| Auteur | : | Moria |
| Geplaatst op | : | 25-02-2002 |
| Gelezen | : | 4552 keer |
[ 1 2 3 4 5 ]
[ Vorige | Volgende ]
De Dode Zee rollen
Eigenlijk hadden we het kunnen verwachten...
In het bijbelboek Openbaring (hoofdstuk 13 bijvoorbeeld) blijkt al dat er van alles zal worden ondernomen om het christendom en zijn Messias ongeloofwaardig te laten worden.
Toch doet het pijn te moeten constateren dat ook binnen de protestantse kerken allerlei groepen de bijbelse grond verlaten en zich op het "esoterisch" terrein gaan begeven (IKON, mei 1993). Men haalt daarbij niet alleen het hindoeïsme binnen, maar ook allerlei andere onzuivere zaken, zoals bijvoorbeeld de omstreden Dode Zee Rollen. Men spreekt dan van "Het Nieuwe-Tijdsdenken". De journalist Win Schrijver constateert dat "New Age leeft achter de kerkdeur".
Zo heeft ook het 'Info Bulletin Gemeenschap der kerken' op 25 februari 1993 bekendgemaakt, dat het Nederlands Bijbel Genootschap (NBG) - wederom - met de (Rooms) Katholieke Bijbelstichting (KBS), een gezamenlijke Bijbel gaat uitgeven vóór het jaar 2000. "Bij het vertalen worden nieuwe inzichten en in de taal- en vertaalwetenschap, en nieuwe vondsten zoals de Dode Zee rollen, en technische hulpmiddelen zoals computers en dergelijke, ten volle benut."
[ 1 2 3 4 5 ]
[ Vorige | Volgende ]
De mystiek der Essenen
De "Groot Nieuws Bijbel" die al eerder in samenwerking tot stand kwam, is een vertaling voor mensen aan de rand en buiten de kerk. In de internationale richtlijnen die in 1987 voor interconfessionele vertalingen zijn overeengekomen door de Wereldbond van Bijbelgenootschappen en het Vaticaan wordt duidelijk gesproken over de mogelijkheid van twee uitgaven, één met de (R.K.) apocriefe boeken en één zonder deze.
Men zou zich af kunnen vragen: Waarom samen met de Rooms-Katholieke Bijbelstichting en waarom de Dode Zee Rollen? Er is aanleiding daar mijnerzijds enige aandacht aan te besteden. De Dode Zee rollen èn de Essenen staan sinds een jaar of veertig regelmatig in de belangstelling, waarbij - althans voor de buitenstaander - inzonderheid de Jesajarol als maatstaf geldt voor de kwaliteit van de rollen.
Stapsgewijs worden er geheimen van prijsgegeven. Dr .K.E. Freitag constateert verheugd dat "de Dode Zee rollen bewijzen, dat het Nieuwe Testament niet langer een geïsoleerde openbaring van God is, zoals het christendom dat nu al bijna 2000 jaar lang heeft geleerd."
In de rollen zou een persoon worden genoemd die als het ware identiek is aan Jezus. "Men moet de rollen lezen met een mystieke instelling, wil men ze kunnen begrijpen," volgens de heer Freitag. Zijn bewering dat het Concilie van Nicea op eigen gezag Jezus heeft uitgeroepen tot Gods éniggeboren Zoon, laten we voor zijn rekening.
Gegevens over de rollen die ons bereiken in talloze artikelen en boekwerken geven voldoende inzicht om signalen ervan vanwege de ontluisterende sfeer door te geven. Wij zijn bijzonder gebrand op de insluipende interpretaties en wat men ermee uitwerkt op het gebied van de Bijbelse waarheid.
Wat is namelijk nu al het geval? Ontelbare gebeurtenissen stromen samen naar de realiteit van het Bijbelse patroon, zoals God dit heeft doen vastleggen als waarschuwing voor de ware gelovigen. De Bijbel waarschuwt voor dwaalleringen en valse léraars. Teksten al: "eerst moet de grote afval komen" en "als de antichrist zich openbaart, loopt de ganse aarde hem na" zien we bij elkaar komen en in vervulling gaan, waarbij de goddelijke inspiratie en profetie van Gods Woord wordt bevestigd.
Voor ons rijzen nu de vragen: Wat houden die Dode Zeerollen in en wie zijn eigenlijk de Essenen? Ik zal deze vragen, gebruikmakend van beschikbare gegevens, vooral ook die van de bekende Joodse historicus Flavius Josephus die dit alles van nabij meemaakte, onderzoeken en weergeven. Mij bereiken veel signalen van verontruste christenen omtrent het discutabel stellen van de Bijbelse gegevens rond het leven en lijden van Jezus en de wonderen die Hij verrichtte. Dit alles behoort bij Gods signalen inzake "de Eindtijd".
Mevrouw Mr. Dr. A. v. Oortmerssen heeft in het Tijdschrift "Getrouw" van april 1993 een uitermate belangrijke beschrijving gegeven van de Dode Zee rollen en de gebeurtenissen die hiermee verband houden, onder de titel: "De troon des Satans".
Een van de bekende onderzoekers, de heer Robert Eisenman, kreeg als antwoord op zijn daartoe gestelde vragen, dat het zogenaamde "Internationale Team" het monopolie op de rollen in feite had verlengd tot 1996. Hij stelde verontwaardigd vast dat die situatie nu al zo'n 20 tot 30 jaar voortduurt. In een interview met o.a. de New York Times benadrukte hij in 1989: "Het onderzoek naar de Dode Zee rollen wordt op onrechtmatige wijze gemonopoliseerd door een kleine kliek wetenschappers met persoonlijke belangen en vooringenomen uitgangspunten en slechts een klein percentage van het Qumran-materiaal is gepubliceerd. Het grootste deel wordt nog achtergehouden".
Ik kom nog terug op die "vooringenomen uitgangspunten". We ontmoeten dan al heel snel de "Ecole Biblique", het Franse Dominicaner instituut in Jeruzalem, met als dekmantel het "Internationaal Team", dat zich systematisch een unieke, bevoorrechte positie heeft verschaft.
Hoewel iedereen wist dat de "Ecole" roomskatholiek was, bleek toch dat een van de onderzoekers, G.L. Harding, zijn gezag in niet geringe mate ontleende aan de banden met het Vaticaan. Dit is niet zo vreemd, als men bedenkt dat het Vaticaan, hoewel het (te dien dage) Israël niet erkende, toch alle "heilige plaatsten" met kerken heeft bezet.
Pater Patrick Skehan werd benoemd tot lid van de Pauselijke Bijbelcommisie. In die hoedanigheid speelde hij een belangrijke rol in de politieke manoeuvres die de "Ecole Biblique" een monopolie op het Qumran-onderzoek verschaften.
De implicaties van dit alles zijn verbijsteren. Alle studie en onderzoek, ongeacht wat de uitkomst ervan zal zijn, moeten worden ingepast in het bestaande stelsel van de officiële rooms-katholieke leer (de consensus). Met andere woorden, alles moet zodanig worden geredigeerd, aangepast of verminkt dat het aan de verieste criteria voldoet. Daarmee wil het Vaticaan doen geloven dat de "Ecole Biblique" een goddelijke mandaat had. Michael Baigent zegt dat onafhankelijke deskundigen uit Groot-Britanië, de Verenigde Staten en andere landen dus geen inzage kregen in de niet-gepubliceerde rollen. Israëlische geleerden hadden al helemaal geen kans, hoewel ze kans zagen beslag te leggen op zeven rollen.
Paus Leo XIII had in 1903 de (Pauselijke) Bijbelcommissie ingesteld om toezicht te houden op de vorderingen (of het gebrek eraan) van het roomse bijbelonderzoek. Het doel was de roomskatholieke doctrine te verbreiden of ervoor te zorgen dat het historisch en archeologisch onderzoek zich aan die leerstellingen onderwierp. Het ligt voor de hand dat dezse situatie ook de laatste 50 jaar gehandhaafd zal blijven.
[ 1 2 3 4 5 ]
[ Vorige | Volgende ]
Wie zijn de Essenen?
De Essenen - een streng geïsoleerde sekte in de omgeving van Qumran nabij de Dode Zee - zijn opnieuw in het licht gekomen door de vondst van de zogenaamde Dode Zee rollen. Daar zijn vreemde zaken mee gaande. Over de toedracht van de ontdekking doen verschillende verhalen de ronde. De officiële versie is, dat in de winter of het vroege voorjaar van 1947 een herdersjongen van een Bedoeïnenstam de rollen als eerste heeft ontdekt. Hij zou op zoek zijn geweest naar een verdwaalde geit in de holen van de rotspartijen van Qumran waar de ruïnes zijn van de verblijfplaatsen van de sekte der Essenen. Toen hij een steen in een donkere grot gooide, hoorde hij het geluid van brekend aardewerk. Er bleken kruiken met deksels in te staan, waarin zich leren en perkamenten rollen bevonden.
De rollen en brokstukken kwamen eers in handen van Bedoeïnen en werden te gelde gemaakt aan een handelaar, maar kwamen al spoedig in handen van verschillende wetenschappers. Vandaar kwamen zij in bezit van roomse geleerden, behorend bij de zogenoemde "Ecole Biblique" waarvan pater De Vaux leider was, en van het rockefeller Museum dat in het Jordaanse deel was gesitueerd, maar die zal ik later volgen.
De Jesajarol bleek betrouwbaar, het is dus een copie van een bestaand origineel, maar de overige rollen moeten, evenals andere vondsten, de persoon van Jezus Christus reduceren tot een tijdgebonden opstandeling, waarbij Jezus wordt verward met een leider die later werd verdrongen door een internationale joodse lobby, afkomstig van de Farizeeën en de Essenen, waaruit onder andere de Tempelieren (Over hun zal ik het ook gaan hebben in mijn site), de Jezuïeten, de vrijmetselarij zijn voortgekomen. Wie waren die ongrijpbare en mysterieuze bewoners van Qumran nu eigenlijk, wie was de stichter en de leider van hun gemeenschap?
Om de discussie omtrent de rollen te kunnen volgen zal de lezer (jij) bekend moeten zijn met de 'consensus', de conclusie van de "Ecole Biblique" en het "Internationale Team".
Volgens Flavius Josephus bezaten de Essenen een uitvoerige kennis van de boeken van het Oude Testament en de leer van de profeten.
Zoals gezegd wil het NBG samen met de KBS tegen het jaar 2000 een nieuwe, oecumenische Bijbel uitbrengen. Ook maken zij mede gebruik van de Dode Zee rollen, zodat ongetwijfeld Bijbelgedeelten, waarin Jezus als Gods enige Zoon naar voren komt op zijn minst afgezwakt zal worden.
De gelovigen moeten tegen deze gegevens worden gewaarschuwd, vooral omdat de onderzoekers denken n.a.v. de Jesajarol dat ook de overige rollen betrouwbaar zijn, waarbij voorbij wordt gegaan aan het feit, dat als er een goede kopie is, er ook een goed origineel moet zijn. Daarvan waren er ongetwijfeld honderden in omloop. Het noemen van Jesaja 53 in dit verband is een discutabel stuk.
De Essenen vormden een broederschap, een ascetische orde of mannengemeenschap in Israël en Syrië, die zich aan een ascetisch leven wijdde. Zij verschenen voor het eerst ten tonele vlak voor de opstand der Makkabeeën (167 v. Chr.), toen het priesterschap een zeer laag peil had bereikt.
De Essenen waren de eerste voorboden van een georganiseerd monnikenwezen in het Middellandse Zee-gebied. Hun voornaamsste nederzettingen werden gevonden in de nabijheid van de Dode Zee, in woeste streken rond Engedi. Zij verdienden hun levensonderhoud door handenarbeid, wijdden zich geheel aan de Thora en alles wat aan Mozes werd toegeschreven, weigerden echter deel te nemen aan de tempeldienst met zijn dierenoffers en streefden naar volmaaktheid.
Zij kenmerketen zich door hun geloof in onsterfelijkheid, hun afwijzing van het huwelijk, de uitsluiting van vrouwen van het lidmaatschap, hun afwijzing van de eedaflegging, en hun felle verzet tegen alle slavernij.
Tot hen behoorden een aantal Farizeeën, Sadduceeën en priesters, voor het overige recruteerden zij hun leden uit alle lagen der maatschappij. Flavius Josephus schat hun aantal op 4000. Jezus heeft geen directe kritiek op hen geoefend, zoals op de Farizeeën en Sadduceeën, welke laatsten, zoals bekend, niet in de opstanding geloofden. (Mat. 22:23 e.v). De Essenen waren tegen de gedachte dat verzoening door bloedstorting tot stand moet komen en bezochten daarom de tempel niet. De leer en levensstijl van de Here Jezus stond lijnrecht tegenover die van de Essenen. Er is wel eens gedacht dat Johannes de Doper een Esseen was, maar Johannes leefde alleen, wilde niets anders zijn dan de roeper in de woestijn volgens Jesaja 40:3 en van Maleachi 3:1 en 4:5.
Nadat zij naar hun mening hun doel hadden verwezenlijkt door vele tijdgenoten op te heffen tot een peil van vroomheid en heiligheid, verdwenen zij in de twee eeuw na Christus. Volgens de Algemen Bijbelse Encyclopedie van Madeleine S. Miller gingen de leden over tot het gewone jodendom.
Andere bronnen vermelden dat zij in het jaar 70 n. Chr. verdwenen. De leden die voor hun opname in hun sekte een lange proeftijd moesten doormaken, waren aan het hoofd gehoorzaamheid verschuldigd. Aanvankelijk was er van hun leerstellingen weinig bekend, behalve over de onsterfelijkheid van de ziel en het leven na de dood. Mogelijk hadden zij hun oorsprong in een extremem richting der Farizeeën, terwijl sommige trekken (ascetisme, fatalisme, de belangstelling voor de zon), aan Parsistische, Pythagorische of gnostische invloed (Kabbala) zijn toe te schrijven.
De Essenen bezaten volgens Flavius Josephus, die zelf geruime tijd lid van de sekte is geweest, geschriften die niet bekend mochten worden en zij hielden zich bezig met een esoterische wetenschap aangaande de engelen en de toekomstvoorpselling. Zij vereerden de zon.
Hun blijvende invloed op het jodendom is miniem, en die op het ontstaan van het christendom is omstreden. Terwijl men vroeger voor de kennis over hen was aangewezen op mededelingen van Flavius Josephus, Philo van Alexandrië en Plinius, welke laatsten niet steeds betrouwbaar zijn, is het thans zeker dat de zogenaamde Dode Zee rollen van de Essenen zijn en dat een in 1953 te Khirbet, Qumran, ontdekt bouwwerk een van hun gemeenschapshuizen was. Volledigheidshalve: een enkele schrijver wil dit nog wel eens in het onzekere trekken.
Prof. Norman Golb, professor in bijbelstudies aan de universiteit van Chicago, is er één van. Hij gelooft niet dat de rollen door een kleine sekte geschreven en verborgen zijn, maar dat in het bezit waren van joodse groepen die tot de heersende en machtigste stroming behoren.
Onbekend met de achtergrond is hij verbaasd dat meer dan een kwart van de teksten nog niet is vertaald of gepubliceerd.
Het bijzondere van de Qumran rollen is dat zij bij hun vertrek hun geschriften in aardewerk potten stopten en verborgen in holen, in het vertrouwen dat eens de tijd zou komen dat ze zouden worden gevonden. Hierin volgden zij Gods opdracht aan Jeremia (hoofdstuk 32:14): "...en leg ze in een aarden vat, opdat zij lange tijd bewaard blijven".
De meeste geleerden nemen aan dat we hier te maken hebben met de groepering, bedoeld door de romeinse historicus en kroniekschrijver Plinius de Oudere uit de 1e eeuw. Hij schreef dat de sekte van de Essenen was gevestigd tussen Jericho en Engedi, waartussen Qumran ligt. Er woonden volgens hem ongeveer 4000 Essenen in die streek.
Men neemt daarom doorgaans aan, dat de Qumran gemeenschap bestond uit Essenen. Behalve Plinius hebben ook Philo van Alexandrië en Flavius Josephus over hen geschreven.
Flavius Josephus, in zijn hart een bewonderaar van de vroomheid der Essenen, was in feite een Farizeeër. Zijn beschrijving van de leer van de Farizeeërs dekte zijn eigen visie voor wat betreft de vrijheid van handelen en geloof in de almacht van goddelijke voorzienigheid. Het was hem bekend dat de Essenen geschriften hadden die geheim moesten blijven.
Het frappante was dat in vele opzichten hun leer en bediening op die van Jezus leek, zoals het uitdrijven van demonen. Zij riepen echter anders dan Jezus, bovennatuurlijke krachten aan voor het genezen van zieken, zochten contacten met engelen en ze voorspelden de toekomst. Volgens een strenge predestinatieleer erkenden zij echter geen vrijheid van handelen voor de mens. Zij weigerden de naam van Jezus te noemen.
Flavius beschrijft de Essenen als een joodse sekte, maar zij waren vrijgesteld van "eedaflegging" waar zij zich tegen verzetten. Zij leefden hetzelfde leven als wat de Grieken Pythagoreaans noemden. Zij werden bewonderd door Herodus. Er was een man onder hen wiens naam was Mannhem, die zo'n heilig leven leidde dat Herodes hem als kind al de koning der Joden noemde, die goddelijke openbaring had.
Mannhem relativeerde dat, maar de vergoddelijkte sfeer die hieraan eigen was, trok de Essenen toch wel aan.
De Essenen bevestigden dat "voorbeschikking" heerst over alle dingen en dat niets de mens kan overkomen dan door lotsbestemming. Dit ontkennen de Sadduceën en die zeggen, dat zoiets niet bestaat en dat de menselijke gebeurtenissen niet aan het lot zijn onderworpen. Zij veronderstellen dat al onze handelingen in onze macht zijn en dat we het goede en het kwade zelf veroorzaken.
De Joden hadden gedurende geruime tijd drie filosofische sekten speciaal voor zichzelf: de sekte van de Essenen, de sekte van de Saduceeën en als derde de sekte der Farizeeën. Deze laatste voerde steeds de boventoon, en dat leidde vaak tot tegenstellingen, inzonderheid inzake vasten, reinigings- en spijswetten.
De leer der Saduceeën benadrukt vooral dat de ziel gelijk met het lichaam sterft. De Essenen daarentegen leren de onsterfelijkheid van de ziel. Ook sociale gelijkwaardigheid staat bij hen hoog in aanzien. Zij verwerpen het huwelijk, maar zoeken wel kinderen en vormen deze naar hun eigen inzicht.
Hun houding ten aanzien van God is opmerkelijk. Voor zonsopgang spraken zij geen woord over wereldse zaken, maar hielden zich aan de gebeden die hun voorvaders hadden doorgegeven, waarna zij samenkwamen en met witte sluiers bekleed een koud bad namen. Nadat die reiniging voorbij was, kwamen zij samen in hun daartoe bestemd verblijf. Als zij zeggen dat alle zielen zuiver zijn, maar de de zielen van bijzonder goede mensen in andere lichamen overgaan en dat die van slechte mensen het voorwerp zijn van eeuwige straf, wijst dit op de aanvaarding van reïncarnatie.
Opmerkelijk is ook hun verdwijning. De Sadduceeën verdwenen in stilte na het jaar 70 bij de vernietiging van de tempel en het priesterschap verdween met hen. Maar dat kan niet gezegd worden van de Essenen. Zij losten op in hun omgeving. Zij losten op in de geschiedenis, maar verdwenen niet zonder meer, daarvoor was hun invloed te groot. Zij assimileerden in hun omgeving en drukten hun stempel op hen bij wie zij zich aansloten.
De meeste bronvermeldingen noemen Syrië als de oorsprong van de sekte der Essenen. daar ligt tevens hun kabbalistische bron. Nesta Webster noemt ook de opvallende gelijkenis met de vrijmetselaard: graden van inwijding, eden van geheimhouding, speciale kledingstukken en hun beslotenheid in loges.
Nesta Webster doet in haar boek "Secret Societies" een paar opmerkelijke uitspraken. Zij beweert dat het voor de joden vast stond dat Jezus tot de Essenen behoorde, wat de joodse historicus Graetz bevestigde, en dat het christendom niets anders is dan een loot van de stam der Essenen. De Messias-belijdende jood Dr. Ginsburg onderschreef dat gedeeltelijk. Zo werd Jezus ondergebracht als een tovenaar in de Toledot Yeshu en de joodse traditie verklaart hiermee Zijn wonderwerken als die van een wondergenezeer, een idee dat we net zo vinden in de geheime genootschappen van onze dagen. Als dit waar zou zijn en de wonderen van Christus zouden voortkomen uit een sektarische belevenis, dan zou de gehele leer van Zijn goddelijke kracht en bediening waardeloos zijn. Daarom is het noodzakelijk dit met nadruk te weerleggen.
We behoeven slechts zorgvuldig de evangeliën te bestuderen om vast te kunnen stellen dat de leer van Christus geheel verschilde van die van de Essenen. Jezus leefde niet in een broederschap, maar, zoals dr. Ginsburg benadrukt, Hij associeerde zich met tollenaren en zondaren. De Essenen bezochten niet vaak de tempel of de synagoge, terwijl Jezus die veelvuldig bezocht. Een verder punt is dat een van de handelingen die de Essenen onderscheidt van de andere joden van die dagen, hun afwijzing was van "zalving" die zij beschouwden als verontreiniging, terwijl Jezus die waardeerde toen de vrouw Hem met olie zalfde, maar Simon nalatigheid verweet. Het is duidelijk dat als Jezus een Essener was geweest, Zijn discipelen geen bezwaar zouden hebben gemaakt, alleen omdat de olie zo kostbaar was.
De volgelingen van Jezus werden niet aangemoedigd in gemeenschappen te leven waar allen gelijk waren .Ook Paulus verwierp ascetisme, wat de Essenen wel propageerden. Het is duidelijk dat de Essenen een geheim genootschap vormden en, zoals we later zullen zien, ook een geheim leideer hadden alsmede graden van inwijding en eden of beloften om niets van hun geheimen bekend te maken. Die geheimen kunnen wij herkennen als die van kabbalisten. Nesta Webster noemt hen vergevorderde kabbalisten, wier leer en lijn tot op de huidige dag doorgaan, evenals hun gnosticisme. In Zefàt is nog een kabbalistisch leerhuis, dat in de tweede eeuw zou zijn gesitch.
Als we een andere bron aanboren, namelijk het boek "Odyssee der Essenen" van Hugh Schonfield, ontdekken we hoogst merkwaardige gegevens. In hun priesterlijke aspect ontmoeten we twee messiassen (gezalfden), één uit een priesterlijk en één uit een koninklijk geslacht. Bij het begin van de christelijke jaartelling, toen velen geloofden dat het einde der tijden was aangebroken, werd Johannes de Doper door zijn volgelingen met de priester Messias geïdentificeerd en Jezus van Nazareth met de koning Messias. De joden speculeerden ook op het idee van twee messiassen, namelijk Messias ben Jozef en Messias ben David.
Op de achtergrond van zulke ideeën vinden we de mysterieuze figuur van de Ware Leraar of Leraar der gerechtigheid die door de Essenen werd vereerd en 'de Man' werd genoemd. Hij werd tevens aanbeden als priester en koning (wetgever). Wat nooit duidelijk is geworden, wetenschappelijk onderzoek ten spijt, is de identiteit van de Ware Leraar - aannemende dat hij een historische figuur was - en wanneer hij heeft geleefd. Na de ontdekking van de dode Zee rollen hebben we ons pas gerealiseerd dat hij ooit heeft bestaan.
De Moreh Zedek (Leraar der gerechtigheid) verschijnt ons als de mysterieuze Melchi-zedek, koning der gerechtigheid, zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin of einde des levens (Hebr. 7:3). Het mysterie rond hem is blijven bestaan. Er zijn veel aanknopingsputen te vinden.
Tegen het eind van de strijd, waarbij het joodse geloof te vuur en te zwaard werd verdedigd door de priesterlijke Makkabeeën, ontvluchtte een aantal vromen het land om de zuivere vorm van hun godsdienst in vrijheid te kunnen beoefenen en te behouden. Zij vonden een toevluchtsoord in de ruige natuur van het 'land van Damascus', waar de Ware Leraar zich bij hen voegde in gezelschap van nog meer vluchtelingen. Hij zou voor de bannelingen een strikte code opstellen van joods gedrag, waarbij ze trouw zwoeren aan een nieuw verbond volgens Jeremia 31:31-37. Het resultaat van zijn initiatief was dat, weliswaar na een groot aantal lotswisselingen, de Broederschap der Essenen vormen kreeg. Velen van hen keerden terug naar Israël, vooral tijden het bewind van Herodes. Tijdens het daaropvolgende kritieke tijdvak van 100 jaar concentreerden zij zic h voornamelijk in Qumran, nabij de westelijke oever van de Dode Zee. Hier werd op grote schaal profetische en didactische literatuur gekopieerd en verspreid, totdat de nederzetting in de oorlog van 69-70 n.Chr. door de romeinen onder de voet werd gelopen.
Het zou het einde hebben kunnen beteken, ware het niet dat andere nederzettingen bestonden in Syrië en Egypte waar de Essenen bekend stonden als de therapeuten.
Veel van hun leerstellingen zouden bewaard zijn gebleven en beïnvloedden religieuze groeperingen waaronder volgens Hugh schonfield joodse, christelijke en later ook mohammedaanse. Sommige Esseense mysteriën zijn door de eeuwen heen bewaard gebleven.
Het was karakteristiek voor de Essenen als bezielde meesters van een geheime leer, dat ze bepaalde mensen en groeperingen aanduidden door middel van specifieke eigenschappen en schuilnamen. Zo komen we in de teksten namen tegen als de Ware Leraar, de goddeloze Priester, de Leeuw van de Toorn, enzovoort.
Volgens J.M. Allegro, die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het ontcijferen van de Dode Zee rollen, maakten de Essenen ook gebruik van verschillende codes en van cijferschrift, voornamelijk voor didactische en verklarende teksten, maar soms ook om een belangrijk geheim te bewaren.
Een van de meest intrigerende openbaringen van de dode Zee rollen was het bestaan van een opmerkelijk religieus leider, die door de Essenen werd vereerd en wiens persoonsnaam niet was opgetekend. Nog steeds is hij niet positief geïdentificeerd. Maar we kunnen met zekerheid vaststellen dat de Ware Leraaar, zoals hij vaak is genoemd, een jood was. Uit de beschikbare gegevens kunnen we met redelijkheid vaststellen dat de Leraar een tijdgenoot was van Judas de Makkabeeër, de leider van de opstand tegen de anti-joodse politiek van Antiochus Epiphanes. Nu we een deel van de rollen in ons bezit hebben, kunnen we daar iets meer van begrijpen. De schriftgeleerden der Essenen hebben zijn identiteit echter goed verborgen gehouden.
Zeker is ook dat veel van de gevonden geschriften door hem werden geschreven of beïnvloed. Op de een of andere manier heeft de Jozef-figuur onder invloed van de Essenen 'messiaanse betekenis gekregen, dit kan gekomen zijn door de priesterlijke status van de Ware Leraar. Bijna alle geleerden van de rollen van de Dode Zee nemen aan, dat de qumran-gemeente niet één maar twee Messiassen verwachtte, een priesterlijke en een Davidische.
De mysterieuze taal van het laatste profetische boek van het Oude Testament, het boek van Maleachi, voorziet de komst van de bode van het Verbond en ook de terugkeer van de profeet Elia als verzoener (Maleachi 3:1-4 en 4:5-6). Deze noemt men de priesterlijke Messias in de hoedanigheid van Ware Leraar van de Eindtijd.
We worden hier in de christelijke sfeer getrokken, waar Jezus de priesterlijke Johannes de doper identificeert met een wedergeboren Elia, die eerst komt om alles te herstellen (Marcus 9:12).
Er bestond een sterke verwachting van zowel een priesterlijke als een koninklijke Messias onder de Essenen en onder joodse groeperingen die met de Essenen in contact stonden, waardoor het voor de vroeg-christelijke stroming noodzakelijk was er de nadruk op te leggen dat Jezus beide beloften in Zijn Persoon had vervuld.
Zacharias, de priester en rechter, vertegenwoordigt werkelijk de martelaar en Ware Leraar der Essenen, die wij herkennen in zijn gedaante van Asaf. In de bijbel is Asaf, de zoon van berechja, een profeet. Waar we niet zeker van zijn is of de Ware Leraar met de eerste groep emigranten is meegekomen, of zich enige tijd later met anderen bij hen heeft gevoegd. Opmerkelijk is dat vele schrijvers die contact hebben gehad met de Essenen, telkens die geheimzinnige Ware Leraar vermelden.
In de framgenten van de Dode Zee rollen ontmoeten we een Esseense interpretatie van Numeri uit de boeken van Mozes die typerend is voor hun methode van exegese. Van belang is dat in deze interpretatie de wetgever niet Mozes is, maar zijn uiteindelijke spirituele opvolgers, zoals voorspeld in Deuteronomium 18:15. (Jezus Christus, Handelingen 3:22). Josephus verwijst hier al naar. Ook het commentaar op Nahum is opmerkelijk.
Het karakter van de Hebreeuwse taal laat niet zelden verschillende vertaalmogelijkheden toe. Bovendien zijn van verscheidene teksten alleen brokstukken over, zodat het dikwijls een behoorlijk raden is en vooral een grondge kennis van alle geschriften van Qumran en de Bijbel nodig zijn om deze geschriften competent te vertalen.
Sinds er zoveel Esseense documenten zijn teruggevonden, zijn we ons gaan realiseren dat de Essenen als sekte heel streng en puriteins waren en nauwelijks een vriendelijke, welwillende, spirituele groep mensen, zoals ze vaak in verhalen worden beschreven. Velen vielen af omdat ze niet opgewassen waren tegen de Esseense discipline. Sommigen werden weggestuurd, omdat ze de regels niet nakwamen. Anderen gaven het op en gingen uit eigen beweging weg.
Verschillende onderzoekers hebben vastgesteld dat aan het begin van de 19e eeuw bij Jericho een grote hoeveelheid manuscripten is gevonden, die een grote invloed uitoefende op de joodse sekte der Karaiëten, die zich in Oost-Europa verspreidde. Het waren de Karaïtische zendelingen die grotendeels verantwoordelijk waren voor de vormen van de joodse leer die door de Chazaren van Zuid-Rusland werden overgenomen. Velen hiervan zullen behoren tot de Russische emigranten die de laatste tijd Israël binnen zijn gekomen.
De Chazaren waren betrokken bij verspreiding ervan ook in de middeleeuwen in Rusland. Deze leer hield eeuwenlang stand.
Hierbij hoorde de leer van Zacharias die zijn discipelen leerde dat het geloof in de Drie-enige God ijdel was, dat er slechts één God was en dat Jezus niet de Zoon van God was, noch de Messias, maar slechts een profeet zoals Mozes en dat Hij daarom niet kon zijn opgestaan uit de dood. Ook dat de Messias nog niet was verschenen, maar zou komen aan het eind der tijden; en zelfs dan niet als de Zoon van God - naar zijn essentie - maar alleen naar Zijn werken, zoals Mozes, de profeet van oudsher.
[ 1 2 3 4 5 ]
[ Vorige | Volgende ]
Hoe staat het met de Dode Zee rollen?
Sinds de vondst van de Dode Zee rollen is er veel aan het licht gekomen over de joodse broederschap der Essenen en ook over de geheimzinnige persoon achter deze sekte, de Ware Leraar wiens naam en identiteit door zijn volgelingen zorgvuldig geheim zijn gehouden. De vele onderzoekers die zich met deze materie hebben bezig gehouden, menen veelvuldig de namen Jozef en Asaf te herkennen. Door middel van codes en cijfers wisten zij hun uitgebreide kennis ontoegankelijk te maken voor de oningewijden.
Een aanzienlijk gedeelte wordt gevormd door commentaren op verschillende boeken van het Oude Testament en andere joodse werken, bekend als de apocriefen en pseudepigrafen.
Een deskundige in Israël, Fredi Winkler, schrijft dat veel gegevens slechts bestaan uit kleine fragmenten waarvan de context en de betekenis nog niet kunnen worden achterhaald. Maar vaak werd uit deze vage tekstfragmenten een hele these opgebouwd, die materiaal voor een heel boek leverden. Daarin wordt geprobeerd de lezer in alle ernst wijs te maken, dat Jezus niet aan het kruis gestorven is, zoals het Nieuwe Testament zegt, maar dat in de evangeliën in dit verband iets aangegrepen wordt, wat vroeger gebeurd is, namelijk met de leraar der gerechtigheid van de Essenen.
Professor godfrey Driver van de universiteit van Oxford, zich baserend op het commentaar van het boek Habakuk, maakte hieruit op dat het later genoemde invastieleger niets anders is geweest dan de Romeinse legioenen ten tijde van de opstand in het jaar 66. Zijn verklaring leidde tot een venijnige reachtie van pater De Vaux, die begreep dat deze feiten ontontkoombaar tot de conclusie leidden, dat 'de historische achtergrond' van de rollen tegen Rome was. Dit kon De Vaux natuurlijk onmogelijk accepteren.
Hugh Schonfield en andere onderzoekers zijn erin geslaagd een bepaald Hebreeuwse code te ontcijferen, waardoor men in staat was nog onbekende gegevens te ontcijferen. Hierdoor werd een totaal nieuw licht geworpen op geheime broederschappen en orden als de Tempeliers, de Rozekruisers en de Vrijmetselaars, die in beginsel deze code kenden.
Het gaat hierbij vooral om de structuur van het heelal en de lotsbestemming van de mensheid en aldus wordt er een verrassend nieuw inzicht verkregen in de menselijke kennis op geestelijk en occult terrein. Zo is nu de tijd gekomen een blik te werpen op de ontdekkingen die men heeft gedaan bij het onderzoeken van de Dode Zee rollen.
Behalve enkele delen die in hun geheel te herkennen zijn, zoals de Jesajarol, zijn er duizenden fragmenten die niet of moeizaam aan elkaar kunnen worden gepast. Deze documenten, die dus dateren van tussen de tweede eeuw v. Chri. en de tweede eeuw n.Chr. , geven informatie over de priesterlijke en koninklijke Messias.
Het is opmerkelijk dat slechts een kleine groep geleerden toegang kreeg tot gedeelten van het materiaal en dat het grootste deel nog steeds niet is vrijgegeven voor publikatie. De vraag is waarom dit het geval is.
Tot degenen die toegang tot de rollen en framenten hebben gekregen, behoren ook auteurs van boeken als "Het heilige bloed en de heilige Graal", die een visie op Jezus, de Zoon van god hebben als zou hij niet echt dood zijn geweest, maar van zijn wonden genezen. Variërend tot het gehuwd zijn met Maria Magdalena, waarvan de Merovingen de nakomelingen zouden zijn, tot het naar India vertrokken zijn en begraven in de buurt van Srinagar in India, waar zich in ieder geval het graf bevindt van Yoes Asaf. Men kon ons niet het bewijs leveren van een verbintenis tussen de familie van Jezus en de Merovingen, die vier eeuwen later op het toneel verschenen. De Merovingische koningen waren wel tolerant of zelfs sympathiek tegenover de joden.
Volgens "Het heilig bloed en de heilige Graal" dachten de Merovingen dat hun wonderbaarlijke vermogens in hun haar scholen, dat zij evenals Simson in het Oude Testament niet mochten afknippen. Door de dynastieke huwelijken tussen de Merovingen en de Visigoten traden eveneens, volgens Baigent, de joodse namen nog meer op de voorgrond. Zij bevonden zich vooral in het zuiden van Frankrijk. Ook de naam van Otto van Habsburg wordt genoemd, die in naam hertog van Lotharingen en koning van Jeruzalem was. Het wapen van Rennes-le-Chateau heeft de vorm van de David-ster (Magèn-Davied).
Van de interpretatie van de qumran fragmenten van deze heren kunnen we in ieder geval weinig heil verwachten ten aanzien van hun hulp bij de verwachte nieuwe Bijbeluitgave die het NBG beoogt.
Zij menen dat het veel eenvoudiger en veiliger is, de grens tussen historie en theologie zo vaag mogelijk te houden. Men zegt dan dat "die persoon" tot goddelijkheid is verheven. Zij noemen de evangeliën als historische documenten onbetrouwbaar. Het zijn in wezen, zeggen zij, mythische verhalen van grote eenvoud, ogenschijnlijk zonder enig historisch kader. De Handelingen noemt men een soort "schelmenroman" die bovendien als propaganda is bedoeld en waarin Paulus een hoofdrol speelt. Wie Jezus en Paulus ook zijn geweest en wat ze ook hebben gedaan, het zouden figuren zijn die in het breder kader van hun tijd moeten worden geplaatst. Andere bronnen, zoals van de Romeinen, zouden volgens hen veel betrouwbaarder zijn.
Dit is het niveau waarop dergelijke vertalers, bewerkers en "deskundigen" van de Dode Zee rollen zich bewegen. Ik zal de inleiding erover hierbij laten; het is een aaneenschakeling van boosaardige godslastering, waarvoor zij zelf verantwoording moeten afleggen. Hun haat tegen land en volk Israël is evident.
Nu de Dode Zee rollen zelf. We weten hoe in 1947 de ontdekking tot stand kwam. Veel is verloren gegaan, zelfs als brandstof gebruikt, vernietigd of voor andere doeleinden gebruikt, voordat de betekenis ervan bekend werd. In ieder geval gaan de deskundigen ervan uit dat er meer rollen uit de grotten zijn gehaald dan aanvankelijk werd gedacht of dan er later zijn teruggevonden. In totaal zijn er zeven complete rollen in openbare collecties terechtgekomen, met de fragmenten van zo'n 21 andere. Mensen van de syrisch-Orthodoxe kerk kregen aanvankelijk een belangrijk deel ervan in handen.
Aanvankelijk vermoedde men dat deze collectie uit vijf rollen bestond, maar later bleken het er vier te zijn. Hieronder was een goed bewaarde rol van het boek Jesaja, waarvan de volle lengte acht meter was. De andere drie waren het "Genesis-Apocryphon", het Habakukcommentaar en de Gemeenschapsregels. De later nog gevonden rollen hebben hun wetenschappelijk doel nooit bereikt. Door de aanvankelijk slechte behandeling zijn vele rollen vergaan en tot honderden fragmenten vervallen.
Nader onderzoek, in het bijzonder onder de leiding van pater De Vaux, bracht nog zeker 39 andere vindplaatsen aan het licht. Ook wordt gesproken van 2 koperen rollen waarop gegraveerde teksten stonden. Deze beschrijven een inventaris van een tempelschat die was verborgen.
In september 1952, zes maanden na het officiële onderzoek, werd een nieuwe vindplaats ontdekt dichtbij de ruïnes van Qumran, waar men een grote hoeveelheid scherven vond.
Het belang van de rollen werd ingezien en er werden bij de verhandeling ervan fantastische bedragen betaald. Een belangrijke rol, de zogenaamde "Tempelrol", werd ontdekt bij een antiekhandelaar. Maar de grootste vangst was in 1952 toen in grot vier zo'n 800 rollen en fragmenten werden ontdekt. Om die grote hoeveelheid te kunnen verwerken werd een internationale commisie van wetenschappers gevormd, waarvan ieder lid enkele teksten kreeg toegewezen voor studie, interpretatie, vertalingen en eventuele publikatie. De commissie stond onder gezag van pater De Vaux. Een van zijn voormalige collega's noemde hem een kundig wetenschapper, al was hij misschien geen bijzonder archeoloog. Hij was niet alleen een praktiserend rooms katholiek, maar ook een monnik, wat natuurlijk niet bijdroeg aan een evenwichtige, onpartijdige benadering van dit zeer gevoelige, misschien zelfs explosieve religieuze materiaal. Bovendien was hij Israël als politieke staat vijandig gezind en sprak hij consequent over "Palestina". Ook in persoonlijke zin was hij een antisemiet.
Dit leidde tot een eenzijdige, discutabele identificatie van de rollen, in het bijzonder van de framenten. Er was dan ook geen Israëli's in het onderzoekingscomité dat publicaties uitgaf.
De Franse pater Jean Stacky en de Poolse priester Pater Jisef Milik, die zich hadden bekwaamd in het Aramees, kregen de rollen in die taal toegewezen. Daarbij was een speciale tekst, bekend als de "Oorlogsrol", alsmede enkele apocriefe boeken uit het Oude Testament. Maar het belangrijkste deel van Milik's pakket was toch het 'sektarisch materiaal' dat betrekking had op de leer, de ritulen en de disciplines van de gemeenschap in Qumran.
Het Britse lid van het team was John M. Allegro. Hij was het enige lid van het team zonder een specifieke religieuze achtergrond (althans niet openlijk). Allegro kreeg enkele Bijbelcommentaren toegewezen (die achteraf uit 'sektarisch materiaal'bleken te bestaan) van hetzelfde type dat door Milik werd bestudeerd en een gedeelte van de zogenoemde 'wijsheidsliteratuur'. Zijn publikaties zijn van 'explosieve' aard.
Hoewel de gehele commissie inzicht had in de materie waarmee anderen bezig waren, heeft Allegro tot zijn dood toe volgehouden, dat al het belangrijke en controversiële materiaal door zijn collega's is achtergehouden en pas later bij delen aan de publikatie is prijsgegeven. Een ander onafhankelijk onderzoeker die later bij het proces betrokken raakte, verklaarde dat hij in de jaren 60 opdracht kreeg 'het rustig aan te doen' en het onderzoek bewust te vertragen.
Het kwam De Vaux in elk geval heel goed uit dat het Rockefeller Museum tot 1967 in de Jordaanse helft van Jeruzalem lag. Israëli's hadden geen toegang tot de stad, wat de antisemiet De Vaux een uitstekend argument in handen gaf Israëlische deskundigen te weren, hoewel zijn team van internationale wetenschappers in theorie een zo breed mogelijk scala van interessen en werkwijzen moest vertegenwoordigen. Hij had natuurlijk fotomateriaal kunnen sturen naar de Israëlische wetenschappers die hoogst geïnteresseerd waren en er ook groot belang bij hadden, maar dat deed hij niet.
Het vreemdste was nog dat de Israëli's zelf op de Hebreeuwse universiteit over zeven belangrijke rollen beschikten. Zij lijken hun onderzoek op verantwoorde wijze te hebben uitgevoerd en gepubliceerd.
We mogen de conclusie trekken dat er met de Dode Zee rollen t.a.v. het christendom een onaanvaardbaar spelletje wordt gespeeld door humanistisch geörienteerde lieden. Met de consensus theorie tracht Rome er een mouw aan te passen. Dit doet Rome door rekken en het achterhouden van materiaal. Het is opvallend, dat de Israëlische en Amerikaanse deskundigen zo voortvarend zijn.
De 'deskundigen' die toegang hadden tot de "Scrollery", kenden zichzelf zoveel macht en prestige toe dat ook de buitenstaanders in hun aanpak gingen geloven. Zoals professor Jacob B. Robinson (leider van een andere, veel serieuzere groep_, die de teksten uit de Egyptische woestijn bij Nag Hammadi heeft vertaald, zei: "De ontdekking van een handschrift brengt bij overigens normale wetenschappers de slechtste instincten naar boven." Niet alleen monopoliseerden De Vaux en het "Internationale Team" de handschriften die ze in hun bezit hadden, maar ze twijfelden ook geen moment aan de uitkomsten van hun eigen onderzoek, die (uitaard) de 'consensus' dekten.
Hoewel De Vaux geen enkel recht had op het bezit van de rollen, droeg hij ze bij zijn dood in 1971 bij testament over aan zijn opvolger en collega pater Pierre Benoit van de "Ecole Biblique". Andere leden van het "internationale team" richtten zich naar het voorbeeld van De Vaux. Op deze wijze wisten de rooms katholieke leden, die de kern vormden van het internationale team, hun monopolie te behouden en bleef de consensus dus onaangetast. Pas in 1987, bij de dood van pater Benoit, kwam er enige kritiek op deze werkwijze. Het zou te ver voeren de manipulaties rond de rollen nader te bespreken, maar toen de Israëli's toegang kregen tot Oost-Jeruzalem eisten zij enige inspraak in de benoemingen.
Nog steeds werd echter het grootste en belangrijkste deel van het materiaal voor de academische wereld en het grote publiek verborgen gehouden. Zo nu en dan lekten kleine, intrigerende fragmenten naar de vaktijdschriften uit, maar pas in 1968 verscheen de eerste publikatie van meteriaal uit grot vier - zij het een bijzonder klein gedeelte - onder redactie van John Allegro, de enige 'afvallige' of 'ketter' in het team van De Vaux. Toen de vertraging in de publikatie van de Qumran-teksten voortduurde, begon de verdenking post te vatten dat er iets mis was. Allerlei geruchten deden de ronde.
In tegenstelling tot De Vaux's "Internationale Team" hadden de Amerikaanse en Israëlische deskundigen hun teksten zo snel mogelijk laten verschijnen. Veel van het overige materiaal is zo fragmentarisch dat het heel moeilijk aan elkaar kan worden gepast, laat staan vertaald. Prof. Frank Cross van Harvard zegt dat het de meest fantastische legpuzzel is die de wereld ooit heeft gekend.
Het laat ruimte, in ieder geval voor het team van De Vaux, om verdoorgevoerde inlegkunde te plegen. De gegevens van De Vaux zijn niet te vertrouwen, maar de originelen ook niet!
De Qumran teksten worden in het algemeen in twee rubrieken onderverdeeld. De ene categorie omvat zeer vroege Bijbelteksten, soms met een afwijkende inhoud of alleen commentaar daarop. Deze rubriek staat bekend als het "Bijbels materiaal". De andere categorie wordt gevormd door het niet-bijbels-materiaal dat grotendeels bestaat uit weinig bekende 'sektarische documenten'.
De meeste buitenstaanders gaan er op voorhand van uit dat het 'bijbels materiaal' het belangrijkste is. Dit is echter niet het geval. Het is namelijk geheel onschuldig en bevat geen sensationele onthullingen. Het bestaat uit weinig meer dan de boeken van het Oude-Testament, grotendeels gelijk aan de teksten zoals iedereen die kent, met hier en daar kleine afwijkingen. Deze fragmenten leveren dus niets nieuws op. Waar het werkelijk om gaat zijn de 'sektarische documenten'. Deze Teksten - gedragsregels - geven een blik op de theologische en astrologische handelingen die betrekking hebben op 'sekte van Qumran' en haar leerstellingen.
Het gaat hier om het belang van een kleine, omstreden sekte die weliswaar een interssant randverschijnsel vormde, maar die geen enkele invloed had op de grote lijnen. De zogenaamde 'schandalen van de rollen', zoals enkele schrijvers die verhalen en, hoe weinig bewijzen er ook van zijn, waarin ze zich verlustigen, zijn in het licht van Gods Woord te verwaarlozen.
De geheimen omtrent de 'Ware Leraar' worden in de fragmenten niet onthuld en zijn identiteit blijft geheim. Er is geen enkele reden waarom we niet zouden vasthouden aan de Tenach, het Hebreeuwse Oude Testament dat ons door het volk Israël is overgegeven en dat onveranderlijk heeft stand gehouden en waarvan de vele profetiën, waaronder de komst van de Messias alsmede de beschrijving van de gebeurtenissen rond de kruisdood van onze Heer Jezus Christus, van de juistheid blijk gaven. Verder geeft het zogenaamde Nieuwe-Testament ons een helder inzicht in het wezen en de werken van Jezus Christus, onze Heiland en Zaligmaker, waarbij gewaarschuwd wordt geen letter of teken ervan te veranderen, iets er aan toe te voegen of er van af te doen.
Zoals ik in het begin reeds zei, was het te verwachten dat men zou proberen de grond onder de onfeilbaarheid van het Woord weg te nemen of discutabel te stellen, waarvoor de Bijbel juist met veel nadruk waarschuwt.
Reden temeer om een gezamenlijke Bijbeluitgave van het NBG en de KBS met duidelijke reserve tegemoet te zien. Dat men zich voorneemt de Bijbels met de apocriefe (deuterocanonieke) boeken apart uit te geven zal de verwarring alleen maar verhogen.
Tot slot: Gelukkig zal het tragische pokerspel tussen humanisten en Rome uiteindelijk slechts één overwinnaar kennen, en dan niet door de consensus-leer: JEZUS CHRISTUS.
[ 1 2 3 4 5 ]
[ Vorige | Volgende ]
Literatuurlijst
-
Michael Baigent, Richard Leigh en Henri Lincoln:
"Het heilige bloed en de heilige Graal" -
Adb-Ru-Shin:
"De Graalboodschap in het licht der waarheid". Deel 1 en 2 -
Hugh Schonfield:
"Odyssee der Essenen" -
A. van Oortmerssen:
"De troon des satans" -
Nesta H. Webster:
"Secret Societies and Subversive Movements" 1924

33 gasten