| Auteur | : | ACI |
| Geplaatst op | : | 24-07-2002 |
| Gelezen | : | 3647 keer |
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ]
[ Vorige | Volgende ]
De drieëenheid
De term drieeenheid hebben we allemaal wel eens gehoord, maar wat houdt het nou precies in. Er zijn geloofsstromingen die zelfs ontkennen dat God een drieeenheid is.
In dit verslag wil ik nader ingaan op de drieeenheid aan de hand van een aantal Bijbelteksten.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ]
[ Vorige | Volgende ]
God is één en toch omvat de Godheid meer dan één persoon
Deuteronomium 6:4:
"Hoor, Israël: de HERE is onze God; de HERE is
één!"
Jesaja 43:10b:
"; vóór Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen
zijn."
Genesis 1:26a:
"En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als
onze gelijkenis,"
In de bovenstaande tekst staat niet: "Laat Mij mensen maken naar mijn beeld", nee, er staat: "Laat Ons mensen maken naar ons beeld". Hieronder volgen nog twee soortgelijke voorbeelden.
Genesis 3:22a:
"En de HERE God zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer
een door de kennis van goed en kwaad;"
Genesis 11:7:
"Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren,
zodat zij elkanders taal niet verstaan."
Opmerking:
Het Hebreeuwse woord "Elohim" staat in het eerste hoofdstuk van
Genesis 32 keer. Dit woord is vertaald met "God", zoals in Genesis 1:1. Het
woord "Elohim" heeft de gebruikelijke Hebreeuwse uitgang voor alle mannelijke
naamwoorden in het meervoud. Het woord God, zou dus eigenlijk met Goden vertaald
moeten zijn. (Overgenomen uit hoofdstuk 1 van het boekje "Namen van God in het
oude testament" door Nathan J. Stone).
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ]
[ Vorige | Volgende ]
Jezus leefde reeds voor Hij als mens geboren werd
Johannes 17:5:
"En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de
heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was."
Johannes 8:57-58:
"De Joden dan zeiden tot Hem: Gij zijt nog geen vijftig
jaar en hebt Gij Abraham gezien? Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg
u: Eer Abraham was, ben Ik."
Johannes 16:26-28:
"Te dien dage zult gij in mijn naam bidden en Ik zeg u
niet, dat Ik de Vader voor u vragen zal, want de Vader zelf heeft u lief, omdat
gij Mij liefgehad en geloofd hebt, dat Ik van God ben uitgegaan. Ik ben van de
Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weder en ga tot de
Vader."
Johannes 1:15:
"Johannes heeft van Hem getuigd en heeft geroepen zeggende:
Deze was het, van wie ik zeide: Die na mij komt is vóór mij geweest, want Hij
was eer dan ik."
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ]
[ Vorige | Volgende ]
Aanwijzingen voor de Goddelijkheid van Jezus
Jezus zegt: Ik en de Vader zijn één.
Johannes 8:53-55a:
"Gij zijt toch niet meer dan onze vader Abraham, die
gestorven is? Ook de profeten zijn gestorven; voor wie houdt Gij Uzelf? Jezus
antwoordde: Als Ik Mijzelf eer, betekent mijn eer niets; mijn Vader is het, die
Mij eert, van wie gij zegt: Hij is onze God, en gij kent Hem niet, maar Ik ken
Hem."
Johannes 10:30:
"Ik en de Vader zijn één."
Johannes 14:7:
"Indien gij Mij kendet, zoudt gij ook mijn Vader gekend
hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien."
Johannes 14:8-9:
"Filippus zeide tot Hem: Here, toon ons de Vader en het
is ons genoeg. Jezus zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij
Mij niet? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon
ons de Vader?"
Johannes 10:37-38:
"Indien Ik de werken mijns Vaders niet doe, gelooft Mij
niet, doch indien Ik ze doe en gij Mij toch niet gelooft, gelooft dan de werken,
opdat gij weten en erkennen moogt, dat de Vader in Mij is en Ik in de
Vader."
Jezus is de Schepper
Hebreeën 1:10:
"En: Gij, Here, hebt in den beginne de aarde gegrondvest,
en de hemelen zijn het werk uwer handen;"
Hebreeën 1:1-3a:
"Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de
vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot
ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen,
door wie Hij ook de wereld geschapen heeft. Deze, de afstraling zijner
heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord
zijner kracht,"
Colossenzen 1:15-18:
"Hij is het beeld van de onzichtbare God, de
eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die
in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij
tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen
zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alles en alle dingen hebben
hun bestaan in Hem;"
Johannes 1:3:
"Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is
geen ding geworden, dat geworden is."
1 Corinthiërs 8:6:
"- voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit
wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Here, Jezus Christus, door wie
alle dingen zijn, en wij door Hem."
In de onderstaande twee teksten lezen we dat God alle dingen geschapen heeft, zoals dat in de bovenstaande teksten van Jezus gezegd wordt.
Efeziër 3:9b:
"... God, de Schepper van alle dingen."
Openbaring 4:11:
"Gij, onze Here en God, zijt waardig te ontvangen de
heerlijkheid, de eer en de macht; want Gij hebt alles geschapen, en om uw wil
was het en werd het geschapen."
Jezus staat boven elke macht
Matthéüs 28:18:
"En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is
gegeven alle macht in de hemel en op (de) aarde."
Openbaring 19:16:
"En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de
naam: Koning der koningen en Here der heren."
Hebreeën 1:6 (Vertaling Petr. Canisius):
"En wanneer Hij den eerstgeborene
de wereld binnenleidt, zegt Hij opnieuw: "Alle engelen Gods moeten Hem
aanbidden."
Voor Jezus zal elke knie zich buigen.
Filippenzen 2:10-11: ", opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader." Wat in de bovenstaande tekst van Jezus wordt gezegd, wordt in de onderstaande tekst van God gezegd. Jesaja 45:22-23: "Wendt u tot Mij en laat u verlossen, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer. Want Ik heb gezworen bij Mij zelf, waarheid is uit mijn mond uitgegaan, een woord dat niet zal worden herroepen: dat voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong, zal zweren."Jezus mag aanbeden worden
Matthéüs 4:10-11: "Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen. Toen liet de duivel Hem met rust en zie, engelen kwamen en dienden Hem." Openbaring 14:7: ": en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft." Openbaring 14:9-11: "En een andere engel, een derde, volgde hen, zeggende met luider stem: Indien iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, die zal ook drinken van de wijn van Gods gramschap, die ongemengd is toebereid in de beker van zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en van het Lam. En de rook van hun pijniging stijgt op in alle eeuwigheden, en zij hebben geen rust, dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkteken van zijn naam ontvangt." Openbaring 20:4: "En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en (ik zag) de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang." Handelingen 10:25-26 (Statenvertaling): "En als het geschiedde, dat Petrus inkwam, ging hem Cornelius tegemoet, en vallende aan zijne voeten, aanbad hij. Maar Petrus richtte hem op, zeggende: Sta op, ik ben ook zelf een mensch." Openbaring 22:8-9: "En ik, Johannes, ben het die deze dingen hoorde en zag. En toen ik ze gehoord en gezien had, wierp ik mij neder voor de voeten van de engel, die ze mij toonde, om te aanbidden. Maar hij zeide tot mij: Doe dat niet! Ik ben een mededienstknecht van uw broederen, de profeten, en van hen, die de woorden van dit boek bewaren; aanbid God!" In de bovenstaande teksten blijkt duidelijk dat mensen, engelen en demonen niet mogen worden aanbeden. In de volgende teksten lezen we dat Jezus zijn gehele leven werd aanbeden. Matthéüs 2:1-2 (Statenvertaling): "Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judéa, in de dagen van den koning Heródes, ziet, eenige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen, Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijne ster in het Oosten, en zijn gekomen, om Hem te aanbidden!" Matthéüs 8:2 (Statenvertaling): "En ziet, een melaatsche kwam, en aanbad Hem, zeggende: Heere! indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen." Matthéüs 14:33 (Statenvertaling): "Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!" Matthéüs 28:9: "En zie, Jezus kwam haar tegemoet en zeide: Wees gegroet. Zij naderden Hem en grepen zijn voeten en zij aanbaden Hem."Jezus wordt God genoemd
Jesaja 9:5:
"Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de
heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke
God, Eeuwige Vader, Vredevorst."
Johannes 1:1:
"In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en
het Woord was God."
De hieronderstaande tekst is om aan te tonen dat met het Woord in de bovenstaande tekst Jezus bedoeld wordt.
"Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid."
Johannes 5:17-18:
"Maar Hij antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en
Ik werk ook. Hierom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij
niet alleen de sabbat schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus
met God gelijkstelde."
Johannes 20:28:
"Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Here en mijn
God!"
Romeinen 9:5:
"; hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees
betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid!
Amen."
Titus 2:10b:
", om de leer van God, onze Heiland, in alles tot sieraad te
strekken."
Titus 2:13:
", verwachtende de zalige hoop en de verschijning der
heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus."
Hebreeën 1:8:
"; maar van de Zoon: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid
en de scepter der rechtmatigheid is de scepter van zijn koningschap."
Hebreeën 1:9b:
"; daarom heeft U, o God, uw God met vreugdeolie gezalfd
boven uw deelgenoten."
Hebreeën 3:3-4:
"Want Hij is zoveel groter heerlijkheid dan Mozes waardig
gekeurd, als de bouwmeester hoger eer geniet dan het huis. Want elk huis wordt
door iemand gebouwd, maar de bouwmeester van alles is God."
2 Petrus 1:1:
"Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus
Christus, aan hen, die een even kostbaar geloof als wij hebben verkregen door de
gerechtigheid van onze God en Heiland, Jezus Christus:"
1 Johannes 5:20b:
"; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus
Christus. Dit is de waarachtige God en het eeuwige leven."
Openbaring 19:6b:
"Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft
het koningschap aanvaard."
De onderstaande tekst is ter verduidelijking van de bovenstaande tekst om aan te tonen dat Jezus het is die het koningschap aanvaard.
Openbaring 20:4b:
"; en zij werden weder levend en heersten als koningen
met Christus, duizend jaren lang."
Jezus wordt met Here aangesproken
Lucas 2:10-11: "En de engel zeide tot hen: Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen: U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David."Jezus wordt HERE genoemd
Jezus wordt HERE genoemd daar waar het in het oude testament gaat over de zichtbare wederkomst van Christus op aarde. HERE wordt met vier hoofdletters geschreven indien er de naam van God "JHWH" staat. "JHWH" wordt door velen als Jehovah uitgesproken. Tevens worden zowel Jezus als Jehovah de eerste en de laatste genoemd. Bovendien geldt het recht om eer te ontvangen voor zowel Jehovah als Jezus.Matthéüs 24:30:
"En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen
aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij
zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en
heerlijkheid."
Handelingen 1:11b-12:
"Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel,
zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen. Toen
keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg, genaamd de Olijfberg, die dicht
bij Jeruzalem is, een sabbatsreis daarvandaan."
Zacharia 14:3-4a:
"Dan zal de HERE uittrekken om tegen die volken te
strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; zijn voeten zullen te
dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde;"
Openbaring 1:17b-18a:
", Ik ben de eerste en de laatste, en de levende, en
Ik ben dood geweest,"
Jesaja 41:4b:
"; Ik, de HERE, die de eerste ben, en bij de laatsten ben Ik
dezelfde."
Jesaja 44:6:
"Zo zegt de HERE, de Koning en Verlosser van Israël, de HERE
der heerscharen: Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten mij is er geen
God."
Jesaja 42:8:
"Ik ben de HERE, dat is mijn naam, en mijn eer zal Ik aan
geen ander geven noch mijn lof aan de gesneden beelden."
Johannes 5:22-23:
"Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft het
gehele oordeel aan de Zoon gegeven, opdat allen de Zoon eren gelijk zij de Vader
eren. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem gezonden
heeft."
Openbaring 5:13:
"En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de
aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem, die op de
troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de
kracht tot in alle eeuwigheden."
Jezus is een openbaring van God
Johannes 1:18:
"Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die
aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen."
Johannes 8:19:
"Zij dan zeiden tot Hem: Waar is uw Vader? Jezus
antwoordde: Noch Mij, noch mijn Vader kent gij: Indien gij Mij kendet, zoudt gij
ook mijn Vader kennen."
Colossenzen 2:9:
", want in Hem woont al de volheid der godheid
lichamelijk;"
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ]
[ Vorige | Volgende ]
Jezus was hier op aarde ondergeschikt aan God
Jezus was hier op aarde ondergeschikt aan God, de Vader, omdat Hij een bepaalde taak te vervullen had, die veel lijden teweeg bracht en dus veel gehoorzaamheid van Hem vergde. Die taak om verzoening te doen voor ons zondaars is volbracht. We mogen Hem daarom nu ook niet meer kennen in die gestalte van dienstknecht. Hebreeën 5:7-8: "Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden," Matthéüs 26:39: "En Hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad, zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt." Johannes 14:28b: ", want de Vader is meer dan Ik." Matthéüs 24:36: "Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen." Filippenzen 2:5-8: "Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises." Hebreeën 2:9: "; maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond." 2 Corinthiërs 5:16b: "Indien wij al Christus naar het vlees gekend hebben, thans niet meer."[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ]
[ Vorige | Volgende ]
Mensen ook Gods zoon?
Merkwaardig genoeg worden profeten, rechters, engelen en demonen ook wel als god of Gods zoon aangesproken. Dit mag ons echter niet ertoe brengen om Jezus te verlagen tot slechts een profeet, zoals uit het geheel van deze bijbelstudie overvloedig moge blijken.Exodus 7:1a:
"De HERE echter zeide tot Mozes: Zie, Ik stel u als God voor
Farao;"
Psalm 82:6-7:
"Wel heb Ik gezegd: Gij zijt goden,
ja, allen zonen des
Allerhoogsten;
nochtans zult gij sterven als mensen,
als een der vorsten
zult gij vallen."
Johannes 10:34-37:
"Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven: Ik heb
gezegd: Gij zijt goden? Als Hij hén goden genoemd heeft, tot wie het woord Gods
gekomen is, en de Schrift niet kan gebroken worden, zegt gij dan tot Hem, die de
Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert, omdat Ik heb
gezegd: Ik ben Gods Zoon?"
Exodus 22:9:
"Bij elke zaak van verduistering, hetzij van een rund, een
ezel, een stuk kleinvee, een gewaad, hetzij van welk verloren voorwerp ook,
waarvan (de eigenaar) zegt: dat is het - zal hun beider zaak tot de goden komen.
Hij, die de goden schuldig verklaren, zal aan zijn naaste het dubbele als
vergoeding geven."
Psalm 97:9:
"Want Gij, HERE, zijt de Allerhoogste over de ganse
aarde,
Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden."
Psalm 97:7:
"; buigt u voor Hem neder, alle gij goden."
Job 1:6:
"Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods om zich voor de HERE te
stellen, en onder hen kwam ook de satan."
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ]
[ Vorige | Volgende ]
Voorstelling

Ik heb hierboven een afbeelding gemaakt om uit te leggen hoe men de drieëenheid kan voorstellen. Jezus heeft gezegd: "Want de Vader is meer dan Ik" (Johannes 14:28b). Tevens heeft Hij gezegd: "Ik en de Vader zijn één" (Johannes 10:30). Binnen de drieëenheid is de Zoon kleiner dan de Vader. God heet in het oude testament "JHWH". Ik geef met de hiernaaststaande voorstelling een beeld weer van "JHWH". Ik hoop dat met deze afbeelding duidelijk is geworden dat Jezus een deel van God is en toch volledig God. Om het met de woorden van Jezus te zeggen: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien;" (Johannes 14:9) of "Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet," (Johannes 5:23b)
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ]
[ Vorige | Volgende ]
God in de vorm van mens
Uiteindelijk was Jezus, nadat Hij uit de vrouw Maria geboren was, volledig mens.
Een prachtig voorbeeld in het Oude Testament dat God Zich vertoont als mens aan de mensen staat in Genesis. Abraham wordt bezocht door drie mannen. Twee van deze mannen waren engelen. De derde man is God. Deze mannen worden door Abraham gastvrij ontvangen en eten een maaltijd bij hem. Dat deze mannen een maaltijd nuttigen is het bewijs dat deze personen geen geesten waren, maar mannen van vlees en bloed. Ik zal om deze dingen te staven enkele tekstgedeelten citeren:
Genesis 18:1 en 2:
"En de HERE verscheen aan hem bij de terebinten van
Mamre, terwijl hij op het heetst van de dag in de ingang der tent zat. En hij
sloeg zijn ogen op en zag, en zie drie mannen stonden bij hem;"
Genesis 18:8:
"Ook nam hij boter en melk en het kalf, dat hij bereid had,
en zette het hun voor; en hij stond onder de boom bij hen, terwijl zij
aten."
Genesis 18:22:
"Toen wendden die mannen zich vandaar en gingen naar Sodom,
maar Abraham bleef nog staan voor de HERE."
Genesis 19:1:
"En
de twee engelen kwamen in de avond te Sodom."
Een zekere aanwijzing dat God Zich bij deze gelegenheid in tweeën gedeeld
lijkt te hebben vinden we in:
Genesis 19:24:
"Toen liet de HERE
zwavel en vuur op Sodom en Gomorra regenen, van de HERE, uit de
hemel;"
We zien hier dat de man, die Abraham bezocht heeft en tevens God is vanaf de aarde vuur en zwavel op Sodom en Gomorra doet regenen van God die in de hemel is.
In Genesis 18:22 lazen we zojuist dat Abraham nog bleef staan voor de HERE. Anders gezegd bleef Abraham staan voor "JHWH". Telkens, wanneer in het Oude Testament "HERE" staat geschreven met allemaal hoofdletters, staat daar in de grondtekst "JHWH". De naam "JHWH" staat in het Oude Testament voor de hoogst denkbare autoriteit. Met andere woorden "JHWH" is God, de Schepper. Het gegeven dat "JHWH" zich in het bovenstaande gedeelte in de vorm van een man vertoont aan Abraham is dan ook een indrukwekkende gebeurtenis. Voor de duidelijkheid: de naam "JHWH" wordt vaak als "Jahweh" of "Jehovah" uitgesproken. Er zijn dan aan de medeklinkers van "JHWH" wat klinkers toegevoegd. In de grondtekst staan echter geen klinkers. Daarom is de uitspraak van "JHWH" niet met zekerheid bekend.
Uitgaande van het Oude Testament is het dus geen enkel probleem om de Heer Jezus als God, als "JHWH" en tevens mens te zien. Dit moge uit het bovenstaande betoog overvloedig blijken. Dus mensen, die zeggen dat God Zich niet in de vorm van een mens kan vertonen hebben, hebben zoals uit het bovenstaande gedeelte blijkt, het Oude Testament niet nauwkeurig gelezen. Mensen, die zeggen dat God Zich niet in de vorm van een mens kan vertonen, loochenen daarmee de Goddelijkheid van de Heer Jezus
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ]
[ Vorige | Volgende ]
Verschijningsvorm van God variabel?
Exodus 33:18-23:
Maar hij zeide: Doe mij toch uw heerlijkheid zien.
Hij nu zeide: Ik zal mijn luister aan u doen voorbijgaan en de naam des HEREN
voor u uitroepen: Ik zal genadig zijn, wie Ik genadig ben, en Mij ontfermen,
over wie Ik Mij ontferm. Hij zeide: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen
zien, want geen mens zal Mij zien en leven. De HERE zeide: Zie, bij Mij is
een plaats, waar gij op de rots kunt staan; wanneer mijn heerlijkheid
voorbijgaat, zal Ik u in de rotsholte zetten en u met mijn hand bedekken, totdat
Ik ben voorbijgegaan. Dan zal Ik mijn hand wegnemen en gij zult Mij van achteren
zien, maar mijn aangezicht zal niet gezien worden."
In het bovenstaande tekstgedeelte vraagt Mozes de heerlijkheid van God te zien. Wanneer God, de Schepper, Zich in zijn volle kracht en heerlijkheid openbaart, dan kan een mens dit niet meer verdragen. In die zin moeten we het tekstgedeelte "Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal mij zien en leven" uitleggen. Overigens was Mozes wel in staat God van achteren te zien.
Deuteronomium 34:10:
"Zoals Mozes, dien de HERE gekend heeft van
aangezicht tot aangezicht, is er in Israël geen profeet meer opgestaan
-"
Het lijkt of de bovenstaande twee tekstgedeelten elkaar tegenspreken. Ik heb gecontroleerd of het woord "aangezicht" in de beide tekstdeelten in de grondtekst gelijk is. En dat is het. Dus er kan geen sprake zijn van een vertaalfout.
Er zijn twee tekstgedeelten in het Nieuwe Testament van de Bijbel, die licht kunnen werpen op deze schijnbare tegenstrijdigheid.
Matthéüs 17:1-9:
"En zes dagen later nam Jezus Petrus en Jacobus en zijn
broeder Johannes mede en Hij leidde hen een hoge berg op, in de eenzaamheid.
En zijn gedaante veranderde voor hun ogen en zijn gelaat straalde gelijk de
zon en zijn klederen werden wit als het licht. En zie, hun verschenen Mozes
en Elia, die met Hem spraken. Petrus antwoordde en zeide tot Jezus: Here, het is
goed, dat wij hier zijn; indien Gij het wilt, zal ik hier drie tenten opslaan,
voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een. Terwijl hij nog sprak, zie,
daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zeide:
Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!
Toen de discipelen dit hoorden, wierpen zij zich op hun aangezicht ter aarde en
werden zeer bevreesd. En Jezus kwam bij hen, raakte hen aan en zeide: Staat op
en weest niet bevreesd. Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan Jezus
alleen. En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun, zeggende:
Vertelt niemand dit gezicht, voordat de Zoon des mensen uit de doden is
opgewekt."
In bovenstaande gedeelte zien we dat Jezus voor de ogen van enkele van zijn apostelen geweldig in heerlijkheid toeneemt. In het ene geval zien we Jezus als normaal mens. In het tweede als een Goddelijk Persoon met een geweldige heerlijkheid, aanbevolen door God, de Vader. Wanneer God, de Vader, vanuit een lichtende wolk tot hen spreekt worden de apostelen zeer bevreesd en werpen zich met hun aangezicht ter aarde. We zien hier dus dat naarmate God zijn heerlijkheid meer openbaart het voor een mens op gegeven moment niet meer te verdragen is.
Openbaring 1:9-18:
"Ik, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de
verdrukking en in het Koninkrijk en de volharding in Jezus, was op het eiland,
genaamd Patmos, om het woord Gods en het getuigenis van Jezus. Ik kwam in
vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide
stem, als van een bazuin, zeggende:...... En ik keerde mij om ten einde de stem
te zien, die met mij sprak. En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden
kandelaren, en te midden van de kandelaren iemand als eens mensen zoon,
bekleed met een tot de voeten reikend gewaad, en aan de borsten omgord met een
gouden gordel; en zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw,
en zijn ogen als een vuurvlam; en zijn voeten waren gelijk koperbrons, als in
een oven gloeiend gemaakt, en zijn stem was als een geluid van vele wateren. En
Hij had zeven sterren in zijn rechterhand en uit zijn mond kwam een tweesnijdend
scherp zwaard; en zijn aanzien was gelijk de zon in haar kracht. En toen ik Hem
zag, viel ik als dood voor zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij
en zeide: Wees niet bevreesd. Ik ben de eerste en de laatste, en de levende, en
Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de
sleutels van de dood en het dodenrijk."
In bovenstaande tekstgedeelte zien we een geheel andere openbaring van Jezus, de Zoon van God, dan in de evangeliën. Voor zijn opstanding en hemelvaart gaat Jezus als mens met de apostelen om. Er is bij de apostelen nauwelijks vrees aanwezig voor Jezus. In bovenstaande tekstgedeelte zien we een geweldig toegenomen heerlijkheid en macht bij Jezus afgeschilderd. De apostel Johannes vreest zeer en valt als dood voor de voeten van de hemelse Jezus.
Ik heb met de bovenstaande 4 tekstgedeelten getracht aan te tonen dat de verschijningsvorm van God, de Schepper, variabel is. Wanneer God Zich in de vorm van een mens aan de mens openbaart is dat voor de mens het best te verdragen. Echter als God zich als mens aan de mensen vertoont zien we niet zijn heerlijkheid.
[ 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 ]
[ Vorige | Volgende ]
Slotwoord
Hebreeën 13:2:
"Vergeet de herbergzaamheid niet, want
daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd."
Het is duidelijk dat in het bovenstaande tekstgedeelte gesproken wordt van engelen, die eruitzien als gewone mensen. Ook voor de verwoesting van Sodom en Gomorra gaan twee mannen, die in feite engelen zijn, Sodom binnen. Het idee dat engelen zich in de gedaante van een mens kunnen vertonen vindt men in 't algemeen vrij gewoon. Echter dat God, de Schepper, zich vertoont als mens aan de mensen stuit bij velen, die wel in God geloven, op verzet. In het Oude Testament kunnen teksten gevonden worden dat God, de Schepper, zich of als mens of als engel aan de mensen openbaart.
Dat God, de Schepper, zich in het Oude Testament als mens aan de mensen openbaart is van groot belang om twijfel over de Goddelijkheid van de Heer Jezus weg te nemen.

30 gasten