onder dwang van geweren, liet dopen.
Wij hebben vooral de oorsprong van de doop willen achterhalen en willen dan
ook zeker in dit verslag niet te diep ingaan op alle facetten die hebben
meegespeeld tot het komen van de kinderdoop. Alleen al daarover zijn dikke
boeken geschreven.
U En regelmatig terugkomend argument voor het besprenkelen met water als afdoende middel voor de doop, vinden we in Nummeri 19:18,19.
Dan zal een rein man hysop nemen, dat in het water dopen en dit sprenkelen op de tent en op al de vaten en op de personen die daarin zijn, en op degene die het gebeente, of de gedode, of het lijk, of het graf heeft aangeraakt; 19 de reine zal op de derde dag en op de zevende dag de onreine besprenkelen, en hij zal hem op de zevende dag ontzondigen; en hij zal zijn klederen wassen, zich in water baden en des avonds rein zijn.
Zoals uit deze tekst al blijkt, moet de persoon en alles dat onrein is, besprenkeld worden op de 3e en 7e dag. Daarna, blijkbaar is het besprenkelen niet voldoende, moet de persoon zijn kleren wassen en zich baden. Net als beschreven is, dat kleding geheel onder water gaat als deze gewassen wordt, is ook beschreven hoe men, tijdens dit reinigings ritueel, moest baden. Zie daarvoor de beschrijving van de mikva, zoals eerder beschreven.
Mocht er toch nog enige twijfel zijn of de persoon geheel onder water moest bij dit ritueel, lezen we Leviticus 17: 15,16
En ieder, hetzij geboren Israëliët of vreemdeling, die een gestorven of verscheurd dier eet, zal zijn klederen wassen, zich in water baden en onrein zijn tot de avond; dan zal hij rein zijn. [16] Maar indien hij ze niet wast en zijn lichaam niet baadt, dan zal hij zijn ongerechtigheid dragen.
Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt voor het woord lichaam is
'basar' {'baw-sawr'}
Dat betekent letterlijk vlees en wel al het vlees op het
lichaam. In het Nederlands zou je gerust kunnen zeggen; van top tot teen in het
water.
Wat is dat besprenkelen dan wel? Het heeft toch zeker een functie? Om dat uit de bijbel te weten te komen moeten we Nummeri 19:20 lezen.
[20] Maar iemand die onrein geworden is en zich niet laat ontzondigen, die zal uit de gemeente uitgeroeid worden omdat hij het heiligdom des HEREN verontreinigd heeft en er is geen water der reiniging op hem gesprengd, hij is onrein.
Hier staat een waarschuwing voor het belang van ontzondigen (=reinigen, =baden) en besprenkelen in die periode, maar het gaat ons nu om de naam die hier aan de besprenkeling gegeven wordt.
Wat voor water werd er gesprenkeld: '...water der reiniging op hem
gesprengd...'
De Engelse King James vertaling vertaalt dat met:'...the water
of separation...'
te vertalen in het Nederlands als: 'water der scheiding'
werd op hem gesprenkeld.
Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt, is:
'niddah' {'nid-daw'} dat betekent apart zetten of uit elkaar halen of
scheiding.
Omdat het hele ritueel 7 dagen duurde werd de persoon op de 3e en op de 7e
dag gescheiden van de zonden of het kwaad. Tot het moment dat hij zich kon
wassen na 7 dagen en dan weer rein zou zijn.
Door het besprenkelen werd hij
dus los gemaakt van de verontreiniging maar niet gereinigd, daarvoor moest hij
zich eerst baden.
U Een grote groep mensen zien als groot probleem voor
'volwassenendoop' dat een kind zou
kunnen sterven voor het gedoopt is. De vraag is dan zal dit kind behouden
zijn?
Eigenlijk is de bijbel daar erg duidelijk in, maar het staat niet op een erg voor de hand liggende plaats.
1 Korintiërs 7: 14 :
'Want de ongelovige man is geheiligd in zijn vrouw en
de ongelovige vrouw is geheiligd in haar man. Anders zouden immers uw kinderen
onrein zijn, doch nu zijn zij heilig.'
Hoewel het hier gaat om een probleem bij echtscheiding, maakt Paulus hier heel duidelijk dat de kinderen geheiligd zijn in de vader of moeder! Dit komt ook volledig overeen met het Joodse gegeven als het gaat om proselietendoop. Ook in dat geval zijn de kinderen geheiligd in de ouders tot ze zelf in staat zijn een beslissing te nemen. Dat zou, in principe, na hun 12e verjaardag kunnen zijn.
In het Grieks staat op de plaats geheiligd het woord 'hagiazo'
{hag-ie-ad'-zo}
dat woord betekent 'heilig' of 'afgezonderd' voor God, in dit
geval.
Het is precies hetzelfde woord dat gebruikt wordt in Matteüs 6: 9 als
Jezus het ‘Onze Vader’ bidt.
'...Uw naam worde geheiligd,.....'
Ook in
bijvoorbeeld Johannes 17: 19 in het Hogepriesterlijk gebed gebruikt Jezus
hetzelfde woord:
'en Ik heilig Mijzelf voor hen... '
Zo staan er nog vele voorbeelden, maar we hebben deze twee uitgekozen om te laten zien dat het hier zonder twijfel gaat om dezelfde heiligheid als God. De geestelijke natuur waar we deel aan krijgen bij de doop!
U Hoe zit dat dan met mensen die geestelijk nooit volwassen zullen worden?
Je zou kunnen zeggen dat het dus kinderen blijven en dus gerekend worden tot
de regels die ook voor kinderen gelden. Zij zouden in de Joodse traditie nooit
bar-Mitswa kunnen doen en dus nooit tot de volwassenen gerekend kunnen worden.
Het is zelfs zo dat Jezus buiten deze veronderstelling om daar rekening
mee gehouden heeft. We lezen in Matteüs 5: 3
'Zalig de armen van geest want
hunner is het koninkrijk der hemelen'
Het woord 'is' (Grieks esti {es-tie})dat in deze tekst gebruikt wordt, betekent letterlijk 'er al zijn'
U Hoe kunnen er op de eerste pinksterdag wel 3000 mensen gedoopt worden (Handelingen 2) als ze allemaal moeten worden ondergedompeld. Er zal daar heus wel besprenkeling gebruikt zijn.
Om te beginnen moeten we er rekening mee houden dat Jeruzalem (daar gebeurde
het vrs.5) ook in die tijd voor het grootste deel bestond uit kleine straatjes
en niet al te grote huizen. Als dus de menigte te hoop loopt, moeten die ook nog
allemaal Petrus kunnen horen (vers.8). Het moeten er ook meer dan 3000 geweest
zijn want in vers 41 staat: 'Zij dan die het woord aanvaardden, lieten zich
dopen...' Deze tekst geeft duidelijk aan dat niet allen het woord aanvaardden.
Om meer dan 3000 mensen bij elkaar te kunnen krijgen en ze toe te spreken
moet je in de buurt van de tempel zijn. Daar zijn veel open ruimtes en pleinen.
en daar waren zogenaamde mikvabaden te over. Zie ook het navolgende citaat dat
door een Jood geschreven is.
It has greatly been debated how three thousand people could be immersed in
one day. But lets remember that we are at the Holy Temple area where there are
many mikvot/immersion baths. Each person entering the Holy Temple would be
immersed in a mikvah so there was ample mikvot for each person to be immersed.
On some feast days as many as ten thousand people would enter the Holy Temple
area. The text indicates a house, so the assumption has been made over the years
that it was a literal house. This has caused some confusion as to how those
passing by would be able to witness this great event ... hear the different
languages etc. The simple fact is that the Temple was also called a house. We
even use that term today for a church... house of God.'
(The
Hebraic Roods of Christianity, second covenant/kingdom of God page 4, by Peggy
Prior)
Vertaling van voorgaande gedeelte: Er is erg veel over gediscussieerd, hoe drieduizend mensen ondergedompeld konden worden in één dag. Laten we onthouden dat we hier op het tempelgebied zijn, waar veel mikva/onderdompeling baden zijn. Iedere persoon die de heilige tempel in wilde, werd ondergedompeld in de mikva, er waren dus meer dan genoeg mikvabaden om iedere persoon onder te dompelen. Op bepaalde feestdagen waren er wel tienduizend mensen die de heilige tempel in wilden. De tekst veronderstelt een huis, de veronderstelling heerste door de jaren heen dat het hier om een gewoon woonhuis ging. Dit heeft voor verwarring gezorgd, in de zin, hoe zo veel voorbijgangers het grote evenement konden meemaken... hen horen in verschillende talen enz. Het simpele feit is, dat de tempel ook een huis werd genoemd. We gebruiken die term nog steeds voor een kerk....huis van God.
U Een ander veel gehoord argument voor de kinderdoop is de tekst uit Handelingen 16: 33
Laten we de tekst toch nog even beter bekijken.
In vers 30 vraagt de gevangenbewaarder: 'heren wat moet ik doen om behouden
te worden?'
In vers 31 antwoordt Paulus:' stel uw vertrouwen op de Here Jezus
en gij zult behouden worden, gij en uw huis.'
Op dit moment spreekt Paulus de gevangenbewaarder aan en zegt: 'Stel uw
vertrouwen...'
het woord (in het Grieks su {soe} ) uw betekent u de persoon
zelf' Het is dus geen woord waarmee je meerderen kunt bedoelen.
Dat is wel
belangrijk want Paulus zegt dus dat als hijzelf zijn vertrouwen op de Heer zet,
dat dan hij en zijn gehele huis behouden zullen worden!
Paulus zegt daar dus
niet, dat als ieder persoon in zijn huis zijn vertrouwen op de Heer zet, ze
behouden zullen worden, maar als hij dat doet.
Hoe dat kan staat in de bewuste al eerder genoemde tekst uit Korintiërs
1
Korintiërs 7: 14 :
'Want de ongelovige man is geheiligd in zijn vrouw en de
ongelovige vrouw is geheiligd in haar man. Anders zouden immers uw kinderen
onrein zijn, doch nu zijn zij heilig.'
Toch spreken Paulus en Silas
het woord van God tot hem en degenen die in zijn huis waren. Er staat dus niet
aan alle leden van zijn gezin, maar aan allen die (op dat moment) in zijn huis
waren.
Er kunnen zelfs wel een aantal soldaten uit het garnizoen waar hij
werkte, bij gezeten hebben.
Nadat een zware aardbeving het gebouw op zijn
grondvesten had laten schudden, zal het best een oploop gegeven hebben. Het is
niet iets dat iedere dag gebeurt.
We moeten in deze tekst wel twee verschillende betekenissen uit elkaar houden.
Niemand weet dus wie er in dat huis/gebouw waren. Soldaten familie of wie dan ook.
Ook het tweede deel van vers 33 laat dat geheel open omdat de aanduiding 'de
zijnen' niet zijn familie hoeft te zijn.
De zijnen die zich in vers 33,
lieten dopen kunnen zijn collega’s zijn, zijn onderdanen en het kunnen ook leden
uit zijn familie zijn, maar zelfs zijn vijanden. Het woord dat daar gebruikt
wordt is het Griekse woord autos {ow-tos} dat betekent: mensen die op dat moment
aan hem verbonden zijn.
Jezus gebruikt dat woord als hij spreekt over zijn
discipelen maar ook in Matteüs 13:25 als het gaat om '...zijn vijanden...'
In het laatste gedeelte van vers 34 staat: '...dat hij met zijn gehele huis
tot geloof gekomen was.' Het woord 'tot geloof gekomen' (woorden in
het Nederlands. In het Engels 'believing' in God) is vertaald van het Griekse
woord Pisteuo {pist-yoe'-o} Dat betekent: toevertrouwen of beter verbinden
aan. In het Engels commit unto.
Het gaat hier om een duidelijke beslissings
handeling. Als je dat woord in het Grieks gebruikt kan het je niet zomaar
(willoos) overkomen. Dat maakt het eigenlijk onmogelijk dat er kleine kinderen
waren die aan deze uitspraak verbonden zijn
Er staat dus dat van af dat
moment zijn gezin verbonden is aan God. Dat is hetzelfde Griekse woord dat
Paulus gebruikt in vers 31.
Als daar was bedoeld dat zijn gezin letterlijk tot geloof in God gekomen was,
had daar het woord pistis {pis'-tis} gestaan, zoals bijvoorbeeld
in:
Matteüs 15:28 '..O, vrouw, groot is uw geloof....'
Lucas 17:5
'... Geef ons meer geloof...'
Handelingen 14:27 '.. dat Hij (is God) ook voor
de heidenen een deur des geloofs had geopend.'
Hetzelfde Griekse woord wordt dus in de NBG (en andere) vertaling twee keer
met een ander woord vertaald en dat wekt begrijpelijk verwarring op.
Paulus
zei dus verbind je aan God door geloof en doop en later was hij blij dat hij
daardoor aan God verbonden was.
Wat wel kan, wordt duidelijk als we nog eens naar de woorden huis kijken.
[30] En hij leidde hen naar buiten en zeide: Heren, Wat moet ik doen om behouden te worden? [31] En zij zeiden: Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis.( zijn familie)
[32] En zij spraken het woord Gods tot hem in tegenwoordigheid van allen (dat kan dus werkelijk iedereen zijn) die in zijn huis (zijn woning) waren.
[33] En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mede (uit het huis/gebouw waar ze predikte. waarschijnlijk naar buiten omdat daar meestal de wasbekkens waren) om hun striemen af te wassen. en hij liet zichzelf en al de zijnen (degenen die bij hem waren) terstond dopen.
[34] en hij bracht hen naar boven (naar boven, had hij hen nog niet eerder gebracht) in zijn huis ( zijn familie) en richtte een tafel aan, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis (zijn familie) tot het geloof in God (verbonden aan God) gekomen was.
* Volgens vers 31 hoefde de bewaker alleen maar te geloven en zich te laten dopen, om hem en zijn gezin te behouden. Omdat hij daar aan voldoet kan hij zich hier dus verheugen dat hij en zijn gezin behouden zijn) en kan hij zich verheugen dat zijn huis/familie gered is.(de rest kan later nog gedoopt worden, maar zijn volgens 1 Korintiërs 7: 14 (en de eerste uitspraak van Paulus) nu al aan God verbonden)
Het zal dus ongeveer als volgt gegaan zijn:
Hij ging dus eerst met een
groepje mensen en Paulus en Silas naar zijn huis/kantoor/wachtruimte.
Daar
werd het evangelie verteld.
Daarna gingen ze naar buiten, naar de wasbekkens
om zich te wassen en te dopen.
Daarna gingen ze naar boven, naar het
huis/gezin van de bewaker om te eten.
Hoe het precies ging, maakt eigenlijk niet zo veel uit, veel belangrijker is dat er nergens staat dat Paulus het evangelie vertelde aan het gezin van de bewaker en er staat ook nergens dat hij het gezin van de bewaker, gedoopt heeft.
Aanvulling: In middel kunnen we nog een aanvulling geven dat het in het
voorgenoemde geval niet om zijn gezin (vrouw en kinderen) kan zijn gegaan!
Een Romeinse soldaat mocht tot 140 n. Chr.. NIET gehuwd zijn !
Het militaire
recht uit die tijd verplichte de soldaat ongehuwd te blijven...
Natuurlijk waren er wel bordelen BUITEN de legerplaats en hadden sommige
soldaten wel relaties BUITEN de muren van de kazerne, maar een vrouw binnen de
kazerne muren bracht ongeluk. Ook de verering van 'Mitras' (Sol Invictus
feest) bevestigt dit. Vrouwen waren absoluut niet toegestaan binnen de muren van
de kazerne. Een eventueel bordeel moest zelfs een minimale afstand (meestal 4
kilometer) buiten de kazerne zijn..
Een gevangen bewaarder was
hoogstens een onderofficier en KON dus NOOIT zijn vrouw en kinderen in de buurt
van de gevangenis hebben wonen.
Ik zal een kort citaat uit een
Nederland boek aanhalen:
'..geen enkele aanpassing van de dienst toestond
ten bate van een gezinsleven, maar anderzijds door de vingers zag wat de soldaat
in zijn privé-leven deed. Deze kon dus 'iets regelen'.
'We zien er veel die
samenwoonden met een hospita (een 'gast-vrouw'), ook wel 'foca ria' genoemd.
Deze laatste term stamt uit het militaire taalgebruik en betekent niet langer
'keukenmeid', maar betreft de vrouw die buiten het kamp in de canabae 'de pot
kookt' voor de soldaat. In een militair testament kon een gedeelte van het
verplicht gestorte geld van de soldaat aan defocaria worden nagelaten, die
anders geen recht zou hebben op een erfenis (P. Wisconsin 14; BGU II, 600; P.
Princ., 57). Eventuele kinderen droegen tot het eind van hun vaders diensttijd
haar naam (P. Oxy., III 475 = Sel. Pap.)' 'hun rechten als burger
volledig, alleen het feit dat ze niet mochten trouwen vormde een ernstige
beperking die slechts uit het bijzondere recht van de jus militaire te verklaren
valt. Etische waarden kwamen in botsing met de reglementaire norm, en dat leidde
in eerste instantie tot een afzwakking en uiteindelijk tot het afschaffen van
dat verbod.'
(de wereld van de Romeinen onder redactie van Andrea
Giardina)
De afschaffing was in 140 na Christus Paulus was ruim voor die
datum in de gevangenis van Filippi. Dus ook de Romeinse geschiedenis
onderstreept deze visie van het verhaal.
Deze gegevens wijzen er op dat de
tekst die de Nederlandse vertaling gebruikt 'met zijn gehele huis' in dit geval
niet gezien moet worden als, zijn vrouw en kinderen
Het blijkt wel hoe moeilijk het is om een juist begrip van een tekst te
verkrijgen als je erg afhankelijk bent van een vertaling. De eerste vertalingen,
oorspronkelijk gemaakt door Luther, werden uit het Duits naar het Nederlands
vertaald. Luther had zijn vertaling uit het Latijn vertaald en de Latijnse
vertaling was honderden jaren daarvoor uit het originele Grieks vertaald.
Het
is dus wel duidelijk dat men tot 1637 geen enkele directe Nederlandse vertaling
uit het Grieks had. Dankzij de synode van Dordrecht kwam er in 1637 een eerste
Nederlandse vertaling uit het Grieks. De statenbijbel door Paulus Aertsz. van
Ravensteyn te Leiden.
Een goede herziening van deze vertaling heeft tot 1977
op zich laten wachten en verscheen in 1978 onder de naam statenvertaling editie.
Deze vertaling was er voor bedoeld om fouten te herstellen.
Al met al zijn vertalingen veelal gekleurd geweest door de kerkrichting die de vertaling op zich nam. Bovendien zijn de Griekse en Hebreeuwse talen erg moeilijk en het is dan ook niet vreemd dat sommige teksten min of meer afwijken van het originele Grieks of Hebreeuws. Toch is het niet zo dat de vertaling van de bijbel niet betrouwbaar zou zijn, het is al met al een hoogstaand stukje vakwerk. Toch is het blijkbaar wel verstandig om af en toe de originele tekst er even bij te pakken. Vooral daar waar voorgangers van verschillende kerkrichtingen elkaar tegenspreken.
We hebben twee jaar over deze studie gedaan, stukjes lezen, dikke boeken doornemen, achtergronden verifiëren, op internet zoeken en dan ook nog alles op een fatsoenlijke manier op papier krijgen.
We hebben in dit verslag voornamelijk een aantal feiten op een rijtje willen zetten, die we in de afgelopen tijd zijn tegen gekomen. Natuurlijk is er nog veel meer over te zeggen en zijn we hier en daar niet volledig. We hebben een afweging willen maken om niet onnodig veel op papier te zetten en zo min mogelijk meningen te vermelden. Ook hebben we uit de vele boeken die vaak hetzelfde vertellen, een keuze moeten maken, welke we wilden citeren.
De informatie uit dit stuk is in principe voor iedereen na te gaan en is niet afhankelijk van een kerkelijke leer. Dat soort stukken hebben we juist zo veel mogelijk gemeden.
Het is niet onze bedoeling om een oordeel over de kinderdoop aan dit verslag te koppelen. We weten uit eigen ervaring, wat de motivatie van veel ouders is, om hun kinderen te laten dopen en hen daarmee oprecht aan God de Vader te geven.
We hopen wel dat dit verslag duidelijkheid geeft over de oorsprong en bedoeling van de doop en dat kan betekenen dat we er misschien weer eens opnieuw bij stil moeten staan.
| (c) 1997 - 2010 Algemeen Christelijke Informatie Niets van deze website mag worden gekopieerd zonder voorafgaande toestemming van ACI. |