| Auteur | : | Moria |
| Geplaatst op | : | 25-02-2002 |
| Gelezen | : | 3322 keer |
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ]
[ Vorige | Volgende ]
Parapsychologie
Deze pagina is de weergave van een onderzoek naar wat de Bijbel zegt omtrent de elementen en leerstukken, die in de z.g. para-psychologie samengebundeld, onderkend worden als okkultisme, kontakt met geesten van doden en bovennatuurlijk verschijningen.
Eén definitie van de para-psychologie luidt: "Zijtak van empirische psychologie, die als voorwerp van studie heeft de z.g. paranormale verschijnselen als: helderziendheid, telepathie, enz."
De beoefening en popularisering van de para-psychologie bereikte haar hoogtepunt aan het eind van de vorige eeuw, doch staat nu opnieuw in de belangstelling en verkrijgt bijzonder veel aandacht, zowel van religieuze als van niet-religieuze zijde. Enkele eeuwen van "verlichting" en "rationalisme" hadden een kennelijk onaantastbare "mechanisering van het wereldbeeld" tot stand gebracht.
In dit wereldbeeld konden paranormale verschijnselen eigenlijk alleen bestaan als ongeloofwaardige spookverschijnselen, die zo snel mogelijk wègverklaard moesten worden. Niet alleen de natuurwetenschap, maar ook de psychologie en de theologie stonden vol scepsis tegenover de para-psychologische fenomenen.
Nederland was het eerste land dat (in 1953) in de persoon van Prof. W.H.C. Tenhaeff een leerstoel in de "para-psychologie" instelde.
Dit diskutabele gebeuren vond in Tenhaeff een warm verdediger van niet-konventionele schema's zoals die nog steeds gelden. Hij leverde een reële bijdrage aan de, om ondoorgrondelijke redenen, zo fel nagestreefde "Verklaring" van de werkelijkheid, zoals hij die pleegde te noemen. Hij was één van de weinigen die zag, dat de dingen anders zijn dan ze meestal lijken.
Juist hij kende terdege de talloze mogelijkheden van bedrog en zelfmisleiding die op zijn wetenschapsterrein plegen te parasiteren. Met stelligheid beweerde hij, dat spiritisme werkelijk bestáát. Dat willen ik in deze pagina ook niet ontkennen, maar ik zal het plaatsen in de hoek waar het thuishoort. De God van de Bijbel heeft spiritisme verboden en verklaard tot demonisch gebied, waar zij die Zijn eigendom zijn, niets te zoeken hebben.
Een aantal respectabele psychologische instellingen houdt zich met para-psychologie bezig, maar evenzovele bestrijden elkaar op dit gebied. Sommige associëren psychische (zielse) gebeurtenissen weer met "gaven van de Geest", terwijl andere suggereren, dat psychologische fenomenen mogelijk behoren tot het web van bedriegelijke wonderen. Ik wil een aantal opinies pro en kontra presenteren. Het belangrijkste is om in dit opzicht het "kaf van het koren" te scheiden.
Ik wil weergeven wat de Bijbel zegt over occultisme en alles wat daarmee verband houdt, zoals kontakt met geesten van doden, enz. Ook wil ik proberen die thema's van de moderne para-psychologie te bespreken, die gedefinieerd worden als "wetenschappelijke studies van het bovennatuurlijke".
Er is in de laatste halve eeuw veel onderzoek gedaan op het gebied van de psychische krachten en hun openbaring, geestelijke zaken, trance-toestanden en dergelijke.
Ten opzichte van de explosie op psychisch gebied en het para-psychologische onderzoek van recente data, is de christelijke apologetika op dit terrein nogal wat achtergeraakt. Het is niet mijn bedoeling om alle passages uit de Bijbel die over dit onderwerp spreken, uitgebreid te behandelen. Er zijn voldoende Bijbelse gegevens en richtlijnen voorhanden die hier duidelijk over spreken. Ik wil er slechts enkele van identificeren en onderstrepen.
Veel van deze gegevens zijn ontleend aan een toespraak van een deskundige als Mark Albracht, op de "International Conference on Christian Parapsychology" in Londen, september 1978, tevens opgenomen in de juli-uitgave 1980 van The Journal of "The Academy on Christian Psychical Research", en in werken van "Spiritual Counterfeits Project".
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ]
[ Vorige | Volgende ]
Het gezag van de Bijbel
Bij het introduceren van dit onderwerp komt het noodzakelijk voor, een degelijk fundament te leggen, waarop ik een stabiele en samenhangende theologische stelling kan bouwen met betrekking tot "de houding van de christen" ten opzichte van een subjekt als de "para-psychologie".
Ik geloof dat er geen vaster fundament gelegd kan worden dan de aanvaarding van de autoriteit van de Bijbel - de 66 boeken van het Oude- en het Nieuwe Testament. Als ik als Christen spreek, kan er in werkelijkheid geen ander fundament gelegd worden.
Te spreken van christendom en zelfs van Jezus Christus is per definitie: Bijbels spreken. Waar het gaat om onze Leidsman, Jezus Christus, spreekt deze naam voor zichzelf: Ik wil hieraan vasthouden, hoewel de naam "christen" als zodanig erg weinig waard is geworden. Van Europa wordt gesproken als van een "christelijk werelddeel" en in het Midden Oosten noemt men alle niet-Moslims "rechtse christenen". Een ieder die iets met een kerk te maken heeft, noemt men ook hier "christen". Los van de Bijbel, zou er noch kennis, noch begrip bestaan van wat het "christendom" eigenlijk inhoudt. Daarom wil ik in dit verband graag spreken over "discipelen" van Jezus Christus, zoals ook de eerste volgelingen van Jezus in de eerste plaats discipelen werden genoemnd. Pas in Antiochië werden de discipelen voor het eerst als "christenen" aangeduid. Jezus zei: "Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn discipelen ..."
De Bijbel bevestigt dat niets in ons universum los staat van de geestelijke realiteit of er zou kunnen zijn zonder geestelijke betrokkenheid. Alle dingen zowel materieel, psychisch (ziels) als geestelijk, worden uiteindelijk bepaald door hun relatie tot God en Zijn doel ermee. Bijgevolg beschouwen wij de Schriften als maatstaf voor de onderscheiding en evaluatie van de verschillende groepen, bewegingen en fenomenen.
Temidden van een wereld waarin de waarden zich voortdurend wijzigen en er aan het gezag van de huidige stromingen wordt geappelleerd door nieuwe ontdekkingen, dan wel door de dubbelzinnigheid van subjektieve ervaringen, blijft de ene rots der waarheid van Gods openbaring van Zijn karakter en Zijn wil voor het gehele mensenleven bestaan.
Sinds de eerste eeuw, toen de apostelen begonnen hun brieven te laten cirkuleren onder de jonge gemeenten, werden deze geschriften bschouwd als door de Heilige Geest geïnspireerd en golden zij als maatstaf voor zaken van leven en geloof.
We geloven dat de kanonieke geschriften - de Bijbel zoals wij die nu kennen - de volkomen en enige maatstaf vormen aan de hand waarvan christenen de geestelijke stromingen en gebeurtenissen kunnen vertalen en toetsen.
Ik ga uit van de volkomen inspiratie van de Schrift, d.w.z. dat de gehele Bijbel volledig is geïnspireerd. Deze stelling is de hoeksteen van het christelijk geloof; zij wordt bevestigd door Paulus' verklaring aan Timotheüs, waarin hij zegt dat: "Elk van God ingegeeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid." (2 Tim. 3:16).
Onze stelling is ergo, dat de Bijbel het absolute gezag draagt in zaken van leven, geloof en moraal en dat die een begrijpelijke, samenhangende en harmonieuze wereld-visie geeft en in zijn totaliteit dient te worden genomen.
In het kort: we geloven dat God "persoonlijk" is en definitief heeft gesproken door de Bijbel als geheel. Er gaan 13 wereldvisies in een dozijn, en zonder het gezag van de goddelijke openbaring smelten de persoonlijke opinies en kosmische opvattingen samen tot een smakeloos mengsel van relativisme en aan de bijbel vreemde opvattingen.
Aan de andere kant heeft de verbreding van het kosmisch bewustzijn door de ruimtevaart en de kern-energie het zoeken naar "de dingen achter de dingen" of "de werelden achter de wereld" vragen opgeroepen die een antwoord eisen. Onvrede met het "geloof der vaderen", dat vaak bepaald werd door het licht dat men had voor die tijd, heeft geleid tot een afdwalen van het Bijbelse patroon dat de mens bij Gods wegen bepaalt.
Daarom wil ik hier en nu al vaststellen dat de paranormal fenomenen binnen het kader van de "para-psychologie" een door god verboden imitatie is van de werking van de Heilige Geest, zoals die in de Bijbel wordt beschreven.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ]
[ Vorige | Volgende ]
De gevallen mens en het Geestelijk conflict
Eén aspekt van de Bijbelse boodschap dat we voortdurend tegenkomen, van Genesis tot de Openbaring, is het "geestelijk conflict".
Het menselijk ras is betrokken in een kosmische strijd tussen machten en doelstellingen die zijn eigen krachten te boven gaan. Toch zijn we niet uitsluitend pionnen.
Onze motivatie en ons handelen zijn in zeker opzicht, zowel arena als objekt in deze strijd. Deze konfliktsituatie heeft zowel een eind als een begin en beide zijn van belang om te kunnen brijpen wie God is en wat Hij nu aan het doen is.
Overeenkomstig de Bijbel gaat het spoor van de toestand waarin de mens zich bevindt, met al zijn zwakheden, lijden en nederlagen terug tot de "Val", de devaluatie van de mensheid, zoals beschreven staat in het derde hoofdstuk van Genesis.
De rebellie tegen God had tot gevolg dat de gehele mensheid onderworpen werd aan de macht van "de Boze", die zowel "overste van deze wereld" (Joh. 12:31) als "god dezer eeuw" (2 Kor.4:4) genoemd wordt.
Vanaf die tijd heeft de duivel zichzelf verzet tegen de plannen en doelstellingen van God, en verwierf hij zich de titel "tegenstander", hetgeen de betekenis is van het Hebreeuwse woord "satan".
De Bijbel stelt het motief van het geestelijke komplot centraal teneinde de vele richtingen hierin samen te kunnen vatten. En dit konflikt wordt niet in vage, onpersoonlijke termen beschreven, integendeel. Het wordt beschreven als een krachtmeting en een persoonlijke strijd.
Yahweh proklameert : Ik ben de Here en er is geen ander; buiten Mij is er geen God" (Jesaja 45:5); terwijl satan Gods waarheid ontkent en de mens insinuerend uitdaagt met het "Gij zult als God zijn".
Deze elementen van satanische persoonlijkheid, doel en wil, brengen het kritische koncept van bedrog voort. Immers, alleen een wezen dat in eigen wil de autoriteit van God weerstreeft en aan Hem voorbijgaat, is in staat ten behoeve van verborgen wegen zo bedrieglijk te handelen.
Satan probeert god te imiteren en in dit proces tevens de mens te bedriegen. Zijn
nimmer aflatende pogingen om het menselijk ras te bespelen, te beïnvloeden en
te bedriegen hebben kennelijk succes. als we de wereld rondom ons bezien.
De apostel Johannes noemt hem "De grote draad ... de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt." (Openb. 12:9).
De laatste akte in dit bijbelse drama laat satan zien als overwonnen en veroordeeld door de kracht van Jezus' verzoendend sterven en Zijn triomferend verrijzen, gekristalliseerd in Zijn wederkomtst. Maar de voorlaatste akte draagt ons drie elementen van groot belang aan die gelden ons drie elementen van groot belang aan die gelden voor onze tijd en voegt ze samen op een onheilspellende en sinistere manier.
Het eerste element is satans aanmatigend reiken naar algehele kontrole over het gehele menselijke ras - religieus, politiek en economisch. (Openbaring 13)
Het tweede en derde element bestaan uit een korte, maar herkenbare toename van de macht van satanische misleiding, versterkt door een demonstratie van bovennatuurlijke kracht.
Jezus zelf sprak van zo'n tijd, waarschuwend, dat er "... valse christussen en valse profeten zullen opstaan en zij wullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden." (Mat. 24:24).
Ook de apostel Paulus waarschuwt de Christenen dat de komst van de anti-christ (de Wetteloze) zal zijn "... met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan ..." (2 Thess. 2:9,10).
De apostel Johannes maakt duidelijk, dat één van de meest dramatische en overtuigende
demonische wonderen zal zijn: "... dat het zelfs vuur uit de hemel doet nederdalen
op de aarde ten aanschouwen van de mensen" en dat door deze en andere tekens,
zij die op aarde wonen, verleid worden een beeld te aanbidden. (Openbaring 13:13-15).
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ]
[ Vorige | Volgende ]
De Bijbelse houding tov Psychische fenomenen
Laten we het voorgaande in gedachten houden als we nu verder gaan onderzoeken wat de Bijbel zegt over deze zaken. Vauit het Oude Testament weten we, dat Israël vanaf het begin van haar geschiedenis leefde temidden van ontelbare verschillende religieuze milieus.
Elk van de heidense kulturen in de omgeving van de Israëlieten in het vroege stadium, was in feite "mini-theokratisch", dat wil zeggen een staat geregeerd door een god. Elke groep: de Egyptenaren, de Moabieten, de Jezubieten, de Fillistijnen en de Babylonieërs, had zijn eigen polytheïstische of pantheïstische geloofssysteem. De hoofdtrekken van deze religieuze kulturen waren okkult van nature.
In het bijzonder waren praktijken als: tovenarij, hekserij, wichelarij, waarzeggerij, astrologie en mediamiek als vaste regel een deel van het kulturele en politieke leven van alle vijanden van Israël.
God riep Israël vanuit deze situatie tot een unieke relatie met Hem en een pure vorm van monotheïsme, als resultaat waarvan Zijn karaktereigenschappen weerklank zouden vinden in hun leven.
Eén van de meest-herhaalde thema's in de Bijbel is, dat Gods volk zich moet heiligen door gehoorzaamheid en zuivere toewijding aan god en door afscheiding van de verkeerde en duistere wegen van "de wereld".
Voor de oude Israëlieten betekende dit (naast andere dingen) dat zij zich moesten afscheiden van wat genoemd werd de "abominabele praktijken" van de heidense religies.
Het Oude Testament is vol van verboden tegen de bijzondere praktijken, zoals die eerder vermeld wereden: Tovenarij, waarzeggerij, kontakt met geesten van doden, enz.
Levitikus 20:6-8 stelt dit helder en duidelijk: "En iemand, die zich tot de geesten van doden of to waarzeggende geesten wendt, om die overspelig na te lopen - tegen zo iemand zal Ik mijn aangezicht keren en hem uit het midden van zijn volk uitroeien. Heiligt u dan, en weest heilig, want Ik ben de Here, uw God."
Hier volgt een lijst van okkulte praktijken in het Oude Testament:
-
Exodus 22:18: Toverij
-
Levitikus 19:26: Waarzeggerij en toverij
-
Levitikus 19:31: Geesten van doden
-
Levitikus 20:6,27: Media en spiritisten
-
Deut. 18:9-14: Wichelaar, uitlegger van voortekenen, tovenaar, bezweerder, valse profeet, waarzeggende geest
-
1 Samuël 28:3,0: Dodenbezweerders, waarzeggers (zie ook I Kron. 10:13)
-
2 Kon. 21: Toverij, bezweerder van geesten en doden
-
2 Kron. 33: Toekomstvoorspellers, toverij, afgodsbeelden.
-
Jesaja 8:19: Vragen naar geesten van doden en waarzeggerij
-
Jesaja 47:9, 12-14: Toverij en bezweringen, astrologie
-
Jesaja 37:3: kinderen van een tovenares.
-
Jeremia 27:9: toekomstvoorspellers, tovenaars, media, droomverklaarders
-
Maleachi 3:5: Tovenaars.
Als we de passages onderzoeken, die over dit onderwerp handelen, dan zien we, dat de reden voor het goddelijk verbod tweevoudig was.
Ten eerste waren zulke okkulte handelingen de belichaming van negatieve energieën. Zij waren te enenmale geestelijk onrein en betrokkenheid hiermee wordt vaak vergeleken met overspel. Israël zou rein en zuiver moeten blijven van deze goddeloze praktijken.
Het Nieuwe Testament bevestigt dit en vult in zijn nimmer aflatende verklaring aan dat deze fenomenen overwegend verbonden zijn met of veroorzaakt worden door kwade geestelijke machten.
Ook voert het aan dat deelhebben aan deze okkulte gebruiken ons van geloof in God afhoudt en hierdoor de mogelijkheid en de betekenis van onze redding ondermijst.
Het is een vorm van surrogaat-geestelijkheid, die gekoppeld wordt aan ons verlagen tot experimentele Gnosis (kennis) waardoor satans leugen zou worden bewaarheid: dat onze verworven geestelijke bronnen voldoende zouden zijn voor onze redding - dat wil zeggen, dat wij god, goddelijk of als God zouden zijn en daardoor in de onzienlijke wereld (Gods gebied) zelfstandig kunnen manipuleren. (o.a. Genesis 3:4-7)
Het Oude Testament verklaart, dat, op zijn best, een dergelijke geestelijkheid weinig of niets van doen is heeft met een naderen tot God. Nog erger - en dat is meer dan eens het geval in de bijbel - het tart God vernietigend oordeel.
In dit licht mogen we Maleachi 3:5 lezen: "Ik zal tot u ten gerichte naderen; Ik zal een snelle aanklager zijn tegen de tovenaars ... die Mij niet vrezen, zegt de Here der heerscharen."
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ]
[ Vorige | Volgende ]
Nieuw-Testamentische Getuigenis
Zoals we zagen, konfronteert het Oude Testament ons met een aantal passages, die in het verbod uitspreken, zowel ten aanzien van persoonlijke als algemene aktiviteiten op dit gebied. en aangezien we het bijbels getuigenis als één geheel beschouwen, kunnen we nagaan welk licht Jezus is in menig opzicht gericht op het openbaren van de wortel van het kwaad in de wereld. Hij sprak vaak van het werk van de duivel en zijn demonen en ontwikkelde nauwgezet de aspekten van een kosmische strijd, die miinder duidelijk gedefinieerd worden in de Oud-Testamentische geschriften.
De vele direkte referenties door Christus aan satan, kunnen verklaard worden, zonder te breken met de basisregels van de principes van interpretatie (Hermeneutiek)
Jezus zei: "Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen" (Lukas 10:18) en Hij bestreed satans claim niet dat de gehele wereld in zijn (tijdelijke macht gegeven was. (Mat. 4:9; 1 Joh. 5:19).
Jezus' onderwijs over satan, gekombineerd met zijn veelvuldige erkenning van demonen en zijn uitdrijven van hen (de bezetene in het land der Gerasenen in Lukas 8:26-39 als een voorbeeld tussen vele) werpt een waarschuwend licht op elke studie van de para-psychologie, psychische fenomenen en okkultisme: achter de schermen opereren boosaardige geestelijke wezens.
Het enige direkte getuigenis van hun aanwezigheid nu is, wat we in onze wereld noemen: Paranormale of psychische fenomenen. Dit thema wordt verder ontwikkeld door alle N.T. schrijvers, beginnend met Lukas in de "Handelingen" met: de mystieke krachten van Elymas, die geïdentificeerd wordt als magiër en valse profeet. In Handelingen 13 lezen we, dat Elymas beledigd was door de evangelie-prediking van Paulus, en dat hij probeerde het volk af te houden van het aannemen van het evangelie. Lukas vermeldt Paulus' reaktie op Elymas in de verzen 9-10: "Doch Saulus, anders gezegd Paulus, vervuld met de Heilige Geest, zag hem scherp aan, en zeide: Zoon des duivels, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid, zult gij niet ophouden de rechte wegen des Heren te verdraaien?"
Ook de apostel Johannes sprak duidelijke taal toen hij de bovennatuurlijke dynamiek van satans bedrieglijke geestelijkheid beschreef als voortkomend uit valsheid en grof bedrog. De woorden bedrog en misleiding worden zeven maal gebruikt in het boek Openbaring waar het gaat om de beschrijving van de uitwerking van het meesterplan van de vijand om de mensen te misleiden. (Openbaring 12:9; 13:14; 18:23; 19:20; 20:3; 8, 10).
Paulus geeft hetzelfde weer in 2 Kor. 11:14 als hij waarschuwt dat satan zich voordoet als een engel des lichts. Het is dus "niets bijzonders", indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid.
Waar het hier om gaat, is dat para-psychologische fenomenen niet als "neutraal" of "goedaardig" beschouwd kunnen worden. Als er iets met zorg en waakzame achterdocht moet worden bezien, is dit het wel.
Werkelijk, als we als Christenen de psychische fenomenen benaderen, zal onze eerste zorg moeten zijn: onderscheiding in plaats van nieuwsgierigheid.
Een dergelijke onderscheiding is ons uitgangspunt bij het vermelden van de betrokken bijbelse passages, Ef. 6:12 en 1 Joh. 4:1 zijn in dit opzicht van wezenlijk belang.
De passage in de brief aan de Efeziërs zegt: "Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten."
1 Johannes 4:1 leert ons: "Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of ze uit niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of ze uit God zijn ... iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God."
Openbaring 13:4-6 en 13-15 leert ons tussen de regels te lezen teneinde de waarschuwing te verstaan. De mate waarin paranormale manifestaties gegeven worden is niet noodzakelijkerwijs evenredig aan de waarheid ervan. De bron en het systeem zelf van deze verschijnselen dienen als zodanig echter wèl herkend te worden.
Het verlangen om te begrijpen hoe de dingen werken is een natuurlijke komponent van onze menselijke nieuwschierigheid; het is ook een algemeen aanvaard facet van het wetenschappelijke denken. Het is daarom niet vremd, dat de vraag: "Wat is het mechanisme van de para-psychologie", één van de belangrijkste is voor de aktiviteiten op dit terrein.
De Bijbel geeft geen direkt antwoord op die vraag, doch verwijst naar de onderscheiding der geesten: zijn ze wel of niet uit God? In het licht van dit gegeven kan men t.a.v. de werking van de para-psychologie beter een spektrum van mogelijkheden ontwikkelen, die toepasbaar zijn op het geheel van bijbelse openbaring, dan een enkele verklaring ervoor te zoeken.
Watchman Nee en Jessie Penn-Lewis werpen een duidelijk licht op de onderscheiding van Ziel en Geest. (Zie o.a. de boeken die bij de Lectuurlijst staan). Watchman Nee zegt o.a.: "Toen Adam viel in de hof van Eden, werd zijn kracht aan zijn funktie onttrokken. Hij had zijn kracht niet helemaal verloren, die was in hem begraven. Geneeratie volgde op generatie, met als resultaat dat dit oorspronkelijk vermogen van Adam werd tot een "Latente sluimerende kracht" in zijn nakomelingen.
Het werd een soort van "verborgen kracht", die op Gods tijd en plaats geopenbaard zou kunnen worden. Hij is niet verloren voor de mens, hij is gebonden aan het vlees. Hij is echter wèl gebonden aan de God van Abraham, Isaäk en Jakob, de Vader van onze Heer Jezus Christus."
Het antwoord dat hierin vervat ligt richt zich op ons begrijpen van het doel van die oorspronkelijke beperking. Als Adams en Eva's kracht bedoeld was om uitgeoefend te worden in een zuivere relatie met God, dan is het aannemelijk dat zij werden begrensd teneinde te voorkomen dat die kracht misbruikt zou worden in de handen van mensen.
Een feit is dan, dat het niet is het gebrek aan kracht of kennis die aan de wortel ligt van onze toestand, maar eenvoudigweg de verdorvenheid van de wil. In deze omlijsting moeten de pogingen van "psychische" zelfontwikkeling gezien worden als menselijke rebellie tegen God, omdat men zich probeert te onttrekken aan de gevolgen van de vloek, zonder gekonfronteerd te willen worden met de oorzaak van die vloek.
Een 2e theorie is hier nauw mee verweven. Men neemt dan aan, dat God de mens schiep met een lichamelijke struktuur, met zenuwen en spieren, en wat dies meer zij, maar dat hij ontwikkeld moet worden t.a.v. volwaardige psychische kwaliteiten en rijpheid, zoals dit zou zijn, als zij niet belemmerd werden door de "val".
Evenals bij kinderen organen zich ontwikkelen vanuit een onrijpe staat, zo zouden ook menselijke wezens een kringloop heben voor paranormale vermogens, maar nog in onrijpe en (als regel) inaktieve konditie.
Als dit het geval is, dan zijn de argumenten tegen het stimuleren van zulke strukturen des te overtuigender. Hoewel we in een toestand zouden verkeren van ingekapselde geestelijke ontwikkeling als gevolg van de "val", is Gods antwoord op onze omstandigheden niet gericht op voortdurende groei en ontwikkeling alsof er niets gebeurd zou zijn.
Er is eerder sprake van een ingreep van Godswege, in de tussenkomst van Jezus' vleeswording en opstanding. Gods roep is daarom primair niet tot groei, maar tot bekering. En zonder dat is er immers geen sprake van groei? Elke beweging in dit - Gods - gebied is een zich richten op en bewegen in, het terrein van Gods tegenstander, die alles poogt te imiteren.
Gods verklaring toen Hij zei: "Zie de mens is geworden als Onzer één ..." (Gen. 3:22) bleek van dusdanige ernst dat onmiddelijke uitdrijving uit de hof van Eden het gevolg was.
Het hele gebied van de para-psychologie ligt in de sfeer van het uitdagen van God. Maar als we toekomen aan het lezen van esoterische boodschappen, dan zullen we getroffen worden door een heel bijzonder feit: door ongehoorzaamheid aan God verkrijgen de mensen op onwettige wijze bepaalde kwaliteiten of kapaciteiten, waarvoor weliswaar de basis niet geheel verloren, maar toch ingekapseld was na de vloek die de gehele mensheid heeft getroffen.
Nog een theorie, de spiritistische, suggereert dat psychische vermogens het resultaat zouden zijn van de verbinding tussen de menselijke ziel en het onderbewustzijn als een extra-dimensionaal of "niet-vleselijk" gegeven.
Het feit dat menselijke wezens een overblijfsel of een nog onvolkomenen potentie hebben voor psychische ervaringen, sluit niet uit, dat een centrum in ons zenuwstelsel dienst doet als schakel met bovennatuurlijke wezens, of dat dit geaktiveerd wordt door de direkte invloed van een geestes-energie, zoals een radio wordt geaktiveerd door de stekker in het stopkontakt te steken.
In ieder geval is het bijbels en empirisch (op ervaring berustend) niet te ontkennen, dat vele paranormale gebeurtenissen voortkomen uit het doordringen in het rijk van materie, ruimte en tijd via een andere dimensie van bestaan, die gewoonlijk genoemd wordt: het "geestelijk gebied". Deze verklaring wordt aanvaard door de gehele Bijbel heen, maar we kunnen e.e.a. verfraaien door te bouwen op de ontdekkingen van de moderne psychologie.
Physici hebben reeds jaren getheoretiseerd omtrent de mogelijkheid dat ons rijk co-existeert met een ander, voor een groot deel nog ontontdekt - door het verschil in anatomische strukturen of frekwentie.
Wetenschappers hebben - overigens zonder sukses - gezocht naar een moeilijk element, dat zich sneller dan het geluid zou voortbewegen, tegengesteld aan de atomen van onze wereld die zich langzamer bewegen dan de snelheid van het licht.
Materieel gezien kan dit vergeleken wordedn met Einssteins spektakulaire stelling (E = mc2 ), dat Energie gelijk is aan de massa maal de snelheid van het licht in het kwadraat. De ontdekking - en spekulaties er rondom - van "het zwarte gat" bevestigt dat er "meer is dan een mensenoog kan zien".
Door de jaren heen is door vele goed gedokumenteerde manifestaties van de para-psychologie en spiritistische verschijnselen aangetoond dat er een ander rijk bestaat, en ook dat het (enige) psychische eigenschappen heeft.
De "materialisatie uit de lucht" opgeroepen door de Egyptische hoftovenaars in Exodus zou kunnen wijzen op een hoge mate van spirituele kennis. Dit proces - bekend als de transmogrifikatie (metamorfose) - kan theoretisch bevestigd worden door het rekonstrueren van energie in solide vorm.
Einsteins relativiteits-theorie verschaft ons begrip van deze relatie tussen energie en materie. Energie kan omgevormd worden tot stoom en materie en ijs. Omdat H2O als vloeistof en als massa bekend is, kan energie (stoom) omgekeerd worden in materie (ijs), afhankelijk van de temperatuur.
Volgens Einstein kan dezelfde relatie bestaan tussen massa en energie. We kunnen verder gaan door te suggereren dat kracht toegepast kan worden door wezens vanuit een ander gebied, die katalysatoren kunnen zijn in materialisatie, teleportatie, telekinsese, enz.
Bovendien, als er al andere machten zouden bestaan, dan is het niet onredelijk te denken, dat zij zich in meerdere vormen kunnen openbaren.
Mensen die psychische vermogens ontwikkelen, zouden dan in staat zijn de energie van dit "andere rijk" te genereren tot een variëteit van paranormale fenomenen.
Nogmaals kunnen we stellen, dat de werking en de uitingen, zowel als de vrucht van de Geest, de enige door God toegestane expressies van het "geestelijke" zijn. Al het andere is niet van God en voor Zijn volgelingen verboden.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ]
[ Vorige | Volgende ]
Het paranormale en de Bijbelse realiteit
Ik wil met klem tegenspreken dat de wonderen van de Oud-Testamentische heiligen, zoals Mozes en Aäron, dan wel die van de Nieuw-Testamentische apostelen als Petrus, Johannes en Paulus, vergeleken mogen worden met de hedendaagse para-psychologische manifestaties. Deze bevestigen eerder dat we het hier hebben over een andere orde van spiritualiteit.
En die van de Here Jezus? Was Hij een wonderwerkende "shaman" of een "zielkundige"? We houden vast aan de stelling dat de antwoorden op deze vragen van het grootste belang zijn in het licht van de tegenstelling tussen de Bijbel en de Para-psychologie.
Het Oude Testament erkent de realiteit en de kracht van de daarin beschreven okkulte praktijken. Velen hebben geloofd dat al dergelijke fenomenen van God zouden komen, of "gaven van God" zouden zijn. De spiritist zegt dan vaak: "Het is van God"
In de zin dat God alle dingen geschapen heeft, zou er iets voor te zeggen zijn. Maar men kan moeilijk volhouden dat de krachtsopenbaring van de anti-christ (beschreven in Openbaring 13) daarom van God zou zijn.
De verklaring "alle waarheid is Gods waarheid" is een gemeenplaats; en evenals alle gemeenplaatsen kan dit leiden tot een versimpeling die het onderwerp versluiert.
De realiteit is dat in een gevallen wereld, veel van Gods waarheid, de waarheid dan ook IS met betrekking tot valsheid, zoals korruptie en misleiding.
Een konsekwentie van dat feit is, dat terwijl alle waarheid Gods waarheid is, niet alle wijsheid Gods wijsheid is, maar dat die ook van de wereld kan zijn.
In Jesaja 47:10 zegt God tegen Babylon: "Gij vertrouwdet op uw boosheid ... uw wijsheid en uw kennis zijn het, die u verleid hebben, zodat gij bij uzelf zeidet: Ik ben het en niemand anders."
Vanuit Gods perspektief kan "kennis" - "werkelijkheid" zijn, maar daarom nog niet "waar". Een duidelijke onderscheiding tussen Gods kracht en die van okkulte machten blijkt uit het bijbelse verslag dat als tegenstelling tussen die twee leert: Gods kracht is onbegrensd en zal uiteindelijk de tegenstander overweldigen.
In Exodus faalden de priesters erin insekten voort te brengen. In het boek Daniël werd Daniël werd Daniël voor koning Nebuchadnezar gebracht, toen de hof-tovenaars er niet in slaagden de droom van de koning te verklaren.
Daniël analiseerde het probleem door te verklaren: "De verborgenheid waarnaar de koning vraagt, kunnen geen wijzen, bezweerders, geleerden of waarzeggers de koning te kennen geven. Maar er is een God in de hemel, die verborgenheden openbaart." (Dan. 2:27,28)
Evenzo in het boek der Handelingen: Simon, een tovenaar van grote faam, werd blijkbaar bekeerd door de bediening van Filippus. Het verslag zegt, dat voor zijn bekering: "... allen, van klein tot groot zich aan hem hielden en zeiden: Deze is wat genoemd wordt de grote kracht Gods. En zij hielden zich aan hem, omdat hij reeds lange tijd hen door toverijen verbijsterd had." (Hand. 8:10,11)
Hoewel de natuur van zijn magie niet genoemd wordt, kunnen we aannemen dat zijn krachten de psychische uitwerking hadden zoals we de vandaag de dag zien in: telepathie, materialisatie, telekinsese.
Na zijn bekering echter: "... bleef Simon voortdurend bij Filippus, verbijsterd door de tekenen en grote krachten, die hij zag geschieden." (Vers 13)
Nogmaals, we zien dat Gods kracht in het uitwerken van wonderen zowel onbegrensd, als van een geheel andere orde is dan de okkulte, magische krachten. Dit wordt nog duidelijker in Handelingen 13, als Paulus en Barnabas, Elymas als een valse profeet aan de kaak stellen. En God stelt nadrukkelijk in Zijn Woord, dat juist de okkulte praktijken ten strengste verboden zijn voor gelovigen.
Konklusie: De Bijbel erkent de realiteit van okkulte fenomenen en para-psychologische manifestaties, maar verwerpt deze met nadruk als zouden deze een middel zijn in Gods hand.
Integendeel, veel van het bijbels getuigenis benadrukt de minderwaardigheid en het gevaar van dergelijke diskutabele spirituele praktijken.
Wat de Bijbel aanmoedigt is de menselijke toenadering tot God door het geestelijk beleven in eenvoudig geloof, bekering, wedergeboorte en gehoorzaamheid, verbonden met het ernstig zoeken naar God. (Hebr. 11:6)
In de kosmische strijd tussen waarheid en bedrog, tussen goed en kwaad, is het slechts door geestelijke vernieuwing in Christus, dat de gevallen mensheid de dood en het verval kan overwinnen.
De bijbelse openbaring associeert okkultisme en para-psychologische gebeurtenissen nooit met overwinning, blijdschap of met absolute waarheid. Integendeel, het identificeert het gehele syndroom voor het grootste deel met het menselijke kosmische en wereldse dilemma. (Syndroom: het geheel van verschijnselen van een ziekte).
En tóch, temidden van deze schaduwen van geestelijke verwarring proklameert de Bijbel Gods absolute licht, waarheid, goedheid, liefde en Zijn rechtvaardig oordeel over de tegenstander.
De onfeilbare boodschap van de Bijbel wordt in ruimere zin opgesomd in het evangelie van Johannes waar we lezen: "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe." (Joh. 3:16)
De oproep is tot bekering, de belofte is die van genade. Toch openbaart de vervuling van deze belofte is die van genaden. Toch openbaart de vervulling van deze beloefte, dat als we geen onderscheid kennen waar het onze handelingen bettreft, we zullen komen te staan voor het oordeel van God.
"Zalig zij die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad. Buiten zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet." (Openbaring 22:14,15).
"Heb geen deel aan hun boze werken", luidt het woord des Heren.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ]
[ Vorige | Volgende ]
Misbruik van de schriften
Om vals geld te kunnen beoordelen, moet men bekend zijn met het echte wettige betaalmiddel. Kennis van het "ware" is nodig om het "valse" te kunnen onderscheiden.
Om onjuist schriftgebruik te kunnen onderscheiden (d.i. misbruik ervan) moet een Christen bekend zijn met het Woord van God en de principes van de verklaring ervan (hermeneutiek) juist toepassen. Het voornaamste doel van die principes is vast te stellen, wat de schrijver bedoelde, waarna de uitleg in goede banen geleid kan worden .Hiertoe is het lezen van tekst en kontekst van belang.
De volgende voorbeelden illustreren hoe zulk misbruik van de Schriften weerlegd kan worden waar het gaat om psychische fenomenen. De tovenares van Endor bijvoorbeeld. Sommige okkultisten citeren 1 Samuël 28:1 als een tekst die het mediumschap zou ondersteunen. zij isoleren het vers "Toen zeide Saul tot zijn dienaren: Zoekt mij een vrouw die geesten van doden kan bezweren; dan wil ik naar haar toegaan en haar raadplegen", om hun visie, dat het konsulteren van een medium of helderziende aanvaardbaar is, te rechtvaardigen.
De toepassing van deze drie-voudige tekst zoals hierboven genoemd echter, zal verklaren of Sauls vraag in dit bijzonder geval, overeenkomt met gods geboden.
Grammatikaal gezien, zou het kunnen lijken alsof Saul juist was in het konsulteren van het medium in de spelonk in het Noorden van Israël. Maar het ligt duidelijk anders.
Hij, Saul, "vroeg de Here", maar de Here antwoordde hem niet, noch door dromen, noch door de Urim, noch door de profeten. Sauls enige toevlucht was het zoeken van onwetmatige raad.
De historische kontekst echter, openbaart waarom God niet hoorde naar Sauls dringend verzoek. In 1 Sam. 18:12 lezen we dat "saul bevreesd werd voor David, omdat de Here met hem was, terwijl hij van Saul geweken was". En in 1 Sam. 28:18: "Omdat gij ( Saul) naar de Here niet geluisterd hebt - daarom heeft de Here u op deze dag dit aangedaan (Zich van Saul afgewend) ."
Saul werd vaak beheerst door vrees en jaloezie tijdens zijn gehele regeringsperiode. In dit bijzondere geval ( sauls opdracht om een medium te zoeken) "Vervulde vrees zijn hart", als hij de realiteit van de strijd met de Filistijnen voor ogen had.
Samuël, de ziener, was dood. Saul had de media en spiritisten uit zijn land verdreven. God beantwoordde zijn vragen niet. Aldus ging hij zich vermommen en onder de bedekking van de nacht naar het medium van Endor en droeg hij haar op: "Wil mij waarzeggen met behulp van de geest van een dode, en laat mij opkomen die ik u noemen zal. "
Gedurende de séance, verscheen Samuël aan Saul om Gods oordeel over Sauls afvalligheid uit te spreken. Samuëls verschijning was eigenlijk een "opschorten" van Gods eeuwig verbod tot het toepassen van zwarte kunst, teneinde Zijn oordeel over Sauls ongehoorzaamheid uit te spreken, en niet: Gods goedkeuring tot mediumschap en kommunikatie met de doden.
Een andere hiermee in verband staande passage, toont ook aan dat god Sauls gedrag in het geheel niet goedkeurde. In1 Kronieken 10:13,14 lezen we: "Zo stierf Saul, omdat hij de Here ontrouw geweest was, omdat hij het woord des Heren niet in acht had genomen, ja zelfs de geest van een dode ondervraagd en geraadpleegd had ..."
Als de volle omvang van de teksten (o.a. Deut. 18:9-14; 2 Kon. 21;1 Kron. 33; Jesaja 8:19) die spreken over okkulte praktijken tot ons doordringt, dan zien we dat dit uit zijn kontekst genoen voorval een zeldzame uitzondering is op de regel: De Schriften staan onder geen voorwaarde gemeenschap met de doden toe.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ]
[ Vorige | Volgende ]
Waarzeggerij
De beschrijving van Jozes in Genesis 44 wordt ook vaak geciteerd om waarzeggerij goed te praten. Grammatikaal moeten de verzen op hun waarde geschat worden. "Is deze ( de beker) het niet, waaruit mijn heer drinkt en waarmede hij de toekomst pleegt te voorspellen? " en "Wist gij niet, dat een man als ik dat ongetwijfeld ontdekken moest?" Zijn schijnen te impliceren dat Jozef waarzeggerij of helderziendheid pleegde.
Een nader onderzoek van de historische kontekst toont echter het dubieuze karakter van die implikatie. Jozef was de tweede man in rang naast Farao, toen zijn broers in Egypte voedsel kwamen kopen. Hen herkennend, die hm in zijn jeugd verraden hadden, bedacht Jozef een plan om zich aan hen bekend te maken, maar ook om ze een lesje te leren.
Waarzeggerij was waarschijnlijk gebruikelijk aan het Egyptische hof. Dus beschreef Jozef zichzelf als helderziende, toen hij zijn broers aansprak, teneinde zijn plan te volvoeren. Hij deed het voorkomen of hij helderziende was en daarom wist dat de beker in de zak van Benjamin zat. Anders zouden zijn broers zich hebben afgevraagd: "Hoe wist hij dat? ", terwijl Jozef het zelf met opzet gedaan had.
Voor een man die eerbiedig gehoorzaamde aan de God van Israël, is het zeer twijfelachtig dat Jozef feitelijk helderziendheid praktiseerde, ongeacht zijn intrede in de Egyptische kultuur.
En verder, de tweede sleutel illustreert in relevante passages het oordeel van God over zulke aktiviteiten: "Bedrieglijke dingen en leugenachtige waarzeggerij hebben zij geschouwd die zeggen: zo luidt het woord des Heren - terwijl de Here hen niet gezonden heeft; en dan wachten zij nog op de vervulling van het woord! Hebt gij dan geen bedrieglijk gezicht geschouwd en leugenachtige waarzeggerij gesproken, toen gij zeidet: Zo luidt het woord des Here - terwijl Ik niet gesproken had. " (Ezechiël 13:6,7)
"Onder u zal er niemand worden aangetroffen, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet gaan, die waarzeggerij pleegt, geen wichelaar, uitlegger van voortekenen, of tovenaar, geen bezweerder, niemand die de geest van ee dode of een waarzeggende geest ondervraagt of die de doden raadpleegt. Want ieder die deze dingen doet, is de Here een gruwel." (Deut. 18:10-12)
Gezien in zijn juiste kontekst, is een dergelijke verwijzing naar Jozefs "waarzeggerij" en valse interpretatie van een tekst, door deze te isoleren van de verzen die een verklaring geven. Daardoor wordt de historische verbinding ervan ontkracht.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ]
[ Vorige | Volgende ]
Conclusie
Als zij de Bijbel gebruiken om hun visie te verdedigen, vertonen de voorstanders van de para-psychologie de neiging om de diskutabele teksten eruit te lichten en deze te gebruiken om hun gelijk te tonen.
Andere probleem-onderwerpen zijn "gaven van de Geest" versus para-psychologische fenomenen, profetie versus okkulte voorspellingen. Teksten die op deze onderwerpen slaan, blijken verdraaid te worden, zelfs terwijl het woordelijke principe wordt toegepast. Daarom moeten christenen de ware inhoud van de passage in zijn kontekst bezien en het historisch verband benevens duidelijk verwante teksten raadplegen.
Ons geloof is verankerd in de onveranderlijkheid van God en in de waarheid die Hij in het totaal der Schriften openbaart. Daarom kunnen we alleen Schrift met Schrift vergelijken met als doel de juiste inhoud en betekenis van een vers of een aantal verzen te verstaan.
De toepassing van deze principes houdt zowel Bijbel-leraren als christen-leken af van het afdwalen tot een vals gebruik van de Schriften.
Zij verschaffen ook het platform van waaruit zijn, die de schrift misbruiken, terecht gewezen kunnen worden en ertoe aangemoeidigd om hun positie te heroverwegen.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ]
[ Vorige | Volgende ]
Parapsychologie versus de Werking van de Heilige Geest
Er zijn er, die de para-psychologie toepassen of verdedigen en de bijbelse gegevens aangaande de "uitingen van de geest" relateren aan hun opvattingen. Het is hierbij verstandig na te gaan wat het Nieuwe Testament zegt omtrent de Persoon en het werk van de Heilige Geest.
Een systematische theologie van de Heilige Geest, zou, vanzelfsprekend, te omvangrijk zijn, dus zullen we onze waarnemingen beperken tot drie opvallende opmerkingen.
Ten eerste kwam de Heilige Geest om Jezus' aardse bediening waar te nemen. "Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden." (Joh. 16:7).
Ten tweede wordt de Heilige Geest in het Nieuwe Testament beschreven in persoonlijke termen en nooit als een onpersoonlijk krachtveld of enig ander koncept dat uit monistische filosofieën voorkomt. Hij kan bedroefd worden, Hij kan voor ons pleiten. Hij kan ons leiden, overtuigen van zonden, enz. Dit zijn allemaal persoonlijke bedieningen.
Bovendien staat boven alles de eerste en grootste eigenschap van de Heilige Geest. Jezus zegt: "Hij zal Mij verheerlijken". En overal en altijd waar aan dit facet wordt tekort gedaan, dienen we het waarschuwingslicht op "rood" te zetten.
Ten derde wijst de persoonlijkheid van de Heilige Geest op Gods drievuldigheid. De Bijbel verklaart deze leer als fundamenteel, waardoor we iets leren begrijpen van de relatie tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Jezus, als de unieke inkarnatie van God, kwam op deze aarde vooral (zo niet uitsluitend) om de gevallen mensheid te redden door Zichzelf te offeren voor de zonden der mensheid en de "beschuldiging en straf" voor ons, op Zich te nemen. (Joh. 1:1; 3:16; 2 Kor. 5:19-21).
Jezus noemde Zichzelf niet "de Grote Leraar" of een "Joodse Goeroe", die rondging met de esoterische doktrines van het z.g. "Christus-bewustzijn". Dit laatste koncept wordt nergens in de Bijbel gevonden, ondanks die verzekering van vele zijden. Jezus kwam om God de Vader te verheerlijken, hetgeen Hij bereikte door gehoorzaamheid, verzoenend sterven en opstanding. De Heilige Geest op Zijn beurt verheerlijkt Jezus. We bidden tot God de Vader, door Jezus Christus, daarbij geholpen door De Heilige Geest; aldus hebben christenen hun relatie met de levende God.
Hierdoor kunnen we veilig aannemen dat de gaven (uitingen) van de Geest de centrale waarheden van de Schriften bevestigen en verklaren.
Dit is de waardevolle inhoud van 1 Kor. 12, zowel als van de hoofdstukken 13 en 14. Paulus bevestigt in Hoofdstuk 12 vers 3 het motief voor de verbreiding van de gaven van de Heilige Geest: Jezus te verheerlijken en de aandacht te vestigen op Hem die de Heilige Geest bracht tot opbouw van de Gemeente, het lichaam van Christus, zodat men blijft in de Here Jezus en leeft overeenkomstig Zijn wil. Dit is het gemeenschappelijk bezit waarvan gesproken wordt in vers 7. In de verzen 4,5 en 6 wordt de drievuldigheid opnieuw duidelijk uitgelijnd en Paulus benadrukt, dat er geen substantieel verschil is in wezen, noch in doel, tussen de Geest, de Heer (Jezus) en God (de Vader).
De "gaven" worden gedefinieerd als zijnde tot "dienstbaarheid" (v.3) hetgeen duidelijk impliceert dat zij gegeven zijn voor het welzijn van anderen (i.c. de Gemeente). Paulus keurt openlijk het gebruik van welke gave dan ook voor zelfzuchtige doeleinden of persoonlijk voordeel, af. (Hoofdstuk 13; 14:1-5)
De grondtoon in Paulus' 'verhandeling is, dat het werk van de Geest geldt tot verheerlijking van Christus en tot stichting (opbouw) van de Gemeente. Het is daarom niet verwonderlijk dat hij te kennen geeft, dat het werk van de geestesgaven dient tot dienstbaarheid aan het lichaam van Christus.
Beantwoordend aan de beschrijving van de gaven in de verzen 8-10 zou er aanleiding kunnen zijn tot de volgende gedachte: "Een woord van wijsheid en kennis" zou door kwaadwillenden genoemd kunnen worden helderziendheid en telepathie, hoewel deze uitdrukkingen vrijwel uitsluitend gebruikt worden in spiritistische kringen en niet worden gebezigd door bijbelse christenen.
Zij die afgestemd zijn op de Heilige Geest, zullen wezenlijk ontvankelijk zijn voor de leiding van de Geest, maar slechts in zoverre als zij het licht werpen op de centrale plaats van Christus, zoals eerder vermeld.
Hetzelfde geldt voor genezing en profetie. al deze handelingen zullen zijn tot eer en glorie van de Heer en zullen het geloof van anderen opbouwen. Nogmaals, het is duidelijk dat de "gaven" (uitingen) van de Heilige Geest slechts als "waar" gezien kunnen worden als God de glorie wordt gegeven door Jezus Christus, tot stichting van de Gemeente. Bovendien geldt de betrokkenheid hiermee slechts voor hen die weten "wederomgeboren" te zijn.
Het is niet mogelijk dat "mediumschap" een gave of een uiting van de Geest zou zijn. Die praktijken worden ten strengste veroordeeld in de Bijbel.
In dit verband moet ik wijzen op Galaten 5:22-24, waar Paulus de Korinthe-brief aanvult met een beschrijving van de "vrucht van de Geest". Het is opmerkelijk, dat in de voorafgaande verzen (v. 19-21) met de "werekn van het vlees" o.a. tovenarij wordt bedoeld.
De para-psychologie gebruikt vele verboden para-normale krachten, die vrijwel zeker vallen onder de rubriek "spiritisme". Als in sommige gevallen indrukwekkende wonderen worden verricht en Jezus niet als Heer erkend wordt (Phil. 2:9,10) hebben we te doen met een valse profeet of ergeer "Dit is de geest van de antichrist". (1 Joh. 4:3)
De "hogere weg" waar Paulus over spreekt in 1 Kor. 12 wordt zeker gevonden in zijn beschrijving in hoofdstuk 13, waarin de bijzondere liefde van Christus weergegeven wordt.
Tot besluit hiervan mogen we zeggen dat de hoofdstukken 12 en 14 Paulus' verlangen weergeven, dat de gaven van de Geest zullen leiden tot dienstbaarheid, "de liefde die zichzelf niet zoekt" (hfdst. 13) tot opbouw van de gemeente op het zekere fundament, d.i. Jezus Christus (1 Cor. 3:11).
Het is in het licht van deze kriteria dat hij de Korinthiërs onderwees, en met hen alle ware christenen, om zich uit te strekken naar "geestelijke gaven", die van God zijn.
Prof. Thorson zegt in "The Spiritual Dimensions of Science" terecht, dat onze kultuur zich beweegt "terug naar bijgeloof en magie, terug naar irrationaliteit, en aan het eind terug naar vrees en duisternis." "Niet alle leiders van deze trend zijn gekleed als duistere tovenaars en satanisten. Sommigen zien er uit als rationele denker."
Op grond van het Bijbels getuigenis geloven christenen in wonderen. Maar betekent dat ook, dat we psychische fenomenen moeten accepteren, als we die niet Bijbels kunnen thuisbrengen? Velen verlangen naar de veronderstelde ervaringen, als zouden geestelijke wezens inwerken in de physieke wereld. De wereld van de para-psychologen en spiritisten staat reeds lang onder invloed van magiërs, charlatans en regelrechte zwendelaars, die hun terrein met meer verve verdedigen, dan ooit tevoren.
Maar er is nog iets. Als we getroffen worden door een vreemde ervaring, vragen we meestal alleen of die gebeurtenis van God is of van satan. Waarom vragen we niet eerst of het verklaard kan worden door suggestie of vanuit eenvoudige physieke of zielse oorsprong?
Bovendien zal het naslaan van een katalogus van spiritistische technologie met trucs als ectoplasma generatoren, tafel-lifters en middelen tot het produceren van "geestelijke effecten" gedurende séances, dit alles wel in een bijzonder licht stellen.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ]
[ Vorige | Volgende ]
Je moet het geloven
Een voorbeeld hiervan vinden we in de z.g Philip-groep. De mensen poogden lange tijd tevergeefs een bepaalde geest op te roepen. Pas nadat zij iets gelezen hadden over het effekt van "het te geloven", hadden zij sukses.
Het interessante van deze gebeurtenis is, dat het twee dingen aantoont. Aan de ene kant illustreert het de stelling van okkultisten, dat geloof zelf een kracht is of kracht aantrekt, ongeacht waarIN men gelooft. Aan de andere kant demonstreert het een konnektie tussen de kracht van "geloven" in geestelijke wezens, en wat we "demonen" zouden kunnen noemen vanuit een Bijbels standpunt.
Toch kan men zeggen dat dit soort zaken iets illustreert, maar nog niet bewijst. De vraag naar bewijs is een heel andere zaak. Als psychische gebeurtenissen ons gedeeltelijk geestelijk en gedeeltelijk physiek (of gedeeltelijk natuurlijk en gedeeltelijk bovennatuurlijk) voorkomen, kan men zeggen dat welk "bewijs" ook, zowel inkompleet als dubbelzinnig is.
Het is interessant te weten, dat de para-psychologen een veelheid van theorieën kennen om hun resultaten te verklaren. Temidden van al deze verschillen is er één ding zeker. De psychische fenomenen overtuigen de para-psycholoog ervan dat het verstand meer is dan materie alleen - dat de hersenschors meer is dan een gekompliceerd brok cellen.
Men is er in het algemeen van overtuigd dat er niet-physiek aspekt van bestaan is, dat, hoe het dan ook werkt, werkelijk funktioneert. Vanuit de Bijbel weten we, dat de mens een bijzondere kombinatie is van materie en geest (Gen. 2:7). Onze geest - hoe, dat weten we niet - beïnvloedt de neuronen van onze hersenen. Verder beslist onze wil wat we gaan zeggen. Onze woorden zijn niet slechts het resultaat van voorafgaande bewegingen van de atomen van onze hersenen - er is een geest bij betrokken.
Hoe maakt die geest dan kontakt met de materie? Ik weet dit niet zeker, maar er is een soort relatie die de kommunikatie door het lichaam verzorgt. Het kan ook een andere geest mogelijk maken hetzelfde te doen, vooropgesteld dat men niet waakzaam is.
De bekende Nobelprijs-winnaar Sir John Eccles zei eens: "De hersenen vormen een machine die een geest kan beïnvloeden"
In een normale staat van bewustzijn, worden de hersenen dus door onze geest beïnvloed. Maar onder bepaalde omstandigheden van bewustzijn kan de konnektie zodanig verzwakt worden, dat het mogelijk is dat een andere geest indringt en de cellen van onze hersenen bespeelt (Paddo's, Weed, Drank enz ...). Op deze manier kunnen hallucinaties ontstaan die als realiteit ervaren kunnen worden. Zo kan valse - of akkurate - informatie overgedragen worden en mogelijk een heel skala van illusies kreëren die van een valse informatiebron geven van realiteit, en een leugen leren in plaats van de waarheid.
De para-psycholoo benadrukt de rol van "geloof" als een middel dat alles in beweging zet. Het idee van "geloof" als een techniek voor het produceren van resultaten, wordt ook in sommige christelijke kringen gehanteerd en vormt een gevaar voor de gelovigen, omdat het leidt tot het aanvaarden van ideeën en theorieën van para-psychologische aard. In deze kringen heeft men God niet nodig als het gaat om deze verschijnselen.
Ik wil eerder de nadruk leggen op de Helige Geest IN de gelovige dan op "zijn" of "haar" geloof, althans als het erom gaat daarbij een van tevoren bekend resultaat te bereiken.
Misschien kunnen we het met Scoop Nisker zeggen: "Als er een geestelijk vakuüm is, dan is het gevaar van infiltratie groot". Ik zou nog verder kunnen gaan en zeggen: "Waar de Heilige Geest niet aktief is in gelovigen, is de kans op valse geestelijkheid of paranormale ervaring mogelijk - evenals het optreden van "zielse" ervaringen die voor geestelijk worden aangezien".
Het vasthouden aan het onfeilbare Woord van God, als ware leidraad voor leven en werken, benadrukt de waarschuwing: "En neemt geen deel aan de onvruchtbare werekn der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer." (Efeze 5:11).
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ]
[ Vorige | Volgende ]
Literatuurlijst
-
ESP and Parapsychology; C. Hansel
-
Psychology and the occult; Carl. Jung
-
The Roots of Coincidence; Arthus Koestler
-
Latente Kracht van de Ziel; Watchman. Nee
-
Behoud van de Ziel; Watchman Nee
-
None Dare Call It Witchcraft; Gary North
-
Ziel en Geest; Jessie Penn Lewis
-
PSI: What is it?; E. Rhine Louisa
-
Science and the Supernatural; John Taylor
- Verzamelde gegevens van Spiritual Counterfeits Project

14 gasten